Waarden berekenen in een draaitabel

In draaitabellen kunt u samenvattingsfuncties gebruiken in waardevelden, om waarden te combineren uit de onderliggende brongegevens. Als samenvattingsfuncties en aangepaste berekeningen niet de resultaten opleveren die u zoekt, kunt u zelf formules maken in berekende velden en berekende items. U kunt bijvoorbeeld een berekend veld toevoegen met de formule voor de verkoopcommissie, die voor elke regio verschillend kan zijn. In de draaitabel wordt de commissie vervolgens automatisch opgenomen in de subtotalen en eindtotalen.

Draaitabellen bieden manieren voor het berekenen van gegevens. Informatie over de beschikbare berekeningsmethoden, hoe berekeningen worden beïnvloed door de soorten brongegevens, en het gebruiken van formules in draaitabellen en draaigrafieken.

Beschikbare berekeningsmethoden

Als u waarden wilt berekenen in een draaitabel, kunt u een of alle van de volgende berekeningsmethoden gebruiken:

  • Samenvattingsfuncties in waardevelden    De gegevens in het waardengebied zijn een samenvatting van de onderliggende brongegevens in de draaitabel. De volgende brongegevens:

    Afbeelding van uw Office 365-factuur met bovenaan de opties Factureringsperiode, Weergavetype en Factureringsgeschiedenis en in het midden de abonnementsnaam en de optie voor het weergeven van meer details

  • Leveren de volgende draaitabellen en draaigrafieken op. Als u een draaigrafiek maakt met de gegevens in een draaitabel, geven de waarden in de draaigrafiek de berekeningen in het gekoppeld draaitabelrapport weer.

    Kennismaken met Microsoft Publisher

    Illustratie met muisaanwijzer

  • In de draaitabel levert het kolomveld Maand de items Maart en April. Het rijveld Regio levert de items Noord, Zuid, Oost en West. De waarde op het snijpunt van de kolom April en de rij Noord is de totale verkoopopbrengst van de records in de brongegevens die een Maand-waarde April en een Regio-waarde Noord hebben.

  • In een draaigrafiek kan het veld Regio een categorieveld zijn met de categorieën Noord, Zuid, Oost en West. Het veld Maand kan een reeksveld zijn dat de items Maart, April en Mei weergeeft als een reeks in de legenda. Een waardenveld genaamd Totale verkoop kan de gegevensmarkeringen bevatten die de totale opbrengst per maand en per regio weergeven. Een gegevensmarkering kan bijvoorbeeld op basis van de positie op de verticale as (waarde) de totale verkoop weergeven voor de maand april in de regio Noord.

  • Voor het berekenen van de waardevelden zijn de volgende samenvattingsfuncties beschikbaar voor alle soorten brongegevens, met uitzondering van Online Analytical Processing-brongegevens (OLAP).

Functie

Samenvatting van

Som

De som van de waarden. Dit is de standaardfunctie voor numerieke gegevens.

Aantal

Het aantal gegevenswaarden. De samenvattingsfunctie Aantal werkt op dezelfde manier als de functie AANTALARG. Aantal is de standaardfunctie voor gegevens die geen getal zijn.

Gemiddelde

Het gemiddelde van de waarden.

Max

De grootste waarde.

Min

De kleinste waarde.

Product

Het product van de waarden.

Aantal nrs

Het aantal gegevenswaarden die een getal zijn. De samenvattingsfunctie Aantal nrs werkt op dezelfde manier als de functie AANTAL.

StDev

De geschatte standaarddeviatie van een populatie, waarbij de steekproef een subset van de gehele populatie omvat.

Stdevp

De standaarddeviatie van een populatie, waarbij de populatie wordt gevormd door alle samen te vatten gegevens.

Var

De geschatte variantie van een populatie, waarbij de steekproef een subset van de gehele populatie omvat.

Varp

De variantie van een populatie, waarbij de populatie wordt gevormd door alle samen te vatten gegevens.

