Sneltoetsen die u kunt gebruiken bij het maken van een presentatie in PowerPoint 2010

Het gebruik van sneltoetsen

De sneltoetsen die in dit Help-onderwerp worden beschreven, hebben betrekking op de US-toetsenbordindeling. Toetsen in andere indelingen komen niet altijd exact overeen met de toetsen op een US-toetsenbord.

Sneltoetsen waarbij u op twee of meer toetsen tegelijk moet drukken, worden gescheiden door een plusteken (+). Sneltoetsen waarbij u op één toets drukt en direct daarna op een andere, worden gescheiden door een komma (,).

Opmerking   Als u dit onderwerp wilt afdrukken, drukt u op TAB om Alles weergeven te selecteren, drukt u op ENTER en drukt u vervolgens op CTRL+P.

Online-Help

Sneltoetsen voor het gebruik van het Help-venster

Het Help-venster biedt toegang tot de volledige inhoud van Office Help. In het Help-venster worden Help-onderwerpen en andere Help-inhoud weergegeven.

In het Help-venster

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het Help-venster openen.

F1

Het Help-venster sluiten.

ALT+F4

Schakelen tussen het Help-venster en de actieve toepassing.

ALT+TAB

Teruggaan naar PowerPoint Help en de inhoudsopgave met procedures.

ALT+HOME

Het volgende item in het Help-venster selecteren.

TAB

Het vorige item in het Help-venster selecteren.

SHIFT+TAB

De actie voor het geselecteerde item uitvoeren.

ENTER

In de sectie Bladeren in PowerPoint Help van het Help-venster respectievelijk het volgende of vorige item selecteren.

TAB, SHIFT+TAB

In de sectie Bladeren in PowerPoint Help van het Help-venster het geselecteerde item respectievelijk uitvouwen of samenvouwen.

ENTER

De volgende verborgen tekst of hyperlink selecteren, dan wel Alles weergeven of Alles verbergen bovenaan in het onderwerp selecteren.

TAB

De vorige verborgen tekst of hyperlink selecteren.

SHIFT+TAB

Afhankelijk van de selectie, de actie uitvoeren voor Alles weergeven, Alles verbergen, de verborgen tekst of de hyperlink.

ENTER

Teruggaan naar het vorige Help-onderwerp (knop Vorige).

ALT+PIJL-LINKS of BACKSPACE

Naar het volgende Help-onderwerp gaan (knop Volgende).

ALT+PIJL-RECHTS

Binnen het huidige Help-onderwerp met kleine hoeveelheden respectievelijk omhoog of omlaag bladeren.

PIJL-OMHOOG, PIJL-OMLAAG

Binnen het huidige Help-onderwerp met grotere hoeveelheden respectievelijk omhoog of omlaag bladeren.

PAGE UP, PAGE DOWN

Een menu met opdrachten weergeven voor het Help-venster. Hiervoor moet het Help-venster actief zijn (klik hiervoor in het Help-venster).

SHIFT+F10

De laatste actie stoppen (knop Stoppen).

ESC

Het venster vernieuwen (knop Vernieuwen).

F5

Het huidige Help-onderwerp afdrukken.

Opmerking   Als de cursor zich niet in het huidige Help-onderwerp bevindt, drukt u op F6 en vervolgens op CTRL+P.

CTRL+P

De verbindingsstatus wijzigen. U moet mogelijk meer dan één keer op F6 drukken.

F6 (totdat de focus zich in het vak Typ de woorden waarnaar u wilt zoeken bevindt), TAB, PIJL-OMLAAG

Tekst typen in het vak Typ de woorden waarnaar u wilt zoeken. U moet mogelijk meer dan één keer op F6 drukken.

F6

Schakelen tussen verschillende gebieden in het Help-venster, bijvoorbeeld tussen de werkbalk, het vak Typ de woorden waarnaar u wilt zoeken en de lijst Zoeken.

F6

Respectievelijk het volgende of het vorige item selecteren in een inhoudsopgave in boomstructuurweergave.

PIJL-OMHOOG, PIJL-OMLAAG

Het geselecteerde item in een inhoudsopgave in boomstructuurweergave respectievelijk uit- of samenvouwen.

PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS

Basisbewerkingen in Microsoft Office

Vensters weergeven en gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar het volgende vensters schakelen.

ALT+TAB, TAB

Naar het vorige venster schakelen.

ALT+SHIFT+TAB, TAB

Het actieve venster sluiten.

CTRL+W of CTRL+F4

De geopende presentatie uitzenden naar een extern publiek met de PowerPoint-webtoepassing.

CTRL+F5

In het programmavenster vanuit een taakvenster naar het volgende taakvenster gaan (naar rechts). Mogelijk moet u meermaals op F6 drukken.

Opmerking   Als het gewenste taakvenster niet wordt weergegeven wanneer u op F6 drukt, drukt u op ALT om de focus naar het lint te verplaatsen en drukt u vervolgens op CTRL+TAB om naar het taakvenster te gaan.

F6

Vanuit het ene deelvenster (linksom draaiend) naar het andere deelvenster in het programmavenster gaan.

SHIFT+F6

Naar het volgende PowerPoint-venster schakelen wanneer er meerdere PowerPoint-vensters zijn geopend.

CTRL+F6

Naar het vorige PowerPoint-venster schakelen.

CTRL+SHIFT+F6

Een afbeelding van het scherm naar het Klembord kopiëren.

PRINT SCREEN

Een afbeelding van het geselecteerde venster naar het Klembord kopiëren.

ALT+PRINT SCREEN

Lettertype of lettergrootte wijzigen

Opmerking   U kunt deze sneltoetsen alleen gebruiken als de cursor in een tekstvak staat.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Lettertype wijzigen.

CTRL+SHIFT+F

Tekengrootte wijzigen.

CTRL+SHIFT+P

De tekengrootte van de geselecteerde tekst vergroten.

CTRL+SHIFT+>

De tekengrootte van de geselecteerde tekst verkleinen.

CTRL+SHIFT+<

De invoegpositie in tekst of cellen verplaatsen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De invoegpositie één teken naar links verplaatsen.

PIJL-LINKS

De invoegpositie één teken naar rechts verplaatsen.

PIJL-RECHTS

De invoegpositie één regel omhoog verplaatsen.

PIJL-OMHOOG

De invoegpositie één regel omlaag verplaatsen.

PIJL-OMLAAG

De invoegpositie één woord naar links verplaatsen.

CTRL+PIJL-LINKS

De invoegpositie één woord naar rechts verplaatsen.

CTRL+PIJL-RECHTS

De invoegpositie naar het einde van een regel verplaatsen.

END

De invoegpositie naar het begin van een regel verplaatsen.

HOME

De invoegpositie één alinea omhoog verplaatsen.

CTRL+PIJL-OMHOOG

De invoegpositie één alinea omlaag verplaatsen.

CTRL+PIJL-OMLAAG

De invoegpositie naar het einde van een tekstvak verplaatsen.

CTRL+END

De invoegpositie naar het begin van een tekstvak verplaatsen.

CTRL+HOME

De invoegpositie in Microsoft Office PowerPoint naar de volgende tijdelijke aanduiding voor een titel of de hoofdtekst verplaatsen. Als dit de laatste tijdelijke aanduiding is op een dia, wordt hiermee een nieuwe dia ingevoegd met dezelfde dia-indeling als de oorspronkelijke dia.

CTRL+ENTER

De laatste opdracht voor Zoeken herhalen.

SHIFT+F4

Zoeken en vervangen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Zoeken openen.

CTRL+F

Het dialoogvenster Vervangen openen.

CTRL+H

De laatste opdracht Zoeken herhalen.

SHIFT+F4

Navigeren en werken in tabellen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar de volgende cel gaan.

TAB

Naar de vorige cel gaan.

SHIFT+TAB

Naar de volgende rij gaan.

PIJL-OMLAAG

Naar de vorige rij gaan.

PIJL-OMHOOG

Een tab invoegen in een cel.

CTRL+TAB

Een nieuwe alinea beginnen.

ENTER

Onderaan in de tabel een nieuwe rij toevoegen.

