Sneltoetsen voor Microsoft Word 2016 voor Windows

In dit artikel vindt u alle sneltoetsen voor Microsoft Word 2016. De sneltoetsen in dit artikel zijn gebaseerd op de Amerikaanse toetsenbordindeling. Toetsen voor andere indelingen komen mogelijk niet precies overeen met de toetsen op een Amerikaans toetsenbord.

Opmerking : Als voor een sneltoets twee of meer toetsen tegelijk moeten worden ingedrukt, staat er een plusteken (+) tussen de toetsen. Als toetsen direct na elkaar moeten worden ingedrukt, staat er een komma (,) tussen de toetsen.

In dit artikel

Veelgebruikte sneltoetsen

Navigeren op het lint met alleen het toetsenbord

De focus van het toetsenbord wijzigen zonder de muis te gebruiken

Overzicht van sneltoetsen voor Microsoft Word

Overzicht van functietoetsen

Veelgebruikte sneltoetsen

In deze tabel ziet u de meestgebruikte sneltoetsen in Microsoft Word.

Gewenste actie

Druk op

Naar 'Laat me weten wat u wilt doen' gaan

Alt+Q

Openen

Ctrl+O

Opslaan

CTRL+S

Sluiten

Ctrl+W

Knippen

Ctrl+X

Kopiëren

Ctrl+C

Plakken

Ctrl+V

Alles selecteren

CTRL+A

Vet

Ctrl+B

Cursief

Ctrl+I

Onderstrepen

Ctrl+U

De tekengrootte met één punt verkleinen

Ctrl+[

De tekengrootte met één punt vergroten

Ctrl+]

Tekst centreren

Ctrl+E

Tekst links uitlijnen

Ctrl+L

Tekst rechts uitlijnen

Ctrl+R

Annuleren

Esc

Ongedaan maken

Ctrl+Z

Opnieuw

Ctrl+Y

In-/uitzoomen

Alt+W, Q en vervolgens met Tab naar de gewenste waarde in het dialoogvenster In- en uitzoomen.

Navigeren op het lint met alleen het toetsenbord

Het lint is de strook bovenaan in Word, ingedeeld in tabs. Op elk tabblad wordt een ander lint weergegeven. Linten bestaan uit groepen en elke groep bevat een of meer opdrachten. Elke opdracht in Word kan worden geactiveerd met een sneltoets.

Opmerking : Invoegtoepassingen en andere programma's voegen mogelijk nieuwe tabbladen toe aan het lint, eventueel met toegangstoetsen voor deze tabbladen.

Er zijn twee manieren om door de tabbladen op het lint te navigeren:

  • Druk op Alt om naar het lint te gaan en gebruik de toetsen pijl-rechts en pijl-links om tussen de tabbladen te navigeren.

  • Gebruik een van de toegangstoetsen als u direct naar een bepaald tabblad wilt gaan

Gewenste actie

Druk op

Open de pagina Bestand als u de Backstage-weergave wilt gebruiken.

Alt+F

Open het tabblad Ontwerpen als u thema's, kleuren en effecten, bijvoorbeeld paginaranden, wilt gebruiken.

Alt+G

Open het tabblad Start voor veelgebruikte opmaakopdrachten of alineastijlen of als u de zoekfunctie wilt gebruiken.

Alt+R

Open het tabblad Verzendlijsten als u taken voor afdrukken samenvoegen wilt beheren of met enveloppen en etiketten wilt werken.

Alt+M

Open het tabblad Invoegen als u tabellen, afbeeldingen en vormen, kopteksten of tekstvakken wilt invoegen.

Alt+N

Open het tabblad Indeling als u met paginamarges, afdrukstand, inspringing en afstand wilt werken.

Alt+P

Open het vak Uitleg op het lint als u een zoekterm wilt typen waarnaar u wilt zoeken in de Help-inhoud.

Alt+Q, gevolgd door de zoekterm

Open het tabblad Controleren als u de spellingcontrole wilt gebruiken, de controletaal wilt instellen of wijzigingen in een document wilt bijhouden en bekijken.

Alt+R

Open het tabblad Verwijzingen als u een inhoudsopgave, voetnoten of een lijst met bronvermeldingen wilt toevoegen.

Alt+S

Open het tabblad Beeld als u een documentweergave of -modus wilt kiezen, zoals de leesmodus of de overzichtsweergave. U kunt ook de zoomvergroting instellen en meerdere vensters met documenten beheren.

