Velden voor numerieke waarden invoegen, maken of verwijderen

U voegt een numeriek veld toe aan een tabel wanneer u numerieke gegevens wilt opslaan, bijvoorbeeld verkoopcijfers. In dit artikel wordt uitgelegd hoe u in Microsoft Office Access 2007 een numeriek veld toevoegt aan en verwijdert uit nieuwe en bestaande databasetabellen.

In dit artikel

Numerieke velden

Een numeriek veld toevoegen in de gegevensbladweergave

Een numeriek veld toevoegen in de ontwerpweergave

Een numeriek veld verwijderen

Eigenschappen van numerieke velden

Numerieke velden

Zoals u wellicht weet, zijn de gegevens in een Office Access 2007-database opgeslagen in een of meer tabellen. U kunt de gegevens weergeven in een gegevensblad (een raster dat lijkt op een Microsoft Office Excel 2007-werkblad), een gegevensinvoerformulier of een rapport, maar alle gegevens worden in een of meerdere tabellen in de database opgeslagen. Elke tabel bestaat op zijn beurt uit een set velden (kolommen) en elk veld is ingesteld op het accepteren van één specifiek gegevenstype. Als u bijvoorbeeld datums en tijden wilt opslaan, stelt u een veld in op het gegevenstype Datum/tijd en als u getallen voor wiskundige berekeningen wilt opslaan, stelt u een veld in op het gegevenstype Numeriek.

Specificaties van numerieke velden

U gebruikt een numeriek veld voor alle wiskundige berekeningen, met uitzondering van berekeningen met geld en berekeningen waarbij nauwkeurigheid erg belangrijk is, of voor getallen die u niet naar boven of naar beneden wilt afronden (gebruik een veld van het type Valuta om afronding te voorkomen). De grootte van de waarden die u kunt opslaan in een numeriek veld, hangt af van de instelling van de eigenschap Veldlengte. U kunt bijvoorbeeld numerieke velden instellen om waarden te accepteren van 1, 2, 4, 8 of 16 bytes, plus replicatie-id's (ook wel GUID's - Globally Unique Identifiers genoemd) en decimale waarden.

U stelt de veldlengte in door de tabel te openen in de ontwerpweergave en de eigenschap Veldlengte te wijzigen. Meer informatie over het wijzigen van de eigenschappen van een numeriek veld kunt u vinden in het gedeelte Veldeigenschappen instellen of wijzigen. Meer informatie over de veldeigenschappen kunt u vinden in het gedeelte Eigenschappen van numerieke velden.

De volgende tabel bevat een overzicht van de mogelijke waarden voor de eigenschap Veldlengte en wanneer u welke waarde gebruikt.

Waarde voor Veldlengte

Beschrijving

Byte

Een geheel getal van 1 byte tussen 0 en 255.

Integer

Een geheel getal van 2 bytes tussen -32.768 en +32.767.

Lange integer

Een geheel getal van 4 bytes tussen -2.147.483.648 en 2.147.483.647.

Enkele precisie

Een geheel getal van 4 bytes tussen -3,4 x 1038 en +3,4 x 1038, met maximaal zeven significante cijfers.

Dubbele precisie

Een getal van 8 bytes met drijvende komma, tussen -1,797 x 10308 en +1,797 x 10308, met maximaal vijftien significante cijfers.

Replicatie-id

Een GUID (Globally Unique Identifier) van 16 bytes. Willekeurig gegenereerde GUID's zijn zo lang dat ze waarschijnlijk geen overlapping veroorzaken. U gebruikt ze voor diverse toepassingen, bijvoorbeeld voor het bijhouden van goederen.

Decimaal

Een geheel getal van 12 bytes met een gedefinieerde decimale precisie tussen -1028 en +1028. De standaardprecisie is 0. De standaardschaal (het aantal weergegeven decimale plaatsen) is 18. De maximale instelling van de schaal is 28.

Naast het instellen van de veldlengte en andere veldeigenschappen, kunt u aangepaste en vooraf gedefinieerde getalnotaties en invoermaskers toepassen op uw numerieke gegevens.