TAB aan het einde van de laatste rij

Taakvensters weergeven en gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Vanuit een taakvenster in het programmavenster naar een ander taakvenster gaan. (U moet mogelijk meer dan één keer op F6 drukken.)

F6

Respectievelijk de volgende of vorige optie in het actieve taakvenster selecteren.

TAB, SHIFT+TAB

Alle beschikbare opdrachten in het menu van het taakvenster weergeven.

CTRL+PIJL-OMLAAG

Navigeren door de beschikbare keuzen in het geselecteerde submenu, of navigeren door de opties in een groep in een dialoogvenster.

PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG

Het geselecteerde menu openen of de aan de geselecteerde knop toegewezen actie uitvoeren.

SPATIEBALK of ENTER

Een snelmenu openen of een vervolgkeuzemenu openen voor het geselecteerde item in de galerie.

SHIFT+F10

Respectievelijk de eerste of de laatste opdracht in het zichtbare menu of submenu selecteren.

HOME, END

Respectievelijk omhoog of omlaag schuiven in de geselecteerde galerielijst.

PAGE UP, PAGE DOWN

Respectievelijk naar het begin of het einde van de geselecteerde galerielijst navigeren.

HOME, END

Een taakvenster sluiten.

CTRL+SPATIEBALK, C

Het Klembord openen.

ALT+H, F, O

Het formaat van een taakvenster wijzigen

  1. Druk in het taakvenster op CTRL+SPATIEBALK om een menu met beschikbare opdrachten weer te geven.

  2. Gebruik PIJL-OMLAAG om de opdracht Formaat te selecteren en druk op ENTER.

  3. Gebruik de pijltoetsen om het formaat van het taakvenster te wijzigen. Gebruik CTRL+ de pijltoetsen om het formaat met een pixel tegelijk te wijzigen.

Opmerking   Druk op ESC als u gereed bent met het wijzigen van het formaat.

Dialoogvensters gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar de volgende optie of optiegroep gaan.

TAB

Naar de vorige optie of optiegroep gaan.

SHIFT+TAB

Naar het volgende tabblad in een dialoogvenster gaan. (Er moet al een tabblad in een geopend dialoogvenster zijn geselecteerd)

PIJL-OMLAAG

Naar het vorige tabblad in een dialoogvenster gaan. (Er moet al een tabblad in een geopend dialoogvenster zijn geselecteerd)

PIJL-OMHOOG

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen.

PIJL-OMLAAG, ALT+PIJL-OMLAAG

De lijst openen als die gesloten is en naar een optie in de lijst gaan.

Eerste letter van een optie in een vervolgkeuzelijst

Naar de vorige of volgende optie gaan in een geopende vervolgkeuzelijst of in een groep met opties.

PIJL-OMHOOG, PIJL-OMLAAG

De actie uitvoeren die is toegewezen aan de geselecteerde knop. Het geselecteerde selectievakje in- of uitschakelen.

SPATIEBALK

Een optie selecteren. Een selectievakje in- of uitschakelen.

De onderstreepte letter in een optie

De actie uitvoeren die is toegewezen aan een standaardknop in een dialoogvenster.

ENTER

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten. Een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten.

ESC

Invoervakken binnen dialoogvensters gebruiken

Een invoervak is een leeg vak waarin u een gegeven typt of plakt, zoals een gebruikersnaam of het pad van een map.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar het begin van de invoer gaan.

HOME

Naar het einde van de invoer gaan.

END

De invoegpositie respectievelijk één teken naar links of één teken naar rechts verplaatsen.

PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS

De invoegpositie één woord naar links verplaatsen.

CTRL+PIJL-LINKS

De invoegpositie één woord naar rechts verplaatsen.

CTRL+PIJL-RECHTS

Een teken naar links selecteren of deselecteren.

SHIFT+PIJL-LINKS

Een teken naar rechts selecteren of deselecteren.

SHIFT+PIJL-RECHTS

Een woord naar links selecteren of deselecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS

Een woord naar rechts selecteren of deselecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS

Selecteren vanaf de cursor tot aan het begin van de invoer.

