Toetscombinaties in Microsoft Word in Windows

Toetscombinaties in Microsoft Word in Windows

In dit artikel vindt u alle sneltoetsen voor Microsoft Word. De sneltoetsen in dit artikel zijn gebaseerd op de Amerikaanse toetsenbordindeling. Toetsen voor andere indelingen komen mogelijk niet precies overeen met de toetsen op een Amerikaans toetsenbord.

Via de volgende koppeling vindt u alle sneltoetsen voor een Word-document: Toetscombinaties in Microsoft Word 2016 voor Windows

Opmerking : Als voor een sneltoets twee of meer toetsen tegelijk moeten worden ingedrukt, staat er een plusteken (+) tussen de toetsen. Als toetsen direct na elkaar moeten worden ingedrukt, staat er een komma (,) tussen de toetsen.

In dit artikel

Veelgebruikte sneltoetsen

Het toetsenbord gebruiken om te navigeren op het lint

Overzicht van sneltoetsen voor Microsoft Word

Overzicht van functietoetsen

Veelgebruikte sneltoetsen

In deze tabel ziet u de meestgebruikte sneltoetsen in Microsoft Word.

Gewenste actie

Druk op

Naar 'Laat me weten wat u wilt doen' gaan

Alt+Q

Openen

Ctrl+O

Opslaan

Ctrl+S

Sluiten

Ctrl+W

Knippen

Ctrl+X

Kopiëren

Ctrl+C

Plakken

Ctrl+V

Alles selecteren

Ctrl+A

Vet

Ctrl+B

Cursief

Ctrl+I

Onderstrepen

Ctrl+U

De tekengrootte met één punt verkleinen

Ctrl+[

De tekengrootte met één punt vergroten

Ctrl+]

Tekst centreren

Ctrl+E

Tekst links uitlijnen

Ctrl+L

Tekst rechts uitlijnen

Ctrl+R

Annuleren

Esc

Ongedaan maken

Ctrl+Z

Opnieuw

Ctrl+Y

In-/uitzoomen

Alt+W, Q en vervolgens met Tab naar de gewenste waarde in het dialoogvenster In- en uitzoomen.

Het toetsenbord gebruiken om te navigeren op het lint

Het lint is de strook bovenaan in Word, ingedeeld in tabs. Op elk tabblad wordt een ander lint weergegeven. Linten bestaan uit groepen en elke groep bevat een of meer opdrachten. Elke opdracht in Word kan worden geactiveerd met een sneltoets.

Opmerking : Invoegtoepassingen en andere programma's voegen mogelijk nieuwe tabbladen toe aan het lint, eventueel met toegangstoetsen voor deze tabbladen.

Er zijn twee manieren om door de tabbladen op het lint te navigeren:

  • Druk op Alt om naar het lint te gaan en gebruik de toetsen pijl-rechts en pijl-links om tussen de tabbladen te navigeren.

  • Gebruik een van de toegangstoetsen als u direct naar een bepaald tabblad wilt gaan.

Handeling

Druk op

Open de pagina Bestand als u de Backstage-weergave wilt gebruiken.

Alt+F

Open het tabblad Ontwerpen als u thema's, kleuren en effecten, bijvoorbeeld paginaranden, wilt gebruiken.

Alt+G

Open het tabblad Start voor veelgebruikte opmaakopdrachten of alineastijlen of als u de zoekfunctie wilt gebruiken.

Alt+H

Open het tabblad Verzendlijsten als u taken voor afdrukken samenvoegen wilt beheren of met enveloppen en etiketten wilt werken.

Alt+M

Open het tabblad Invoegen als u tabellen, afbeeldingen en vormen, kopteksten of tekstvakken wilt invoegen.

Alt+N

Open het tabblad Indeling als u met paginamarges, afdrukstand, inspringing en afstand wilt werken.

Alt+P

Open het vak Uitleg op het lint als u een zoekterm wilt typen waarnaar u wilt zoeken in de Help-inhoud.

Alt+Q, gevolgd door de zoekterm

Open het tabblad Controleren als u de spellingcontrole wilt gebruiken, de controletaal wilt instellen of wijzigingen in een document wilt bijhouden en bekijken.

Alt+R

Open het tabblad Verwijzingen als u een inhoudsopgave, voetnoten of een lijst met bronvermeldingen wilt toevoegen.

Alt+S

Open het tabblad Beeld als u een documentweergave of -modus wilt kiezen, zoals de leesmodus of de overzichtsweergave. U kunt ook de zoomvergroting instellen en meerdere vensters met documenten beheren.

Alt+W

  • Druk op Alt om naar de lijst met tabbladen op het lint te gaan. Druk op een sneltoets om rechtstreeks naar een tabblad te gaan.

  • Druk op de toets pijl-omlaag om naar een lager niveau op het lint te gaan. (In JAWS wordt deze actie beschreven als het verplaatsen naar een lager lint).

  • Druk op Tab of Shift+Tab om tussen opdrachten te schakelen.

  • Druk op de toets pijl-omlaag om de focus te verplaatsen in de geselecteerde groep.

  • Druk op Ctrl+pijl-rechts en Ctrl+pijl-links om tussen groepen op het lint te navigeren.

  • De manier waarop besturingselementen op het lint worden geactiveerd, is afhankelijk van het type besturingselement:

    • Als de geselecteerde opdracht een knop is, drukt u op de spatiebalk of op Enter om deze te activeren.

    • Als de geselecteerde opdracht een splitsknop is (een knop waarmee een menu met aanvullende opties wordt geopend), drukt u op Alt + pijl-omlaag om deze te activeren. Druk op Tab om de opties te doorlopen. Druk op de spatiebalk of op Enter als u de huidige optie wilt selecteren.

    • Als de geselecteerde opdracht een lijst is (zoals de lijst met lettertypen), drukt u op de toets pijl-omlaag om de lijst te openen. Daarna gebruikt u de toets pijl-omhoog of pijl-omlaag om tussen de items te navigeren.

    • Als de geselecteerde opdracht een galerie is, drukt u op de spatiebalk of op Enter om de opdracht te selecteren. Daarna drukt u op Tab om door de items te navigeren.

Tip : In galerieën met meer dan één rij items gaat u met de Tab-toets van het begin naar het einde van de huidige rij, en van het einde van de rij naar het begin van de volgende rij. Wanneer u aan het einde van de huidige rij op de toets pijl-rechts drukt, gaat u terug naar het begin van de huidige rij.

Toegangstoetsen gebruiken:

  1. Druk op Alt.

  2. Druk op de letter die wordt weergegeven in de KeyTip van de opdracht op het lint die u wilt gebruiken.

Afhankelijk van de letter waarop u drukt, worden er mogelijk extra KeyTips weergegeven. Als u bijvoorbeeld op Alt+F drukt, wordt de weergave Office Backstage geopend op de pagina Info, met weer andere KeyTips. Als u opnieuw op Alt drukt, worden er KeyTips weergegeven.

In de volgende tabel ziet u enkele manieren om de focus van het toetsenbord alleen met het toetsenbord te verplaatsen.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het actieve tabblad van het lint selecteren en de toegangstoetsen activeren

Alt of F10. Gebruik toegangstoetsen of pijltoetsen om naar een ander tabblad te gaan.

De focus verplaatsen naar opdrachten op het lint.

Tab of Shift+Tab

De focus verplaatsen naar elke opdracht op het lint, respectievelijk vooruit en achteruit

Tab of Shift+Tab

De focus omhoog, omlaag, naar links of naar rechts verplaatsen tussen de items op het lint

Pijl-omhoog, pijl-omlaag, pijl-links of pijl-rechts

Het lint uit- of samenvouwen

Ctrl+F1

Het snelmenu voor het geselecteerde item weergeven.

Shift+F10

De focus verplaatsen naar een ander deelvenster van het venster, zoals het deelvenster Afbeelding opmaken, het deelvenster Grammatica of het selectiedeelvenster.

F6

Een geselecteerde opdracht of een geselecteerde besturingselement op het lint activeren.

Spatiebalk of Enter

Een geselecteerd menu of een geselecteerde galerie op het lint openen.

Spatiebalk of Enter

Het wijzigen van de waarde in een besturingselement op het lint voltooien en de focus weer naar het document verplaatsen

Enter

Door de zwevende vormen bladeren, zoals tekstvakken of afbeeldingen.

Ctrl+Alt+5 en druk vervolgens meerdere keren op de Tab-toets

De navigatie voor zwevende vormen sluiten en terugkeren naar de normale navigatie.

Esc

Overzicht van sneltoetsen voor Microsoft Word

Documenten maken en bewerken

Actie

Drukt u op

Een nieuw document maken

Ctrl+N

Een document openen

Ctrl+O

Het document sluiten

Ctrl+W

Het documentvenster splitsen

Alt+Ctrl+S

De splitsing van het documentvenster verwijderen

Alt+Shift+C of Alt+Ctrl+S

Het document opslaan.

