Kop- en voetteksten gebruiken op afgedrukte werkbladen

Belangrijk : Dit artikel is automatisch vertaald, bekijk de disclaimer. De Engelse versie van dit artikel vindt u hier voor referentiedoeleinden.

U kunt kop- of voetteksten toevoegen aan de boven- of onderkant van een afgedrukt werkblad. U kunt bijvoorbeeld een voettekst maken met de paginanummers, de datum en tijd en de naam van het bestand.

Kop- en voetteksten worden in de weergave Normaal niet weergegeven op het werkblad. Ze worden alleen weergegeven in de weergave Pagina-indeling en op de afgedrukte pagina's. U kunt kop- en voetteksten invoegen in de weergave Pagina-indeling waar u deze kunt zien, of u kunt het dialoogvenster Pagina-instelling gebruiken als u kop- of voetteksten wilt invoegen voor meerdere werkbladen tegelijk. Voor andere typen bladen, zoals grafiekbladen, kunt u kop- en voetteksten alleen invoegen via het dialoogvenster Pagina-instelling.

Wat wilt u doen?

Kop- of voetteksten toevoegen of wijzigen in de weergave Pagina-indeling

Kop- of voetteksten toevoegen of wijzigen in de weergave voor pagina-indeling

Een vooraf gedefinieerde kop- of voettekst toevoegen

Specifieke elementen invoegen in een kop- of voettekst

Opties voor kop- en voetteksten opgeven

Kop- en voetteksten sluiten

De kop- of voettekst van een werkblad verwijderen

De kop- of voettekst wijzigen in de weergave voor pagina-indeling

  1. Klik op het werkblad waaraan u kop- of voetteksten wilt toevoegen of waarvan u kop- of voetteksten wilt wijzigen.

  2. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Tekst op Koptekst en voettekst.

    Afbeelding van Excel-lint

    Opmerking : Het werkblad wordt in de weergave Pagina-indeling weergegeven. U kunt ook op de statusbalk op Pagina-indeling Knopafbeelding klikken om deze weergave te openen.

  3. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Als u een kop- of voettekst wilt toevoegen, klikt u op het linker-, middelste of rechter-tekstvak voor kop- of voetteksten boven of onder aan de werkbladpagina.

    • Als u een kop- of voettekst wilt wijzigen, klikt u op het tekstvak voor kop- of voetteksten boven of onder aan de werkbladpagina en selecteert u de tekst die u wilt wijzigen.

  4. Typ de nieuwe koptekst of voettekst.

    Notities : 

    • Druk op ENTER als u in een tekstvak voor kop- en voetteksten een nieuwe regel wilt beginnen.

    • Als u een deel van een kop- of voettekst wilt verwijderen, selecteert u het deel dat u wilt verwijderen in het desbetreffende tekstvak voor kop- en voetteksten en drukt u op Backspace of Delete. U kunt ook in de tekst klikken en op Backspace drukken om de voorafgaande tekens te verwijderen.

    • Als u één En-teken (&) in de kop- of voettekst wilt opnemen, moet u dit teken tweemaal typen. Als u bijvoorbeeld de tekst 'Verkoop & services' in een koptekst wilt opnemen, typt u Verkoop && services.

    • U sluit de kop- of voetteksten door op een willekeurige plaats in het werkblad te klikken. Als u de kop- of voetteksten wilt afsluiten zonder de wijzigingen op te slaan, drukt u op Esc.

Naar boven

Kop- of voetteksten toevoegen of wijzigen in de weergave voor pagina-indeling

  1. Klik op het werkblad of de werkbladen, het grafiekblad of de ingesloten grafiek waaraan u kop- of voetteksten wilt toevoegen of waarvan u kop- of voetteksten wilt wijzigen.

    Meerdere werkbladen selecteren

    Selectie:

    Actie

    Eén blad

    Klik op de tab van het blad.

    Tab van actief werkblad

    Als de gewenste tab niet zichtbaar is, klikt u op de tabschuifknoppen totdat de tab wordt weergegeven. Klik daarna op de gewenste tab.

    Tabschuifknoppen

    Twee of meer aangrenzende bladen

    Klik op de tab van het eerste blad. Houd vervolgens SHIFT ingedrukt en klik op de tab voor het laatste blad dat u wilt selecteren.