SHIFT+HOME

Selecteren vanaf de cursor tot aan het einde van de invoer.

SHIFT+END

De dialoogvensters Openen en Opslaan als gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Openen openen

ALT+F, vervolgens O

Het dialoogvenster Opslaan als openen

ALT+F, vervolgens A

Naar de vorige of volgende optie in een geopende vervolgkeuzelijst of groep met opties gaan.

Pijltoetsen

Een snelmenu weergeven voor een geselecteerd item, zoals een map of bestand.

SHIFT+F10

Schakelen tussen opties of gebieden in het dialoogvenster.

TAB

Het vervolgkeuzemenu van een bestandspad openen

F4 of ALT+Z

De bestandenlijst vernieuwen.

F5

Navigeren op het lint

Toegang tot alle opdrachten verkrijgen met een paar toetsaanslagen

  1. Druk op ALT.

    De toetstips worden weergegeven bij elke functie die beschikbaar is in de huidige weergave.

    De sneltoetsen op het tabblad Bestand

  2. Druk op de letter die in de toetstip wordt weergegeven bij de gewenste functie.

  3. Afhankelijk van de letter waarop u drukt, kan het zijn dat er extra toetstips verschijnen. Als bijvoorbeeld het tabblad Start actief is en u drukt op I, wordt het tabblad Invoegen weergegeven, samen met de toetstips voor de groepen op dit tabblad.

  4. Ga door met het drukken op letters totdat u op de letter van de gewenste opdracht of het gewenste besturingselement drukt. In sommige gevallen moet u eerst op de letter drukken van de groep waartoe de opdracht behoort. Als bijvoorbeeld het tabblad Start actief is en u op ALT+H, F, S drukt, krijgt de keuzelijst Tekengrootte in de groep Lettertype de focus.

    Opmerking   Als u de huidige handeling wilt annuleren en de toetstips wilt verbergen, drukt u op ALT.

De focus wijzigen zonder de muis te gebruiken

Een andere manier waarop u het toetsenbord kunt gebruiken om met het lint te werken is het verplaatsen van de focus tussen de tabbladen en opdrachten totdat u de gewenste functie hebt gevonden. In de volgende tabel worden enkele manieren opgesomd om de focus te verplaatsen zonder de muis te gebruiken.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het actieve tabblad van het lint selecten en de toegangstoets activeren.

ALT of F10. Druk nogmaals op een van deze toetsen om terug naar het document te gaan en de toegangstoetsen te annuleren.

Respectievelijk naar links of naar rechts naar een ander tabblad van het lint gaan.

F10 om het actieve tabblad te selecteren en vervolgens PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS

Het lint verbergen of weergeven.

CTRL+F1

Het snelmenu voor de geselecteerde opdracht weergeven.

SHIFT+F10

De focus verplaatsen om elk van de volgende gebieden van het venster te selecteren:

  • Het actieve tabblad van het lint

  • Geopende taakvenster

  • Uw document

F6

De focus telkens naar respectievelijk de volgende of vorige opdracht op het lint verplaatsen.

TAB, SHIFT+TAB

De focus respectievelijk omlaag, omhoog, links of rechts verplaatsen tussen de items op het lint.

PIJL-OMLAAG, PIJL-OMHOOG, PIJL-LINKS, PIJL-RECHTS

De geselecteerde opdracht of het geselecteerde besturingselement op het lint activeren.

SPATIEBALK of ENTER

Het geselecteerde menu of de geselecteerde galerie op het lint openen.

SPATIEBALK of ENTER

Een opdracht of besturingselement activeren zodat u een waarde kunt wijzigen.

ENTER

Stoppen met het wijzigen van een waarde in een besturingselement op het lint en de focus terug naar het document verplaatsen.

ENTER

Help bij de geselecteerde opdracht of het geselecteerde besturingselement op het lint raadplegen. (Als aan de geselecteerde opdracht geen Help-onderwerp is gekoppeld, wordt een algemeen Help-onderwerp over het programma weergegeven.)

