Sneltoetsen voor Microsoft Office Word

Belangrijk : Dit artikel is automatisch vertaald, bekijk de disclaimer. De Engelse versie van dit artikel vindt u hier voor referentiedoeleinden.

De sneltoetsen die in dit Help-onderwerp worden beschreven, hebben betrekking op de VS-toetsenbordindeling. Toetsen in andere indelingen komen niet altijd exact overeen met de toetsen op een VS-toetsenbord.

Opmerking : Het aanpassen van sneltoetsen of het maken van sneltoetsen voor macro's of AutoTekst wordt In dit artikel niet besproken. Klik op een koppeling in het gedeelte Zie ook voor meer informatie.

In dit artikel

Sneltoetsen zoeken en gebruiken

Basisbewerkingen in Microsoft Office

Navigeren in het Office Fluent-lint

Snelzoeklijst voor Microsoft Office Word

Overzicht van functietoetsen

Sneltoetsen zoeken en gebruiken

In de Help van Microsoft Office Word 2007 worden sneltoetsen waarbij u op twee of meer toetsen tegelijk moet drukken, gescheiden door een plusteken (+). Sneltoetsen waarbij u op één toets drukt en direct daarna op een andere toets, worden gescheiden door een komma (,).

Secties uitvouwen met het toetsenbord

  • Als u alle secties in dit artikel wilt uitvouwen, drukt u op TAB totdat Alles weergeven is geselecteerd en drukt u vervolgens op ENTER. Druk opnieuw op ENTER om alle secties samen te vouwen.

  • Als u één sectie in het artikel wilt uitvouwen, drukt u op TAB totdat de koptekst van die sectie en het plusteken zijn geselecteerd en drukt u vervolgens op ENTER. Druk opnieuw op ENTER om de sectie samen te vouwen.

Zoeken in dit artikel

Belangrijk : Druk voordat u gaat zoeken op TAB totdat Alles weergeven is geselecteerd en druk vervolgens op ENTER.

  1. Druk op CTRL+F.

    Het dialoogvenster Zoeken wordt geopend waarin u meteen kunt gaan typen.

  2. Typ de zoektekst in het vak.

  3. Druk op ENTER.

Dit artikel afdrukken

Als u dit artikel wilt afdrukken, drukt u op TAB totdat Alles weergeven is geselecteerd. Druk op ENTER en druk vervolgens op CTRL+P.

Naar boven

Basisbewerkingen in Microsoft Office

Vensters weergeven en gebruiken

Als u dit wilt doen

Druk op:

Naar het volgende venster gaan

ALT+TAB

Naar het vorige venster gaan

Alt+Shift+Tab

Het actieve venster sluiten.

CTRL+W of CTRL+F4

Het formaat van het actieve venster herstellen nadat u dit hebt gemaximaliseerd.

ALT+F5

Naar een taakvenster gaan vanuit een ander deelvenster in het programmavenster (rechtsom). (Wellicht moet u meerdere malen op F6 drukken.)

F6

Naar een taakvenster gaan vanuit een ander deelvenster in het programmavenster (linksom).

SHIFT+F6

Naar het volgende venster gaan als meer dan één venster is geopend

CTRL+F6

Naar het vorige venster gaan

CTRL+SHIFT+F6

Een geselecteerd venster maximaliseren of het vorige formaat ervan herstellen.

CTRL+F10

Een afbeelding van het scherm naar het Klembord kopiëren.

PRINT SCREEN

Een afbeelding van het geselecteerde venster naar het Klembord kopiëren.

ALT+PRINT SCREEN

Dialoogvensters gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Van een geopend dialoogvenster terugkeren naar het document, voor dialoogvensters zoals Zoeken en vervangen die dit gedrag ondersteunen.

ALT+F6

Naar de volgende optie of optiegroep gaan.

Tab

Naar de vorige optie of optiegroep gaan.

SHIFT+TAB

Naar het volgende tabblad in een dialoogvenster gaan

CTRL+TAB

Naar het vorige tabblad in een dialoogvenster gaan

CTRL+SHIFT+TAB

Naar de vorige of volgende optie in een geopende vervolgkeuzelijst of groep met opties.

Pijltoetsen

De actie uitvoeren die is toegewezen aan de geselecteerde knop. Het geselecteerde selectievakje in- of uitschakelen.

SPATIEBALK

Een optie selecteren. Een selectievakje in- of uitschakelen.

Alt+de onderstreepte letter in een optie

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen

ALT+PIJL-OMLAAG

Een optie selecteren in een vervolgkeuzelijst.

Eerste letter van een optie in een vervolgkeuzelijst

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten. Een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten.

ESC

De geselecteerde opdracht uitvoeren

ENTER

Invoervakken binnen dialoogvensters gebruiken

Een invoervak is een leeg vak waarin u gegevens typt of plakt, zoals uw gebruikersnaam of het pad naar een map.

Als u dit wilt doen

Druk op:

Naar het begin van de invoer gaan

Home

Naar het einde van de invoer gaan

End

Eén teken naar links of rechts gaan

PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS

Eén woord naar links gaan

CTRL+PIJL-LINKS

Eén woord naar rechts verplaatsen.

CTRL+PIJL-RECHTS

Een teken naar links selecteren of deselecteren.

SHIFT+PIJL-LINKS

Een teken naar rechts selecteren of deselecteren.

SHIFT+PIJL-RECHTS

Een woord naar links selecteren of deselecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS

Een woord naar rechts selecteren of deselecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS

Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het begin van de invoer

SHIFT+HOME

Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het einde van de invoer

SHIFT+END

De dialoogvensters Openen en Opslaan als gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Openen weergeven.