Alt+W

Opdrachten op een lint gebruiken met het toetsenbord

  • Druk op Alt om naar de lijst met tabbladen op het lint te gaan. Druk op een sneltoets om rechtstreeks naar een tabblad te gaan.

  • Druk op de toets pijl-omlaag om naar een lager niveau op het lint te gaan. (In JAWS wordt deze actie beschreven als het verplaatsen naar een lager lint).

  • Druk op Tab of Shift+Tab om tussen opdrachten te schakelen.

  • Druk op de toets pijl-omlaag om de focus te verplaatsen in de geselecteerde groep.

  • Druk op Ctrl+pijl-rechts en Ctrl+pijl-links om tussen groepen op het lint te navigeren.

  • De manier waarop besturingselementen op het lint worden geactiveerd, is afhankelijk van het type besturingselement:

    • Als de geselecteerde opdracht een knop is, drukt u op de spatiebalk of op Enter om deze te activeren.

    • Als de geselecteerde opdracht een splitsknop is (een knop waarmee een menu met aanvullende opties wordt geopend), drukt u op Alt+pijl-omlaag om deze te activeren. Druk op Tab om de opties te doorlopen. Druk op de spatiebalk of op Enter als u de huidige optie wilt selecteren.

    • Als de geselecteerde opdracht een lijst is (zoals de lijst met lettertypen), drukt u op de toets pijl-omlaag om de lijst te openen. Daarna gebruikt u de toets pijl-omhoog of pijl-omlaag om tussen de items te navigeren.

    • Als de geselecteerde opdracht een galerie is, drukt u op de spatiebalk of op Enter om de opdracht te selecteren. Daarna drukt u op Tab om door de items te navigeren.

Tip : In galerieën met meer dan één rij items gaat u met de Tab-toets van het begin naar het einde van de huidige rij, en van het einde van de rij naar het begin van de volgende rij. Wanneer u aan het einde van de huidige rij op de toets pijl-rechts drukt, gaat u terug naar het begin van de huidige rij.

Toegangstoetsen gebruiken wanneer KeyTips worden weergegeven

Toegangstoetsen gebruiken:

  1. Druk op ALT.

  2. Druk op de letter die wordt weergegeven in de KeyTip van de opdracht op het lint die u wilt gebruiken.

Afhankelijk van de letter waarop u drukt, worden er mogelijk extra KeyTips weergegeven. Als u bijvoorbeeld op Alt+B drukt, wordt de weergave Office Backstage geopend op de pagina Info, met weer andere KeyTips. Als u dan weer op Alt drukt, worden er KeyTips voor het navigeren op deze pagina weergegeven.

De focus van het toetsenbord wijzigen door het toetsenbord zonder de muis te gebruiken

In de volgende tabel ziet u enkele manieren om de focus van het toetsenbord alleen met het toetsenbord te verplaatsen.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het actieve tabblad van het lint selecteren en de toegangstoetsen activeren

Alt of F10 Gebruik toegangstoetsen of pijltoetsen om naar een ander tabblad te gaan.

De focus verplaatsen naar opdrachten op het lint.

Tab of Shift+Tab

De focus verplaatsen naar elke opdracht op het lint, respectievelijk vooruit en achteruit

Tab of Shift+Tab

De focus omhoog, omlaag, naar links of naar rechts verplaatsen tussen de items op het lint

Pijl-omhoog, pijl-omlaag, pijl-links of pijl-rechts

Het lint uit- of samenvouwen

Ctrl+F1

Het snelmenu voor het geselecteerde item weergeven.

Shift+F10

De focus verplaatsen naar een ander deelvenster van het venster, zoals het deelvenster Afbeelding opmaken, het deelvenster Grammatica of het selectiedeelvenster.

F6

Een geselecteerde opdracht of een geselecteerde besturingselement op het lint activeren.

SPATIEBALK of ENTER

Een geselecteerd menu of een geselecteerde galerie op het lint openen.

SPATIEBALK of ENTER

Het wijzigen van de waarde in een besturingselement op het lint voltooien en de focus weer naar het document verplaatsen

Enter

Overzicht van sneltoetsen voor Microsoft Word

Documenten maken en bewerken

Documenten maken, bekijken en opslaan

Actie

Drukt u op

Een nieuw document maken

Ctrl+N

Een document openen

Ctrl+O

Het document sluiten

Ctrl+W

Het documentvenster splitsen

Alt+Ctrl+S

De splitsing van het documentvenster verwijderen

Alt+Shift+C of Alt+Ctrl+S

Het document opslaan.

