Projectstructuurcodes (WBS) maken

projectstructuur zijn alfanumerieke codes die de unieke positie van elke taak in de overzicht van het project aangeven. Projectstructuurcodes kunnen worden gebruikt voor rapporten van planning en het bijhouden van kosten.

Wat wilt u doen?

Meer weten over projectstructuurcodes

Aangepaste projectstructuurcodes definiëren

Projectstructuurcodes opnieuw nummeren

Meer weten over projectstructuurcodes

Er zijn twee typen projectstructuurcodes in Microsoft Office Project: overzichtsnummer een aangepaste projectstructuurcodes. Lees de volgende secties voor meer informatie.

Overzichtsnummers

Overzichtsnummers zijn het eenvoudigste type projectstructuurcodes. In Microsoft Office Project wordt automatisch een overzichtsnummer berekend voor elke taak. De nummering wordt gebaseerd op de overzichtsstructuur van de takenlijst. Als de eerste taak in uw takenlijst bijvoorbeeld het nummer 1 heeft en die taak drie subtaken heeft, krijgen die subtaken de nummers 1.1, 1.2 en 1.3.

Overzichtsnummers bestaan alleen uit cijfers (geen letters) en u kunt ze niet bewerken. Ze worden echter automatisch gewijzigd wanneer u een taak omhoog of omlaag verplaatst in de takenlijst en wanneer u taken laat inspringen of de inspringing inspringing verkleinen. Als een subtaak bijvoorbeeld momenteel het overzichtsnummer 3.5.4 heeft en u deze één rij omhoog verplaatst in de lijst, wordt het overzichtsnummer automatisch bijgewerkt naar 3.5.3. Als u de inspringing van diezelfde subtaak vervolgens verkleint, wordt het overzichtsnummer automatisch bijgewerkt naar 3.6.

Tip   Als u de overzichtsnummers wilt weergeven, kunt u het veld Overzichtsnummer toevoegen aan een tabel of bladweergave of u kunt de overzichtsnummers weergeven naast de taaknamen. Als u de overzichtsnummers wilt weergeven naast de taaknamen, klikt u in het menu Extra op Opties en klikt u vervolgens op de tab Weergave. Schakel onder Overzichtsopties het selectievakje Overzichtsnummer weergeven in.

Aangepaste projectstructuurcodes

Als u voor uw project gedetailleerde projectstructuurcodes nodig hebt met een specifieke lengte, reeksen of sets van cijfers en letters, kunt u één aangepast codemasker definiëren voor het project. (Een project mag niet meer dan een aangepast codemasker hebben.) De aangepaste projectstructuurcode wordt vastgelegd in het veld Projectstructuur.

Elk niveau van een aangepaste projectstructuurcode staat, net als een overzichtsnummer, voor een overzichtsniveau in de takenlijst. U kunt een unieke notatie gebruiken voor elk niveau van de code en elk niveau wordt in de code vermeld op basis van de hiërarchie van taken, samenvattingstaken en subtaken.

Als u bijvoorbeeld gefaseerde projecten wilt plannen die overeenstemmen met de richtlijnen van de organisatie voor het komende fiscale jaar, kunt u een aangepast codemasker voor de projectstructuur maken dat elke taak identificeert aan de hand van de bijbehorende richtlijn, het kwartaal en het project. Met deze code kunt u bijvoorbeeld een taak maken die de aangepaste projectstructuurcode CustSat.Q3.CSTools.11 heeft. Dit houdt in dat het taak 11 is in het project Customer Support Tools Upgrade, dat begint in het derde kwartaal en dat voldoet aan de bedrijfsrichtlijn Customer Satisfaction (klanttevredenheid) voor het geplande fiscale jaar.

Naar boven

Aangepaste projectstructuurcodes definiëren

  1. Klik in het menu Beeld op een bladweergave, zoals de weergave Taakblad.

    Als u een weergave wilt gebruiken die niet voorkomt in het menu Beeld, klikt u op Meer weergaven. Klik op de gewenste weergave in de lijst Weergaven en klik vervolgens op Toepassen.

  2. Wijs in het menu Project de optie Projectstructuur aan en klik vervolgens op Code definiëren.

  3. Typ een speciaal voorvoegsel dat bij dit project hoort in het vak Voorvoegsel van projectcode als u de taken in dit project wilt onderscheiden van taken in andere projecten.