CTRL+F12 of CTRL+O

Het dialoogvenster Opslaan als openen.

F12

Naar de vorige map gaan. ( Knopafbeelding )

ALT+1

De knop Eén niveau omhoog gaan Knopafbeelding : de map één niveau boven de geopende map openen.

ALT+2

Knop Verwijderen Knopafbeelding : de geselecteerde map of het geselecteerde bestand verwijderen

DELETE

Knop Nieuwe map maken Knopafbeelding : een nieuwe map maken.

ALT+4

Knop Weergaven Knopafbeelding : tussen beschikbare mapweergaven schakelen.

ALT+5

Een snelmenu weergeven voor een geselecteerd item, zoals een map of een bestand.

SHIFT+F10

Schakelen tussen opties of gebieden in het dialoogvenster.

Tab

De lijst Zoeken in openen.

F4 of ALT+I

De bestandenlijst bijwerken.

F5

Een bewerking ongedaan maken en opnieuw uitvoeren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een bewerking annuleren.

ESC

Een bewerking ongedaan maken.

CTRL+Z

Een bewerking opnieuw uitvoeren of herhalen.

CTRL+Y

Taakvensters en galerieën openen en gebruiken

Als u dit wilt doen

Druk op:

Naar een taakvenster gaan vanuit een ander deelvenster in het programmavenster. (Wellicht moet u meerdere malen op F6 drukken.)

F6

Naar een taakvenster gaan wanneer een menu actief is. (Wellicht moet u meerdere malen op CTRL+TAB drukken.)

CTRL+TAB

De volgende of vorige optie in het taakvenster selecteren wanneer een taakvenster actief is.

TAB of SHIFT+TAB

Alle opdrachten in het menu van het taakvenster weergeven.

CTRL+SPATIEBALK

De actie uitvoeren die aan de geselecteerde knop is toegewezen.

SPATIEBALK of ENTER

Een vervolgkeuzelijst voor het geselecteerde galerie-item openen.

SHIFT+F10

Het eerste of laatste item in een galerie selecteren.

HOME of END

Omhoog of omlaag schuiven in de geselecteerde galerielijst

PAGE UP of PAGE DOWN

Een taakvenster sluiten

  1. Druk op F6 om zo nodig naar het taakvenster te gaan.

  2. Druk op CTRL+SPATIEBALK.

  3. Selecteer Sluiten met behulp van de pijltoetsen en druk op ENTER.

Een taakvenster verplaatsen

  1. Druk op F6 om zo nodig naar het taakvenster te gaan.

  2. Druk op CTRL+SPATIEBALK.

  3. Gebruik de pijltoetsen om Verplaatsen te selecteren en druk vervolgens op ENTER.

  4. Gebruik de pijltoetsen om het taakvenster te verplaatsen en druk vervolgens op ENTER.

Het formaat van een taakvenster wijzigen

  1. Druk op F6 om zo nodig naar het taakvenster te gaan.

  2. Druk op CTRL+SPATIEBALK.

  3. Gebruik de PIJL-OMLAAG om de opdracht Formaat te selecteren en druk op ENTER.

  4. Gebruik de pijltoetsen om het formaat van het taakvenster te wijzigen en druk vervolgens op ENTER.

Infolabels weergeven en gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het snelmenu voor het geselecteerde item weergeven.

SHIFT+F10

Het menu of bericht weergeven voor een infolabel, voor de knop AutoCorrectie-opties Knopafbeelding of voor de knop Plakopties Knopafbeelding . Als er meer dan één infolabel is, wordt het menu of bericht van het volgende infolabel weergegeven.

ALT+SHIFT+F10

Het volgende item selecteren in het menu van een infolabel.

PIJL-OMLAAG

Het vorige item selecteren in het menu van een infolabel.

PIJL-OMHOOG

De actie voor het geselecteerde item in het menu van een infolabel uitvoeren.

Enter

Het infolabelmenu of -bericht sluiten.

Esc

Tips

  • U kunt aangeven dat u gewaarschuwd wilt worden door middel van een geluid wanneer er een infolabel verschijnt. Als u geluidseffecten wilt horen, moet u over een geluidskaart beschikken. Ook moeten de Microsoft Office-geluiden op de computer zijn geïnstalleerd.

  • Als u toegang hebt tot internet, kunt u Microsoft Office Sounds downloaden van de Microsoft Office Online-website. Nadat u de geluidsbestanden hebt geïnstalleerd, voert u de volgende handelingen uit in Microsoft Office Access 2007, Microsoft Office Excel 2007, Microsoft Office PowerPoint 2007 of Microsoft Office Word 2007:

    1. Druk op ALT+F om het menu van de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop te openen en druk op I om Opties voor programma te openen.

    2. Druk op A om Geavanceerd te selecteren en druk op TAB om naar Geavanceerde opties voor het werken met programma te gaan.

    3. Druk tweemaal op ALT+S om naar het selectievakje Feedback met geluid onder Algemeen te gaan en druk vervolgens op de spatiebalk.

    4. Druk meerdere malen op TAB om OK te selecteren en druk op ENTER.

      Opmerking : Wanneer u dit selectievakje in- of uitschakelt, is de instelling van toepassing op alle Office-programma's die geluid ondersteunen.