  • Aangepaste berekeningen    Een aangepaste berekening geeft waarden weer die zijn gebaseerd op andere items of cellen in het gegevensgebied. U kunt bijvoorbeeld waarden weergeven in het gegevensveld Totale verkoop als een percentage van de verkoop in maart, of als een voorlopig totaal van de items in het veld Maand.

    De volgende functies zijn beschikbaar voor aangepaste berekeningen in waardevelden.

Functie

Resultaat

Geen berekening

Geeft de waarde weer die is ingevoerd in het veld.

% van eindtotaal

Geeft de waarden weer als een percentage van het eindtotaal van alle gegevens of gegevenspunten in het rapport.

% van kolomtotaal

Geeft alle waarden in elke kolom of reeks weer als een percentage van het totaal voor de kolom of reeks.

% van rijtotaal

Geeft de waarde in elke rij of categorie weer als een percentage van het totaal voor de rij of categorie.

% van

Geeft waarden weer als een percentage van de waarde van het basisonderdeel in het basisveld.

% van totaal van bovenliggende rij

Berekent waarden als volgt:

(waarde van het item) / (waarde van het bovenliggende item in rijen)

% van totaal van bovenliggende kolom

Berekent waarden als volgt:

(waarde van het item) / (waarde van het bovenliggende item in kolommen)

% van bovenliggend totaal

Berekent waarden als volgt:

(waarde van het item) / (waarde van het bovenliggende item van het geselecteerde basisveld)

Verschil met

Geeft waarden weer als het verschil met de waarde van het basisonderdeel in het basisveld.

% verschil met

Geeft waarden weer als het percentageverschil met de waarde van het basisonderdeel in het basisveld.

Voorlopig totaal in

Geeft de waarde voor opeenvolgende items in het basisveld weer als een voorlopig totaal.

% voorlopig totaal in

Berekent de waarde voor opeenvolgende items in het gekozen basisveld die worden weergegeven als een voorlopig totaal als een percentage.

Positie van klein naar groot

Geeft de rang van geselecteerde waarden in een bepaald veld weer, waarbij het kleinste item in het veld als 1 wordt vermeld en elke grotere waarde een hogere rangwaarde krijgt.

Positie van groot naar klein

Geeft de rang van geselecteerde waarden in een bepaald veld weer, waarbij het grootste item in het veld als 1 wordt vermeld en elke kleinere waarde een hogere rangwaarde krijgt.

Index

Berekent waarden als volgt:

((waarde in cel) x (eindtotaal van eindtotalen)) / ((totaal van rijen) x (totaal van kolommen))

  • Formules    Als samenvattingsfuncties en aangepaste berekeningen niet de resultaten opleveren die u zoekt, kunt u zelf formules maken in berekende velden en berekende items. U kunt bijvoorbeeld een berekend veld toevoegen met de formule voor de verkoopcommissie, die voor elke regio verschillend kan zijn. In het rapport is de commissie vervolgens automatisch opgenomen in de subtotalen en eindtotalen.

De invloed van het type brongegevens op berekeningen

De berekeningen en opties die beschikbaar zijn in een rapport, zijn afhankelijk van of de brongegevens afkomstig zijn uit een OLAP-database of een niet-OLAP-database.

  • Berekeningen op basis van OLAP-brongegevens    Voor draaitabellen die zijn gemaakt op basis van OLAP-kubussen, worden de samenvattingswaarden vooraf berekend op de OLAP-server voordat Excel de resultaten weergeeft. De manier waarop deze vooraf berekende waarden worden berekend in de draaitabel kunt u niet wijzigen. U kunt bijvoorbeeld niet de samenvattingsfunctie wijzigen die wordt gebruikt voor het berekenen van gegevensvelden of subtotalen, en u kunt geen berekende velden of items toevoegen.

    Als de OLAP-server berekende velden levert, ook wel berekende leden genoemd, worden deze velden weergegeven in de lijst met velden van de draaitabel. Ook worden berekende velden en berekende items weergegeven die zijn gemaakt met macro’s geschreven in Visual Basic for Applications (VBA) en die zijn opgeslagen in uw werkmap. U kunt deze velden of items echter niet wijzigen. Als u meer typen berekeningen nodig hebt, neemt u contact op met de beheerder van de OLAP-database.