CTRL+S

Werken met webinhoud

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een hyperlink invoegen

Ctrl+K

Naar de vorige pagina gaan

Alt+pijl-links

Naar de volgende pagina gaan

Alt+pijl-rechts

Vernieuwen

F9

Een afdrukvoorbeeld weergeven en documenten afdrukken

Actie

Drukt u op

Een document afdrukken

Ctrl+P

Het afdrukvoorbeeld weergeven

Alt+Ctrl+I

Navigeren op de weergegeven pagina wanneer u hierop hebt ingezoomd

Pijltoetsen

Navigeren op de weergegeven pagina wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Page Up of Page Down

Naar de eerste pagina van het afdrukvoorbeeld gaan wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Ctrl+Home

Naar de laatste pagina van het afdrukvoorbeeld gaan wanneer u hierop hebt uitgezoomd

Ctrl+End

Spelling controleren en wijzigingen in een document bekijken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een opmerking invoegen (in het taakvenster Revisie).

Alt+R, C

Het bijhouden van wijzigingen in- of uitschakelen

Ctrl+Shift+E

Het revisievenster sluiten wanneer dit is geopend

Alt+Shift+C

Het tabblad Controle op het lint selecteren.

Alt+R en vervolgens pijl-omlaag om naar opdrachten op dit tabblad te gaan.

Spelling- en grammaticacontrole selecteren.

Alt+R, S

Zoeken, vervangen en naar specifieke items in het document gaan

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het zoekvak openen in het taakvenster Navigatie.

Ctrl+F

Tekst, opmaak en specifieke elementen vervangen

Ctrl+H

Naar een pagina, bladwijzer, voetnoot, tabel, commentaar, afbeelding of andere locatie gaan

Ctrl+G

Schakelen tussen de laatste vier plaatsen die u hebt bewerkt

Alt+Ctrl+Z

Navigeren in een document met het toetsenbord

Verplaatsing

Drukt u op

Eén teken naar links

Pijl-links

Eén teken naar rechts

Pijl-rechts

Eén woord naar links

Ctrl+PIJL-LINKS

Eén woord naar rechts

Ctrl+PIJL-RECHTS

Eén alinea omhoog

Ctrl+PIJL-OMHOOG

Eén alinea omlaag

Ctrl+PIJL-OMLAAG

Eén cel naar links (in een tabel)

Shift+Tab

Eén cel naar rechts (in een tabel)

Tab

Eén regel omhoog

Pijl-omhoog

Eén regel omlaag

Pijl-omlaag

Naar het einde van de regel

End

Naar het begin van de regel

Home

Naar het begin van het scherm

Alt+Ctrl+Page Up

Naar het einde van het scherm

Alt+Ctrl+Page Down

Eén scherm omhoog (schuiven)

Page Up

Eén scherm omlaag (schuiven)

Page Down

Naar het begin van de volgende pagina

Ctrl+Page Down

Naar het begin van de vorige pagina

Ctrl+Page Up

Naar het einde van het document

Ctrl+End

Naar het begin van het document

Ctrl+Home

Naar een vorige revisie

Shift+F5

Na het openen van een document naar de positie gaan waar u was toen het document de laatste keer is gesloten

Shift+F5

Een inhoudsopgave, voetnoten en bronvermeldingen invoegen of markeren

Dit wilt u doen

Drukt u op

Tekst markeren voor de inhoudsopgave

Alt+Shift+O

Tekst markeren voor de lijst met bronvermeldingen

Alt+Shift+I

Tekst markeren voor een indexvermelding

Alt+Shift+X

Een voetnoot invoegen

Alt+Ctrl+F

Een eindnoot invoegen

Alt+Ctrl+D

Naar de volgende voetnoot gaan (in Word 2016).

Alt+Shift+>

Naar de vorige voetnoot gaan (in Word 2016).

Alt-Shift+<

Naar 'Laat me weten wat u wilt doen' en Slim zoeken gaan (in Word 2016).

Alt+Q

In verschillende weergaven met documenten werken

U kunt documenten op verschillende manieren weergeven in Word. Elke weergave is bedoeld om bepaalde taken gemakkelijker uit te voeren. In de leesmodus kunt u bijvoorbeeld twee pagina's van het document naast elkaar weergeven en met pijlknoppen naar de volgende pagina gaan.