Naar boven

Navigeren in het Office Fluent-lint

Toegang tot alle opdrachten verkrijgen met een paar toetsaanslagen

Opmerking : Het lint is een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

Met toegangstoetsen kunt u snel een opdracht gebruiken door slechts op enkele toetsen te drukken, waar u zich ook in het programma bevindt. Elke opdracht in Office Word 2007 kan worden uitgevoerd via een toegangstoets. U kunt de meeste opdrachten activeren met twee tot vijf toetsaanslagen. U gebruikt een toegangstoets als volgt:

  1. Druk op ALT.

    De toetstips worden weergegeven bij elke functie die beschikbaar is in de huidige weergave.

    Lint met weergave van toetstips

    De bovenstaande afbeelding is overgenomen uit Microsoft Office-training.

  2. Druk op de letter die wordt weergegeven in de toetstip bij de functie die u wilt gebruiken.

  3. Afhankelijk van de letter waarop u drukt, kunnen er extra toetstips worden weergegeven. Als het tabblad Start bijvoorbeeld actief is en u op I drukt, wordt het tabblad Invoegen weergegeven, samen met de toetstips voor de groepen op dat tabblad.

  4. Druk net zo lang op letters totdat u drukt op de letter van de opdracht die of het besturingselement dat u wilt gebruiken. Soms moet u eerst drukken op de letter van de groep die de opdracht bevat.

    Opmerking : Als u de huidige handeling wilt annuleren en de toetstips wilt verbergen, drukt u op ALT.

De focus wijzigen zonder de muis te gebruiken

Een andere manier om het toetsenbord te gebruiken in programma's die zijn uitgerust met het Office Fluent-lint, is de focus te verplaatsen tussen de tabbladen en opdrachten totdat u de functie vindt die u wilt gebruiken. In de volgende tabel worden enkele manieren beschreven om de toetsenbordfocus te wijzigen zonder de muis te gebruiken.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het actieve tabblad van het lint selecteren en de toegangstoetsen activeren.

ALT of F10. Druk nogmaals op een van deze toetsen om terug te keren naar het document en de toegangstoetsen te annuleren.

Naar een ander tabblad van het lint gaan.

F10 om het actieve tabblad te selecteren en vervolgens PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS

Het lint verbergen of weergeven.

CTRL+F1

Het snelmenu voor de geselecteerde opdracht weergeven.

SHIFT+F10

De focus verplaatsen om elk van de volgende delen van het venster te selecteren:

  • Actief tabblad van het lint

  • Een geopend taakvenster

  • Statusbalk onder in het venster

  • Uw document

F6

De focus verplaatsen naar elke opdracht op het lint, respectievelijk vooruit en achteruit.

TAB of SHIFT+TAB

De focus omhoog, omlaag, naar links of naar rechts verplaatsen tussen de items op het lint.

PIJL-OMHOOG, PIJL-OMLAAG, PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS

De geselecteerde opdracht of het geselecteerde besturingselement op het lint activeren.

SPATIEBALK of ENTER

Het geselecteerde menu of de geselecteerde galerie op het lint activeren.

SPATIEBALK of ENTER

Een opdracht of besturingselement op het lint selecteren zodat u een waarde kunt wijzigen.

ENTER

Het wijzigen van de waarde in een besturingselement op het lint voltooien en de focus weer naar het document verplaatsen.

ENTER

Help bij de geselecteerde opdracht of het geselecteerde besturingselement op het lint raadplegen. (Als aan de geselecteerde opdracht geen Help-onderwerp is gekoppeld, wordt een algemeen Help-onderwerp over het programma weergegeven.)

F1

Naar boven

Snelzoeklijst voor Microsoft Office Word

Algemene taken in Microsoft Office Word

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een vaste spatie invoeren.

CTRL+SHIFT+SPATIEBALK

Een vast afbreekstreepje invoeren.

CTRL+AFBREEKSTREEPJE

Letters vet maken.

CTRL+B

Letters de opmaak Cursief geven.

CTRL+I

Letters de opmaak Onderstrepen geven.

CTRL+U

De tekengrootte met één stap verlagen.

CTRL+SHIFT+<

De tekengrootte met één stap verhogen.

CTRL+SHIFT+>

De tekengrootte met 1 punt verkleinen.

CTRL+[

De tekengrootte met 1 punt vergroten.

CTRL+]

De opmaak van een alinea of teken verwijderen.

CTRL+SPATIEBALK

De geselecteerde tekst of het geselecteerde object kopiëren.

CTRL+C

De geselecteerde tekst of het geselecteerde object knippen.

CTRL+X

De geselecteerde tekst of het geselecteerde object plakken.

CTRL+V

Plakken speciaal

CTRL+ALT+V

Alleen opmaak plakken

CTRL+SHIFT+V

De laatste bewerking ongedaan maken.

CTRL+Z

De laatste actie opnieuw uitvoeren.

CTRL+Y

Het dialoogvenster Woorden tellen openen.

CTRL+SHIFT+G

Werken met documenten en webpagina's

Documenten maken, bekijken en opslaan

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een nieuw document maken van hetzelfde type als het huidige of meest recente document.

CTRL+N

Een document openen.

CTRL+O

Het document sluiten.

CTRL+W

Het documentvenster splitsen.

ALT+CTRL+S

De splitsing van het documentvenster verwijderen.

ALT+SHIFT+S

Het document opslaan.

CTRL+S

Tekst zoeken en vervangen, en door tekst bladeren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Tekst, opmaak en specifieke elementen zoeken.

CTRL+F

Opnieuw zoeken (na het sluiten van het venster Zoeken en vervangen).

ALT+CTRL+Y

Tekst, opmaak en specifieke elementen vervangen.

CTRL+H

Naar een pagina, bladwijzer, voetnoot, tabel, commentaar, afbeelding of andere locatie gaan.