Ctrl+S

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een hyperlink invoegen

Ctrl+K

Naar de vorige pagina gaan

Alt+pijl-links

Naar de volgende pagina gaan

Alt+pijl-rechts

Vernieuwen

F9

Actie

Drukt u op

Een document afdrukken

Ctrl+P

Het afdrukvoorbeeld weergeven

Alt+Ctrl+I

Navigeren op de weergegeven pagina wanneer u hierop hebt ingezoomd

Pijltoetsen

Navigeren op de weergegeven pagina wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Page Up of Page Down

Naar de eerste pagina van het afdrukvoorbeeld gaan wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Ctrl+Home

Naar de laatste pagina van het afdrukvoorbeeld gaan wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Ctrl+End

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een opmerking invoegen (in het taakvenster Revisie).

Alt+R, C

Het bijhouden van wijzigingen in- of uitschakelen

Ctrl+Shift+E

Het revisievenster sluiten wanneer dit is geopend

Alt+Shift+C

Het tabblad Controle op het lint selecteren.

Alt+R en vervolgens pijl-omlaag om naar opdrachten op dit tabblad te gaan.

Spelling- en grammaticacontrole selecteren.

Alt+R, S

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het zoekvak openen in het taakvenster Navigatie.

Ctrl+F

Tekst, opmaak en specifieke elementen vervangen

Ctrl+H

Naar een pagina, bladwijzer, voetnoot, tabel, commentaar, afbeelding of andere locatie gaan

Ctrl+G

Schakelen tussen de laatste vier plaatsen die u hebt bewerkt

Alt+Ctrl+Z

Verplaatsing

Drukt u op

Eén teken naar links

Pijl-links

Eén teken naar rechts

Pijl-rechts

Eén woord naar links

Ctrl+pijl-links

Eén woord naar rechts

Ctrl+pijl-rechts

Eén alinea omhoog

Ctrl+pijl-omhoog

Eén alinea omlaag

Ctrl+pijl-omlaag

Eén cel naar links (in een tabel)

Shift+Tab

Eén cel naar rechts (in een tabel)

Tab

Eén regel omhoog

Pijl-omhoog

Eén regel omlaag

Pijl-omlaag

Naar het einde van de regel

End

Naar het begin van de regel

Home

Naar het begin van het scherm

Alt+Ctrl+Page Up

Naar het einde van het scherm

Alt+Ctrl+Page Down

Eén scherm omhoog (schuiven)

Pagina-omhoog

Eén scherm omlaag (schuiven)

Pagina-omlaag

Naar het begin van de volgende pagina

Ctrl+Page Down

Naar het begin van de vorige pagina

Ctrl+Page Up

Naar het einde van het document

Ctrl+End

Naar het begin van het document

Ctrl+Home

Naar een vorige revisie

Shift+F5

Na het openen van een document naar de positie gaan waar u was toen het document de laatste keer is gesloten

Shift+F5

Dit wilt u doen

Drukt u op

Tekst markeren voor de inhoudsopgave

Alt+Shift+O

Tekst markeren voor de lijst met bronvermeldingen

Alt+Shift+I

Tekst markeren voor een indexvermelding

Alt+Shift+X

Een voetnoot invoegen

Alt+Ctrl+F

Een eindnoot invoegen

Alt+Ctrl+D

Naar de volgende voetnoot gaan (in Word 2016).

Alt+Shift+>

Naar de vorige voetnoot gaan (in Word 2016).

Alt-Shift+<

Naar 'Laat me weten wat u wilt doen' en Slim zoeken gaan (in Word 2016).

Alt+Q

In verschillende weergaven met documenten werken

U kunt documenten op verschillende manieren weergeven in Word. Elke weergave is bedoeld om bepaalde taken gemakkelijker uit te voeren. In de leesmodus kunt u bijvoorbeeld twee pagina's van het document naast elkaar weergeven en met pijlknoppen naar de volgende pagina gaan.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Overschakelen naar de leesmodus

Alt+W, F

Naar de afdrukweergave gaan

Alt+Ctrl+P

Naar de overzichtsweergave gaan

Alt+Ctrl+O

Naar de conceptweergave gaan

Alt+Ctrl+N

Deze sneltoetsen zijn alleen van toepassing voor een document in de overzichtsweergave.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het alineaniveau verhogen.

Alt+Shift+pijl-links

Het alineaniveau verlagen.

Alt+Shift+pijl-rechts

Het niveau van een alinea verlagen naar platte tekst

Ctrl+Shift+N

Geselecteerde alinea's omhoog verplaatsen

Alt+Shift+pijl-omhoog

Geselecteerde alinea's omlaag verplaatsen.

Alt+Shift+pijl-omhoog

Tekst onder een kop uitvouwen

Alt+Shift+plusteken

Tekst onder een kop samenvouwen

Alt+Shift+minteken

Alle tekst of koppen weergeven

Alt+Shift+A

Tekenopmaak weergeven of verbergen

Slash (/) op het numerieke toetsenblok

De eerste regel met tekst of alle tekst tonen

Alt+Shift+L

Alle koppen met de stijl Kop 1 weergeven

Alt+Shift+1

Alle koppen tot het niveau n weergeven.

Alt+Shift+n

Een tab invoegen

Ctrl+Tab

Gewenste actie

Drukt u op

Naar het begin van het document gaan

Home

Naar het einde van het document gaan

End

Naar pagina n gaan.

n (n is het paginanummer waar u heen wilt gaan), Enter

Leesmodus afsluiten

Esc

Tekst en afbeeldingen bewerken en verplaatsen

Tekst selecteren door Shift ingedrukt te houden terwijl u de cursor verplaatst met de pijltoetsen

Actie

Drukt u op

De uitbreidingsmodus inschakelen

F8

Het dichtstbijzijnde teken selecteren

F8 en druk vervolgens op pijl-links of pijl-rechts

De selectie uitbreiden

F8 (druk eenmaal om een woord te selecteren, tweemaal om een regel te selecteren, enzovoort)

De selectie verkleinen

Shift+F8

De uitbreidingsmodus uitschakelen

Esc

De selectie één teken naar rechts uitbreiden

Shift+Pijl-rechts

De selectie één teken naar links uitbreiden

Shift+Pijl-links

De selectie uitbreiden naar het einde van het woord

Ctrl+Shift+pijl-rechts

De selectie uitbreiden naar het begin van het woord

Ctrl+Shift+pijl-links

De selectie uitbreiden naar het einde van de regel

Shift+End

De selectie uitbreiden naar het begin van de regel

Shift+Home

De selectie één regel omlaag uitbreiden

Shift+pijl-omlaag

De selectie één regel omhoog uitbreiden.

Shift+pijl-omhoog

De selectie uitbreiden naar het einde van de alinea

Ctrl+Shift+pijl-omlaag

De selectie uitbreiden naar het begin van de alinea

Ctrl+Shift+pijl-omhoog

De selectie één scherm omlaag uitbreiden.

Shift+Page Down

De selectie één scherm omhoog uitbreiden.

Shift+Page Up

De selectie uitbreiden naar het begin van het document.

Ctrl+Shift+Home

De selectie uitbreiden naar het einde van het document

Ctrl+Shift+End

De selectie uitbreiden naar het einde van het venster.

Alt+Ctrl+Shift+Page Down

De selectie uitbreiden tot het gehele document

Ctrl+A

Een verticaal tekstblok selecteren

Ctrl+Shift+F8 en gebruik de pijltoetsen; druk op Esc om de selectiemodus uit te schakelen

De selectie uitbreiden naar een bepaalde positie in het document

F8+pijltoetsen; druk op Esc om de selectiemodus uit te schakelen

Actie

Drukt u op

Het teken links verwijderen.

Backspace

Eén woord naar links verwijderen.

Ctrl+Backspace

Eén teken naar rechts verwijderen.

Delete

Eén woord naar rechts verwijderen.

Ctrl+Delete

Geselecteerde tekst knippen en naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+X

De laatste bewerking ongedaan maken

Ctrl+Z

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren (Prikker is een functie waarmee u groepen tekst verzamelt vanaf verschillende locaties en deze in een andere locatie plakt).

Ctrl+F3

Actie

Drukt u op

Het Klembord van Office openen

Druk op Alt+H om naar het tabblad Start te gaan en druk vervolgens op F,O

Geselecteerde tekst of afbeeldingen naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+C

Geselecteerde tekst of afbeeldingen knippen en naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+X

Het item plakken dat het laatst aan het Office Klembord is toegevoegd of is geplakt

Ctrl+V

Tekst of afbeeldingen eenmaal verplaatsen

F2 (vervolgens verplaatst u de cursor en drukt u op Enter)

Tekst of afbeeldingen eenmaal kopiëren

Shift+F2 (vervolgens verplaatst u de cursor en drukt u op Enter)

Het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken openen wanneer tekst of een object is geselecteerd

Alt+F3

Het snelmenu van een geselecteerde bouwsteen, bijvoorbeeld een SmartArt-afbeelding, weergeven

Shift+F10

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren

Ctrl+F3

De inhoud van de Prikker plakken

Ctrl+Shift+F3

De kop- of voettekst vanuit de vorige sectie van het document kopiëren

Alt+Shift+R

Tabellen bewerken en erdoor navigeren

Actie

Drukt u op

De inhoud van de volgende cel selecteren

Tab

De inhoud van de vorige cel selecteren

Shift+Tab

De selectie uitbreiden naar aangrenzende cellen

Houd Shift ingedrukt en druk herhaaldelijk op een pijltoets

Een kolom selecteren

Ga met de pijltoetsen naar de bovenste of onderste cel in de kolom en voer daarna een van de volgende handelingen uit:

  • Druk op Shift+Alt+Page Down om de kolom van boven naar beneden te selecteren.