Overschakelen naar een andere weergave van het document

Dit wilt u doen

Drukt u op

Overschakelen naar de leesmodus

Alt+W, F

Naar de afdrukweergave gaan

Alt+Ctrl+P

Naar de overzichtsweergave gaan

Alt+Ctrl+B

Naar de conceptweergave gaan

Alt+Ctrl+N

Werken met koppen in de overzichtsweergave

Deze sneltoetsen zijn alleen van toepassing voor een document in de overzichtsweergave.

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het alineaniveau verhogen.

Alt+Shift+PIJL-LINKS

Het alineaniveau verlagen.

Alt+Shift+PIJL-RECHTS

Het niveau van een alinea verlagen naar platte tekst

Ctrl+Shift+N

Geselecteerde alinea's omhoog verplaatsen

Alt+Shift+PIJL-OMHOOG

Geselecteerde alinea's omlaag verplaatsen.

Alt+Shift+PIJL-OMLAAG

Tekst onder een kop uitvouwen

Alt+Shift+plusteken

Tekst onder een kop samenvouwen

Alt+Shift+minteken

Alle tekst of koppen weergeven

Alt+Shift+A

Tekenopmaak weergeven of verbergen

Slash (/) op het numerieke toetsenblok

De eerste regel met tekst of alle tekst tonen

Alt+Shift+L

Alle koppen met de stijl Kop 1 weergeven

Alt+Shift+1

Alle koppen tot het niveau n weergeven.

Alt+Shift+n

Een tab invoegen

Ctrl+Tab

Navigeren in de leesmodus

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het begin van het document gaan

Home

Naar het einde van het document gaan

End

Naar pagina n gaan.

n (n is het paginanummer waar u heen wilt gaan), Enter

Leesmodus afsluiten

Esc

Tekst en afbeeldingen bewerken en verplaatsen

Tekst en afbeeldingen selecteren

Tekst selecteren door Shift ingedrukt te houden terwijl u de cursor verplaatst met de pijltoetsen

Een selectie uitbreiden

Actie

Drukt u op

De uitbreidingsmodus inschakelen

F8

Het dichtstbijzijnde teken selecteren

F8 en druk op pijl-links of pijl-rechts

De selectie uitbreiden

F8 (druk eenmaal om een woord te selecteren, tweemaal om een regel te selecteren, enzovoort)

De selectie verkleinen

Shift+F8

De uitbreidingsmodus uitschakelen

Esc

De selectie één teken naar rechts uitbreiden

Shift+PIJL-RECHTS

De selectie één teken naar links uitbreiden

Shift+PIJL-LINKS

De selectie uitbreiden naar het einde van het woord

Ctrl+Shift+PIJL-RECHTS

De selectie uitbreiden naar het begin van het woord

Ctrl+Shift+PIJL-LINKS

De selectie uitbreiden naar het einde van de regel

Shift+End

De selectie uitbreiden naar het begin van de regel

Shift+Home

De selectie één regel omlaag uitbreiden

Shift+PIJL-OMLAAG

De selectie één regel omhoog uitbreiden.

Shift+PIJL-OMHOOG

De selectie uitbreiden naar het einde van de alinea

Ctrl+Shift+pijl-omlaag

De selectie uitbreiden naar het begin van de alinea

Ctrl+Shift+pijl-omhoog

De selectie één scherm omlaag uitbreiden.

Shift+Page Down

De selectie één scherm omhoog uitbreiden.

Shift+Page Up

De selectie uitbreiden naar het begin van het document.

Ctrl+Shift+Home

De selectie uitbreiden naar het einde van het document

Ctrl+Shift+End

De selectie uitbreiden naar het einde van het venster.

Alt+Ctrl+Shift+Page Down

De selectie uitbreiden tot het gehele document

CTRL+A

Een verticaal tekstblok selecteren

Ctrl+Shift+F8 en gebruik de pijltoetsen; druk op Esc om de selectiemodus uit te schakelen

De selectie uitbreiden naar een bepaalde positie in het document

F8+pijltoetsen, druk op ESC om de selectiemodus uit te schakelen

Tekst en afbeeldingen verwijderen

Actie

Drukt u op

Het teken links verwijderen.

Backspace

Het woord links verwijderen.

Ctrl+Backspace

Het teken rechts verwijderen.

Del

Eén woord rechts van de invoegpositie verwijderen

Ctrl+Delete

Geselecteerde tekst knippen en naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+X

De laatste bewerking ongedaan maken

Ctrl+Z

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren (Prikker is een functie waarmee u groepen tekst verzamelt vanaf verschillende locaties en deze in een andere locatie plakt).