CTRL+G

Schakelen tussen de laatste vier plaatsen die u hebt bewerkt.

ALT+CTRL+Z

Een lijst met bladeropties openen. Druk op de pijltoetsen om een optie te selecteren en druk vervolgens op ENTER om met de geselecteerde optie door een document te bladeren.

ALT+CTRL+HOME

Naar de locatie van de vorige bewerking gaan.

CTRL+PAGE UP

Naar de locatie van de volgende bewerking gaan.

CTRL+PAGE DOWN

Een andere weergave kiezen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Overschakelen naar de afdrukweergave.

ALT+CTRL+P

Overschakelen naar de overzichtsweergave.

ALT+CTRL+O

Overschakelen naar de conceptweergave.

ALT+CTRL+N

Overzichtsweergave

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het alineaniveau verhogen.

ALT+SHIFT+PIJL-LINKS

Het alineaniveau verlagen.

ALT+SHIFT+PIJL-RECHTS

Een alinea verlagen naar platte tekst.

CTRL+SHIFT+N

Geselecteerde alinea's omhoog verplaatsen.

ALT+SHIFT+PIJL-OMHOOG

Geselecteerde alinea's omlaag verplaatsen.

ALT+SHIFT+PIJL-OMLAAG

Tekst onder een kop uitvouwen.

ALT+SHIFT+PLUSTEKEN

Tekst onder een kop samenvouwen.

ALT+SHIFT+MINTEKEN

Alle tekst of koppen weergeven.

ALT+SHIFT+A

Tekenopmaak weergeven of verbergen.

Slash (/) op het numerieke toetsenblok

De eerste regels platte tekst of alle platte tekst weergeven.

ALT+SHIFT+L

Alle koppen met de stijl Kop 1 weergeven.

ALT+SHIFT+1

Alle koppen tot en met niveau n weergeven.

ALT+SHIFT+n

Een tab invoegen.

CTRL+TAB

Een afdrukvoorbeeld van documenten bekijken en documenten afdrukken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een document afdrukken.

CTRL+P

Het afdrukvoorbeeld in- of uitschakelen.

ALT+CTRL+I

Navigeren op de weergegeven pagina, bij ingezoomde weergave.

Pijltoetsen

Navigeren op de weergegeven pagina, bij uitgezoomde weergave.

PAGE UP of PAGE DOWN

Naar de eerste pagina van het afdrukvoorbeeld gaan, bij uitgezoomde weergave.

CTRL+HOME

Naar de laatste pagina van het afdrukvoorbeeld gaan, bij uitgezoomde weergave.

CTRL+END

Documenten reviseren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een opmerking invoegen.

ALT+CTRL+M

Het bijhouden van wijzigingen in- of uitschakelen.

CTRL+SHIFT+E

Het revisievenster sluiten wanneer dat geopend is.

ALT+SHIFT+S

De weergave Lezen in volledig scherm

Opmerking : Sommige schermlezers zijn mogelijk niet compatibel met de weergave Lezen in volledig scherm.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar het begin van het document gaan.

HOME

Naar het einde van het document gaan.

END

Naar pagina n gaan.

n, ENTER

De leesindeling afsluiten.

ESC

Verwijzingen, voetnoten en eindnoten

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Tekst markeren voor de inhoudsopgave.

ALT+SHIFT+O

Tekst markeren voor de lijst met bronvermeldingen.

ALT+SHIFT+I

Tekst markeren voor een indexvermelding.

ALT+SHIFT+X

Een voetnoot invoegen.

ALT+CTRL+F

Een eindnoot invoegen.

ALT+CTRL+D

Werken met webpagina's

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een hyperlink invoegen.

CTRL+K

Naar de vorige pagina gaan.

ALT+PIJL-LINKS

Naar de volgende pagina gaan.

ALT+PIJL-RECHTS

Vernieuwen.

F9

Tekst en afbeeldingen bewerken en verplaatsen

Tekst en afbeeldingen verwijderen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het teken links verwijderen.

BACKSPACE

Eén woord naar links verwijderen.

CTRL+BACKSPACE

Eén teken naar rechts verwijderen.

DELETE

Het woord rechts verwijderen.

CTRL+DELETE

Geselecteerde tekst knippen en naar het Office Klembord kopiëren.

CTRL+X

De laatste bewerking ongedaan maken.

CTRL+Z

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren.

CTRL+F3

Tekst en afbeeldingen kopiëren en verplaatsen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het Office Klembord openen.

Druk op ALT+R om naar het tabblad Start te gaan en druk vervolgens op F,O.

Geselecteerde tekst of afbeeldingen naar het Office Klembord kopiëren.

CTRL+C

Geselecteerde tekst of afbeeldingen knippen en naar het Office Klembord kopiëren.

CTRL+X

De inhoud plakken die het laatst aan het Office Klembord is toegevoegd.

CTRL+V

Tekst of afbeeldingen eenmaal verplaatsen.

F2 (vervolgens verplaatst u de cursor en drukt u op ENTER)

Tekst of afbeeldingen eenmaal kopiëren.

SHIFT+F2 (vervolgens verplaatst u de cursor en drukt u op ENTER)

Het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken openen wanneer tekst of een object is geselecteerd.

ALT+F3

Het snelmenu van een geselecteerde bouwsteen, bijvoorbeeld een SmartArt-afbeelding, weergeven.

SHIFT+F10

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren.

CTRL+F3

De inhoud van de Prikker plakken.

CTRL+SHIFT+F3

De kop- of voettekst vanuit de vorige sectie van het document kopiëren.