  • Druk op Shift+Alt+Page Up om de kolom van beneden naar boven te selecteren.

Een hele rij selecteren

Gebruik de pijltoetsen om naar het begin van de rij (de cel helemaal links) of het einde van de rij (de cel helemaal rechts) te gaan.

  • Druk vanaf de eerste cel in de rij op Shift+Alt+End om de rij van links naar rechts te selecteren.

  • Druk vanaf de laatste cel in de rij op Shift+Alt+Home om de rij van rechts naar links te selecteren.

De selectie (of een blok) uitbreiden

Ctrl+Shift+F8 en gebruik de pijltoetsen; druk op Esc om de selectiemodus uit te schakelen

Een volledige tabel selecteren

Alt+5 op het numerieke toetsenblok (met Num Lock uitgeschakeld)

Verplaatsing

Drukt u op

Naar de volgende cel in een rij

Tab

Naar de vorige cel in een rij

Shift+Tab

Naar de eerste cel in een rij

Alt+Home

Naar de laatste cel in een rij

Alt+End

Naar de eerste cel in een kolom

Alt+Page Up

Naar de laatste cel in een kolom

Alt+Page Down

Naar de vorige rij

Pijl-omhoog

Naar de volgende rij

Pijl-omlaag

Rij omhoog

Alt+Shift+pijl-omhoog

Rij omlaag

Alt+Shift+pijl-omhoog

Invoeging

Drukt u op

Nieuwe alinea in een cel

Enter

Tabteken in een cel

Ctrl+Tab

Tekens en alinea's opmaken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om de tekenopmaak te wijzigen

Ctrl+D

Gebruik van hoofdletters/kleine letters wijzigen

Shift+F3

Alle letters opmaken als hoofdletters

Ctrl+Shift+A

De opmaak Vet toepassen

Ctrl+B

Tekst onderstrepen.

Ctrl+U

Woorden onderstrepen, maar spaties niet onderstrepen

Ctrl+Shift+W

Tekst dubbel onderstrepen

Ctrl+Shift+D

De opmaak Verborgen tekst toepassen

Ctrl+Shift+H

De opmaak Cursief toepassen

Ctrl+I

Letters opmaken als klein kapitaal

Ctrl+Shift+K

Teken in subscript zetten (afstand automatisch bepaald)

Ctrl+gelijkteken

Superscript toepassen (automatische spatiëring).

Ctrl+Shift+plusteken

Handmatig toegepaste tekenopmaak verwijderen

Ctrl+spatiebalk

De selectie wijzigen in het lettertype Symbol

Ctrl+Shift+Q

Actie

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om het lettertype te wijzigen.

Ctrl+Shift+F

De tekengrootte vergroten.

Ctrl+Shift+>

De tekengrootte verkleinen.

Ctrl+Shift+<

De tekengrootte met één punt vergroten

Ctrl+]

De tekengrootte met één punt verkleinen

Ctrl+[

Actie

Drukt u op

Opmaak van tekst kopiëren.

Ctrl+Shift+C

Gekopieerde opmaak toepassen op tekst

Ctrl+Shift+V

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een alinea schakelen tussen gecentreerd en links uitgelijnd

Ctrl+E

Een alinea schakelen tussen uitgevuld en links uitgelijnd

Ctrl+J

Een alinea schakelen tussen rechts uitgelijnd en links uitgelijnd

Ctrl+R

Een alinea links uitlijnen

Ctrl+L

Een alinea links laten inspringen

Ctrl+M

Een alinea-inspringing aan de linkerkant verwijderen

Ctrl+Shift+M

Verkeerd-om inspringen

Ctrl+T

Een verkeerd-om inspringing verkleinen

Ctrl+Shift+T

De alineaopmaak verwijderen.

Ctrl+Q

Dit wilt u doen

Drukt u op

Niet-afdrukbare tekens weergeven

Ctrl+Shift+* (het sterretje op het numerieke toetsenblok werkt niet)

De tekstopmaak herzien

Shift+F1 (klik vervolgens op de tekst met de opmaak die u wilt herzien)

Opmaak kopiëren

Ctrl+Shift+C

Opmaak plakken.

Ctrl+Shift+V

Dit wilt u doen

Drukt u op

Regelafstand 1

Ctrl+1

Regelafstand 2

Ctrl+2

Regelafstand 1,5

Ctrl+5

Eén witregel voorafgaand aan de tekst toevoegen of verwijderen

Ctrl+0 (nul)

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het taakvenster Stijl toepassen openen

Ctrl+Shift+S

Het taakvenster Stijlen openen

Alt+Ctrl+Shift+S

AutoOpmaak starten

Alt+Ctrl+K

De stijl Standaard toepassen

Ctrl+Shift+N

De stijl Kop 1 toepassen

Alt+Ctrl+1

De stijl Kop 2 toepassen

Alt+Ctrl+2

De stijl Kop 3 toepassen

Alt+Ctrl+3

Het taakvenster Stijlen sluiten

  1. Als het taakvenster Stijlen niet is geselecteerd, drukt u op F6 om dit alsnog te selecteren.

  2. Druk op Ctrl+spatiebalk.

  3. Selecteer Sluiten met behulp van de pijltoetsen en druk op Enter.

Invoeging

Drukt u op

Veld

Ctrl+F9

Regeleinde

Shift+Enter

Pagina-einde

Ctrl+Enter

Kolomeinde

Ctrl+Shift+Enter

Em-streepje

Alt+Ctrl+minteken (op het numerieke toetsenblok)

En-streepje

Ctrl+minteken (op het numerieke toetsenbord)

Tijdelijk afbreekstreepje

Ctrl+afbreekstreepje

Vast afbreekstreepje

Ctrl+Shift+afbreekstreepje

Vaste spatie

Ctrl+Shift+spatiebalk

Copyrightsymbool

Alt+Ctrl+C

Registratieteken

Alt+Ctrl+R

Handelsmerkteken

Alt+Ctrl+T

Beletselteken

Alt+Ctrl+punt

Enkel aanhalingsteken openen

Ctrl+` (accent grave), ` (accent grave)

Enkel aanhalingsteken sluiten

Ctrl+' (enkel aanhalingsteken), ' (enkel aanhalingsteken)

Dubbel aanhalingsteken openen

Ctrl+` (accent grave), Shift+' (enkel aanhalingsteken)

Dubbel aanhalingsteken sluiten

Ctrl+' (enkel aanhalingsteken), Shift+' (enkel aanhalingsteken)

AutoTekst-fragment

Enter (nadat u de eerste letters van het AutoTekst-fragment hebt getypt en de scherminfo wordt weergegeven)

Actie

Drukt u op

Het Unicode-teken voor de opgegeven Unicode-tekencode (hexadecimaal) invoegen. Als u bijvoorbeeld het valutasymbool voor de euro wilt invoeren ( Euroteken ), typt u 20AC en drukt u op X terwijl u Alt ingedrukt houdt.

De tekencode, Alt+X

De Unicode-tekencode voor het geselecteerde teken opvragen

Alt+X

Het ANSI-teken voor de ANSI-tekencode (decimaal) invoegen. Als u bijvoorbeeld het valutasymbool voor de euro wilt invoeren, typt u 0128 op het numerieke toetsenblok terwijl u Alt ingedrukt houdt.

Alt+de tekencode (op het numerieke toetsenblok)

Objecten invoegen en bewerken

  1. Druk op Alt, N, J en vervolgens op J om het dialoogvenster Object te openen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Druk op pijl-omlaag om een objecttype te selecteren en druk vervolgens op Enter om een object te maken.

    • Druk op Ctrl+Tab om naar het tabblad Bestand gebruiken te gaan, druk op Tab en typ de bestandsnaam van het object dat u wilt invoegen of blader naar het bestand.

  1. Zorg ervoor dat de cursor zich links van het object in het document bevindt en selecteer het object door op Shift+pijl-rechts te drukken.