    Twee of meer niet-aangrenzende bladen

    Klik op de tab van het eerste blad. Houd vervolgens SHIFT ingedrukt en klik op de tabs voor de andere bladen die u wilt selecteren.

    Alle bladen in een werkmap

    Klik met de rechtermuisknop op een bladtab en klik vervolgens op Alle bladen selecteren in het snelmenu.

    Tip    Wanneer meerdere werkbladen zijn geselecteerd, wordt [Groep] in de titelbalk van het werkblad weergegeven. Als u een selectie van meerdere werkbladen in een werkmap wilt annuleren, klikt u op een niet-geselecteerd werkblad. Als er geen niet-geselecteerd werkblad zichtbaar is, klikt u met de rechtermuisknop op de tab van een geselecteerd werkblad en klikt u in het snelmenu op Groepering bladen opheffen.

  2. Klik op het tabblad Pagina-indeling, in de groep Pagina-instelling, op het startpictogram voor het dialoogvenster Knopafbeelding naast Pagina-instelling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt weergegeven.

    Tip : Als u een grafiekblad of een ingesloten grafiek hebt geselecteerd, kunt u ook in de groep Tekst van het tabblad Invoegen op Koptekst en voettekst klikken om het dialoogvenster Pagina-instelling te openen.

  3. Klik op het tabblad Koptekst/voettekst op Aangepaste koptekst of Aangepaste voettekst.

  4. Klik in het vak Links, Midden of Rechts en klik vervolgens op de knoppen om de om de gewenste kop- of voettekstgegevens in dat gedeelte in te voegen.

  5. Als u tekst aan een kop- of voettekst wilt toevoegen of de tekst wilt wijzigen, typt u de aanvullende tekst of bewerkt u de bestaande tekst in het vak Links, Midden of Rechts.

    Notities : 

    • Druk op Enter als u binnen een sectievak een nieuwe regel wilt beginnen.

    • Als u een deel van een kop- of voettekst wilt verwijderen, selecteert u het deel dat u wilt verwijderen in het desbetreffende vak en drukt u op Backspace of Delete. U kunt ook in de tekst klikken en op Backspace drukken om de voorafgaande tekens te verwijderen.

    • Als u één En-teken (&) in de kop- of voettekst wilt opnemen, moet u dit teken tweemaal typen. Als u bijvoorbeeld de tekst 'Verkoop & services' in een koptekst wilt opnemen, typt u Verkoop && services.

    • U kunt de aangepaste kop- of voettekst baseren op een bestaande kop- of voettekst door op het desbetreffende item te klikken in het vak Koptekst of Voettekst.

Naar boven

Een vooraf gedefinieerde kop- of voettekst toevoegen

Voor werkbladen kunt u met kop- en voetteksten werken in de weergave Pagina-indeling. Voor andere typen bladen, zoals grafiekbladen, of voor ingesloten grafieken, kunt u werken met de kop- en voetteksten in het dialoogvenster Pagina-instelling.

Een vooraf gedefinieerde koptekst of voettekst toevoegen aan een werkblad in de weergave voor pagina-indeling

  1. Klik op het werkblad waaraan u een vooraf gedefinieerde koptekst of voettekst wilt toevoegen.

  2. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Tekst op Koptekst en voettekst.

    Afbeelding van Excel-lint

    Opmerking : Het werkblad wordt in de weergave Pagina-indeling weergegeven. U kunt ook op de statusbalk op Pagina-indeling Knopafbeelding klikken om deze weergave te openen.

  3. Klik op het linker, middelste of rechter tekstvak voor kop- of voetteksten boven- of onderaan op de werkbladpagina.

    Tip : Wanneer u op een tekstvak klikt, wordt de koptekst of voettekst geselecteerd en worden de Hulpmiddelen voor koptekst en voettekst weergegeven, waaraan het tabblad Ontwerpen is toegevoegd.

  4. Klik op het tabblad Ontwerpen in de groep Koptekst en voettekst op Koptekst of Voettekst en klik vervolgens op de vooraf gedefinieerde koptekst of voettekst die u wilt gebruiken.

Een vooraf gedefinieerde kop- of voettekst aan een grafiek toevoegen

  1. Klik op het grafiekblad of de ingesloten grafiek waaraan u een vooraf gedefinieerde koptekst of voettekst wilt toevoegen.

  2. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Tekst op Koptekst en voettekst.

    Afbeelding van Excel-lint

    Opmerking : Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt weergegeven.

