Nieuwe sjablonen maken

Wat wilt u doen?

Informatie over sjablonen

Een sjabloon maken

Inhoudsbesturingselementen toevoegen aan een sjabloon

Instructies toevoegen aan een sjabloon

Bouwstenen bij een sjabloon opslaan en verspreiden

Beveiliging instellen voor een sjabloon

Informatie over sjablonen

Een sjabloon is een type document waarvan automatisch een kopie wordt gemaakt wanneer u het opent. In Microsoft Office Word 2007 kan een sjabloon een DOTX-bestand zijn of een DOTM-bestand. In een DOTM-bestand kunnen macro's worden ingeschakeld.

Een bedrijfsplan is een voorbeeld van een documenttype dat vaak in Word wordt geschreven. In plaats van een geheel nieuwe structuur voor het bedrijfsplan te maken, kunt u een sjabloon gebruiken met vooraf gedefinieerde pagina-indeling, lettertypen, marges en stijlen. U hoeft alleen een sjabloon te openen en de tekst en gegevens in te vullen die specifiek zijn voor uw document. Wanneer u het document opslaat als DOCX- of DOCM-bestand, wordt het gescheiden opgeslagen van de sjabloon waarop het is gebaseerd.

Sjablonen komen sterk overeen met documenten. U kunt er secties voor een specifieke doelgroep in plaatsen of verplichte tekst die anderen kunnen gebruiken, evenals inhoudsbesturingselementen, zoals een vooraf gedefinieerde vervolgkeuzelijst of een speciaal logo. U kunt beveiliging instellen voor een sectie van een sjabloon of een wachtwoord instellen voor de hele sjabloon, om te voorkomen dat de inhoud ervan wordt gewijzigd.

Word-documenten voor de meeste typen documenten vindt u op Microsoft Office Online. Als u een internetverbinding hebt, klikt u op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en op Nieuw. Vervolgens klikt u op de gewenste sjablooncategorie. U kunt ook uw eigen sjablonen maken.

Opmerking   Sjablonen met een complexe structuur en inhoud, zoals een formulier voor belastinggegevens, kunt u het beste maken in een speciaal programma voor het maken van formulieren, zoals Microsoft Office InfoPath 2007.

Naar boven

Een sjabloon maken

U kunt beginnen met een leeg document en dit als sjabloon opslaan of u kunt een sjabloon maken die is gebaseerd op een bestaand document of bestaande sjabloon.

Beginnen met een lege sjabloon

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Nieuw.

  2. Klik op Leeg document en klik vervolgens op Maken.

  3. Wijzig zo nodig de instellingen voor marges, paginaformaat en afdrukstand, stijlen en andere opmaakkenmerken.

    U kunt ook instructies, inhoudsbesturingselementen (bijvoorbeeld een datumkiezer) en afbeeldingen toevoegen die moeten worden weergegeven in alle nieuwe documenten die u wilt baseren op de sjabloon.

  4. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Opslaan als.

  5. Klik op Vertrouwde sjablonen in het vak Opslaan als.

  6. Geef een bestandsnaam op voor de nieuwe sjabloon, selecteer Word-sjabloon in de lijst Opslaan als en klik vervolgens op Opslaan.

    Opmerking   U kunt de sjabloon ook opslaan als een Word-sjabloon met ingeschakelde macro's (DOTM-bestand) of een Word 97-2003-sjabloon (DOT-bestand).

  7. Sluit de sjabloon.

Een sjabloon maken op basis van een bestaand document

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Open het document waarop u de sjabloon wilt baseren.

  3. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Opslaan als.

  4. Breng de wijzigingen aan voor alle nieuwe documenten die u wilt baseren op de sjabloon.

  5. Klik op Vertrouwde sjablonen in het vak Opslaan als.

  6. Geef een bestandsnaam op voor de nieuwe sjabloon, selecteer Word-sjabloon in de lijst Opslaan als en klik vervolgens op Opslaan.

    Opmerking   U kunt de sjabloon ook opslaan als een Word-sjabloon met ingeschakelde macro's (DOTM-bestand) of een Word 97-2003-sjabloon (DOT-bestand).

  7. Sluit de sjabloon.

Een nieuwe sjabloon maken op basis van een bestaande sjabloon

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Nieuw.

  2. Klik onder Sjablonen op Nieuw op basis van bestaand.

  3. Klik op een sjabloon die overeenkomt met de sjabloon die u wilt maken en klik vervolgens op Nieuw.

  4. Wijzig zo nodig de instellingen voor marges, paginaformaat en afdrukstand, stijlen en andere opmaakkenmerken.

    U kunt ook instructies, inhoudsbesturingselementen (bijvoorbeeld een datumkiezer) en afbeeldingen toevoegen die moeten worden weergegeven in alle nieuwe documenten die u wilt baseren op de sjabloon.

  5. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Opslaan als.

  6. Klik op Vertrouwde sjablonen in het vak Opslaan als.

  7. Geef een bestandsnaam op voor de nieuwe sjabloon, klik op Word-sjabloon in het vak Opslaan als en klik vervolgens op Opslaan.