  2. Druk op Shift+F10.

  3. Druk op Tab om naar Objectnaam te gaan, druk op Enter en druk nogmaals op Enter.

  1. Druk op Alt, druk op N en druk vervolgens op M om SmartArt te selecteren.

  2. Druk op de pijltoetsen om het gewenste type afbeelding te selecteren.

  3. Druk op Tab en druk vervolgens op de pijltoetsen om de afbeelding te selecteren die u wilt invoegen.

  4. Druk op Enter.

  1. Druk op Alt, druk op N en druk vervolgens op W om WordArt te selecteren.

  2. Gebruik de pijltoetsen om de gewenste WordArt-stijl te selecteren en druk op Enter.

  3. Typ de gewenste tekst.

  4. Druk op Esc om het WordArt-object te selecteren en gebruik de pijltoetsen om het object te verplaatsen.

  5. Druk nogmaals op Esc om terug te keren naar het document.

Afdruk samenvoegen en velden

Opmerking : U moet op Alt+M drukken of op Verzendlijsten klikken om deze sneltoetsen te gebruiken.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een samenvoegresultaat vooraf bekijken

Alt+Shift+K

Een document samenvoegen

Alt+Shift+N

Het samengevoegde document afdrukken

Alt+Shift+M

Een gegevensdocument voor Afdruk samenvoegen bewerken

Alt+Shift+E

Een samenvoegveld invoegen

Alt+Shift+F

Actie

Drukt u op

Een DATE-veld invoegen

Alt+Shift+D

Een LISTNUM-veld invoegen

Alt+Ctrl+L

Een paginaveld invoegen.

Alt+Shift+P

Een TIME-veld invoegen

Alt+Shift+T

Een leeg veld invoegen

Ctrl+F9

Gekoppelde gegevens in een Microsoft Word-brondocument bijwerken

Ctrl+Shift+F7

Geselecteerde velden bijwerken

F9

Een veld ontkoppelen

Ctrl+Shift+F9

Schakelen tussen een geselecteerde veldcode en het veldresultaat

Shift+F9

Schakelen tussen alle veldcodes en alle veldresultaten

Alt+F9

Een GOTOBUTTON- of MACROBUTTON-bewerking uitvoeren vanuit het veld met de veldresultaten

Alt+Shift+F9

Naar het volgende veld gaan

F11

Naar het vorige veld gaan

Shift+F11

Een veld vergrendelen

Ctrl+F11

Een veld ontgrendelen

Ctrl+Shift+F11

Taalbalk

Elk document heeft een standaardtaal. Meestal is dat de standaardtaal van het besturingssysteem van uw computer. Als een document echter ook woorden of zinnen in een andere taal bevat, is het een goed idee om de controletaal voor die tekst in te stellen. U kunt dan de spelling en de grammatica van deze tekst controleren, maar ook ondersteunende technologieën gebruiken zoals schermlezers om de tekst te verwerken.

Gewenste actie

Druk op

Het dialoogvenster Controletaal instellen openen

Alt+R, U, L

De lijst met controletalen bekijken

Pijl-omlaag

Standaardtalen instellen

Alt+R, L

Gewenste actie

Druk op

Japanse IME (Input Method Editor) op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Alt+~

Koreaanse IME (Input Method Editor) op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Alt-rechts

Chinese IME (Input Method Editor) op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Ctrl+spatiebalk

Overzicht van functietoetsen

Actie

Drukt u op

Help-informatie weergeven of naar Office.com gaan

F1

Tekst of afbeeldingen verplaatsen

F2

De laatste bewerking herhalen

F4

De opdracht Ga naar kiezen (tabblad Start)

F5

Naar het volgende deelvenster of frame gaan

F6

De opdracht Spelling kiezen (tabblad Controleren)

F7

De selectie uitbreiden

F8

De geselecteerde velden bijwerken

F9

Toetstips weergeven

F10

Naar het volgende veld gaan

F11

De opdracht Opslaan als selecteren

F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

De contextgevoelige Help-functie starten of opmaak weergeven

Shift+F1

Tekst kopiëren

Shift+F2

Gebruik van hoofdletters/kleine letters wijzigen

Shift+F3

Zoeken of Ga naar herhalen

Shift+F4

Naar de laatste wijziging gaan

Shift+F5

Naar het vorige deelvenster of frame gaan (nadat u op F6 hebt gedrukt)

Shift+F6

De opdracht Synoniemlijst kiezen (tabblad Controleren, groep Controle)

Shift+F7

De selectie verkleinen

Shift+F8

Schakelen tussen veldcode en veldresultaat

Shift+F9

Een snelmenu weergeven

Shift+F10

Naar het vorige veld gaan

Shift+F11

De opdracht Opslaan selecteren

Shift+F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het lint uit- of samenvouwen

Ctrl+F1

De opdracht Afdrukvoorbeeld selecteren

Ctrl+F2

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren

Ctrl+F3

Het venster sluiten

Ctrl+F4

Naar volgend venster gaan

Ctrl+F6

Een leeg veld invoegen

Ctrl+F9

Het documentvenster maximaliseren

Ctrl+F10

Een veld vergrendelen

Ctrl+F11

De opdracht Openen selecteren

Ctrl+F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

De inhoud van de Prikker invoegen

Ctrl+Shift+F3

Een bladwijzer bewerken

Ctrl+Shift+F5

Naar het vorige venster gaan

Ctrl+Shift+F6

Gekoppelde informatie in een Word-brondocument bijwerken

Ctrl+Shift+F7

Een selectie of blok uitbreiden

Ctrl+Shift+F8 en druk vervolgens op een pijltoets

Een veld ontkoppelen

Ctrl+Shift+F9

Een veld ontgrendelen

Ctrl+Shift+F11

De opdracht Afdrukken selecteren

Ctrl+Shift+F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het volgende veld gaan

Alt+F1

Een nieuwe bouwsteen maken

Alt+F3

Word afsluiten

Alt+F4

Het vorige formaat van het toepassingsvenster herstellen

Alt+F5

Vanuit een geopend dialoogvenster terugkeren naar het document voor dialoogvensters die dit ondersteunen.

Alt+F6

Het volgende foutief gespelde woord of de volgende grammaticale fout zoeken

Alt+F7

Een macro uitvoeren

Alt+F8

Schakelen tussen alle veldcodes en alle veldresultaten

Alt+F9

Het taakvenster Selectie weergeven

Alt+F10

Microsoft Visual Basic-code weergeven

Alt+F11

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het vorige veld gaan

Alt+Shift+F1

De opdracht Opslaan selecteren

Alt+Shift+F2

Een GOTOBUTTON- of MACROBUTTON-bewerking uitvoeren vanuit het veld met de veldresultaten

Alt+Shift+F9

Het menu of het bericht van een infolabel weergeven

Alt+Shift+F10

De knop Inhoudsopgave kiezen in de container Inhoudsopgave als de container actief is

Alt+Shift+F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

Microsoft-systeeminformatie weergeven

Ctrl+Alt+F1

De opdracht Openen selecteren

Ctrl+Alt+F2

Het aanpassen van sneltoetsen of het maken van sneltoetsen voor macro's of AutoTekst wordt in dit artikel niet besproken.

Als u Microsoft Word Starter gebruikt, moet u er rekening mee houden dat niet alle functies die voor Word worden genoemd, worden ondersteund in Word Starter. Zie Ondersteuning voor Word Starter-functies voor meer informatie over de beschikbare functies in Word Starter.

In dit artikel

Toetsenbordsneltoetsen vinden en gebruiken

Basisbewerkingen in Microsoft Office

Navigeren op het lint

Snelzoeklijst voor Microsoft Word

Overzicht van functietoetsen

Toetsenbordsneltoetsen vinden en gebruiken

Bij sneltoetsen waarvoor u tegelijkertijd op twee of meer toetsen drukt, worden de toetsen gescheiden door een plusteken (+) in Microsoft Word 2010 Help. Bij sneltoetsen waarvoor u direct na elkaar op toetsen drukt, worden de toetsen gescheiden door een komma (,).

  • Als u alle secties in dit artikel wilt uitvouwen, drukt u op Tab totdat Alles weergeven is geselecteerd en drukt u op Enter. Druk opnieuw op Enter om alle secties samen te vouwen.

  • Als u één sectie in het artikel wilt uitvouwen, drukt u op Tab totdat de koptekst van die sectie en het plusteken zijn geselecteerd en drukt u op Enter. Druk opnieuw op Enter om de sectie samen te vouwen.

Belangrijk : Druk voordat u gaat zoeken op Tab totdat Alles weergeven is geselecteerd en druk op Enter.

  1. Druk op Ctrl+F.

    Het dialoogvenster Zoeken wordt geopend, waarin u meteen kunt typen.

  2. Typ de zoektekst in het vak.

  3. Druk op Enter.

Als u dit artikel wilt afdrukken, drukt u op Tab totdat Alles weergeven is geselecteerd. Druk op Enter en druk op Ctrl+P.