ALT+SHIFT+R

Speciale tekens invoegen

Invoegen van

Drukt u op

Veld

CTRL+F9

Regeleinde

SHIFT+ENTER

Pagina-einde

CTRL+ENTER

Kolomeinde

CTRL+SHIFT+ENTER

Em-streepje

ALT+CTRL+MIN-TEKEN

En-streepje

CTRL+MIN-TEKEN

Tijdelijk afbreekstreepje

CTRL+AFBREEKSTREEPJE

Vast afbreekstreepje

CTRL+SHIFT+AFBREEKSTREEPJE

Vaste spatie

CTRL+SHIFT+SPATIEBALK

Copyright-teken

ALT+CTRL+C

Symbool voor geregistreerd handelsmerk

ALT+CTRL+R

Handelsmerksymbool

ALT+CTRL+T

Weglatingsteken

ALT+CTRL+PUNT

Enkel aanhalingsteken openen

CTRL+` (enkel aanhalingsteken), `(enkel aanhalingsteken)

Enkel aanhalingsteken sluiten

CTRL+' (enkel aanhalingsteken), '(enkel aanhalingsteken)

Dubbel aanhalingsteken openen

CTRL+` (enkel aanhalingsteken), SHIFT+' (enkel aanhalingsteken)

Dubbel aanhalingsteken sluiten

CTRL+' (enkel aanhalingsteken), SHIFT+' (enkel aanhalingsteken)

AutoTekst-fragment

ENTER (nadat u de eerste letters van het AutoTekst-fragment hebt getypt en de scherminfo wordt weergegeven)

Tekens invoegen met behulp van tekencodes

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het Unicode-teken voor de opgegeven Unicode-tekencode (hexadecimaal) invoegen. Als u bijvoorbeeld het valutasymbool voor de euro wilt invoeren ( Euroteken ), typt u 20AC en houdt u ALT ingedrukt terwijl u op X drukt.

De tekencode, ALT+X

De Unicode-tekencode voor het geselecteerde teken opvragen

ALT+X

Het ANSI-teken voor de ANSI-tekencode (decimaal) invoegen. Als u bijvoorbeeld het valutasymbool voor de euro wilt invoeren, houdt u ALT ingedrukt terwijl u op 0128 op het numerieke toetsenblok drukt.

ALT+de tekencode (op het numerieke toetsenblok)

Tekst en afbeeldingen selecteren

Tekst selecteren door SHIFT ingedrukt te houden terwijl u de cursor verplaatst met de pijltoetsen.

Een selectie uitbreiden

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De uitbreidingsmodus inschakelen.

F8

Het dichtstbijzijnde teken selecteren.

F8 en drukken op PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS

De selectie uitbreiden.

F8 (druk eenmaal om een woord te selecteren, tweemaal om een regel te selecteren, enzovoort)

De selectie verkleinen.

SHIFT+F8

De uitbreidingsmodus uitschakelen.

ESC

De selectie één teken naar rechts uitbreiden.

SHIFT+PIJL-RECHTS

De selectie één teken naar links uitbreiden.

SHIFT+PIJL-LINKS

De selectie uitbreiden naar het einde van het woord.

CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS

De selectie uitbreiden naar het begin van het woord.

CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS

De selectie uitbreiden naar het einde van de regel.

SHIFT+END

De selectie uitbreiden naar het begin van de regel.

SHIFT+HOME

De selectie één regel omlaag uitbreiden.

SHIFT+PIJL-OMLAAG

De selectie één regel omhoog uitbreiden.

SHIFT+PIJL-OMHOOG

De selectie uitbreiden naar het einde van de alinea.

CTRL+SHIFT+PIJL-OMLAAG

De selectie uitbreiden naar het begin van de alinea.

CTRL+SHIFT+PIJL-OMHOOG

De selectie één scherm omlaag uitbreiden.

SHIFT+PAGE DOWN

De selectie één scherm omhoog uitbreiden.

SHIFT+PAGE UP

De selectie uitbreiden naar het begin van het document.

CTRL+SHIFT+HOME

De selectie uitbreiden naar het einde van het document.

CTRL+SHIFT+END

De selectie uitbreiden naar het einde van het venster.

ALT+CTRL+SHIFT+PAGE DOWN

De selectie uitbreiden tot het gehele document.

CTRL+A

Een verticaal tekstblok selecteren.

CTRL+SHIFT+F8 en de pijltoetsen gebruiken. Druk op ESC om de selectiemodus uit te schakelen

De selectie uitbreiden naar een bepaalde positie in het document.

F8+pijltoetsen, druk op ESC om de selectiemodus uit te schakelen

Tekst en afbeeldingen in een tabel selecteren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De inhoud van de volgende cel selecteren.

TAB

De inhoud van de vorige cel selecteren.

SHIFT+TAB

De selectie uitbreiden naar aangrenzende cellen.

SHIFT ingedrukt houden en de pijltoetsen gebruiken

Een kolom selecteren.

Ga met de pijltoetsen naar de bovenste of onderste cel in de kolom en voer daarna een van de volgende handelingen uit:

  • Druk op SHIFT+ALT+PAGE DOWN om de kolom van boven naar beneden te selecteren.

  • Druk op SHIFT+ALT+PAGE UP om de kolom van beneden naar boven te selecteren.

De selectie (of een blok) uitbreiden.

CTRL+SHIFT+F8 en de pijltoetsen gebruiken. Druk op ESC om de selectiemodus uit te schakelen

Een hele tabel selecteren.

ALT+5 op het numerieke toetsenblok (met NUM LOCK uit)

Door het document verplaatsen

Verplaatsing

Drukt u op

Eén teken naar links.