F1

Algemene taken in Microsoft Office PowerPoint

Van het ene naar het andere deelvenster gaan

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De deelvensters met de klok mee doorlopen in de normale weergave.

F6

De deelvensters tegen de klok in doorlopen in de normale weergave.

SHIFT+F6

Schakelen tussen de tabbladen Dia's en Overzicht in de deelvensters Overzicht en Dia's in de normale weergave.

CTRL+SHIFT+TAB

Werken in een overzicht

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het alineaniveau verhogen.

ALT+SHIFT+PIJL-LINKS

Het alineaniveau verlagen.

ALT+SHIFT+PIJL-RECHTS

Geselecteerde alinea's omhoog verplaatsen.

ALT+SHIFT+PIJL-OMHOOG

Geselecteerde alinea's omlaag verplaatsen.

ALT+SHIFT+PIJL-OMLAAG

Kopniveau 1 weergeven.

ALT+SHIFT+1

De tekst onder een kop uitvouwen.

ALT+SHIFT+PLUSTEKEN

De tekst onder een kop samenvouwen.

ALT+SHIFT+MINTEKEN

Werken met vormen, afbeeldingen, vakken, objecten en WordArt

Vormen invoegen

  1. Selecteer Vormen door op ALT te drukken en de toets los te laten, druk achtereenvolgens op N, op S en op H.

  2. Blader met behulp van de pijltoetsen door de categorieën vormen en selecteer de gewenste vorm.

  3. Druk op CTRL+ENTER als u de geselecteerde vorm wilt invoegen.

Een tekstvak invoegen

  1. Druk achtereenvolgens op ALT, N en X.

  2. Druk op CTRL+ENTER om het tekstvak in te voegen.

Een object invoegen

  1. Selecteer Object door op ALT te drukken en de toets los te laten. Druk vervolgens op N en op J.

  2. Gebruik de pijltoetsen om de objecten te doorlopen.

  3. Druk op CTRL+ENTER als u het gewenste object wilt invoegen.

WordArt-objecten invoegen

  1. Selecteer WordArt door op ALT te drukken en de toets los te laten, druk vervolgens op N, vervolgens op W.

  2. Gebruik de pijltoetsen om de gewenste WordArt-stijl te kiezen en druk op ENTER.

  3. Typ de gewenste tekst.

Vormen selecteren

Opmerking   Als de cursor zich binnen tekst bevindt, drukt u op ESC.

  • Als u een afzonderlijke vorm wilt selecteren, drukt u op de TAB-toets om vooruit te lopen, of op SHIFT+TAB om achteruit te lopen door de objecten, totdat de formaatgrepen zichtbaar worden op het object dat u wilt selecteren.

  • Met het selectiedeelvenster kunt u meerdere items selecteren.

Vormen, afbeeldingen en WordArt-objecten groeperen en deze groepen opheffen

  • Als u vormen, afbeeldingen of WordArt-objecten wilt groeperen, selecteert u de items die u wilt groeperen en drukt u op CTRL+G.

  • Als u een groep wilt opheffen, selecteert u de groep en drukt u op CTRL+SHIFT+G.

Het raster of de hulplijnen weergeven of verbergen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het raster weergeven of verbergen.

SHIFT+F9

Hulplijnen weergeven of verbergen.

ALT+F9

De kenmerken van een vorm kopiëren

  1. Selecteer de vorm met de kenmerken die u wilt kopiëren.

    Opmerking   Als u een vorm met tekst selecteert, kopieert u zowel het uiterlijk en de stijl van de tekst, als de kenmerken van de vorm.

  2. Druk op CTRL+SHIFT+C om de objectkenmerken te kopiëren.

  3. Druk op TAB of SHIFT+TAB om het object te selecteren waarnaar u de kenmerken wilt kopiëren.

  4. Druk op CTRL+SHIFT+V.

Tekst en objecten selecteren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het teken rechts selecteren.

SHIFT+PIJL-RECHTS

Het teken links selecteren.

SHIFT+PIJL-LINKS

Tot het einde van het woord selecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS

Tot het begin van het woord selecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS

Een regel hoger selecteren (met de cursor aan het begin van een regel).