    Hiermee wordt het project op het hoogste niveau van de structuurcode aangeduid. Het voorvoegsel kan handig zijn voor het identificeren van de subprojecten in het hoofdproject of voor het maken van taakafhankelijkheden voor meerdere projecten.

    U kunt het voorvoegsel van de projectcode opgeven met een willekeurige combinatie van cijfers, hoofdletters, kleine letters en symbolen.

  4. Als u de codetekenreeks voor de taken op het eerste niveau wilt opgeven, klikt u op de eerste rij in de kolom Reeks op de pijl en vervolgens op het type teken dat u voor dit niveau wilt gebruiken:

    • Klik op Cijfers (geordend) als u een numerieke projectstructuurcode wilt weergeven voor dit niveau, bijvoorbeeld 1, 2 en 3 voor de eerste drie samenvattingstaken in het project.

    • Klik op Hoofdletters (geordend) als u alfabetische structuurcodes in hoofdletters wilt weergeven, bijvoorbeeld A, B en C voor de eerste drie samenvattingstaken in het project.

    • Klik op Kleine letters (geordend) als u alfabetische structuurcodes in kleine letters wilt weergeven, bijvoorbeeld a, b en c voor de eerste drie samenvattingstaken in het project.

    • Klik op Tekens (niet-geordend) om een willekeurige combinatie van cijfers, hoofdletters en kleine letters weer te geven, bijvoorbeeld Arch1, Const1 en Insp1 voor de eerste drie samenvattingstaken in het project.

      Als u voor deze optie kiest, hebt u de hoogste mate van flexibiliteit bij het opgeven van aangepaste structuurcodes. Er wordt een sterretje (*) weergegeven in het veld voor structuurcodes totdat u een tekenreeks voor dit niveau van de structuurcode opgeeft.

  5. In de kolom Lengte typt of selecteert u het aantal tekens voor elk niveau van de codetekenreeks. U kunt het precieze aantal tekens opgeven of u kunt Willekeurig selecteren om elk gewenst aantal tekens toe te staan voor dat codeniveau.

    U kunt bijvoorbeeld 3 typen als u wilt dat het verplichte in te voeren aantal tekens op één niveau van de structuurcode 3 bedraagt. De totale lengte van een structuurcode kan tussen 1 en 255 tekens bedragen.

  6. Typ of selecteer in de kolom Scheidingsteken een teken waarmee de codetekenreeks voor een niveau wordt gescheiden van de codetekenreeks voor het volgende niveau.

    Een punt is het standaardscheidingsteken. U kunt voor elk codeniveau een ander scheidingsteken opgeven.

    U kunt ook besluiten geen enkel scheidingsteken tussen de codeniveaus te gebruiken. Verwijder het scheidingsteken in het veld Scheidingsteken.

  7. Geef één codetekenreeks op voor elk niveau met inspringende taken in het overzicht.

    Als u een afzonderlijke codetekenreeks wilt opgeven voor elk niveau, klikt u op de volgende rij en vult u de kolommen Reeks, Lengte en Scheidingsteken in.

  8. Schakel het selectievakje Structuurcode genereren voor nieuwe taak uit als u niet wilt dat er telkens wanneer u een nieuwe taak invoert automatisch een structuurcode wordt toegewezen.

  9. Schakel het selectievakje Uniek karakter van nieuwe structuurcodes verifiëren uit als u het gebruik van dezelfde structuurcode voor meerdere taken wilt toestaan.

Opmerking   

  • Het teken dat u gebruikt als scheidingsteken kan niet meer worden gebruikt als onderdeel van de code. Als u bijvoorbeeld een liggend streepje gebruikt als scheidingsteken, kunt u dit teken in de code niet meer gebruiken voor een taak.

  • U kunt niet meer dan een set projectstructuurcodes definiëren per project. Als u nog een organisatiestructuur wilt weergeven voor taken, kunt u aangepaste velden gebruiken om een afzonderlijke set codes te maken of toe te passen.

  • Als u projectstructuurcodes wilt weergeven, moet u het veld Projectstructuur toevoegen aan de weergave.

  • Als u de projectstructuurcode wilt wijzigen voor een overzichtstaak en al de bijbehorende subtaak, moet u de bestaande code, of set asterisken, in de projectstructuurcode van de samenvattingstaak wijzigen in een andere set tekens.