Meer informatie over de opmaak van numerieke gegevens kunt u vinden in het artikel Gegevens in tabellen, formulieren en rapporten opmaken. Meer informatie over invoermaskers kunt u vinden in het artikel Een invoermasker maken om waarden in een specifieke indeling in te voeren in een veld of een besturingselement.

Manieren om numerieke velden te maken

U kunt in Office Access 2007 op verschillende manieren een numeriek veld aan een nieuwe of bestaande tabel toevoegen:

  • Gegevensbladweergave    U kunt in de gegevensbladweergave een veld van het type Numeriek aan een nieuwe of bestaande tabel toevoegen door een nieuw veld toe te voegen en vervolgens een getal in een lege rij in het veld te typen of door een getal in een lege rij te plakken. U kunt ook het gegevenstype Numeriek in een vervolgkeuzelijst selecteren en eigenschappen instellen zoals Is vereist, waardoor gebruikers worden gedwongen een datum in het veld in te voeren, en Uniek, waardoor gebruikers een unieke waarde in het veld moeten invoeren.

  • Ontwerpweergave    U gebruikt de ontwerpweergave wanneer u een numeriek veld wilt toevoegen en eigenschappen voor het veld wilt instellen die u niet kunt instellen in de gegevensbladweergave. Deze eigenschappen zijn onder andere invoermaskers en een standaardwaarde voor het veld. Zie het gedeelte Eigenschappen van numerieke velden voor meer informatie over de eigenschappen.

Naar boven

Een numeriek veld toevoegen in de gegevensbladweergave

In dit gedeelte wordt stap voor stap uitgelegd hoe u in de gegevensbladweergave een numeriek veld aan een nieuwe of bestaande tabel kunt toevoegen. Zoals u wellicht weet, is een gegevensblad een raster dat erg veel lijkt op een Office Excel 2007-werkblad.

Een numeriek veld toevoegen aan een bestaande tabel

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Dubbelklik in het navigatiedeelvenster op de tabel die u wilt wijzigen.

    De tabel wordt geopend in de gegevensbladweergave.

  4. Schuif zo nodig horizontaal naar het eerste lege veld. In Access wordt standaard Nieuw veld toevoegen weergegeven in de veldnamenrij van alle nieuwe velden, bijvoorbeeld:

    Een nieuw veld in een gegevensblad

  5. Dubbelklik op de veldnamenrij en typ een naam voor het nieuwe veld.

  6. Selecteer de eerste lege rij onder de kop en typ of plak een blok getallen. Het gegevenstype Numeriek wordt automatisch toegewezen aan het veld wanneer u getallen invoert of plakt.

    -of-

    Ga naar het tabblad Gegevensblad en selecteer in de groep Gegevenstype en -notatie in de lijst Gegevenstype de optie Numeriek. Selecteer vervolgens de gewenste getalnotatie in de lijst Notatie.

    Als u gegevens in het veld typt of plakt, wordt de waarde van Veldlengte automatisch bepaald aan de hand van de grootte van het ingevoerde getal.

  7. Sla uw wijzigingen op.

Een numeriek veld toevoegen aan een nieuwe tabel

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Klik op het tabblad Maken, in de groep Tabellen, op Tabel.

    Er wordt een nieuwe tabel geopend in de gegevensbladweergave. In deze afbeelding wordt een nieuwe tabel geïllustreerd:

    Een nieuwe, lege tabel in een nieuwe database

  4. Klik op Opslaan Knopafbeelding en voer in het dialoogvenster Opslaan als een naam voor de nieuwe tabel in.

  5. Dubbelklik op de veldnamenrij voor het eerste tabelveld (het veld waarin Nieuw veld toevoegen staat) en typ een naam voor het veld.

  6. Selecteer de eerste lege rij onder de kop en typ een blok getallen. Het gegevenstype Numeriek wordt automatisch toegewezen aan het veld wanneer u getallen invoert.

    Ook de waarde van de eigenschap Veldlengte wordt automatisch bepaald aan de hand van de grootte van het ingevoerde of geplakte getal.

Naar boven

Een numeriek veld toevoegen in de ontwerpweergave

U gebruikt de ontwerpweergave wanneer u een numeriek veld wilt toevoegen aan een nieuwe of bestaande tabel en vervolgens bepaalde veldeigenschappen wilt instellen of wijzigen die u niet kunt instellen of wijzigen in de gegevensbladweergave. U kunt bijvoorbeeld in de ontwerpweergave een invoermasker of een standaardwaarde opgeven. In dit gedeelte wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een numeriek veld kunt toevoegen en hoe u de eigenschappen van het veld kunt instellen.