  3. Klik op de vooraf gedefinieerde koptekst of voettekst in het vak Koptekst of Voettekst.

Naar boven

Specifieke elementen invoegen in een kop- of voettekst

Voor werkbladen kunt u met kop- en voetteksten werken in de weergave Pagina-indeling. Voor andere typen bladen, zoals grafiekbladen, of voor ingesloten grafieken, kunt u werken met kop- en voetteksten in het dialoogvenster Pagina-instelling.

Specifieke elementen invoegen in een kop- of voettekst van een werkblad

  1. Klik op het werkblad waaraan u specifieke kop- of voettekstelementen wilt toevoegen.

  2. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Tekst op Koptekst en voettekst.

    Afbeelding van Excel-lint

    Opmerking : Het werkblad wordt in de weergave Pagina-indeling weergegeven. U kunt ook op de statusbalk op Pagina-indeling Knopafbeelding klikken om deze weergave te openen.

  3. Klik op het linker, middelste of rechter tekstvak voor kop- of voetteksten boven- of onderaan op de werkbladpagina.

    Tip : Wanneer u op een tekstvak klikt, wordt de koptekst of voettekst geselecteerd en worden de Hulpmiddelen voor koptekst en voettekst weergegeven, waaraan het tabblad Ontwerpen is toegevoegd.

  4. Klik op het tabblad Ontwerpen in de groep Elementen voor kop- en voettekst op het gewenste element.

Specifieke elementen invoegen in een kop- of voettekst van een grafiek

  1. Klik op het grafiekblad of de ingesloten grafiek waaraan u een vooraf gedefinieerde koptekst of voettekst wilt toevoegen.

  2. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Tekst op Koptekst en voettekst.

    Afbeelding van Excel-lint

    Opmerking : Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt weergegeven.

  3. Klik op Aangepaste koptekst of op Aangepaste voettekst.

  4. Gebruik de knoppen in het dialoogvenster Koptekst of Voettekst om specifieke kop- of voettekstelementen in te voegen.

    Tip : Wanneer u de muisaanwijzer boven een knop houdt, wordt in de scherminfo de naam weergegeven van het element dat u met die knop invoegt.

Naar boven

Opties voor kop- en voetteksten opgeven

Voor werkbladen kunt u met kop- en voetteksten werken in de weergave Pagina-indeling. Voor andere typen bladen, zoals grafiekbladen, of voor ingesloten grafieken, kunt u werken met kop- en voetteksten in het dialoogvenster Pagina-instelling.

Opties voor kop- en voetteksten kiezen voor een werkblad

  1. Klik op het werkblad waarvoor u opties voor kop- en voetteksten wilt kiezen.

  2. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Tekst op Koptekst en voettekst.

    Afbeelding van Excel-lint

    Opmerking : Het werkblad wordt in de weergave Pagina-indeling weergegeven. U kunt ook op de statusbalk op Pagina-indeling Knopafbeelding klikken om deze weergave te openen.

  3. Klik op het linker, middelste of rechter tekstvak voor kop- of voetteksten boven- of onderaan op de werkbladpagina.

    Tip : Wanneer u op een tekstvak klikt, wordt de koptekst of voettekst geselecteerd en worden de hulpmiddelen voor kopteksten en voetteksten weergegeven, waaraan het tabblad Ontwerpen is toegevoegd.

  4. Schakel op het tabblad Ontwerpen in de groep Opties een of meer van de volgende selectievakjes in:

    • Schakel het selectievakje Even en oneven pagina's verschillend in om op te geven dat de kopteksten en voetteksten op pagina's met oneven nummers moeten verschillen van de kopteksten en voetteksten op de pagina's met een even nummer.

    • Schakel het selectievakje Eerste pagina afwijkend in als u kopteksten en voetteksten van de eerste afgedrukte pagina wilt verwijderen.

    • Schakel het selectievakje Schalen met document in om op te geven dat voor de kopteksten en voetteksten dezelfde tekengrootte en schaal moet worden gebruikt als voor het werkblad.

      Tip : Schakel dit selectievakje uit als u ten behoeve van een consistente weergave voor meerdere pagina's voor kopteksten en voetteksten een tekengrootte en schaal wilt gebruiken die onafhankelijk zijn van de schaal van het werkblad.