    Stel dat de projectstructuurcode voor een specifieke subtaak Ph3.Prj5.Arch.Taak3 is. 'Taak3' staat dan voor de subtaak 'Plannen ontwikkelen' en 'Arch' staat voor de samenvattingstaak 'Oplossing van architect'. De naam van de samenvattingstaak is gewijzigd in 'Ontwerpoplossing' en u moet de code voor de samenvattingstaak en alle bijbehorende subtaken bijwerken. U past de projectstructuurcode zo aan dat de samenvattingstaak wordt gecodeerd tot 'Ont' en vervolgens wordt de projectstructuurcode voor de subtaak 'Plannen ontwikkelen' automatisch bijgewerkt naar Ph3.Prj5.Ont.Taak3.

Naar boven

Projectstructuurcodes opnieuw nummeren

Nadat u taken hebt verplaatst of verwijderd, staan de aangepaste projectstructuurcodes mogelijk niet meer in de goede volgorde. De projectstructuurcodes worden in Project niet automatisch opnieuw genummerd, omdat u deze codes mogelijk gebruikt in documenten of andere systemen die niet zijn gekoppeld aan uw Project-bestand. U kunt de structuurcodes van alle taken of van de geselecteerde taken opnieuw nummeren.

  1. Klik in het menu Beeld op een bladweergave met de taken die u opnieuw wilt nummeren, bijvoorbeeld Taakblad.

    Als u een weergave wilt gebruiken die niet voorkomt in het menu Beeld, klikt u op Meer weergaven. Klik op de gewenste weergave in de lijst Weergaven en klik vervolgens op Toepassen.

  2. Selecteer de taken die u opnieuw wilt nummeren. (De eerste taak in een selectie met taken wordt niet opnieuw genummerd. Deze wordt als uitgangspunt gebruikt voor het opnieuw nummeren van de taken.)

    Als u de structuurcodes van alle taken opnieuw wilt nummeren, moet u geen taken selecteren.

  3. Wijs in het menu Project de optie Projectstructuur aan en klik op Opnieuw nummeren.

  4. Klik op Geselecteerde taken als u de volgorde van de structuurcodes voor alleen geselecteerde, aaneengrenzende taken wilt corrigeren.

    Als u de volgorde van de structuurcodes voor alle taken in het project wilt corrigeren, klikt u op Het hele project.

Opmerking   

  • Als het project subproject bevat, kunt u enkele of alle taken in elk subproject opnieuw nummeren door alle subtaken weer te geven. Klik op Weergeven Afbeelding van knop en klik op Alle subtaken. (In Project kunt u taken die niet worden weergegeven niet opnieuw nummeren.)

  • Als u subprojecten die worden ingevoegd in het hoofdproject opnieuw nummert, wordt ook de code gewijzigd die staat voor elk subproject op projectniveau.

  • Als u structuurcodes wilt weergeven, moet u een kolom Projectstructuur toevoegen aan een bladweergave.

  • Als u projectstructuurcodes wilt wijzigen nadat deze in Project zijn berekend, wijst u in het menu Project de optie Projectstructuur aan en klikt u op Structuurcode definiëren. Wijzig in de kolom Reeksen het type teken van het gewenste niveau van het codemasker. Wanneer u een code bijwerkt op samenvattingstaakniveau, worden alle subtaken van die samenvattingstaak automatisch bijgewerkt.

    Als u problemen ondervindt bij het wijzigen van de projectstructuurcodes, kan dit een van de volgende oorzaken hebben:

    • U probeert een projectstructuurcode te wijzigen die een codemasker heeft, nadat de code is berekend     Als u een masker voor structuurcodes hebt gemaakt en als er al structuurcodes voor taken waren berekend, kunt u de structuurcode alleen wijzigen door de niveaus van het codemasker opnieuw te definiëren. Nadat u de niveaus van het codemasker opnieuw hebt gedefinieerd, kunt u elk niveau van het codemasker wijzigen van geordende cijfers, geordende hoofdletters, geordende kleine letters of ongeordende tekens in een ander type.

    • U probeert projectstructuurcodes te wijzigen op een lager niveau in de takenlijst     U kunt de tekens in de structuurcode voor een subtaak niet wijzigen, alleen voor de samenvattingstaak waarin dat niveau van de structuurcode is gedefinieerd.

Naar boven

Is van toepassing op: Project Standard 2007



Was deze informatie nuttig?

Ja Nee

Wat kan er beter?

255 tekens resterend

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.

Ondersteuningsbronnen

Taal wijzigen