    Voor OLAP-brongegevens kunt u de waarden van verborgen items opnemen of uitsluiten bij het berekenen van subtotalen en eindtotalen.

  • Berekeningen op basis van niet-OLAP-brongegevens    In draaitabellen die zijn gebaseerd op andere typen externe gegevens of werkbladgegevens, gebruikt Excel de samenvattingsfunctie Som voor het berekenen van de waardevelden die numerieke gegevens bevatten, en de samenvattingsfunctie Aantal voor het berekenen van gegevensvelden die tekst bevatten. Voor het verder analyseren en aanpassen van uw gegevens kunt u ook kiezen uit andere samenvattingsfuncties, bijvoorbeeld Gemiddelde, Max of Min. Daarnaast kunt u uw eigen formules maken met elementen uit het rapport of andere werkbladgegevens, door een berekend veld of berekend item te maken in een veld.

Formules gebruiken in draaitabellen

U kunt alleen formules maken in rapporten die zijn gebaseerd op niet-OLAP-brongegevens. U kunt geen formules gebruiken in rapporten die zijn gebaseerd op een OLAP-database. Wanneer u formules gebruikt in draaitabellen, moet u zich bewust zijn van de volgende regels voor formulesyntaxis en het gedrag van formules:

  • Elementen van draaitabelformule    In formules die u maakt voor berekende velden, en berekende items kunt u operatoren en expressies gebruiken zoals in andere werkbladformules. U kunt constanten gebruiken en verwijzen naar gegevens in het rapport, maar u kunt geen celverwijzingen of gedefinieerde namen gebruiken. U kunt geen werkbladfuncties gebruiken die celverwijzingen of gedefinieerde namen vereisen als argumenten, en u kunt ook geen matrixfuncties gebruiken.

  • Veld- en itemnamen    Excel gebruikt veld- en itemnamen om die elementen van een rapporten te identificeren in formules. In het volgende voorbeeld maken de gegevens in bereik C3:C9 gebruik van de veldnaam Zuivel. Een berekend item in het veld Type, dat een schatting maakt van de verkoop op basis van de zuivelverkoop, kan een formule gebruiken zoals =Zuivel * 115%.

    Pictogram Voorwaarde toevoegen

    Opmerking : In een draaigrafiek worden de veldnamen weergegeven in de lijst met velden van de draaitabel, en worden de items weergegeven in elke vervolgkeuzelijst. Dit zijn niet dezelfde namen als in de tips voor grafieken, die de namen van reeksen en gegevenspunten weergeven.

  • Formules worden toegepast op totalen, niet op afzonderlijke records    Formules voor berekende velden worden toegepast op de som van de onderliggende gegevens van velden in de formule. Bijvoorbeeld: de formule voor het berekende veld =Verkoop * 1,2 vermenigvuldigt de som van de verkoop voor elk type en elke regio met 1,2. Wat de formule niet doet, is elke afzonderlijke verkoop vermenigvuldigen met 1,2 en vervolgens de vermenigvuldigde bedragen optellen.

    Formules voor berekende items worden toegepast op afzonderlijke records. Bijvoorbeeld: de formule voor het berekende item =Zuivel *115% vermenigvuldigt elke afzonderlijke verkoop van Zuivel met 115%, waarna de vermenigvuldigde bedragen worden samengevat in het gebied Waarden.

  • Spaties, getallen en symbolen in namen    In een naam die meer dan één veld bevat, kunnen de velden elke volgorde hebben. In het bovenstaande voorbeeld kunnen de cellen C6:D6 zowel ‘April Noord’ zijn als ‘Noord April’. Gebruik enkele aanhalingstekens om namen die uit meer dan een woord bestaan of die getallen of symbolen bevatten.