Ctrl+F3

Tekst en afbeeldingen kopiëren en verplaatsen

Actie

Drukt u op

Het Klembord van Office openen

Druk op Alt+R om naar het tabblad Start te gaan en druk vervolgens op F,O

Geselecteerde tekst of afbeeldingen naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+C

Geselecteerde tekst of afbeeldingen knippen en naar het Klembord van Office kopiëren

Ctrl+X

Het item plakken dat het laatst aan het Office Klembord is toegevoegd of is geplakt

Ctrl+V

Tekst of afbeeldingen eenmaal verplaatsen

F2 (vervolgens verplaatst u de cursor en drukt u op Enter)

Tekst of afbeeldingen eenmaal kopiëren

Shift+F2 (vervolgens verplaatst u de cursor en drukt u op Enter)

Het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken openen wanneer tekst of een object is geselecteerd

Alt+F3

Het snelmenu van een geselecteerde bouwsteen, bijvoorbeeld een SmartArt-afbeelding, weergeven

Shift+F10

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren

Ctrl+F3

De inhoud van de Prikker plakken

Ctrl+Shift+F3

De kop- of voettekst vanuit de vorige sectie van het document kopiëren

Alt+Shift+R

Tabellen bewerken en erin navigeren

Tekst en afbeeldingen in een tabel selecteren

Actie

Drukt u op

De inhoud van de volgende cel selecteren

Tab

De inhoud van de vorige cel selecteren

Shift+Tab

De selectie uitbreiden naar aangrenzende cellen

Shift ingedrukt houden en de pijltoetsen gebruiken

Een kolom selecteren

Ga met de pijltoetsen naar de bovenste of onderste cel in de kolom en voer daarna een van de volgende handelingen uit:

  • Druk op Shift+Alt+Page Down om de kolom van boven naar beneden te selecteren.

  • Druk op Shift+Alt+Page Up om de kolom van beneden naar boven te selecteren.

Een hele rij selecteren

Gebruik de pijltoetsen om naar het begin van de rij (de cel helemaal links) of het einde van de rij (de cel helemaal rechts) te gaan.

  • Druk op Shift+Alt+End om de rij van links naar rechts te selecteren als de eerste cel de focus heeft.

  • Druk op Shift+Alt+Home om de rij van rechts naar links te selecteren als de laatste cel de focus heeft.

De selectie (of een blok) uitbreiden

Ctrl+Shift+F8 en gebruik de pijltoetsen; druk op Esc om de selectiemodus uit te schakelen

Een volledige tabel selecteren

Alt+5 op het numerieke toetsenblok (met Num Lock uitgeschakeld)

Navigeren door een tabel

Verplaatsing

Drukt u op

Naar de volgende cel in een rij

Tab

Naar de vorige cel in een rij

Shift+Tab

Naar de eerste cel in een rij

Alt+Home

Naar de laatste cel in een rij

Alt+End

Naar de eerste cel in een kolom

Alt+Page Up

Naar de laatste cel in een kolom

Alt+Page Down

Naar de vorige rij

Pijl-omhoog

Naar de volgende rij

Pijl-omlaag

Rij omhoog

Alt+Shift+PIJL-OMHOOG

Rij omlaag

Alt+Shift+PIJL-OMLAAG

Alinea's en tabtekens invoegen in een tabel

Invoeging

Drukt u op

Nieuwe alinea in een cel

Enter

Tabteken in een cel

Ctrl+Tab

Tekens en alinea's opmaken

Tekens opmaken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om de tekenopmaak te wijzigen

CTRL+D

Gebruik van hoofdletters/kleine letters wijzigen

Shift+F3

Alle letters opmaken als hoofdletters

Ctrl+Shift+A

De opmaak Vet toepassen

Ctrl+B

Tekst onderstrepen.

Ctrl+U

Woorden onderstrepen, maar spaties niet onderstrepen

Ctrl+Shift+W

Tekst dubbel onderstrepen

Ctrl+Shift+D

De opmaak Verborgen tekst toepassen

Ctrl+Shift+H

De opmaak Cursief toepassen

Ctrl+I

Letters opmaken als klein kapitaal

Ctrl+Shift+K

Teken in subscript zetten (afstand automatisch bepaald)

Ctrl+gelijkteken

Superscript toepassen (automatische spatiëring).

Ctrl+Shift+plusteken

Handmatig toegepaste tekenopmaak verwijderen

Ctrl+spatiebalk

De selectie wijzigen in het lettertype Symbol

Ctrl+Shift+Q

Het lettertype wijzigen of de tekengrootte aanpassen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om het lettertype te wijzigen.