Basisbewerkingen in Microsoft Office

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar het volgende venster gaan

Alt+Tab

Naar het vorige venster gaan

Alt+Shift+Tab

Het actieve venster sluiten

Ctrl+W of Ctrl+F4

Het formaat van het actieve venster herstellen nadat u dit hebt gemaximaliseerd

Alt+F5

Naar een taakvenster gaan vanuit een ander deelvenster in het programmavenster (rechtsom; mogelijk moet u meerdere malen op F6 drukken)

F6

Naar een taakvenster gaan vanuit een ander deelvenster in het programmavenster (linksom)

Shift+F6

Naar het volgende venster gaan als meer dan één venster is geopend

Ctrl+F6

Naar het vorige venster gaan

Ctrl+Shift+F6

Een geselecteerd venster maximaliseren of het vorige vensterformaat herstellen

Ctrl+F10

Een schermafbeelding naar het Klembord kopiëren

PrtScn

Een schermafbeelding van het geselecteerde venster naar het Klembord kopiëren

Alt+PrtScn

Als u dit wilt doen

Toets/toetsencombinatie

Naar de volgende optie of het volgende groepsvak gaan

Tab

Naar de vorige optie of het vorige groepsvak gaan

Shift+Tab

Naar het volgende tabblad in een dialoogvenster gaan

Ctrl+Tab

Naar het vorige tabblad in een dialoogvenster gaan

Ctrl+Shift+Tab

Naar de vorige of volgende optie in een geopende vervolgkeuzelijst of in een groepsvak gaan

Pijltoetsen

De bewerking uitvoeren die is toegewezen aan de geselecteerde knop; het geselecteerde selectievakje in- of uitschakelen

Spatiebalk

Een optie selecteren; een selectievakje in- of uitschakelen

Alt+de onderstreepte letter in een optie

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen

Alt+Pijl-omlaag

Een optie selecteren in een vervolgkeuzelijst.

De eerste letter van een optie in een vervolgkeuzelijst

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten; een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten

Esc

De geselecteerde opdracht uitvoeren

Enter

Een invoervak is een leeg vak waarin u een gegeven typt of plakt, zoals een gebruikersnaam of het pad naar een map.

Dit wilt u doen

Druk op

Naar het begin van de invoer gaan

Home

Naar het einde van de invoer gaan

End

Eén teken naar links of rechts gaan

Pijl-links of pijl-rechts

Eén woord naar links gaan

Ctrl+pijl-links

Eén woord naar rechts verplaatsen.

Ctrl+pijl-rechts

Een teken naar links selecteren of deze selectie opheffen

Shift+Pijl-links

Een teken naar rechts selecteren of deze selectie opheffen

Shift+Pijl-rechts

Een woord naar links selecteren of deze selectie opheffen

Ctrl+Shift+pijl-links

Een woord naar rechts selecteren of deze selectie opheffen

Ctrl+Shift+pijl-rechts

Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het begin van de invoer

Shift+Home

Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het einde van de invoer

Shift+End

Als u dit wilt doen

Toetsen

Het dialoogvenster Openen weergeven

Ctrl+F12 of Ctrl+O

Het dialoogvenster Opslaan als weergeven

F12

De geselecteerde map of het geselecteerde bestand openen

Enter

De map één niveau boven de geselecteerde map openen

Backspace

De geselecteerde map of het geselecteerde bestand verwijderen

Del

Een snelmenu weergeven voor een geselecteerd item, zoals een map of een bestand

Shift+F10

Naar de volgende optie gaan.

Tab

Naar de vorige optie gaan

Shift+Tab

De lijst Zoeken in openen

F4 of Alt+I

Actie

Toetsen

Een bewerking annuleren

Esc

Een bewerking ongedaan maken

Ctrl+Z

Een bewerking opnieuw uitvoeren of herhalen

Ctrl+Y

Actie

Druk op:

Naar een taakvenster gaan vanuit een ander deelvenster in het programmavenster (mogelijk moet u meerdere malen op F6 drukken)

F6

Naar een taakvenster gaan wanneer een menu actief is (mogelijk moet u meerdere malen op Ctrl+Tab drukken)

Ctrl+Tab

De volgende of vorige optie in het taakvenster selecteren wanneer een taakvenster actief is

Tab of Shift+Tab

Alle beschikbare opdrachten in het menu van het taakvenster weergeven.

Ctrl+spatiebalk

De actie uitvoeren die aan de geselecteerde knop is toegewezen

Spatiebalk of Enter

Een vervolgkeuzelijst voor het geselecteerde galerie-item openen

Shift+F10

Het eerste of laatste item in een galerie selecteren

Home of End

Omhoog of omlaag schuiven in de geselecteerde galerielijst

Page Up of Page Down

Een taakvenster sluiten

  1. Druk zo nodig op F6 om naar het taakvenster te gaan.

  2. Druk op Ctrl+spatiebalk.

  3. Selecteer Sluiten met behulp van de pijltoetsen en druk op Enter.

Een taakvenster verplaatsen

  1. Druk zo nodig op F6 om naar het taakvenster te gaan.

  2. Druk op Ctrl+spatiebalk.

  3. Gebruik de pijltoetsen om Verplaatsen te selecteren en druk op Enter.

  4. Gebruik de pijltoetsen om het taakvenster te verplaatsen en druk op Enter.

Het formaat van een taakvenster wijzigen

  1. Druk zo nodig op F6 om naar het taakvenster te gaan.

  2. Druk op Ctrl+spatiebalk.

  3. Gebruik de pijltoetsen om de opdracht Formaat te selecteren en druk op Enter.

  4. Gebruik de pijltoetsen om het formaat van het taakvenster te wijzigen en druk op Enter.

Actie

Toetsen

Het snelmenu voor het geselecteerde item weergeven

Shift+F10

Het menu of bericht weergeven voor een beschikbare actie, voor de knop AutoCorrectie-opties knopafbeelding of voor de knop Plakopties Knopafbeelding . Als er meer dan één actie is, wordt het menu of bericht van de volgende actie weergegeven.

Alt+Shift+F10

Schakelen tussen opties in een menu met beschikbare acties

Pijltoetsen

De actie voor het geselecteerde item in het menu met beschikbare acties uitvoeren

Enter

Het menu met beschikbare acties of het bericht sluiten

Esc

Tips

  • U kunt instellen dat er een geluid wordt weergegeven wanneer een actie beschikbaar is (niet in Word Starter). U moet dan wel over een geluidskaart beschikken en Microsoft Office Sounds op de computer hebben geïnstalleerd.

  • Als u toegang hebt tot internet, kunt u Microsoft Office Sounds downloaden vanaf Office.com. Ga als volgt te werk nadat u de geluidsbestanden hebt geïnstalleerd:

    1. Druk op Alt+F, T om Opties voor Word te openen.

    2. Druk op A om Geavanceerd te selecteren en druk op Tab om naar Geavanceerde opties voor het werken met Word te gaan.

    3. Druk tweemaal op Alt+S om naar het selectievakje Feedback met geluid onder Algemeen te gaan en druk op de spatiebalk.

    4. Druk meerdere malen op Tab om OK te selecteren en druk op Enter.

      Opmerking : Wanneer u dit selectievakje in- of uitschakelt, is de instelling van toepassing op alle Office-programma's waarin geluid wordt ondersteund.

Navigeren op het lint

Met toegangstoetsen kunt u snel een opdracht gebruiken door slechts op enkele toetsen te drukken, waar u zich ook in het programma bevindt. Elke opdracht in Word 2010 kan worden uitgevoerd via een toegangstoets. U kunt de meeste opdrachten activeren met twee tot vijf toetsaanslagen. U gebruikt een toegangstoets als volgt:

  1. Druk op Alt.

    De toetstips worden weergegeven bij elke functie die beschikbaar is in de huidige weergave.

  2. Druk op de letter die wordt weergegeven in de toetstip bij de gewenste functie.

  3. Afhankelijk van de letter waarop u drukt, kan het zijn dat er extra toetstips verschijnen. Als bijvoorbeeld het tabblad Start actief is en u drukt op I, wordt het tabblad Invoegen weergegeven, samen met de toetstips voor de groepen op dit tabblad.

  4. Blijf op letters drukken totdat u drukt op de letter van de opdracht of het besturingselement waarvan u gebruik wilt maken. Soms moet u eerst drukken op de letter van de groep die de opdracht bevat.

    Opmerking : Druk op Alt als u de gewenste bewerking wilt annuleren en de toetstips wilt verbergen.

U kunt het toetsenbord ook gebruiken in programma's met het Office-lint om de focus te verplaatsen tussen de tabbladen en opdrachten totdat u de gewenste functie hebt gevonden. In de volgende tabel wordt beschreven hoe u op verschillende manieren de toetsenbordfocus kunt wijzigen zonder de muis te gebruiken.

Dit wilt u doen

Druk op

Het actieve tabblad van het lint selecteren en de toegangstoetsen activeren.

Alt of F10. Druk nogmaals op een van deze toetsen om terug te gaan naar het document en de toegangstoetsen te annuleren.

Naar een ander tabblad op het lint gaan.

F10 om het actieve tabblad te selecteren en vervolgens pijl-links of pijl-rechts

Het lint uit- of samenvouwen.

Ctrl+F1

Het snelmenu voor het geselecteerde item weergeven

Shift+F10

De focus verplaatsen om elk van de volgende gebieden van het venster te selecteren:

  • Het actieve tabblad van het lint

  • Een geopend taakvenster

  • Statusbalk onder in het venster

  • Uw document

F6

De focus verplaatsen naar elke opdracht op het lint, respectievelijk vooruit en achteruit.