  • Totalen    Formules kunnen niet verwijzen naar totalen, zoals Totaal maart, Totaal april of Eindtotaal in het voorbeeld.

  • Veldnamen in itemverwijzingen    U kunt de veldnaam opnemen in een verwijzing naar een item. De naam van het item moet tussen rechte haken staan, bijvoorbeeld Regio[Noord]. U kunt deze notatie gebruiken om te voorkomen dat #NAAM?-fouten optreden wanneer twee items in twee verschillende velden in een rapport dezelfde naam hebben. Als bijvoorbeeld een rapport een item heeft genaamd Vlees in het veld Type, en een ander item genaamd Vlees in het veld Categorie, kunt u de fout #NAAM? voorkomen door naar de items te verwijzen met Type[Vlees] en Categorie[Vlees].

  • Verwijzen naar items op positie    U kunt naar een item verwijzen op de positie in het rapport, zoals dat op dat moment is gesorteerd en opgeslagen. Type[1] is Zuivel en Type[2] is Schaal- en schelpdieren. Het item waarnaar op deze manier wordt verwezen kan veranderen wanneer de positie van items wordt gewijzigd of wanneer andere items worden weergegeven of verborgen. Verborgen items worden niet meegeteld in deze index.

    U kunt relatieve posities gebruiken om naar items te verwijzen. De posities worden bepaald ten opzichte van het berekende item dat de formule bevat. Als Zuid de huidige regio is, is Regio[-1]Noord; als Noord de huidige regio is, is Regio[+1]Zuid. Een berekend item kan bijvoorbeeld de formule =Regio[-1] * 3% gebruiken. Als de positie die u opgeeft vóór het eerste item of na het laatste item in het veld ligt, geeft de formule als resultaat de fout #VERW!.

Formules gebruiken in draaigrafieken

Als u formules wilt gebruiken in een draaigrafiek, maakt u de formules in de gekoppelde draaitabel, omdat u daarin de afzonderlijke waarden kunt zien waaruit uw gegevens bestaan. De resultaten worden vervolgens grafisch weergegeven in de draaigrafiek.

In de volgende draaigrafiek worden bijvoorbeeld de verkopen van elke verkoper per regio weergegeven:

Het hoofdformulier en het tabblad Openstaande actie-items

Als u wilt zien wat de verkoopcijfers zijn bij een stijging van 10 procent, kunt u een berekend veld maken in de gekoppelde draaitabel met een formule zoals =Verkoop * 110%.

Het resultaat wordt direct weergegeven in de draaigrafiek, zoals hieronder wordt weergegeven:

Draaigrafiekrapport met verkopen verhoogd met 10 procent per regio

Als u aparte gegevensmarkeringen wilt zien voor verkopen in regio Noord minus de transportkosten van 8 procent, kunt u een berekend item maken in het veld Regio met een formule zoals =Noord - (Noord *8%).

Het resultaat daarvan is de volgende grafiek:

Afbeelding van subscript

Een berekend item dat wordt gemaakt in het veld Verkoper wordt echter in de legenda weergegeven als een reeks, en in de grafiek als een gegevenspunt in elke categorie.

Formules maken in een draaitabel

Belangrijk : U kunt geen formules maken in een draaitabel die is verbonden met een OLAP-gegevensbron (Online Analytical Processing).

Beslis voordat u begint of u een berekend veld of berekend item in een veld wilt. Gebruik een berekend veld als u gegevens uit een ander veld in uw formule wilt gebruiken. Gebruik een berekend item als u wilt dat uw formule gegevens gebruikt uit een of meer specifieke items in een veld.

Voor berekende items kunt u verschillende formules opgeven per cel. Bijvoorbeeld: als een berekend item genaamd OrangeCounty een formule =Sinaasappels * ,25 heeft voor alle maanden, kunt u de formule wijzigen in =Sinaasappels *,5 voor juni, juli en augustus.

Als u meerdere berekende items of formules hebt, kunt u de volgorde van de berekening aanpassen.

