Aanvulling op privacyverklaring voor Microsoft Office Communicator 2007 R2

Laatst bijgewerkt: december 2008

Deze pagina is een aanvulling op de Privacyverklaringen voor Microsoft Office Communications-producten. Voor een volledig begrip van de manier waarop gegevens worden verzameld en gebruikt voor specifieke Office Communications-producten of -services moet u zowel de Privacyverklaring voor Microsoft Office Communications-producten en deze aanvulling lezen.

Archiveren

Wat deze functie doet: met behulp van deze functie kan uw administrator expresberichtengesprekken, activiteiten en inhoud van vergaderingen en gebruikskenmerken zoals gebruikersaanmeldingen, het begin van gesprekken en gecombineerde gesprekken archiveren.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: Bij archivering wordt de inhoud van expresberichtengesprekken en informatie over uw gebruik van expresberichtenprogramma's op een server opgeslagen die uw administrator configureert. Er wordt geen informatie naar Microsoft verzonden.

Gebruik van informatie: uw administrator kan deze informatie gebruiken om het gebruik van Office Communicator in uw bedrijf te beheren.

Keuze/beheer: Archivering is standaard uitgeschakeld, en moet door een ondernemingsadministrator worden ingeschakeld. Bestudeer het beleid van uw bedrijf over gegevensgebruik en -beheer om te bepalen of archivering kan worden ingeschakeld.

Automatische updates

Wat deze functie doet: de functie Automatische updates downloadt updates voor Office Communicator-software van het netwerk in uw bedrijf en installeert ze op de computer.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: Als u of de administrator Automatische updates inschakelt, wordt informatie zoals de gebruikte Office Communicator-softwareversie en standaardcomputergegevens naar een server in uw onderneming verstuurd. Er wordt geen informatie naar Microsoft verzonden.

Gebruik van informatie: Als er een nieuwere versie van Office Communicator-software beschikbaar is, wordt deze automatisch door Automatische updates op de computer gedownload en geïnstalleerd op het tijdstip dat is opgegeven in de betreffende instellingen. Deze update wordt gedownload van het bedrijfsnetwerk.

Keuze/beheer: als de administrator de mogelijkheid om Automatische updates te beheren niet heeft uitgeschakeld, kunt u uw instellingen als volgt wijzigen:

  1. In het menu Acties selecteert u Opties.

  2. Op het tabblad Waarschuwingen configureert u instellingen in het menu Automatische updates.

  3. Klik op OK.

Gesprekslogboeken

Wat deze functie doet: met de functie Gesprekslogboeken kunt u uw telefoongesprekken registreren die door Office Communicator in een Microsoft Office Outlook®-map zijn verwerkt.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: Informatie over uw telefoongesprekken zoals begin- en eindtijd, duur en deelnemers wordt in de map Gespreksgeschiedenis van Microsoft Office Outlook opgeslagen. U of de administrator kunt ook het onderwerp en de locatie van bijeenkomsten registreren door Microsoft Office Outlook als administrator voor persoonlijke gegevens in te stellen op het tabblad Persoonlijk van het deelvenster Opties. Met deze functie wordt de inhoud van uw gesprekken niet opgeslagen. Er wordt geen informatie naar Microsoft verzonden.

Gebruik van informatie: u kunt deze informatie gebruiken om de telefoongespreksgeschiedenis te bekijken.

Keuze/beheer: De functie Gesprekslogboeken is standaard ingeschakeld. Als de administrator de mogelijkheid om de functie te beheren niet heeft uitgeschakeld, kunt u uw instellingen als volgt wijzigen:

  1. In het menu Acties selecteert u Opties.

  2. Op het tabblad Persoonlijk schakelt u het selectievakje Mijn gesprekslogboeken opslaan in de Outlook-map Gespreksgeschiedenis uit.

  3. Klik op OK.

Logboekregistratie aan clientkant

Wat deze functie doet: Met de functie Logboekregistratie aan clientkant kunt u informatie over het gebruik van Office Communicator op uw computer in uw gebruikersprofiel registreren. U kunt de informatie gebruiken om eventuele problemen met Office Communicator op te lossen.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: Als u of de administrator de functie Logboekregistratie aan clientkant inschakelt, wordt informatie zoals het onderwerp en de locatie van bijeenkomsten, SIP-berichten en -antwoorden (Session Initiation Protocol) voor de Office Communicator-gesprekken op uw computer opgeslagen. Hiertoe behoort ook informatie over de afzender en ontvanger van alle Office Communicator-berichten en de route die het bericht aflegt. Bovendien worden aanwezigheidsgegevens en uw lijst met contactpersonen geregistreerd. De inhoud van uw Office Communicator-gesprekken wordt echter niet opgeslagen. De functie stuurt deze gegevens niet door vanaf uw computer.