Tab of Shift+Tab

De focus omhoog, omlaag, naar links of naar rechts verplaatsen tussen de items op het lint.

Pijl-omhoog, pijl-omlaag, pijl-links of pijl-rechts

De geselecteerde opdracht of het geselecteerde besturingselement op het lint activeren.

Spatiebalk of Enter

Het geselecteerde menu of de geselecteerde galerie op het lint openen.

Spatiebalk of Enter

Een opdracht of besturingselement op het lint activeren zodat u een waarde kunt wijzigen.

Enter

Het wijzigen van de waarde in een besturingselement op het lint voltooien en de focus weer naar het document verplaatsen.

Enter

Help opvragen over de geselecteerde opdracht of het geselecteerde besturingselement op het lint. (Als er geen Help-onderwerp is gekoppeld aan de geselecteerde opdracht, wordt een algemeen Help-onderwerp over het programma weergegeven.)

F1

Snelzoeklijst voor Microsoft Word

Werken met documenten en webpagina's

Dit wilt u doen

Toetsen

Een vaste spatie invoeren

Ctrl+Shift+spatiebalk

Een vast afbreekstreepje invoeren

Ctrl+Shift+afbreekstreepje

Vet maken.

Ctrl+B

Cursief maken.

Ctrl+I

Tekst onderstrepen

Ctrl+U

De tekengrootte met één stap verlagen

Ctrl+Shift+<

De tekengrootte met één stap verhogen

Ctrl+Shift+>

De tekengrootte met één punt verkleinen

Ctrl+[

De tekengrootte met één punt vergroten

Ctrl+]

De opmaak van een alinea of teken verwijderen

Ctrl+spatiebalk

De geselecteerde tekst of het geselecteerde object kopiëren

Ctrl+C

De geselecteerde tekst of het geselecteerde object knippen

Ctrl+X

De geselecteerde tekst of het geselecteerde object plakken

Ctrl+V

Plakken speciaal

Ctrl+Alt+V

Alleen opmaak plakken

Ctrl+Shift+V

De laatste bewerking ongedaan maken

Ctrl+Z

De laatste actie opnieuw uitvoeren.

Ctrl+Y

Het dialoogvenster Woorden tellen openen

Ctrl+Shift+G

Actie

Drukt u op

Een nieuw document maken

Ctrl+N

Een document openen

Ctrl+O

Het document sluiten

Ctrl+W

Het documentvenster splitsen

Alt+Ctrl+S

De splitsing van het documentvenster verwijderen

Alt+Shift+C of Alt+Ctrl+S

Het document opslaan.

Ctrl+S

Actie

Toetsen

Het taakvenster Navigatie openen (om in het document te zoeken).

Ctrl+F

Opnieuw zoeken (nadat u het venster Zoeken en vervangen hebt gesloten)

Alt+Ctrl+Y

Tekst, opmaak en specifieke elementen vervangen

Ctrl+H

Naar een pagina, bladwijzer, voetnoot, tabel, commentaar, afbeelding of andere locatie gaan

Ctrl+G

Schakelen tussen de laatste vier plaatsen die u hebt bewerkt

Alt+Ctrl+Z

Een lijst met bladeropties openen. Druk op de pijltoetsen om een optie te selecteren en druk vervolgens op Enter om met de geselecteerde optie door een document te bladeren.

Alt+Ctrl+Home

Naar het vorige bladerobject gaan (ingesteld in bladeropties)

Ctrl+Page Up

Naar het volgende bladerobject gaan (ingesteld in bladeropties)

Ctrl+Page Down

Actie

Toetsen

Naar de afdrukweergave gaan

Alt+Ctrl+P

Naar de overzichtsweergave gaan

Alt+Ctrl+O

Naar de conceptweergave gaan

Alt+Ctrl+N

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het alineaniveau verhogen.

Alt+Shift+pijl-links

Het alineaniveau verlagen.

Alt+Shift+pijl-rechts

Het niveau van een alinea verlagen naar platte tekst

Ctrl+Shift+N

Geselecteerde alinea's omhoog verplaatsen

Alt+Shift+pijl-omhoog

Geselecteerde alinea's omlaag verplaatsen.

Alt+Shift+pijl-omhoog

Tekst onder een kop uitvouwen

Alt+Shift+plusteken

Tekst onder een kop samenvouwen

Alt+Shift+minteken

Alle tekst of koppen weergeven

Alt+Shift+A

Tekenopmaak weergeven of verbergen

Slash (/) op het numerieke toetsenblok

De eerste regels platte tekst of alle platte tekst weergeven

Alt+Shift+L

Alle koppen met de stijl Kop 1 weergeven

Alt+Shift+1

Alle koppen tot het niveau n weergeven.

Alt+Shift+n

Een tab invoegen

Ctrl+Tab

Actie

Drukt u op

Een document afdrukken

Ctrl+P

Het afdrukvoorbeeld weergeven

Alt+Ctrl+I

Navigeren op de weergegeven pagina wanneer u hierop hebt ingezoomd

Pijltoetsen

Navigeren op de weergegeven pagina wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Page Up of Page Down

Naar de eerste pagina van het afdrukvoorbeeld gaan wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Ctrl+Home

Naar de laatste pagina van het afdrukvoorbeeld gaan wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Ctrl+End

Actie

Toetsen

Een opmerking invoegen

Alt+Ctrl+M

Het bijhouden van wijzigingen in- of uitschakelen

Ctrl+Shift+E

Het revisievenster sluiten wanneer dit is geopend

Alt+Shift+C

Opmerking : Sommige schermlezers zijn mogelijk niet compatibel met de weergave Lezen in volledig scherm.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het begin van het document gaan

Home

Naar het einde van het document gaan

End

Naar pagina n gaan.

n, Enter

Leesindelingsweergave afsluiten.

Esc

Dit wilt u doen

Drukt u op

Tekst markeren voor de inhoudsopgave

Alt+Shift+O

Tekst markeren voor de lijst met bronvermeldingen

Alt+Shift+I

Tekst markeren voor een indexvermelding

Alt+Shift+X

Een voetnoot invoegen

Alt+Ctrl+F

Een eindnoot invoegen

Alt+Ctrl+D

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een hyperlink invoegen

Ctrl+K

Naar de vorige pagina gaan

Alt+pijl-links

Naar de volgende pagina gaan

Alt+pijl-rechts

Vernieuwen

F9

Tekst en afbeeldingen bewerken en verplaatsen

Actie

Drukt u op

Het teken links verwijderen.

Backspace

Het woord links verwijderen.

Ctrl+Backspace

Het teken rechts verwijderen.

Del

Eén woord rechts van de invoegpositie verwijderen

Ctrl+Delete

Geselecteerde tekst knippen en naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+X

De laatste bewerking ongedaan maken

Ctrl+Z

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren

Ctrl+F3

Actie

Drukt u op

Het Klembord van Office openen

Druk op Alt+H om naar het tabblad Start te gaan en druk vervolgens op F,O

Geselecteerde tekst of afbeeldingen naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+C

Geselecteerde tekst of afbeeldingen knippen en naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+X

Het item plakken dat het laatst aan het Office Klembord is toegevoegd of is geplakt

Ctrl+V

Tekst of afbeeldingen eenmaal verplaatsen

F2 (vervolgens verplaatst u de cursor en drukt u op Enter)

Tekst of afbeeldingen eenmaal kopiëren

Shift+F2 (vervolgens verplaatst u de cursor en drukt u op Enter)

Het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken openen wanneer tekst of een object is geselecteerd

Alt+F3

Het snelmenu van een geselecteerde bouwsteen, bijvoorbeeld een SmartArt-afbeelding, weergeven

Shift+F10

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren

Ctrl+F3

De inhoud van de Prikker plakken

Ctrl+Shift+F3

De kop- of voettekst vanuit de vorige sectie van het document kopiëren

Alt+Shift+R

Invoeging

Drukt u op

Veld

Ctrl+F9

Regeleinde

Shift+Enter

Pagina-einde

Ctrl+Enter

Kolomeinde

Ctrl+Shift+Enter

Em-streepje

Alt+Ctrl+minteken

En-streepje

Ctrl+minteken

Tijdelijk afbreekstreepje

Ctrl+afbreekstreepje

Vast afbreekstreepje

Ctrl+Shift+afbreekstreepje

Vaste spatie

Ctrl+Shift+spatiebalk

Copyrightsymbool

Alt+Ctrl+C

Registratieteken

Alt+Ctrl+R

Handelsmerkteken

Alt+Ctrl+T

Beletselteken

Alt+Ctrl+punt

Enkel aanhalingsteken openen

Ctrl+` (accent grave), ` (accent grave)

Enkel aanhalingsteken sluiten

Ctrl+' (enkel aanhalingsteken), ' (enkel aanhalingsteken)

Dubbel aanhalingsteken openen

Ctrl+` (accent grave), Shift+' (enkel aanhalingsteken)

Dubbel aanhalingsteken sluiten

Ctrl+' (enkel aanhalingsteken), Shift+' (enkel aanhalingsteken)

AutoTekst-fragment

Enter (nadat u de eerste letters van het AutoTekst-fragment hebt getypt en de scherminfo wordt weergegeven)

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het Unicode-teken voor de opgegeven Unicode-tekencode (hexadecimaal) invoegen. Als u bijvoorbeeld het valutasymbool voor de euro wilt invoeren ( Euroteken ), typt u 20AC en drukt u op X terwijl u Alt ingedrukt houdt.