Een berekend veld toevoegen

  1. Klik op de draaitabel.

    Hierdoor worden de hulpmiddelen voor draaitabellen weergegeven, waarbij de tabbladen Analyseren en Ontwerpen beschikbaar komen.

  2. Klik op het tabblad Analyseren in de groep Berekeningen op Velden, items en sets, en klik vervolgens op Berekend veld.

    afbeelding van excel-lint

  3. Voer in het vak Naam een naam voor het veld in.

  4. Voer in het vak Formule een formule voor het veld in.

    Als u de gegevens uit een ander veld in de formule wilt gebruiken, klikt u op het betreffende veld in het vak Velden, en klikt u vervolgens op Veld invoegen. Bijvoorbeeld: als u een commissie van 15% wilt berekenen voor elke waarde in het veld Verkoop, geeft u =Verkoop * 15% op.

  5. Klik op Toevoegen.

Een berekend item toevoegen aan een veld

  1. Klik op de draaitabel.

    Hierdoor worden de hulpmiddelen voor draaitabellen weergegeven, waarbij de tabbladen Analyseren en Ontwerpen beschikbaar komen.

  2. Als items in het veld gegroepeerd zijn, klikt u op het tabblad Analyseren in de groep Groeperen op Degroeperen.

    afbeelding van excel-lint

  3. Klik in het veld waaraan u het berekende item wilt toevoegen.

  4. Klik op het tabblad Analyseren in de groep Berekeningen op Velden, items en sets, en klik vervolgens op Berekend item.

    afbeelding van excel-lint

  5. Typ in het vak Naam een naam voor het berekende item.

  6. Voer in het vak Formule een formule voor het item in.

    Als u gegevens van een item in de formule wilt gebruiken, klikt u op het betreffende item in de lijst Items, en klikt u vervolgens op Item invoegen (het item moet zich in hetzelfde veld bevinden als het berekende item).

  7. Klik op Toevoegen.

Voor berekende items kunt u verschillende formules opgeven per cel

  1. Klik op de cel waarvoor u de formule wilt wijzigen.

    Als u de formule voor meerdere cellen wilt wijzigen, houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u op de overige cellen.

  2. Typ de wijzigen in de formule in de formulebalk.

De volgorde van de berekening aanpassen voor meerdere berekende items of formules

  1. Klik op de draaitabel.

    Hierdoor worden de hulpmiddelen voor draaitabellen weergegeven, waarbij de tabbladen Analyseren en Ontwerpen beschikbaar komen.

  2. Klik op het tabblad Analyseren in de groep Berekeningen op Velden, items en sets, en klik vervolgens op Volgorde oplossen.

    afbeelding van excel-lint

  3. Klik op een formule en klik vervolgens op Omhoog of Omlaag.

  4. Ga door totdat de formules in de volgorde staan waarin u wilt dat ze worden berekend.

Alle formules in een draaitabel weergeven

U kunt een lijst weergegeven met alle formules die worden gebruikt in de huidige draaitabel.

  1. Klik op de draaitabel.

    Hierdoor worden de hulpmiddelen voor draaitabellen weergegeven, waarbij de tabbladen Analyseren en Ontwerpen beschikbaar komen.

  2. Klik op het tabblad Analyseren in de groep Berekeningen op Velden, items en sets, en klik vervolgens op Formules weergeven.

    afbeelding van excel-lint

Een draaitabelformule bewerken

Voordat u een formule gaat bewerken, moet u bepalen of de formule zich in een berekend veld of een berekend item bevindt. Als de formule zich in een berekend item bevindt, moet u ook bepalen of dit de enige formule is voor het berekende item.

Voor berekende items kunt u afzonderlijke formules bewerken voor specifieke cellen van een berekend item. Bijvoorbeeld: als een berekend item genaamd SinaasappelBerek een formule =Sinaasappels * ,25 heeft voor alle maanden, kunt u de formule wijzigen in =Sinaasappels *,5 voor juni, juli en augustus.