    • Schakel het selectievakje Uitlijnen op paginamarges in om ervoor te zorgen dat de marge van de koptekst of voettekst wordt uitgelijnd met de linkermarge en rechtermarge van het werkblad.

      Tip : Als u de linkermarge en rechtermarge van de kopteksten en voetteksten wilt instellen op een specifieke waarde die onafhankelijk is van de linkermarge en rechtermarge van het werkblad, schakelt u dit selectievakje uit.

Opties voor kop- en voetteksten kiezen voor een grafiek

  1. Klik op het grafiekblad of de ingesloten grafiek waaraan u een vooraf gedefinieerde koptekst of voettekst wilt toevoegen.

  2. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Tekst op Koptekst en voettekst.

    Afbeelding van Excel-lint

    Opmerking : Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt weergegeven.

  3. Schakel een of meer van de volgende selectievakjes in:

    • Schakel het selectievakje Even en oneven pagina's verschillend in om op te geven dat de kopteksten en voetteksten op pagina's met oneven nummers moeten verschillen van de kopteksten en voetteksten op de pagina's met een even nummer.

    • Schakel het selectievakje Eerste pagina afwijkend in als u kopteksten en voetteksten van de eerste afgedrukte pagina wilt verwijderen.

    • Schakel het selectievakje Schalen met document in om op te geven dat voor de kopteksten en voetteksten dezelfde tekengrootte en schaal moet worden gebruikt als voor het werkblad.

      Tip : Schakel dit selectievakje uit als u ten behoeve van een consistente weergave voor meerdere pagina's voor kopteksten en voetteksten een tekengrootte en schaal wilt gebruiken die onafhankelijk zijn van de schaal van het werkblad.

    • Schakel het selectievakje Uitlijnen op paginamarges in om ervoor te zorgen dat de marge van de koptekst of voettekst wordt uitgelijnd met de linkermarge en rechtermarge van het werkblad.

      Tip : Als u de linkermarge en rechtermarge van de kopteksten en voetteksten wilt instellen op een specifieke waarde die onafhankelijk is van de linkermarge en rechtermarge van het werkblad, schakelt u dit selectievakje uit.

Naar boven

Kopteksten en voetteksten afsluiten

Als u de kopteksten en voetteksten wilt afsluiten, moet u van de weergave voor pagina-indeling overschakelen naar de normale weergave.

  • Klik op het tabblad Weergave in de groep Werkmapweergaven op Normaal.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip : U kunt ook op de statusbalk op Normaal Knopafbeelding klikken.

De koptekst of voettekst uit een werkblad verwijderen

  1. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Tekst op Koptekst en voettekst.

    Afbeelding van Excel-lint

    Opmerking : Het werkblad wordt in de weergave Pagina-indeling weergegeven. U kunt ook op de statusbalk op Pagina-indeling Knopafbeelding klikken om deze weergave te openen.

  2. Klik op het linker, middelste of rechter tekstvak voor kop- of voetteksten boven- of onderaan op de werkbladpagina.

    Tip : Wanneer u op een tekstvak klikt, wordt de koptekst of voettekst geselecteerd en worden de Hulpmiddelen voor koptekst en voettekst weergegeven, waaraan het tabblad Ontwerpen is toegevoegd.

  3. Druk op Delete of Backspace.

  4. Als u wilt terugkeren naar de normale weergave, klikt u op de statusbalk op Normaal Knopafbeelding.

    Opmerking : Als u de kop- of voetteksten van verschillende werkbladen tegelijk wilt verwijderen, selecteert u de werkbladen aan de hand van de instructies in Kop- of voetteksten toevoegen of wijzigen in de weergave voor pagina-indeling en opent u vervolgens het dialoogvenster Pagina-instelling. Als u alle kopteksten en voetteksten tegelijk wilt verwijderen, selecteert u op het tabblad Koptekst/voettekstin het vak Koptekst of Voettekst de optie (geen).

Naar boven

Opmerking : Disclaimer voor automatische vertaling: Dit artikel is vertaald door een computersysteem zonder menselijke tussenkomst. Microsoft biedt deze automatische vertalingen aan om niet-Engels sprekende gebruikers te helpen de inhoud over producten, services en technologieën van Microsoft te raadplegen. Omdat het artikel automatisch is vertaald, bevat het mogelijk fouten in grammatica, woordenschat en syntaxis.

Was deze informatie nuttig?

Wat kan er beter?

Wat kan er beter?

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.