De tekencode, Alt+X

De Unicode-tekencode voor het geselecteerde teken opvragen

Alt+X

Het ANSI-teken voor de ANSI-tekencode (decimaal) invoegen. Als u bijvoorbeeld het valutasymbool voor de euro wilt invoeren, typt u 0128 op het numerieke toetsenblok terwijl u Alt ingedrukt houdt.

Alt+de tekencode (op het numerieke toetsenblok)

Tekst selecteren door Shift ingedrukt te houden terwijl u de cursor verplaatst met de pijltoetsen.

Actie

Drukt u op

De uitbreidingsmodus inschakelen

F8

Het dichtstbijzijnde teken selecteren

F8 en druk vervolgens op pijl-links of pijl-rechts

De selectie uitbreiden

F8 (druk eenmaal om een woord te selecteren, tweemaal om een regel te selecteren, enzovoort)

De selectie verkleinen

Shift+F8

De uitbreidingsmodus uitschakelen

Esc

De selectie één teken naar rechts uitbreiden

Shift+Pijl-rechts

De selectie één teken naar links uitbreiden

Shift+Pijl-links

De selectie uitbreiden naar het einde van het woord

Ctrl+Shift+pijl-rechts

De selectie uitbreiden naar het begin van het woord

Ctrl+Shift+pijl-links

De selectie uitbreiden naar het einde van de regel

Shift+End

De selectie uitbreiden naar het begin van de regel

Shift+Home

De selectie één regel omlaag uitbreiden

Shift+pijl-omlaag

De selectie één regel omhoog uitbreiden.

Shift+pijl-omhoog

De selectie uitbreiden naar het einde van de alinea

Ctrl+Shift+pijl-omlaag

De selectie uitbreiden naar het begin van de alinea

Ctrl+Shift+pijl-omhoog

De selectie één scherm omlaag uitbreiden.

Shift+Page Down

De selectie één scherm omhoog uitbreiden.

Shift+Page Up

De selectie uitbreiden naar het begin van het document.

Ctrl+Shift+Home

De selectie uitbreiden naar het einde van het document

Ctrl+Shift+End

De selectie uitbreiden naar het einde van het venster.

Alt+Ctrl+Shift+Page Down

De selectie uitbreiden tot het gehele document

Ctrl+A

Een verticaal tekstblok selecteren

Ctrl+Shift+F8 en gebruik de pijltoetsen; druk op Esc om de selectiemodus uit te schakelen

De selectie uitbreiden naar een bepaalde positie in het document

F8+pijltoetsen; druk op Esc om de selectiemodus uit te schakelen

Actie

Drukt u op

De inhoud van de volgende cel selecteren

Tab

De inhoud van de vorige cel selecteren

Shift+Tab

De selectie uitbreiden naar aangrenzende cellen

Houd Shift ingedrukt en druk herhaaldelijk op een pijltoets

Een kolom selecteren

Ga met de pijltoetsen naar de bovenste of onderste cel in de kolom en voer daarna een van de volgende handelingen uit:

  • Druk op Shift+Alt+Page Down om de kolom van boven naar beneden te selecteren.

  • Druk op Shift+Alt+Page Up om de kolom van beneden naar boven te selecteren.

De selectie (of een blok) uitbreiden

Ctrl+Shift+F8 en gebruik de pijltoetsen; druk op Esc om de selectiemodus uit te schakelen

Een volledige tabel selecteren

Alt+5 op het numerieke toetsenblok (met Num Lock uitgeschakeld)

Verplaatsing

Drukt u op

Eén teken naar links

Pijl-links

Eén teken naar rechts

Pijl-rechts

Eén woord naar links

Ctrl+pijl-links

Eén woord naar rechts

Ctrl+pijl-rechts

Eén alinea omhoog

Ctrl+pijl-omhoog

Eén alinea omlaag

Ctrl+pijl-omlaag

Eén cel naar links (in een tabel)

Shift+Tab

Eén cel naar rechts (in een tabel)

Tab

Eén regel omhoog

Pijl-omhoog

Eén regel omlaag

Pijl-omlaag

Naar het einde van de regel

End

Naar het begin van de regel

Home

Naar het begin van het scherm

Alt+Ctrl+Page Up

Naar het einde van het scherm

Alt+Ctrl+Page Down

Eén scherm omhoog (schuiven)

Pagina-omhoog

Eén scherm omlaag (schuiven)

Pagina-omlaag

Naar het begin van de volgende pagina

Ctrl+Page Down

Naar het begin van de vorige pagina

Ctrl+Page Up

Naar het einde van het document

Ctrl+End

Naar het begin van het document

Ctrl+Home

Naar een vorige revisie

Shift+F5

Na het openen van een document naar de positie gaan waar u was toen het document de laatste keer is gesloten

Shift+F5

Verplaatsing

Drukt u op

Naar de volgende cel in een rij

Tab

Naar de vorige cel in een rij

Shift+Tab

Naar de eerste cel in een rij

Alt+Home

Naar de laatste cel in een rij

Alt+End

Naar de eerste cel in een kolom

Alt+Page Up

Naar de laatste cel in een kolom

Alt+Page Down

Naar de vorige rij

Pijl-omhoog

Naar de volgende rij

Pijl-omlaag

Rij omhoog

Alt+Shift+pijl-omhoog

Rij omlaag

Alt+Shift+pijl-omhoog

Invoeging

Drukt u op

Nieuwe alinea in een cel

Enter

Tabteken in een cel

Ctrl+Tab

Ga als volgt te werk als u de instellingen voor overschrijven wilt wijzigen zodat u de overschrijfmodus kunt inschakelen door op Ins te drukken:

  1. Druk op Alt+F, T om Opties voor Word te openen.

  2. Druk op A om Geavanceerd te selecteren en druk op Tab.

  3. Druk op Alt+O om naar het selectievakje INS-toets gebruiken om de overschrijfmodus in of uit te schakelen te gaan.

  4. Druk op de spatiebalk om het selectievakje in te schakelen en druk op Enter.

Druk op Ins om de overschrijfmodus in of uit te schakelen.

Tekens en alinea's opmaken

Actie

Drukt u op

Opmaak van tekst kopiëren.

Ctrl+Shift+C

Gekopieerde opmaak toepassen op tekst

Ctrl+Shift+V

Opmerking : De volgende sneltoetsen werken niet in de modus Lezen in volledig scherm.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om het lettertype te wijzigen.

Ctrl+Shift+F

De tekengrootte vergroten.

Ctrl+Shift+>

De tekengrootte verkleinen.

Ctrl+Shift+<

De tekengrootte met één punt vergroten

Ctrl+]

De tekengrootte met één punt verkleinen

Ctrl+[

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om de tekenopmaak te wijzigen

Ctrl+D

Gebruik van hoofdletters/kleine letters wijzigen

Shift+F3

Alle letters opmaken als hoofdletters

Ctrl+Shift+A

De opmaak Vet toepassen

Ctrl+B

Tekst onderstrepen.

Ctrl+U

Woorden onderstrepen, maar spaties niet onderstrepen

Ctrl+Shift+W

Tekst dubbel onderstrepen

Ctrl+Shift+D

De opmaak Verborgen tekst toepassen

Ctrl+Shift+H

De opmaak Cursief toepassen

Ctrl+I

Letters opmaken als klein kapitaal

Ctrl+Shift+K

Teken in subscript zetten (afstand automatisch bepaald)

Ctrl+gelijkteken

Superscript toepassen (automatische spatiëring).

Ctrl+Shift+plusteken

Handmatig toegepaste tekenopmaak verwijderen

Ctrl+spatiebalk

De selectie wijzigen in het lettertype Symbol

Ctrl+Shift+Q

Actie

Drukt u op

Niet-afdrukbare tekens weergeven

Ctrl+Shift+* (het sterretje op het numerieke toetsenblok werkt niet)

De tekstopmaak herzien

Shift+F1 (klik vervolgens op de tekst met de opmaak die u wilt herzien)

Opmaak kopiëren

Ctrl+Shift+C

Opmaak plakken.

Ctrl+Shift+V

Actie

Drukt u op

Regelafstand 1

Ctrl+1

Regelafstand 2

Ctrl+2

Regelafstand 1,5

Ctrl+5

Eén witregel voorafgaand aan de tekst toevoegen of verwijderen

Ctrl+0 (nul)

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een alinea schakelen tussen gecentreerd en links uitgelijnd

Ctrl+E

Een alinea schakelen tussen uitgevuld en links uitgelijnd

Ctrl+J

Een alinea schakelen tussen rechts uitgelijnd en links uitgelijnd

Ctrl+R

Een alinea links uitlijnen

Ctrl+L

Een alinea links laten inspringen

Ctrl+M

Een alinea-inspringing aan de linkerkant verwijderen

Ctrl+Shift+M

Verkeerd-om inspringen

Ctrl+T

Een verkeerd-om inspringing verkleinen

Ctrl+Shift+T

De alineaopmaak verwijderen.