Gebruik van informatie: U kunt de functie Logboekregistratie aan clientkant gebruiken om eventuele Office Communicator-problemen op te lossen. Logboekbestanden worden niet rechtstreeks aan Microsoft verzonden, maar u kunt ze handmatig versturen.

Keuze/beheer: De functie Logboekregistratie aan clientkant is standaard uitgeschakeld en moet door een ondernemingsadministrator worden ingeschakeld. Als de administrator de mogelijkheid om registratie te beheren niet heeft uitgeschakeld, kunt u uw instellingen als volgt wijzigen:

  1. In het menu Acties selecteert u Opties.

  2. Op het tabblad Algemeen klikt u op Logboekregistratie inschakelen en Windows-logboekregistratie inschakelen.

  3. Klik op OK.

Gespreksgeschiedenis

Wat deze functie doet: met de functie Gespreksgeschiedenis kunt u de inhoud van uw expresberichtengesprekken in een Microsoft Office Outlook-map opslaan.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: Als u de functie Gespreksgeschiedenis inschakelt, wordt de inhoud van uw expresberichtengesprekken opgeslagen in de Microsoft Office Outlook-map Gespreksgeschiedenis. Er wordt geen informatie naar Microsoft verzonden.

Gebruik van informatie: u kunt deze informatie gebruiken om de inhoud van eerdere expresberichtengesprekken te bekijken.

Keuze/beheer: De functie Gespreksgeschiedenis is standaard uitgeschakeld en moet worden ingeschakeld door een ondernemingsadministrator. Als de administrator de mogelijkheid om de functie te beheren niet heeft uitgeschakeld, kunt u als volgt uw instellingen wijzigen:

  1. In het menu Acties selecteert u Opties.

  2. Op het tabblad Persoonlijk schakelt u het selectievakje Mijn expresberichtengesprekken opslaan in de Outlook-map Gespreksgeschiedenis in.

  3. Klik op OK.

Als u de functie Gespreksgeschiedenis inschakelt, moet u uw contactpersonen op de hoogte brengen dat hun expresberichtensessies worden opgeslagen.

Programma voor verbetering van de gebruikerservaring

Wat deze functie doet: Als u besluit deel te nemen aan het Programma voor verbetering van de gebruikerservaring, wordt basisinformatie verzameld over uw hardwareconfiguratie en de manier waarop u de software en services gebruikt. Deze gegevens worden gebruikt om trends en gebruikspatronen te identificeren. Het programma verzamelt ook het type en aantal fouten dat u tegenkomt, software- en hardwareprestaties en de snelheid van services. Uw naam, adres of andere contactgegevens worden niet verzameld.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: De informatie van het Programma voor verbetering van de gebruikerservaring wordt automatisch naar Microsoft verzonden wanneer de functie is ingeschakeld.

Gebruik van informatie: we gebruiken deze informatie om de kwaliteit, betrouwbaarheid en prestaties van Microsoft-software en -services te verbeteren.

Keuze/beheer: Het programma voor verbetering van de gebruikerservaring is standaard uitgeschakeld, tenzij de administrator de functie voor u heeft ingeschakeld. Tenzij de administrator de functie heeft uitgeschakeld, kunt u als volgt uw programma-instellingen wijzigen:

  1. In het menu Acties selecteert u Opties.

  2. Op het tabblad Algemeen schakelt u het selectievakje Microsoft toestaan informatie te verzamelen over mijn gebruik van Communicator in of uit.

  3. Klik op OK.

Als u Gespreksgeschiedenis inschakelt, moet u uw contactpersonen op de hoogte brengen dat hun expresberichtensessies worden opgeslagen.

Externe besturing

Wat deze functie doet: met behulp van Externe besturing kunt u beheer over uw bureaublad aan een andere persoon verlenen die een Office Communicator-client op een andere computer gebruikt.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: Wanneer u beheer over uw bureaublad aan een andere gebruiker verleent, kan diegene uw computer beheren en wijzigingen aanbrengen alsof hij of zij de computer rechtstreeks gebruikt. U en andere deelnemers aan het Office Communicator-gesprek kunnen deze wijzigingen bekijken terwijl ze worden aangebracht. Er wordt geen informatie naar Microsoft verzonden.