Bepalen of een formule zich in een berekend veld of berekend item bevindt

  1. Klik op de draaitabel.

    Hierdoor worden de hulpmiddelen voor draaitabellen weergegeven, waarbij de tabbladen Analyseren en Ontwerpen beschikbaar komen.

  2. Klik op het tabblad Analyseren in de groep Berekeningen op Velden, items en sets, en klik vervolgens op Formules weergeven.

    afbeelding van excel-lint

  3. Zoek in de lijst met formules de formule die u wilt wijzigen onder Berekend veld of Berekend item.

    Als er meerdere formules zijn voor een berekend item, heeft de standaardformule die is ingevoerd toen het item werd gemaakt, de naam van het berekende item in kolom B. Voor de overige formules voor een berekend item bevat kolom B zowel de naam van het berekende item als de naam van de overlappende items.

    Bijvoorbeeld: u hebt een standaardformule voor een berekend item genaamd MijnItem, en een andere formule voor dit item dat wordt geïdentificeerd als MijnItem Januari Verkoop. In de draaitabel vindt u deze formule in de cel Verkoop in rij MijnItem en kolom Januari.

  4. Ga verder met een van de volgende bewerkingsmethoden.

Een formule voor een berekend veld bewerken

  1. Klik op de draaitabel.

    Hierdoor worden de hulpmiddelen voor draaitabellen weergegeven, waarbij de tabbladen Analyseren en Ontwerpen beschikbaar komen.

  2. Klik op het tabblad Analyseren in de groep Berekeningen op Velden, items en sets, en klik vervolgens op Berekend veld.

    afbeelding van excel-lint

  3. Selecteer in het vak Naam het berekende veld waarvoor u de formule wilt wijzigen.

  4. Bewerk de formule in het vak Formule.

  5. Klik op Wijzigen.

Een enkele formule voor een berekend item wijzigen

  1. Klik in het veld dat het berekende item bevat.

  2. Klik op het tabblad Analyseren in de groep Berekeningen op Velden, items en sets, en klik vervolgens op Berekend item.

    afbeelding van excel-lint

  3. Selecteer het berekende item in het vak Naam.

  4. Bewerk de formule in het vak Formule.

  5. Klik op Wijzigen.

Een afzonderlijke formule voor een specifieke cel of berekend item bewerken

  1. Klik op de cel waarvoor u de formule wilt wijzigen.

    Als u de formule voor meerdere cellen wilt wijzigen, houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u op de overige cellen.

  2. Typ de wijzigen in de formule in de formulebalk.

    Tip : Als u meerdere berekende items of formules hebt, kunt u de volgorde van de berekening aanpassen. Zie De volgorde van de berekening aanpassen voor meerdere berekende items of formules voor meer informatie.

Een draaitabelformule verwijderen

Opmerking : Het verwijderen van een draaitabelformule is definitief. Als u een formule niet definitief wilt verwijderen, kunt u het veld of item verbergen door het uit de draaitabel te slepen.

  1. Bepaal of een formule zich in een berekend veld of berekend item bevindt.

    Berekende velden worden weergegeven in de lijst met draaitabelvelden. Berekende items worden weergegeven als items in andere velden.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Als u een berekend veld wilt verwijderen, klikt u ergens in de draaitabel.

    • Als u een berekend item wilt verwijderen, klikt u in de draaitabel op het veld met het item dat u wilt verwijderen.

      Hierdoor worden de hulpmiddelen voor draaitabellen weergegeven, waarbij de tabbladen Analyseren en Ontwerpen beschikbaar komen.