    Opmerking   U kunt de sjabloon ook opslaan als een Word-sjabloon met ingeschakelde macro's (DOTM-bestand) of een Word 97-2003-sjabloon (DOT-bestand).

  8. Sluit de sjabloon.

Naar boven

Inhoudsbesturingselementen toevoegen aan een sjabloon

U kunt de sjabloon gemakkelijk aanpasbaar maken voor degenen die de sjabloon gaan gebruiken. Dit doet u door inhoudsbesturingselementen toe te voegen en te configureren, zoals besturingselementen voor tekst met opmaak, afbeeldingen, vervolgkeuzelijsten of datumkiezers.

Voor een collega hebt u bijvoorbeeld een sjabloon gemaakt die een vervolgkeuzelijst bevat, maar uw collega wil andere opties opnemen voor de vervolgkeuzelijst in het document dat hij of zij op basis van uw sjabloon maakt en gaat verspreiden. Omdat u bewerken van de vervolgkeuzelijst mogelijk hebt gemaakt toen u dit inhoudsbesturingselement aan de sjabloon toevoegde, kan uw collega de sjabloon snel en gemakkelijk naar wens aanpassen.

Inhoudsbesturingselementen toevoegen

Opmerking   U kunt ook inhoudsbesturingselementen toevoegen aan documenten.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Opties voor Word.

  2. Klik op Populair.

  3. Schakel het selectievakje Tabblad Ontwikkelaars op het lint weergeven in en klik op OK.

    Opmerking   Het lint is een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

  4. Open de sjabloon waaraan u inhoudsbesturingselementen wilt toevoegen en klik vervolgens op de plaats waar u een besturingselement wilt toevoegen.

  5. Ga naar het tabblad Ontwikkelaars en klik in de groep Besturingselementen op het inhoudsbesturingselement dat u wilt toevoegen aan het document of de sjabloon.

    U kunt bijvoorbeeld op Tekst met opmaak klikken om een besturingselement voor tekst met opmaak in te voegen dat wordt weergegeven in elk document dat met de sjabloon wordt gemaakt.

    Opmerking   Als er geen inhoudsbesturingselementen beschikbaar zijn, hebt u mogelijk een document geopend dat is gemaakt in een eerdere versie van Word. U moet het document converteren naar de Word 2007-bestandsindeling om inhoudsbesturingselementen te kunnen gebruiken. Klik hiervoor op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak, klik op Converteren en klik tot slot op OK. Nadat het document is geconverteerd, slaat u het op.

  6. Selecteer het inhoudsbesturingselement en klik in de groep Besturingselementen op Eigenschappen.

  7. Geef in het dialoogvenster Eigenschappen van inhoudsbesturingselement aan of het inhoudsbesturingselement kan worden verwijderd of bewerkt door degene die gebruikmaakt van uw sjabloon.

  8. Als u een aantal inhoudsbesturingselementen of zelfs enkele alinea's of tekstgedeelten bij elkaar wilt houden, selecteert u de besturingselementen of de tekst en klikt u in de groep Besturingselementen op Groeperen.

    U hebt bijvoorbeeld een juridisch fragment gemaakt dat uit drie alinea's bestaat. Als u de drie alinea's groepeert met de opdracht Groeperen, kunnen de drie alinea's van het fragment niet worden bewerkt en alleen worden verwijderd als groep.

Naar boven

Instructies toevoegen aan een sjabloon

Soms is het nuttig om tijdelijke aanduidingen met instructies op te geven over het invullen van een bepaald inhoudsbesturingselement dat u aan een sjabloon hebt toegevoegd. De instructies worden vervangen door inhoud wanneer iemand het formulier gebruikt.

  1. Klik op het tabblad Centrum, in de groep Besturingselementen, op Ontwerpmodus.

  2. Als u nog geen inhoudsbesturingselement aan uw document hebt toegevoegd, klikt u op de plaats waar u het besturingselement wilt weergeven en vervolgens op een besturingselement.

    Opmerking   Als er geen inhoudsbesturingselementen beschikbaar zijn, hebt u mogelijk een document geopend dat is gemaakt in een eerdere versie van Word. U moet het document converteren naar de Word 2007-bestandsindeling om inhoudsbesturingselementen te kunnen gebruiken. Klik hiervoor achtereenvolgens op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak, op Converteren en op OK. Nadat het document is geconverteerd, slaat u het op.

  3. Klik op het tabblad Centrum, in de groep Besturingselementen, op Ontwerpmodus.

  4. Klik op het inhoudsbesturingselement waaraan u een tijdelijke aanduiding met tekst wilt toevoegen.

  5. Bewerk de tekst van de tijdelijke aanduiding en maak de tekst naar wens op.

    Als u een inhoudsbesturingselement voor een tekstvak toevoegt en wilt dat de tijdelijke tekst verdwijnt wanneer iemand eigen tekst in het vak typt, klikt u in de groep Besturingselementen op Eigenschappen en schakelt u vervolgens het selectievakje Inhoudsbesturingselement verwijderen wanneer inhoud wordt bewerkt in.