Een numeriek veld aan een bestaande tabel toevoegen

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en klik vervolgens op Ontwerpweergave Knopafbeelding.

  4. Selecteer de eerste lege rij in de kolom Veldnaam en typ een naam voor het veld.

  5. Selecteer de aangrenzende cel in de kolom Gegevenstype en selecteer vervolgens Numeriek in de lijst.

  6. Sla uw wijzigingen op.

Een numeriek veld toevoegen aan een nieuwe tabel

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Klik op het tabblad Maken, in de groep Tabellen, op Tabel.

  4. Klik op Opslaan en voer in het dialoogvenster Opslaan als een naam in voor de nieuwe tabel.

  5. Klik met de rechtermuisknop op de nieuwe tabel en kies Ontwerpweergave in het snelmenu.

  6. Selecteer de eerste lege rij in de kolom Veldnaam en typ een naam voor het veld.

  7. Selecteer de aangrenzende cel in de kolom Gegevenstype en selecteer vervolgens Numeriek in de lijst.

  8. Sla uw wijzigingen op. Als u eigenschappen voor het veld wilt instellen, laat u de tabel open in de ontwerpweergave en gaat u verder met de volgende stappen.

Veldeigenschappen instellen of wijzigen

  1. Ga naar het tabblad Algemeen, onder in de ontwerpfunctie voor tabellen en zoek onder Veldeigenschappen de eigenschap die u wilt wijzigen.

  2. Selecteer het veld naast de naam van de eigenschap. Afhankelijk van de gekozen eigenschap kunt u gegevens invoeren (bijvoorbeeld standaardtekst of een invoermasker), de opbouwfunctie voor expressies starten door op ... te klikken, of een optie in een lijst selecteren.

    Als u meer informatie wilt lezen over het gebruik van elke veldeigenschap, selecteert u de gewenste eigenschap en drukt u op F1.

Naar boven

Een numeriek veld verwijderen

U kunt zowel in de gegevensbladweergave als in de ontwerpweergave een numeriek veld uit een tabel verwijderen. Houd er echter rekening mee dat de eventueel aanwezige gegevens in het betreffende numerieke veld bij verwijdering definitief verloren gaan. U kunt de verwijdering namelijk niet ongedaan maken. Het is daarom raadzaam een back-up te maken van uw database voordat u tabelvelden of andere databasecomponenten verwijdert.

Een numeriek veld verwijderen in de gegevensbladweergave

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Dubbelklik in het navigatiedeelvenster op de tabel die u wilt wijzigen.

    De tabel wordt geopend in de gegevensbladweergave.

  4. Zoek het numerieke veld, klik met de rechtermuisknop op de veldnamenrij (de veldnaam) en klik vervolgens op Kolom verwijderen.

Een numeriek veld verwijderen in de ontwerpweergave

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en klik op Ontwerpweergave.

    De tabel wordt geopend in de ontwerpweergave.

  4. Klik op de rijkiezer (het lege vierkantje) naast het numerieke veld en druk op DEL.

    -of-

    Klik met de rechtermuisknop op de rijkiezer en klik op Rijen verwijderen.

  5. Klik op Ja om het verwijderen te bevestigen.

Naar boven

Eigenschappen van numerieke velden

Wanneer u de ontwerpweergave gebruikt om een numeriek veld aan een tabel toe te voegen, kunt u een aantal eigenschappen van het veld instellen en wijzigen. Deze tabel bevat een overzicht van de eigenschappen van een numeriek veld, evenals een beschrijving van elke eigenschap, inclusief de gevolgen van het instellen of wijzigen van een eigenschap.

Eigenschap

Gebruik

Veldlengte

Hiermee regelt u de grootte van de waarde die u kunt invoeren en opslaan in het veld. Meer informatie over de eigenschap Veldlengte kunt u vinden in Specificaties van numerieke velden eerder in dit artikel.