  3. Klik op het tabblad Analyseren in de groep Berekeningen op Velden, items en sets, en klik vervolgens op Berekend veld of Berekend item.

    afbeelding van excel-lint

  4. Selecteer in het vak Naam het veld of item dat u wilt verwijderen.

  5. Klik op Verwijderen.

Naar boven

Alle formules in een draaitabel weergeven

U kunt als volgt een lijst weergegeven met alle formules die worden gebruikt in de huidige draaitabel:

  1. Klik op de draaitabel.

  2. Klik op het tabblad Opties in de groep Hulpmiddelen op Formules en klik vervolgens op Formules weergeven.

Een draaitabelformule bewerken

  1. Bepaal of een formule zich in een berekend veld of berekend item bevindt. Als de formule zich in een berekend item bevindt, kunt u als volgt bepalen of dit de enige formule is voor het berekende item:

    1. Klik op de draaitabel.

    2. Klik op het tabblad Opties in de groep Hulpmiddelen op Formules en klik vervolgens op Formules weergeven.

    3. Zoek in de lijst met formules de formule die u wilt wijzigen onder Berekend veld of Berekend item.

      Als er meerdere formules zijn voor een berekend item, heeft de standaardformule die is ingevoerd toen het item werd gemaakt, de naam van het berekende item in kolom B. Voor de overige formules voor een berekend item bevat kolom B zowel de naam van het berekende item als de naam van de overlappende items.

      Bijvoorbeeld: u hebt een standaardformule voor een berekend item genaamd MijnItem, en een andere formule voor dit item dat wordt geïdentificeerd als MijnItem Januari Verkoop. In de draaitabel vindt u deze formule in de cel Verkoop in rij MijnItem en kolom Januari.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    Een formule voor een berekend veld bewerken    

    1. Klik op de draaitabel.

    2. Klik op het tabblad Opties in de groep Hulpmiddelen op Formules en klik vervolgens op Berekend veld.

    3. Selecteer in het vak Naam het berekende veld waarvoor u de formule wilt wijzigen.

    4. Bewerk de formule in het vak Formule.

    5. Klik op Wijzigen.

      Een enkele formule voor een berekend item wijzigen    

    6. Klik in het veld dat het berekende item bevat.

    7. Klik op het tabblad Opties in de groep Hulpmiddelen op Formules en klik vervolgens op Berekend item.

    8. Selecteer het berekende item in het vak Naam.

    9. Bewerk de formule in het vak Formule.

    10. Klik op Wijzigen.

      Afzonderlijke formules bewerken voor specifieke cellen van een berekend item    

      Bijvoorbeeld: als een berekend item genaamd SinaasappelBerek een formule =Sinaasappels * ,25 heeft voor alle maanden, kunt u de formule wijzigen in =Sinaasappels *,5 voor juni, juli en augustus.

    11. Klik op de cel waarvoor u de formule wilt wijzigen.

      Als u de formule voor meerdere cellen wilt wijzigen, houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u op de overige cellen.

    12. Typ de wijzigen in de formule in de formulebalk.

  3. Als u meerdere berekende items of formules hebt, kunt u de volgorde van de berekening als volgt aanpassen:

    1. Klik op de draaitabel.

    2. Klik op het tabblad Opties in de groep Hulpmiddelen op Formules en klik vervolgens op Volgorde oplossen.

    3. Klik op een formule en klik vervolgens op Omhoog of Omlaag.

    4. Ga door totdat de formules in de volgorde staan waarin u wilt dat ze worden berekend.

Een draaitabelformule verwijderen

Tip : Als u een formule niet definitief wilt verwijderen, kunt u het veld of item verbergen. Sleep een veld uit het rapport om het te verbergen.

  1. Bepaal of een formule zich in een berekend veld of berekend item bevindt.

    Berekende velden worden weergegeven in de lijst met draaitabelvelden. Berekende items worden weergegeven als items in andere velden.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    Een berekend veld verwijderen    

    1. Klik op de draaitabel.

    2. Klik op het tabblad Opties in de groep Hulpmiddelen op Formules en klik vervolgens op Berekend veld.

    3. Selecteer in het vak Naam het veld dat u wilt verwijderen.

    4. Klik op Verwijderen.

      Een berekend item verwijderen    

    5. Klik op het veld met het item dat u wilt verwijderen.

    6. Klik op het tabblad Opties in de groep Hulpmiddelen op Formules en klik vervolgens op Berekend item.

    7. Selecteer in het vak Naam het item dat u wilt verwijderen.

    8. Klik op Verwijderen.

Naar boven

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×