Ctrl+Shift+F

De tekengrootte vergroten.

Ctrl+Shift+>

De tekengrootte verkleinen.

Ctrl+Shift+<

De tekengrootte met één punt vergroten

Ctrl+]

De tekengrootte met één punt verkleinen

Ctrl+[

Opmaak kopiëren

Actie

Drukt u op

Opmaak van tekst kopiëren.

Ctrl+Shift+C

Gekopieerde opmaak toepassen op tekst

Ctrl+Shift+V

Alinea-uitlijning wijzigen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een alinea schakelen tussen gecentreerd en links uitgelijnd

Ctrl+E

Een alinea schakelen tussen uitgevuld en links uitgelijnd

Ctrl+J

Een alinea schakelen tussen rechts uitgelijnd en links uitgelijnd

Ctrl+R

Een alinea links uitlijnen

Ctrl+L

Een alinea links laten inspringen

Ctrl+M

Een alinea-inspringing aan de linkerkant verwijderen

Ctrl+Shift+M

Verkeerd-om inspringen

Ctrl+T

Een verkeerd-om inspringing verkleinen

Ctrl+Shift+T

Alineaopmaak verwijderen

Ctrl+Q

Tekstopmaak kopiëren en controleren

Dit wilt u doen

Drukt u op

Niet-afdrukbare tekens weergeven

Ctrl+Shift+* (het sterretje op het numerieke toetsenblok werkt niet)

De tekstopmaak herzien

Shift+F1 (klik vervolgens op de tekst met de opmaak die u wilt herzien)

Opmaak kopiëren

Ctrl+Shift+C

Opmaak plakken.

Ctrl+Shift+V

Regelafstand instellen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Regelafstand 1

Ctrl+1

Regelafstand 2

Ctrl+2

Regelafstand 1,5

Ctrl+5

Eén witregel voorafgaand aan de tekst toevoegen of verwijderen

Ctrl+0 (nul)

Stijlen toepassen op alinea's

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het taakvenster Stijl toepassen openen

Ctrl+Shift+S

Het taakvenster Stijlen openen

Alt+Ctrl+Shift+S

AutoOpmaak starten

Alt+Ctrl+K

De stijl Standaard toepassen

Ctrl+Shift+N

De stijl Kop 1 toepassen

Alt+Ctrl+1

De stijl Kop 2 toepassen

Alt+Ctrl+2

De stijl Kop 3 toepassen

Alt+Ctrl+3

Het taakvenster Stijlen sluiten

  1. Als het taakvenster Stijlen niet is geselecteerd, drukt u op F6 om dit alsnog te selecteren.

  2. Druk op Ctrl+spatiebalk.

  3. Selecteer Sluiten met behulp van de pijltoetsen en druk op Enter.

Speciale tekens invoegen

Invoeging

Drukt u op

Veld

Ctrl+F9

Regeleinde

Shift+Enter

Pagina-einde

Ctrl+Enter

Kolomeinde

Ctrl+Shift+Enter

Em-streepje

Alt+Ctrl+minteken (op het numerieke toetsenblok)

En-streepje

Ctrl+minteken (op het numerieke toetsenblok)

Tijdelijk afbreekstreepje

Ctrl+afbreekstreepje

Vast afbreekstreepje

Ctrl+Shift+afbreekstreepje

Vaste spatie

Ctrl+Shift+spatiebalk

Copyrightsymbool

Alt+Ctrl+C

Registratieteken

Alt+Ctrl+R

Handelsmerkteken

Alt+Ctrl+T

Beletselteken

Alt+Ctrl+punt

Enkel aanhalingsteken openen

Ctrl+' (enkel aanhalingsteken), ' (enkel aanhalingsteken)

Enkel aanhalingsteken sluiten

Ctrl+' (enkel aanhalingsteken), ' (enkel aanhalingsteken)

Dubbel aanhalingsteken openen

Ctrl+' (enkel aanhalingsteken), Shift+' (enkel aanhalingsteken)

Dubbel aanhalingsteken sluiten

Ctrl+' (enkel aanhalingsteken), Shift+' (enkel aanhalingsteken)

AutoTekst-fragment

Enter (nadat u de eerste letters van het AutoTekst-fragment hebt getypt en de scherminfo wordt weergegeven)

Tekens invoegen met behulp van tekencodes

Actie

Drukt u op

Het Unicode-teken voor de opgegeven Unicode-tekencode (hexadecimaal) invoegen. Als u bijvoorbeeld het valutasymbool voor de euro wilt invoeren ( Valutasymbool euro ), typt u 20AC en drukt u op X terwijl u Alt ingedrukt houdt.