Gebruik van informatie: u kunt Externe besturing gebruiken om andere gebruikers toe te staan documenten of toepassingen op uw computer te testen, demonstreren en bij te werken, terwijl u en andere gesprekspartners toekijken.

Keuze/beheer: beheer over uw bureaublad met externe gebruikers delen:

  1. Start een gesprek in Bureaublad delen.

  2. Klik op het pictogram Delen in het actieve gespreksvenster.

  3. Selecteer een van de opties voor Beheer delen.

Beheer over uw bureaublad voor externe gebruikers intrekken:

  1. Klik op het pictogram Delen in het actieve gespreksvenster.

  2. Selecteer Beheer herstellen.

Bureaublad delen

Wat deze functie doet: met de functie Bureaublad delen kunt u een weergave van uw computerscherm delen met andere deelnemers aan het Office Communicator-gesprek.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: Als u Bureaublad delen inschakelt, kunnen alle gespreksdeelnemers alles op uw computerscherm zien. Er wordt geen informatie naar Microsoft verzonden.

Gebruik van informatie: u kunt de functie Bureaublad delen gebruiken om samen te werken met gespreksdeelnemers.

Keuze/beheer: de functie Bureaublad delen in een nieuw Office Communicator-gesprek inschakelen:

  1. Klik met de rechtermuisknop in uw lijst met contactpersonen op de gebruiker(s) met wie u het bureaublad wilt delen.

  2. Klik op Delen en vervolgens op Bureaublad delen.

De functie Bureaublad delen tijdens een actief Office Communicator-gesprek inschakelen:

  1. Klik op het pictogram Delen.

  2. Selecteer Bureaublad delen.

Uw bureaublad niet langer delen:

  1. Klik op het pictogram Delen.

  2. Selecteer Delen stoppen.

Belangrijk : Geopende documenten of afbeeldingen op uw computer die worden beveiligd door software voor het beheer van digitale rechten, kunnen zichtbaar zijn voor andere gebruikers wanneer u uw bureaublad tijdens een Office Communicator-gesprek deelt.

Aanwezigheids- en contactgegevens:

Wat deze functie doet: Office Communicator is een geïntegreerde communicatieclient die u in staat stelt te communiceren met contactpersonen binnen en buiten uw organisatie. Office Communicator is ontworpen om u toegang te geven tot informatie die over andere gebruikers is gepubliceerd, en om andere gebruikers toegang te geven tot informatie die over u is gepubliceerd, zoals status, titel, telefoonnummer en notities. De administrator kan ook integratie met Microsoft Office Outlook en Microsoft Exchange Server configureren om afwezigheidsberichten en andere statusgegevens weer te geven, bijvoorbeeld wanneer er een bijeenkomst in uw Outlook-agenda is gepland.

Verzamelde, verwerkte of overgedragen informatie: U gebruikt uw aanmeldingsadres en een wachtwoord om een verbinding met Office Communications Server te maken. U en de administrator kunnen informatie over uw status publiceren die aan uw aanmelding is gekoppeld.

Gebruik van informatie: andere Office Communicator-gebruikers en -toepassingen hebben toegang tot uw aanwezigheids- en contactgegevens, zodat ze uw gepubliceerde status kunnen bepalen en beter met u kunnen communiceren.

Keuze/beheer: U kunt kiezen welke informatie over u wordt gepubliceerd. Uw administrator kan ook gepubliceerde informatie voor u configureren. Als de administrator uw mogelijkheid om de gepubliceerde informatie te beheren, niet heeft uitgeschakeld, kunt u de instellingen op elk moment als volgt wijzigen:

  1. Via de Menuknop klikt u op Extra en Opties.

  2. Op het tabblad Persoonlijk voert u uw aanmeldingsadres in onder Mijn account. U kunt de knop Geavanceerd gebruiken om de naam van de server in te voeren waarmee een verbinding moet worden gemaakt.

  3. Op het tabblad Telefoons ziet u de informatie over telefoonnummers die de administrator heeft gepubliceerd. U kunt meer nummers invoeren en bepalen welke informatie andere gebruikers kunnen zien.

  4. Klik op OK.

U kunt ook toegangsniveaus instellen om te bepalen wat iedere gebruiker kan zien wat betreft uw aanwezigheidsniveau en -gegevens. Zo gaat u te werk:

  1. Klik met de rechtermuisknop op een contactpersoon.

  2. Selecteer de optie Toegangsniveau wijzigen.

  3. Selecteer het toepasselijke toegangsniveau voor de gebruiker.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×