Ctrl+Q

Actie

Drukt u op

Het taakvenster Stijl toepassen openen

Ctrl+Shift+S

Het taakvenster Stijlen openen

Alt+Ctrl+Shift+S

AutoOpmaak starten

Alt+Ctrl+K

De stijl Standaard toepassen

Ctrl+Shift+N

De stijl Kop 1 toepassen

Alt+Ctrl+1

De stijl Kop 2 toepassen

Alt+Ctrl+2

De stijl Kop 3 toepassen

Alt+Ctrl+3

Het taakvenster Stijlen sluiten

  1. Als het taakvenster Stijlen niet is geselecteerd, drukt u op F6 om dit alsnog te selecteren.

  2. Druk op Ctrl+spatiebalk.

  3. Selecteer Sluiten met behulp van de pijltoetsen en druk op Enter.

Objecten invoegen en bewerken

  1. Druk op Alt, N, J en vervolgens op J om het dialoogvenster Object te openen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Druk op pijl-omlaag om een objecttype te selecteren en druk vervolgens op Enter om een object te maken.

    • Druk op Ctrl+Tab om naar het tabblad Bestand gebruiken te gaan, druk op Tab en typ de bestandsnaam van het object dat u wilt invoegen of blader naar het bestand.

  1. Zorg ervoor dat de cursor zich links van het object in het document bevindt en selecteer het object door op Shift+pijl-rechts te drukken.

  2. Druk op Shift+F10.

  3. Druk op Tab om naar Objectnaam te gaan, druk op Enter en druk nogmaals op Enter.

  1. Druk op Alt, druk op N en druk vervolgens op M om SmartArt te selecteren.

  2. Druk op de pijltoetsen om het gewenste type afbeelding te selecteren.

  3. Druk op Tab en druk vervolgens op de pijltoetsen om de afbeelding te selecteren die u wilt invoegen.

  4. Druk op Enter.

  1. Druk op Alt, druk op N en druk vervolgens op W om WordArt te selecteren.

  2. Gebruik de pijltoetsen om de gewenste WordArt-stijl te selecteren en druk op Enter.

  3. Typ de gewenste tekst.

  4. Druk op Esc om het WordArt-object te selecteren en gebruik de pijltoetsen om het object te verplaatsen.

  5. Druk nogmaals op Esc om terug te keren naar het document.

Afdruk samenvoegen en velden

Opmerking : U moet zich op het tabblad Verzendlijsten bevinden om deze sneltoetsen te gebruiken.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een samenvoegresultaat vooraf bekijken

Alt+Shift+K

Een document samenvoegen

Alt+Shift+N

Het samengevoegde document afdrukken

Alt+Shift+M

Een gegevensdocument voor Afdruk samenvoegen bewerken

Alt+Shift+E

Een samenvoegveld invoegen

Alt+Shift+F

Actie

Drukt u op

Een DATE-veld invoegen

Alt+Shift+D

Een LISTNUM-veld invoegen

Alt+Ctrl+L

Een PAGE-veld invoegen

Alt+Shift+P

Een TIME-veld invoegen

Alt+Shift+T

Een leeg veld invoegen

Ctrl+F9

Gekoppelde gegevens in een Microsoft Word-brondocument bijwerken

Ctrl+Shift+F7

Geselecteerde velden bijwerken

F9

Een veld ontkoppelen

Ctrl+Shift+F9

Schakelen tussen een geselecteerde veldcode en het veldresultaat

Shift+F9

Schakelen tussen alle veldcodes en alle veldresultaten

Alt+F9

Een GOTOBUTTON- of MACROBUTTON-bewerking uitvoeren vanuit het veld met de veldresultaten

Alt+Shift+F9

Naar het volgende veld gaan

F11

Naar het vorige veld gaan

Shift+F11

Een veld vergrendelen

Ctrl+F11

Een veld ontgrendelen

Ctrl+Shift+F11

De taalbalk

Actie

Toetsen

Schakelen tussen talen of toetsenbordindelingen

Alt-links+Shift

Een lijst met correctiesuggesties weergeven

knopafbeelding +C

Handschrift in- of uitschakelen

knopafbeelding +H

Japanse IME (Input Method Editor) op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Alt+~

Koreaanse IME op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Alt-rechts

Chinese IME op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Ctrl+spatiebalk

Tips

  • U kunt de toetsencombinatie voor het schakelen tussen talen of toetsenbordindelingen kiezen in het dialoogvenster Geavanceerde toetsinstelling. U opent het dialoogvenster Geavanceerde toetsinstelling door met de rechtermuisknop op de werkbalk Taal te klikken en vervolgens Instellingen te selecteren. Klik onder Voorkeuren op Toetsinstellingen.

  • De toets met het Windows-logo ( knopafbeelding ) bevindt zich op de onderste rij van de meeste toetsenborden.

Overzicht van functietoetsen

Actie

Druk op

Help-informatie weergeven of naar Microsoft Office.com gaan

F1

Tekst of afbeeldingen verplaatsen

F2

De laatste bewerking herhalen

F4

De opdracht Ga naar kiezen (tabblad Start)

F5

Naar het volgende deelvenster of frame gaan

F6

De opdracht Spelling kiezen (tabblad Controleren)

F7

De selectie uitbreiden

F8

De geselecteerde velden bijwerken

F9

Toetstips weergeven

F10

Naar het volgende veld gaan

F11

De opdracht Opslaan als selecteren

F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

De contextgevoelige Help-functie starten of opmaak weergeven

Shift+F1

Tekst kopiëren

Shift+F2

Gebruik van hoofdletters/kleine letters wijzigen

Shift+F3

Zoeken of Ga naar herhalen

Shift+F4

Naar de laatste wijziging gaan

Shift+F5

Naar het vorige deelvenster of frame gaan (nadat u op F6 hebt gedrukt)

Shift+F6

De opdracht Synoniemlijst kiezen (tabblad Controleren, groep Controle)

Shift+F7

De selectie verkleinen

Shift+F8

Schakelen tussen veldcode en veldresultaat

Shift+F9

Een snelmenu weergeven

Shift+F10

Naar het vorige veld gaan

Shift+F11

De opdracht Opslaan selecteren

Shift+F12

Dit wilt u doen

Druk op

Het lint uit- of samenvouwen.

Ctrl+F1

De opdracht Afdrukvoorbeeld selecteren

Ctrl+F2

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren

Ctrl+F3

Het venster sluiten

Ctrl+F4

Naar volgend venster gaan

Ctrl+F6

Een leeg veld invoegen

Ctrl+F9

Het documentvenster maximaliseren

Ctrl+F10

Een veld vergrendelen

Ctrl+F11

De opdracht Openen selecteren

Ctrl+F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

De inhoud van de Prikker invoegen

Ctrl+Shift+F3

Een bladwijzer bewerken

Ctrl+Shift+F5

Naar het vorige venster gaan

Ctrl+Shift+F6

Gekoppelde gegevens in een Word 2010-brondocument bijwerken

Ctrl+Shift+F7

Een selectie of blok uitbreiden

Ctrl+Shift+F8 en druk vervolgens op een pijltoets

Een veld ontkoppelen

Ctrl+Shift+F9

Een veld ontgrendelen

Ctrl+Shift+F11

De opdracht Afdrukken selecteren

Ctrl+Shift+F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het volgende veld gaan

Alt+F1

Een nieuwe bouwsteen maken

Alt+F3

Word 2010 afsluiten.

Alt+F4

Het vorige formaat van het toepassingsvenster herstellen

Alt+F5

Vanuit een geopend dialoogvenster terugkeren naar het document voor dialoogvensters die dit ondersteunen.

Alt+F6

Het volgende foutief gespelde woord of de volgende grammaticale fout zoeken

Alt+F7

Een macro uitvoeren

Alt+F8

Schakelen tussen alle veldcodes en alle veldresultaten

Alt+F9

Het taakvenster Selectie en zichtbaarheid weergeven

Alt+F10

Microsoft Visual Basic-code weergeven

Alt+F11

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het vorige veld gaan

Alt+Shift+F1

De opdracht Opslaan selecteren

Alt+Shift+F2

Het taakvenster Onderzoek weergeven

Alt+Shift+F7

Een GOTOBUTTON- of MACROBUTTON-bewerking uitvoeren vanuit het veld met de veldresultaten

Alt+Shift+F9

Het menu of het bericht van een infolabel weergeven

Alt+Shift+F10

De knop Inhoudsopgave kiezen in de container Inhoudsopgave als de container actief is

Alt+Shift+F12

Dit wilt u doen

Drukt u op

Microsoft-systeeminformatie weergeven

Ctrl+Alt+F1

De opdracht Openen selecteren

Ctrl+Alt+F2

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×