De tekencode, Alt+X

De Unicode-tekencode voor het geselecteerde teken opvragen

Alt+X

Het ANSI-teken voor de ANSI-tekencode (decimaal) invoegen. Als u bijvoorbeeld het valutasymbool voor de euro wilt invoeren, typt u 0128 op het numerieke toetsenblok drukt terwijl u Alt ingedrukt houdt.

Alt+de tekencode (op het numerieke toetsenblok)

Objecten invoegen en bewerken

Een object invoegen

  1. Druk op Alt, N, J en J om het dialoogvenster Object te openen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Druk op pijl-omlaag om een objecttype te selecteren en druk op Enter om een object te maken.

    • Druk op Ctrl+Tab om naar het tabblad Bestand gebruiken te gaan, druk op Tab en typ de bestandsnaam van het object dat u wilt invoegen of blader naar het bestand.

Een object bewerken

  1. Zorg ervoor dat de cursor zich links van het object in het document bevindt en selecteer het object door op Shift+pijl-rechts te drukken.

  2. Druk op Shift+F10.

  3. Druk op Tab om naar Objectnaam te gaan, druk op Enter en druk nogmaals op Enter.

SmartArt-afbeeldingen invoegen

  1. Druk op Alt, druk op N en druk vervolgens op M om SmartArt te selecteren.

  2. Druk op de pijltoetsen om het gewenste type afbeelding te selecteren.

  3. Druk op Tab en druk vervolgens op de pijltoetsen om de afbeelding te selecteren die u wilt invoegen.

  4. Druk op Enter.

WordArt invoegen

  1. Druk op Alt, druk op N en druk vervolgens op W om WordArt te selecteren.

  2. Gebruik de pijltoetsen om de gewenste WordArt-stijl te selecteren en druk op Enter.

  3. Typ de gewenste tekst.

  4. Druk op Esc om het WordArt-object te selecteren en gebruik de pijltoetsen om het object te verplaatsen.

  5. Druk nogmaals op Esc om terug te keren naar het document.

Afdruk samenvoegen en velden

Opmerking : U moet op Alt+M drukken of op Verzendlijsten klikken om deze sneltoetsen te gebruiken.

De functie Afdruk samenvoegen uitvoeren

Dit wilt u doen

Drukt u op

Een samenvoegresultaat vooraf bekijken

Alt+Shift+K

Een document samenvoegen

Alt+Shift+N

Het samengevoegde document afdrukken

Alt+Shift+M

Een gegevensdocument voor Afdruk samenvoegen bewerken

Alt+Shift+E

Een samenvoegveld invoegen

Alt+Shift+F

Werken met velden

Actie

Drukt u op

Een DATE-veld invoegen

Alt+Shift+D

Een LISTNUM-veld invoegen

Alt+Ctrl+L

Een PAGE-veld invoegen

Alt+Shift+P

Een TIME-veld invoegen

Alt+Shift+T

Een leeg veld invoegen

Ctrl+F9

Gekoppelde gegevens in een Microsoft Word-brondocument bijwerken

Ctrl+Shift+F7

Geselecteerde velden bijwerken

F9

Een veld ontkoppelen

Ctrl+Shift+F9

Schakelen tussen een geselecteerde veldcode en het veldresultaat

Shift+F9

Schakelen tussen alle veldcodes en alle veldresultaten

Alt+F9

Een GOTOBUTTON- of MACROBUTTON-bewerking uitvoeren vanuit het veld met de veldresultaten

Alt+Shift+F9

Naar het volgende veld gaan

F11

Naar het vorige veld gaan

Shift+F11

Een veld vergrendelen

Ctrl+F11

Een veld ontgrendelen

Ctrl+Shift+F11

Taalbalk

Controletaal instellen

Elk document heeft een standaardtaal. Meestal is dat de standaardtaal van het besturingssysteem van uw computer. Als een document echter ook woorden of zinnen in een andere taal bevat, is het een goed idee om de controletaal voor die tekst in te stellen. U kunt dan de spelling en de grammatica van deze tekst controleren, maar ook ondersteunende technologieën gebruiken zoals schermlezers om de tekst te verwerken.