SHIFT+PIJL-OMHOOG

Een regel lager selecteren (met de cursor aan het begin van een regel).

SHIFT+PIJL-OMLAAG

Een object selecteren (wanneer tekst in het object is geselecteerd).

ESC

Nog een object selecteren (wanneer een object is geselecteerd).

TAB of SHIFT+TAB totdat het gewenste object is geselecteerd

Tekst in een object selecteren (wanneer een object is geselecteerd).

ENTER

Alle objecten selecteren.

CTRL+A (op het tabblad Dia's)

Alle dia's selecteren.

CTRL+A (in Diasorteerderweergave)

Alle tekst selecteren.

CTRL+A (op het tabblad Overzicht)

Tekst en objecten verwijderen en kopiëren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het teken links verwijderen.

BACKSPACE

Het woord links verwijderen.

CTRL+BACKSPACE

Het teken rechts verwijderen.

DELETE

Het woord rechts verwijderen.

Opmerking   U kunt dit alleen doen als de cursor tussen twee woorden in staat.

CTRL+DELETE

Het geselecteerde object of de geselecteerde tekst knippen.

CTRL+X

Het geselecteerde object of de geselecteerde tekst kopiëren.

CTRL+C

Het geknipte of gekopieerde object of de geknipte of gekopieerde tekst plakken.

CTRL+V

De laatste actie ongedaan maken.

CTRL+Z

De laatste actie opnieuw uitvoeren.

CTRL+Y

Alleen opmaak kopiëren.

CTRL+SHIFT+C

Alleen opmaak plakken.

CTRL+SHIFT+V

Het dialoogvenster Plakken speciaal openen.

CTRL+ALT+V

Navigeren in tekst

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De invoegpositie één teken naar links verplaatsen.

PIJL-LINKS

De invoegpositie één teken naar rechts verplaatsen.

PIJL-RECHTS

De invoegpositie één regel omhoog verplaatsen.

PIJL-OMHOOG

De invoegpositie één regel omlaag verplaatsen.

PIJL-OMLAAG

De invoegpositie één woord naar links verplaatsen.

CTRL+PIJL-LINKS

De invoegpositie één woord naar rechts verplaatsen.

CTRL+PIJL-RECHTS

De invoegpositie naar het einde van een regel verplaatsen.

END

De invoegpositie naar het begin van een regel verplaatsen.

HOME

De invoegpositie één alinea omhoog verplaatsen.

CTRL+PIJL-OMHOOG

De invoegpositie één alinea omlaag verplaatsen.

CTRL+PIJL-OMLAAG

De invoegpositie naar het einde van een tekstvak verplaatsen.

CTRL+END

De invoegpositie naar het begin van een tekstvak verplaatsen.

CTRL+HOME

De invoegpositie naar de volgende tijdelijke aanduiding voor een titel of de hoofdtekst verplaatsen. Als dit de laatste tijdelijke aanduiding is op een dia, wordt hiermee een nieuwe dia ingevoegd met dezelfde dia-indeling als de oorspronkelijke dia.

CTRL+ENTER

De laatste opdracht voor Zoeken herhalen.

SHIFT+F4

Navigeren in en werken met tabellen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar de volgende cel gaan.

TAB

Naar de vorige cel gaan.

SHIFT+TAB

Naar de volgende rij gaan.

PIJL-LINKS

Naar de vorige rij gaan.

PIJL-OMHOOG

Een tab invoegen in een cel.

CTRL+TAB

Een nieuwe alinea beginnen.

ENTER

Onderaan in de tabel een nieuwe rij toevoegen.

TAB aan het einde van de laatste rij

Gekoppeld of ingesloten object bewerken

  1. Druk op TAB of SHIFT+TAB om het gewenste object te selecteren.

  2. Druk op SHIFT+F10 om het snelmenu te openen.

  3. Druk op PIJL-OMLAAG totdat werkblad-object is geselecteerd, druk op PIJL-RECHTS om Bewerken te selecteren en druk op ENTER.