PIJL-LINKS

Eén teken naar rechts.

PIJL-RECHTS

Eén woord naar links.

CTRL+PIJL-LINKS

Eén woord naar rechts.

CTRL+PIJL-RECHTS

Eén alinea omhoog.

CTRL+PIJL-OMHOOG

Eén alinea omlaag.

CTRL+PIJL-OMLAAG

Eén cel naar links (in een tabel).

SHIFT+TAB

Eén cel naar rechts (in een tabel).

TAB

Eén regel omhoog.

PIJL-OMHOOG

Eén regel omlaag

PIJL-OMLAAG

Naar het einde van de regel.

END

Naar het begin van de regel.

HOME

Naar de bovenkant van het scherm.

ALT+CTRL+PAGE UP

Naar de onderkant van het scherm.

ALT+CTRL+PAGE DOWN

Eén scherm omhoog (schuiven).

PAGE UP

Eén scherm omlaag (schuiven).

PAGE DOWN

Naar de bovenkant van de volgende pagina.

CTRL+PAGE DOWN

Naar de bovenkant van de vorige pagina.

CTRL+PAGE UP

Naar het einde van het document.

CTRL+END

Naar het begin van het document.

CTRL+HOME

Naar een vorige bewerkingslocatie.

SHIFT+F5

Na het openen van een document naar de positie gaan waar u was toen het document de laatste keer werd gesloten

SHIFT+F5

De invoegpositie in een tabel verplaatsen

Verplaatsing

Drukt u op

Naar de volgende cel in een rij

TAB

Naar de vorige cel in een rij

SHIFT+TAB

Naar de eerste cel in een rij

ALT+HOME

Naar de laatste cel in een rij

ALT+END

Naar de eerste cel in een kolom

ALT+PAGE UP

Naar de laatste cel in een kolom

ALT+PAGE DOWN

Naar de vorige rij

PIJL-OMHOOG

Naar de volgende rij

PIJL-OMLAAG

Eén rij naar boven

ALT+SHIFT+PIJL-OMHOOG

Eén rij naar beneden

ALT+SHIFT+PIJL-OMLAAG

Alinea's en tabtekens invoegen in een tabel

Invoegen van

Drukt u op

Nieuwe alinea in een cel.

ENTER

Tabstop in een cel.

CTRL+TAB

Overschrijfmodus gebruiken.

Als u de instellingen voor overschrijven wilt wijzigen zodat u de overschrijfmodus kunt inschakelen door op INSERT te drukken, gaat u als volgt te werk:

  1. Druk op ALT+F om het menu van de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop te openen en druk op I om Opties voor Word te openen.

  2. Druk op A om Geavanceerd te selecteren en druk vervolgens op TAB.

  3. Druk op ALT+O om naar het selectievakje INS-toets gebruiken om de overschrijfmodus in of uit te schakelen te gaan.

  4. Druk op de SPATIEBALK om het selectievakje in te schakelen en druk vervolgens op ENTER.

Druk op INSERT om de overschrijfmodus in of uit te schakelen.

Tekens en alinea's opmaken

Opmaak kopiëren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Opmaak van tekst kopiëren.

CTRL+SHIFT+C

Gekopieerde opmaak toepassen op tekst.

CTRL+SHIFT+V

Lettertype of lettergrootte wijzigen

Opmerking : De volgende sneltoetsen werken niet in de modus Lezen in volledig scherm.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om het lettertype te wijzigen.

CTRL+SHIFT+F

De tekengrootte vergroten.

CTRL+SHIFT+>

De tekengrootte verkleinen.

CTRL+SHIFT+<

De tekengrootte met 1 punt vergroten.

CTRL+]

De tekengrootte met 1 punt verkleinen.

CTRL+[

Tekenopmaak toepassen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om de tekenopmaak te wijzigen.

CTRL+D

Gebruik van hoofdletters/kleine letters wijzigen.

SHIFT+F3

Alle letters opmaken als hoofdletters.

CTRL+SHIFT+A

Tekst vet maken.

CTRL+B

Tekst onderstrepen.

CTRL+U

Woorden onderstrepen, maar spaties niet onderstrepen.

CTRL+SHIFT+W

Tekst dubbel onderstrepen.

CTRL+SHIFT+D

De opmaak Verborgen tekst toepassen.

CTRL+SHIFT+H

Tekst cursief maken.

CTRL+I

Letters opmaken als klein kapitaal.

CTRL+SHIFT+K

Subscript toepassen (automatische spatiëring).

CTRL+GELIJKTEKEN

Superscript toepassen (automatische spatiëring).

CTRL+SHIFT+PLUSTEKEN

Handmatig toegepaste tekenopmaak verwijderen.

CTRL+SPATIEBALK

De selectie wijzigen in het lettertype Symbol.

CTRL+SHIFT+Q

Tekstopmaak bekijken en kopiëren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Niet-afdrukbare tekens weergeven.

CTRL+SHIFT+* (het sterretje op het numerieke toetsenblok werkt niet)

De tekstopmaak herzien.

SHIFT+F1 (en klik op de tekst met de opmaak die u wilt herzien)

Opmaak kopiëren.

CTRL+SHIFT+C

Opmaak plakken.

CTRL+SHIFT+V

De regelafstand instellen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Regelafstand 1.

CTRL+1

Regelafstand 2.

CTRL+2

Regelafstand 1,5.

CTRL+5

Eén witregel voorafgaand aan de tekst toevoegen of verwijderen.

CTRL+0 (nul)

Alinea's uitlijnen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een alinea schakelen tussen gecentreerd en links uitgelijnd.