Notatie

U kunt aangepaste opmaaktekens opgeven om een notatie te definiëren. Notaties die hier zijn gedefinieerd, worden weergegeven in gegevensbladen, formulieren en rapporten.

Zie het artikel Gegevens in tabellen, formulieren en rapporten opmaken voor meer informatie over aangepaste notaties.

Aantal decimalen

Hiermee stelt u het aantal decimalen in voor de waarden in het veld. Standaardwaarde: Auto. Andere mogelijke waarden variëren van 0 tot 15.

Invoermasker

U kunt een invoermasker definiëren als u wilt bepalen hoe de gebruikers gegevens moeten invoeren in het veld.

Meer informatie over het gebruik van invoermaskers kunt u vinden in het artikel Een invoermasker maken om waarden in een specifieke indeling in te voeren in een veld of een besturingselement.

Bijschrift

Hiermee geeft u de naam van uw tekstveld op. De eigenschap accepteert maximaal 2.048 tekens. Als u geen bijschrift opgeeft, wordt de standaardveldnaam toegepast.

Standaardwaarde

Hiermee geeft u de waarde op die automatisch wordt weergegeven in een veld wanneer u een nieuwe record maakt.

Validatieregel

Hiermee geeft u de vereisten op voor gegevens die worden ingevoerd in een gehele record, een afzonderlijk veld of een besturingselement. Wanneer gebruikers gegevens invoeren die de regel overtreden, kunt u met behulp van de eigenschap Validatietekst het resulterende foutbericht opgeven. De maximale lengte is 2.048 tekens.

Meer informatie over het maken van validatieregels kunt u vinden in het artikel Validatieregels maken voor het valideren van gegevens in velden.

Validatietekst

Hiermee geeft u de tekst op voor het foutbericht dat wordt weergegeven wanneer de gebruiker een validatieregel overtreedt. De maximale lengte is 255 tekens.

Meer informatie over het maken van validatieregels kunt u vinden in het artikel Validatieregels maken voor het valideren van gegevens in velden.

Vereist

Wanneer deze eigenschap is ingesteld op Ja moet u een waarde invoeren in het veld of in eventuele besturingselementen die afhankelijk van het veld zijn. Null-waarden zijn niet toegestaan.

Geïndexeerd

U gebruikt een index om query's, sorteerbewerkingen en groepeerbewerkingen sneller te kunnen uitvoeren op grote hoeveelheden gegevens. U kunt een index tevens gebruiken om te voorkomen dat gebruikers dubbele waarden invoeren. Opties:

  • Nee     Hiermee wordt indexering uitgeschakeld (standaard).

  • Ja (duplicaten OK)     Hiermee wordt het veld geïndexeerd en worden dubbele waarden toegelaten. Bijvoorbeeld voor identieke voor- en achternamen.

  • Ja (geen duplicaten)     Hiermee wordt het veld geïndexeerd en worden dubbele waarden niet toegelaten.

Infolabels

U geeft een of meer infolabels op voor het veld en eventuele besturingselementen die afhankelijk zijn van het veld. Infolabels zijn componenten waarmee de verschillende typen gegevens in een veld kunnen worden herkend en waarmee u acties kunt uitvoeren op basis van dat type gegevens. In een E-mailadres-veld kan met een infolabel bijvoorbeeld een nieuw e-mailbericht worden gemaakt of het adres aan een lijst met contactpersonen worden toegevoegd.

Klik op Opbouwen (...) om een lijst met beschikbare infolabels weer te geven.

Tekstuitlijning

Hiermee geeft u de uitlijning voor gegevens op. Mogelijke opties zijn:

  • Algemeen     Tekst wordt links uitgelijnd, getallen en datum rechts (standaardinstelling).

  • Links     Alle tekst, datums en getallen worden links uitgelijnd.

  • Rechts     Alle tekst, datums en getallen worden rechts uitgelijnd.

  • Centreren     Alle tekst, datums en getallen worden gecentreerd.

  • Verdelen     Alle tekst, datums en getallen worden gelijkmatig uitgevuld langs beide zijden van het veld of tekstvak.

Naar boven

Is van toepassing op: Access 2007



Was deze informatie nuttig?

Ja Nee

Wat kan er beter?

255 tekens resterend

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.

Ondersteuningsbronnen

Taal wijzigen