Naar boven

Bouwstenen bij een sjabloon opslaan en verspreiden

Bouwstenen zijn herbruikbare stukken inhoud of andere delen van documenten, die worden opgeslagen in galerieën en die u op elk gewenst moment kunt openen en opnieuw gebruiken. Ook kunt u bouwstenen bij sjablonen opslaan en verspreiden. U kunt bijvoorbeeld een rapportsjabloon maken met daarbij twee verschillende begeleidende brieven. Gebruikers van uw sjabloon kunnen dan een van de brieven kiezen wanneer ze hun eigen rapport maken op basis van de sjabloon.

  1. Als u tevreden bent met het ontwerp van de sjabloon waaraan u bouwstenen wilt toevoegen die gebruikers van de sjabloon naar keuze kunnen invoegen, slaat u de sjabloon op en sluit u deze.

  2. Open de sjabloon.

    Zorg dat de sjabloon geopend blijft waaraan u bouwsteenopties wilt toevoegen voor gebruikers van de sjabloon.

  3. Maak de bouwstenen voor de gebruikers van de sjabloon.

    Wanneer u de gegevens invult in het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken, moet u niet vergeten in het vak Opslaan in op de naam van de sjabloon te klikken.

  4. Verspreid de sjabloon.

    Wanneer u de sjabloon verzendt of aan anderen ter beschikking stelt, zijn de bouwstenen die u bij de sjabloon hebt opgeslagen beschikbaar in de galerieën die u hebt opgegeven.

Naar boven

Beveiliging instellen voor een sjabloon

U kunt beveiliging instellen voor afzonderlijke inhoudsbesturingselementen in een sjabloon, om te voorkomen dat een bepaald besturingselement of een groep besturingselementen wordt verwijderd of bewerkt. U kunt ook een wachtwoord gebruiken als u de hele inhoud van de sjabloon wilt beveiligen.

Beveiliging instellen voor onderdelen van een sjabloon

  1. Open de sjabloon waarvoor u beveiliging wilt instellen.

  2. Selecteer de inhoudsbesturingselementen of de groep besturingselementen waarvoor u het aanbrengen van wijzigingen wilt beperken.

  3. Klik op het tabblad Centrum, in de groep Besturingselementen, op Eigenschappen.

  4. Ga op een van de volgende manieren te werk in het dialoogvenster Eigenschappen van inhoudsbesturingselement onder Vergrendelen:

    • Schakel het selectievakje Inhoudsbesturingselement kan niet worden verwijderd in, zodat de inhoud van het besturingselement kan worden bewerkt, zonder dat het besturingselement zelf uit de sjabloon of uit een document dat op de sjabloon is gebaseerd kan worden verwijderd.

    • Schakel het selectievakje Inhoud kan niet worden bewerkt in. Hiermee kunt u het besturingselement verwijderen maar kunt u niet de inhoud van het besturingselement bewerken.

      Gebruik deze instelling wanneer u de door u toegevoegde tekst wilt beveiligen. Op deze manier kunt u bijvoorbeeld voorkomen dat een juridisch fragment dat u vaak gebruikt, wordt gewijzigd. Als u het fragment niet nodig hebt voor een bepaald document, kunt u het fragment in dat geval verwijderen.

Beveiliging instellen voor de hele inhoud van een sjabloon

  1. Open de sjabloon die u wilt beveiligen tegen wijzigingen.

  2. Klik op het tabblad Centrum, in de groep Beveiligen, op Document beveiligen en klik vervolgens op Opmaak en bewerkingen beperken.

  3. Schakel in het deelvenster Document beveiligen onder Bewerkingsbeperkingen het selectievakje Alleen bewerkingen van dit type toestaan in het document in.

  4. Klik in de lijst met bewerkingsbeperkingen op de beperkingen die u wilt toepassen.

  5. Klik op Machtigingen beperken als u aanvullende beperkingsopties wilt instellen, bijvoorbeeld welke gebruikers het document kunnen lezen of wijzigen.

    Bij de restrictieopties kunt u een vervaldatum voor het document instellen en gebruikers machtigen om inhoud te kopiëren.

  6. Klik onder Afdwingen starten op Ja, afdwingen van beveiliging starten.

  7. Als u een wachtwoord wilt toewijzen aan het document zodat alleen revisoren die het wachtwoord kennen de beveiliging kunnen opheffen, typt u een wachtwoord in het vak Nieuw wachtwoord opgeven (optioneel) en typt u het wachtwoord vervolgens opnieuw ter bevestiging.

    Belangrijk   Als u geen wachtwoord instelt, kan iedereen uw bewerkingsbeperkingen wijzigen.

Naar boven

Is van toepassing op: Word 2007



Was deze informatie nuttig?

Ja Nee

Wat kan er beter?

255 tekens resterend

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.

Ondersteuningsbronnen

Taal wijzigen