CTRL+E

Een alinea schakelen tussen uitgevuld en links uitgelijnd.

CTRL+J

Een alinea schakelen tussen rechts uitgelijnd en links uitgelijnd.

CTRL+R

Een alinea links uitlijnen.

CTRL+L

Een alinea links laten inspringen

CTRL+M

Een alinea-inspringing aan de linkerkant verwijderen

CTRL+SHIFT+M

Verkeerd-om inspringen.

CTRL+T

Een verkeerd-om inspringing verkleinen.

Ctrl+Shift+T

De alineaopmaak verwijderen.

CTRL+Q

Alineaopmaak toepassen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het taakvenster Stijl toepassen openen.

CTRL+SHIFT+S

Het taakvenster Stijlen openen.

ALT+CTRL+SHIFT+S

AutoOpmaak starten.

ALT+CTRL+K

De stijl Standaard toepassen.

CTRL+SHIFT+N

De stijl Kop 1 toepassen.

ALT+CTRL+1

De stijl Kop 2 toepassen.

ALT+CTRL+2

De stijl Kop 3 toepassen.

ALT+CTRL+3

Het taakvenster Stijlen sluiten

  1. Als het taakvenster Stijlen niet is geselecteerd, drukt u op F6 om het alsnog te selecteren.

  2. Druk op CTRL+SPATIEBALK.

  3. Selecteer Sluiten met behulp van de pijltoetsen en druk op ENTER.

Objecten invoegen en bewerken

Een object invoegen

  1. Druk op ALT, N, J en J om het dialoogvenster Object te openen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk.

    • Druk op PIJL-OMLAAG om een objecttype te selecteren en druk op ENTER om een object te maken.

    • Druk op CTRL+TAB om naar het tabblad Bestand gebruiken te gaan en typ de bestandsnaam van het object dat u wilt invoegen of blader naar het bestand.

Een object bewerken

  1. Zorg ervoor dat de cursor links van het object in het document staat en selecteer het object door op SHIFT+PIJL-RECHTS te drukken.

  2. Druk op SHIFT+F10.

  3. Druk op TAB om naar Objectnaam-object te gaan, druk op ENTER en druk nogmaals op ENTER.

SmartArt-afbeeldingen invoegen

  1. Druk op ALT, druk op N en druk vervolgens op M om SmartArt te selecteren.

  2. Druk op de pijltoetsen om het gewenste type afbeelding te selecteren.

  3. Druk op TAB en druk vervolgens op de pijltoetsen om de afbeelding te selecteren die u wilt invoegen.

  4. Druk op ENTER.

WordArt-objecten invoegen

  1. Druk op ALT, druk op N en druk vervolgens op W om WordArt te selecteren.

  2. Gebruik de pijltoetsen om de gewenste WordArt-stijl te selecteren en druk op ENTER.

  3. Typ de gewenste tekst.

  4. Druk op TAB en druk op ENTER.

Afdruk samenvoegen en velden

Een samenvoegbewerking uitvoeren

Opmerking : U moet zich op het tabblad Verzendlijsten bevinden om deze sneltoetsen te kunnen gebruiken.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een samenvoegresultaat vooraf bekijken.

ALT+SHIFT+K

Een document samenvoegen.

ALT+SHIFT+N

Het samengevoegde document afdrukken.

ALT+SHIFT+M

Een gegevensdocument voor Afdruk samenvoegen bewerken.

ALT+SHIFT+E

Een samenvoegveld invoegen.

ALT+SHIFT+F

Werken met velden

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een DATE-veld invoegen.

ALT+SHIFT+D

Een LISTNUM-veld invoegen.

ALT+CTRL+L

Een PAGE-veld invoegen.

ALT+SHIFT+P

Een TIME-veld invoegen.

ALT+SHIFT+T

Een leeg veld invoegen.

CTRL+F9

Gekoppelde informatie in een Microsoft Office Word-brondocument bijwerken.

CTRL+SHIFT+F7

Geselecteerde velden bijwerken.

F9

Een veld ontkoppelen.

CTRL+SHIFT+F9

Schakelen tussen een geselecteerde veldcode en het veldresultaat.

SHIFT+F9

Schakelen tussen alle veldcodes en alle veldresultaten.

ALT+F9

Een GOTOBUTTON- of MACROBUTTON-bewerking uitvoeren vanuit het veld met de veldresultaten.

ALT+SHIFT+F9

Naar het volgende veld gaan.

F11

Naar het vorige veld gaan.

SHIFT+F11

Een veld vergrendelen.

CTRL+F11

Een veld ontgrendelen.

CTRL+SHIFT+F11

De werkbalk Taal

Handschriftherkenning

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Schakelen tussen talen of toetsenbordindelingen.

ALT (links)+SHIFT

Een lijst met correctiesuggesties weergeven.

Afbeelding van knop +C

Handschrift in- of uitschakelen.

Afbeelding van knop +H

Japanse IME (Input Method Editor) op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen.

ALT+~

Koreaanse IME op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen.

ALT (rechts)

Chinese IME op een toetsenbord met 101 toetsen in- of uitschakelen.

CTRL+SPATIEBALK

Tips

  • U kunt de toetsencombinatie voor het schakelen tussen talen of toetsenbordindelingen kiezen in het dialoogvenster Geavanceerde toetsinstelling. U opent het dialoogvenster Geavanceerde toetsinstelling door met de rechtermuisknop te klikken op de werkbalk Taal en vervolgens te klikken op Instellingen. Klik onder Voorkeuren op Toetsinstellingen.