Gewenste actie

Druk op

Het dialoogvenster Controletaal instellen openen

Alt+R, U, L

De lijst met controletalen bekijken

Pijl-omlaag

Standaardtalen instellen

Alt+R, L

Input Method Editors voor Oost-Aziatische talen inschakelen

Gewenste actie

Druk op

Japanse IME (Input Method Editor) op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Alt+~

Koreaanse IME (Input Method Editor) op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Alt-rechts

Chinese IME (Input Method Editor) op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen

Ctrl+spatiebalk

Overzicht van functietoetsen

Functietoetsen

Actie

Drukt u op

Help-informatie weergeven of naar Office.com gaan

F1

Tekst of afbeeldingen verplaatsen

F2

De laatste bewerking herhalen

F4

De opdracht Ga naar kiezen (tabblad Start)

F5

Naar het volgende deelvenster of frame gaan

F6

De opdracht Spelling kiezen (tabblad Controleren)

F7

De selectie uitbreiden

F8

De geselecteerde velden bijwerken

F9

Toetstips weergeven

F10

Naar het volgende veld gaan

F11

De opdracht Opslaan als selecteren

F12

Shift+functietoetsen

Dit wilt u doen

Drukt u op

De contextgevoelige Help-functie starten of opmaak weergeven

Shift+F1

Tekst kopiëren

Shift+F2

Gebruik van hoofdletters/kleine letters wijzigen

Shift+F3

Zoeken of Ga naar herhalen

Shift+F4

Naar de laatste wijziging gaan

Shift+F5

Naar het vorige deelvenster of frame gaan (nadat u op F6 hebt gedrukt)

Shift+F6

De opdracht Synoniemlijst kiezen (tabblad Controleren, groep Controle)

Shift+F7

De selectie verkleinen

Shift+F8

Schakelen tussen veldcode en veldresultaat

Shift+F9

Een snelmenu weergeven

Shift+F10

Naar het vorige veld gaan

Shift+F11

De opdracht Opslaan selecteren

Shift+F12

Ctrl+functietoetsen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Het lint uit- of samenvouwen

Ctrl+F1

De opdracht Afdrukvoorbeeld selecteren

Ctrl+F2

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren

Ctrl+F3

Het venster sluiten

Ctrl+F4

Naar volgend venster gaan

Ctrl+F6

Een leeg veld invoegen

Ctrl+F9

Het documentvenster maximaliseren

Ctrl+F10

Een veld vergrendelen

Ctrl+F11

De opdracht Openen selecteren

Ctrl+F12

Ctrl+Shift+functietoetsen

Dit wilt u doen

Drukt u op

De inhoud van de Prikker invoegen

Ctrl+Shift+F3

Een bladwijzer bewerken

Ctrl+Shift+F5

Naar het vorige venster gaan

Ctrl+Shift+F6

Gekoppelde informatie in een Word-brondocument bijwerken

Ctrl+Shift+F7

Een selectie of blok uitbreiden

Ctrl+Shift+F8 en druk vervolgens op een pijltoets

Een veld ontkoppelen

Ctrl+Shift+F9

Een veld ontgrendelen

Ctrl+Shift+F11

De opdracht Afdrukken selecteren

Ctrl+Shift+F12

Alt+functietoetsen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het volgende veld gaan

Alt+F1

Een nieuwe bouwsteen maken

Alt+F3

Word afsluiten

Alt+F4

Het vorige formaat van het toepassingsvenster herstellen

Alt+F5

Vanuit een geopend dialoogvenster terugkeren naar het document voor dialoogvensters die dit ondersteunen.

Alt+F6

Het volgende foutief gespelde woord of de volgende grammaticale fout zoeken

Alt+F7

Een macro uitvoeren

Alt+F8

Schakelen tussen alle veldcodes en alle veldresultaten

Alt+F9

Het taakvenster Selectie weergeven

Alt+F10

Microsoft Visual Basic-code weergeven

Alt+F11

Alt+Shift+functietoetsen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het vorige veld gaan

Alt+Shift+F1

De opdracht Opslaan selecteren

Alt+Shift+F2

Een GOTOBUTTON- of MACROBUTTON-bewerking uitvoeren vanuit het veld met de veldresultaten

Alt+Shift+F9

Het menu of het bericht van een infolabel weergeven

Alt+Shift+F10

De knop Inhoudsopgave kiezen in de container Inhoudsopgave als de container actief is

Alt+Shift+F12

Ctrl+Alt+functietoetsen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Microsoft-systeeminformatie weergeven

Ctrl+Alt+F1

De opdracht Openen selecteren

Ctrl+Alt+F2

Was deze informatie nuttig?

Wat kan er beter?

Wat kan er beter?

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.