    Opmerking   De naam van de opdracht in het snelmenu hangt af van het type ingesloten of gekoppeld object. Een ingesloten Microsoft Office Excel-werkblad heeft bijvoorbeeld de opdracht Werkblad, terwijl een ingesloten Microsoft Office Visio-tekening de opdracht Visio-object heeft.

Tekens en alinea's opmaken en uitlijnen

Lettertype of lettergrootte wijzigen

Opmerking   U kunt deze sneltoetsen alleen gebruiken als u eerst de tekst hebt geselecteerd die u wilt wijzigen.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om het lettertype te wijzigen.

CTRL+SHIFT+F

De tekengrootte vergroten.

CTRL+SHIFT+>

De tekengrootte verkleinen.

CTRL+SHIFT+<

Tekenopmaak toepassen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Lettertype openen om de tekenopmaak te wijzigen.

CTRL+T

Hoofdlettergebruik wijzigen.

SHIFT+F3

Tekst vet maken.

CTRL+B

Tekst onderstrepen.

CTRL+U

Tekst cursief maken.

CTRL+I

Subscript toepassen (automatische spatiëring).

CTRL+GELIJKTEKEN

Superscript toepassen (automatische spatiëring).

CTRL+SHIFT+PLUSTEKEN

Handmatige tekenopmaak verwijderen, zoals subscript en superscript.

CTRL+SPATIEBALK

Een hyperlink invoegen.

CTRL+K

Tekstopmaak kopiëren

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Opmaak kopiëren.

CTRL+SHIFT+C

Opmaak plakken.

CTRL+SHIFT+V

Alinea's uitlijnen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een alinea centreren.

CTRL+E

Een alinea uitvullen.

CTRL+J

Een alinea links uitlijnen.

CTRL+L

Een alinea rechts uitlijnen.

CTRL+R

Een presentatie uitvoeren

U kunt de volgende sneltoetsen gebruiken terwijl u uw presentatie uitvoert in de diavoorstellingsweergave.

Sneltoetsen voor diavoorstellingen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een presentatie vanaf het begin starten.

F5

De volgende animatie starten of naar de volgende dia gaan.

N, ENTER, PAGE DOWN, PIJL-RECHTS, PIJL-OMLAAG of SPATIEBALK

De vorige animatie starten of naar de vorige dia gaan.

T, PAGE UP, PIJL-LINKS, PIJL-OMHOOG of BACKSPACE

Naar dia nummer.

getal+ENTER

Een lege, zwarte dia weergeven of vanaf een lege, zwarte dia naar de presentatie terugkeren.

Z of PUNT

Een lege, witte dia weergeven of vanaf een lege, witte dia naar de presentatie terugkeren.

W of KOMMA

Een automatische presentatie stoppen of opnieuw starten.

S

Een presentatie beëindigen.

ESC of AFBREEKSTREEPJE

Aantekeningen op het scherm wissen.

E

Naar de volgende dia gaan, als de volgende dia verborgen is.

B

Nieuwe tijdsinstellingen instellen tijdens try-out.

N

Oorspronkelijke tijdsinstellingen gebruiken tijdens try-out.

O

Met een muisklik naar de volgende dia gaan tijdens try-out.

K

Gesproken tekst en tijdsinstellingen opnieuw opnemen.

R

Terugkeren naar eerste dia.

Houd de linker- en rechtermuisknop gedurende 2 seconden ingedrukt

De pijlaanwijzer weergeven of verbergen.

A of =

De aanwijzer veranderen in een pen.

CTRL+P

De aanwijzer veranderen in een pijl.

CTRL+A

De aanwijzer veranderen in een gum.

CTRL+E

Inktmarkeringen weergeven of verbergen.

CTRL+M

Aanwijzer en navigatieknop onmiddellijk verbergen.

CTRL+H

Aanwijzer en navigatieknop na 15 seconden verbergen.

CTRL+U

Het dialoogvenster Alle dia's weergeven

CTRL+S

De computertaakbalk weergeven

CTRL+T

Snelmenu weergeven.

SHIFT+F10

Naar de eerste of volgende hyperlink op een dia gaan.

TAB

Naar de laatste of vorige hyperlink op een dia gaan.