  • De toets met het Windows-logo ( Afbeelding van knop ) bevindt zich op de onderste rij van de meeste toetsenborden.

Naar boven

Overzicht van functietoetsen

Functietoetsen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Help opvragen of Microsoft Office Online bezoeken.

F1

Tekst of afbeeldingen verplaatsen.

F2

De laatste bewerking herhalen.

F4

De opdracht Ga naar kiezen (tabblad Start).

F5

Naar het volgende deelvenster of frame gaan.

F6

De opdracht Spelling kiezen (tabblad Controleren).

F7

De selectie uitbreiden.

F8

De geselecteerde velden bijwerken.

F9

Toetstips weergeven.

F10

Naar het volgende veld gaan.

F11

De opdracht Opslaan als kiezen (Microsoft Office-knop afbeelding office-knop ).

F12

SHIFT+functietoets

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De contextgevoelige Help-functie starten of opmaak weergeven.

SHIFT+F1

Tekst kopiëren.

SHIFT+F2

Gebruik van hoofdletters/kleine letters wijzigen.

SHIFT+F3

Zoeken of Ga naar herhalen.

SHIFT+F4

Naar de laatste wijziging gaan.

SHIFT+F5

Naar het vorige deelvenster of frame gaan (nadat u op F6 hebt gedrukt).

SHIFT+F6

De opdracht Synoniemen kiezen (tabblad Controleren, groep Controle).

SHIFT+F7

Een selectie verkleinen.

SHIFT+F8

Schakelen tussen veldcode en veldresultaat.

SHIFT+F9

Een snelmenu weergeven.

SHIFT+F10

Naar het vorige veld gaan.

SHIFT+F11

De opdracht Opslaan kiezen (Microsoft Office-knop afbeelding office-knop ).

SHIFT+F12

CTRL+functietoets

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De opdracht Afdrukvoorbeeld kiezen (Microsoft Office-knop afbeelding office-knop ).

CTRL+F2

De selectie knippen en naar de Prikker kopiëren.

CTRL+F3

Het venster sluiten.

CTRL+F4

Naar volgende venster gaan.

CTRL+F6

Een leeg veld invoegen.

CTRL+F9

Het documentvenster maximaliseren.

CTRL+F10

Een veld vergrendelen.

CTRL+F11

De opdracht Openen kiezen (Microsoft Office-knop afbeelding office-knop ).

CTRL+F12

CTRL+SHIFT+functietoets

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De inhoud van de Prikker invoegen.

CTRL+SHIFT+F3

Een bladwijzer bewerken.

CTRL+SHIFT+F5

Naar het vorige venster gaan.

CTRL+SHIFT+F6

Gekoppelde informatie in een Office Word 2007-brondocument bijwerken.

CTRL+SHIFT+F7

Een selectie of blok uitbreiden.

CTRL+SHIFT+F8 en druk vervolgens op een pijltoets

Een veld ontkoppelen.

CTRL+SHIFT+F9

Een veld ontgrendelen.

CTRL+SHIFT+F11

De opdracht Afdrukken kiezen (Microsoft Office-knop afbeelding office-knop ).

CTRL+SHIFT+F12

ALT+functietoets

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar het volgende veld gaan.

ALT+F1

Een nieuwe bouwsteen maken.

ALT+F3

Office Word 2007 afsluiten.

ALT+F4

Het vorige formaat van het toepassingsvenster herstellen.

ALT+F5

Van een geopend dialoogvenster terugkeren naar het document, voor dialoogvensters zoals Zoeken en vervangen die dit gedrag ondersteunen.

ALT+F6

Het volgende foutief gespelde woord of de volgende grammaticale fout zoeken.

ALT+F7

Een macro uitvoeren.

ALT+F8

Schakelen tussen alle veldcodes en alle veldresultaten.

ALT+F9

Het programmavenster maximaliseren.

ALT+F10

Microsoft Visual Basic-code weergeven.

ALT+F11

ALT+SHIFT+functietoets

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar het vorige veld gaan.

ALT+SHIFT+F1

De opdracht Opslaan kiezen (Microsoft Office-knop afbeelding office-knop ).

ALT+SHIFT+F2

Het taakvenster Onderzoek weergeven.

ALT+SHIFT+F7

Een GOTOBUTTON- of MACROBUTTON-bewerking uitvoeren vanuit het veld met de veldresultaten.

ALT+SHIFT+F9

Een menu of bericht voor een infolabel weergeven.

ALT+SHIFT+F10

CTRL+ALT+functietoets

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Microsoft-systeeminformatie weergeven.

CTRL+ALT+F1

De opdracht Openen kiezen (Microsoft Office-knop afbeelding office-knop ).

CTRL+ALT+F2

Naar boven

Als u nog vragen hebt na het lezen van dit artikel, kunt u hulp vragen aan een ondersteuningsmedewerker van OmniTech. Nieuwe gebruikers kunnen voor een beperkte periode maximaal 15 minuten gratis ondersteuning krijgen.

Opmerking : Disclaimer voor automatische vertaling: Dit artikel is vertaald door een computersysteem zonder menselijke tussenkomst. Microsoft biedt deze automatische vertalingen aan om niet-Engels sprekende gebruikers te helpen de inhoud over producten, services en technologieën van Microsoft te raadplegen. Omdat het artikel automatisch is vertaald, bevat het mogelijk fouten in grammatica, woordenschat en syntaxis.

Was deze informatie nuttig?

Heel goed! Hebt u nog meer feedback?

Wat kunnen we verbeteren?

Bedankt voor uw feedback.

×