SHIFT+TAB

De actie bij 'muisklik' voor de geselecteerde hyperlink uitvoeren.

ENTER terwijl een hyperlink is geselecteerd

Sneltoetsen voor media tijdens een presentatie

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Media afspelen stoppen

ALT+Q

Heen en weer schakelen tussen afspelen en pauzeren

ALT+P

Naar de volgende bladwijzer gaan

ALT+END

Naar de vorige bladwijzer gaan

ALT+HOME

Geluidsvolume verhogen

Alt+PIJL-OMHOOG

Geluidsvolume verlagen

Alt+PIJL-OMLAAG

Voorwaarts zoeken

ALT+SHIFT+PAGINA-OMLAAG

Achterwaarts zoeken

ALT+SHIFT+PAGINA-OMHOOG

Geluid dempen

ALT+U

Tip   U kunt tijdens uw presentatie met F1 een lijst met besturingselementen weergeven.

Bladeren in webpresentaties

De volgende toetsen zijn geschikt voor het bekijken van webpresentaties in Microsoft Internet Explorer 4.0 of hoger.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Verdergaan door de hyperlinks in een webpresentatie, de adresbalk of de balk Koppelingen.

TAB

Teruggaan door de hyperlinks in een webpresentatie, de adresbalk of de balk Koppelingen.

SHIFT+TAB

De actie bij 'muisklik' voor de geselecteerde hyperlink uitvoeren.

ENTER

Naar de volgende dia gaan.

SPATIEBALK

Het selectiedeelvenster gebruiken

Gebruik de volgende sneltoetsen in het selectiedeelvenster.

Als u het selectiedeelvenster wilt starten, drukt u op Alt, vervolgens op H, op S, op L en op P.

Als u dit wilt doen

Drukt u op

De focus tussen de verschillende deelvensters verplaatsen.

F6

Het contextmenu weergeven.

SHIFT+F10

De focus naar een item of naar een groep verplaatsen.

PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG

De focus van een item in een groep naar de bovenliggende groep verplaatsen.

PIJL-LINKS

De focus van een groep naar het eerste item in die groep verplaatsen.

PIJL-RECHTS

De groep met focus en alle onderliggende groepen uitvouwen.

* (alleen op het numerieke toetsenbord)

De groep met focus uitvouwen.

+ (alleen op het numerieke toetsenbord)

De groep met focus samenvouwen.

- (alleen op het numerieke toetsenbord)

De focus naar een item verplaatsen en dit item selecteren.

SHIFT+PIJL-OMHOOG of SHIFT+PIJL-OMLAAG

Het item met focus selecteren.

SPATIEBALK of ENTER

De selectie van het item met focus annuleren.

SHIFT+SPATIEBALK of SHIFT+ENTER

Een geselecteerd item naar voren verplaatsen.

CTRL+SHIFT+F

Een geselecteerd item naar achteren verplaatsen.

CTRL+SHIFT+B

Het item met focus weergeven of verbergen.

CTRL+SHIFT+S

De naam van het item met focus wijzigen.

F2

De focus binnen het selectiedeelvenster schakelen tussen de boomstructuurweergave en de knoppen Alles weergeven en Alles verbergen.

TAB of SHIFT+TAB 

Alle groepen samenvouwen.

Opmerking   U kunt deze sneltoets alleen gebruiken als de focus zich in de structuurweergave van het selectiedeelvenster bevindt.

ALT+SHIFT+1

Alle groepen uitvouwen.

ALT+SHIFT+9

Als u in Office PowerPoint 2007 aangepaste sneltoetsen wilt toewijzen aan menu-items, opgenomen macro's en Visual Basic for Applications (VBA)-code (Visual Basic for Applications), moet u een invoegtoepassing van een andere leverancier gebruiken, zoals de Shortcut Manager for PowerPoint, die bij OfficeOne Add-Ins for PowerPoint (Engelstalig) verkrijgbaar is.

Is van toepassing op: PowerPoint 2010



Was deze informatie nuttig?

Ja Nee

Wat kan er beter?

255 tekens resterend

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.

Ondersteuningsbronnen

Taal wijzigen