Excel-sneltoetsen en -functietoetsen voor Windows

Excel-sneltoetsen en -functietoetsen voor Windows

Veel gebruikers vinden dat ze efficiënter kunnen werken met een extern toetsenbord met sneltoetsen voor Excel 2016 in Windows. Voor gebruikers met een motorische of visuele handicap werken de sneltoetsen mogelijk makkelijker dan het touchscreen en zijn ze een belangrijk alternatief voor de muis. Dit artikel bevat een overzicht van de beschikbare sneltoetsen voor Excel 2016 in Windows.

Notities : 

  • De sneltoetsen in dit onderwerp verwijzen naar de Amerikaanse toetsenbordindeling. Bij andere indelingen komen de toetsen mogelijk niet exact overeen met de toetsen op een Amerikaans toetsenbord.

  • Als voor een sneltoets twee of meer toetsen tegelijk moeten worden ingedrukt, worden de toetsen in dit hoofdstuk gescheiden door een plusteken (+). Als toetsen direct na elkaar moeten worden ingedrukt, worden de toetsen gescheiden door een komma (,).

In dit artikel worden toetscombinaties, functietoetsen en andere veelgebruikte sneltoetsen voor Excel 2016 beschreven. Dit omvat de toegangstoetsen die u voor lintopdrachten kunt gebruiken. Zie Sneltoetsen in Excel Online als u Excel Online gebruikt.

Notities : 

  • U kunt dit onderwerp afdrukken, zodat u de informatie tijdens het werk bij de hand hebt. Druk op Ctrl+P om dit onderwerp af te drukken.

  • Via de volgende koppeling vindt u alle sneltoetsen voor een Word-document: Toetscombinaties in Microsoft Excel 2016 voor Windows

Veelgebruikte sneltoetsen

Als u nog niet bekend bent met het lint, geeft de informatie in deze sectie u inzicht in de sneltoetsen voor het lint. Het lint bevat nieuwe sneltoetsen, de zogenaamde toetstips. Deze worden weergegeven als u op de Alt-toets drukt. Op het lint zijn gerelateerde opdrachten gegroepeerd op tabbladen. Op het tabblad Start bevat de groep Getal bijvoorbeeld de opdracht Getalnotatie.

In deze tabel worden de meestgebruikte sneltoetsen in Excel 2016 beschreven.

Dit wilt u doen

Druk op

Werkmap sluiten

Ctrl+W

Werkmap openen

Ctrl+O

Naar het tabblad Start gaan

Alt+R

Werkmap opslaan

Ctrl+S

Kopiëren

Ctrl+C

Plakken

Ctrl+V

Ongedaan maken

Ctrl+Z

Celinhoud verwijderen

Delete

Een opvulkleur kiezen

Alt+R, H1

Knippen

Ctrl+X

Naar het tabblad Invoegen gaan

Alt+N

Vet

Ctrl+B

Celinhoud centreren

Alt+R, E, R

Naar het tabblad Pagina-indeling gaan

Alt+P

Naar het tabblad Gegevens gaan

Alt+E

Naar het tabblad Beeld gaan

Alt+W

Snelmenu openen

Shift+F10 of

menutoets

Randen toevoegen

Alt+R, AR

Kolom verwijderen

Alt+R, W, D

Naar het tabblad Formule gaan

Alt+M

Geselecteerde rijen verbergen

Ctrl+9

Geselecteerde kolommen verbergen

Ctrl+0

Naar boven

Toetscombinaties op het lint

Als u nog niet bekend bent met het lint, geeft de informatie in deze sectie u inzicht in de sneltoetsen voor het lint.

Als u op de Alt-toets drukt, worden de letters als kleine afbeeldingen weergegeven, de zogenaamde toetstips. Ze verschijnen naast de tabbladen en opdrachten op het lint, zoals de volgende afbeelding laat zien.

labels van toetstips op het lint

U kunt deze letters combineren met Alt om sneltoetsen (de zogenaamde toegangstoetsen) voor opdrachten op het lint te maken. Zo opent Alt+H het tabblad Start, en met Alt+Q gaat u naar het vak Uitleg.

Druk opnieuw op Alt om toetstips te zien voor de opdrachten op een tabblad.

Toegangstoetsen voor linttabbladen

Gebruik een van de volgende toegangstoetsen als u direct naar een tabblad op het lint wilt gaan:

Dit wilt u doen

Druk op

Het vak Uitleg op het lint openen en een zoekterm voor hulp of Help-inhoud typen.

Alt+Q, gevolgd door de zoekterm.

De pagina Bestand openen en de weergave Backstage gebruiken.

Alt+F

Het tabblad Start openen, tekst en getallen opmaken en de zoekfunctie gebruiken.

Alt+H

Het tabblad Invoegen openen en draaitabellen, grafieken, invoegtoepassingen, Sparklines, afbeeldingen, vormen, kopteksten of tekstvakken invoegen.

Alt+N

Het tabblad Pagina-indeling openen en werken met thema's, pagina-instelling, schaal en uitlijning.

Alt+P

Het tabblad Formules openen en functies en berekeningen invoegen, volgen en aanpassen.

Alt+M

Het tabblad Gegevens openen en verbinding maken en werken met gegevens en deze sorteren, filteren en analyseren.

Alt+A

Het tabblad Controleren openen en de spelling controleren, opmerkingen toevoegen en werkbladen en werkmappen beveiligen.

Alt+R

Het tabblad Beeld openen en voorbeelden van pagina-einden en -indelingen bekijken, rasterlijnen en koppen weergeven en verbergen, de zoomvergroting instellen, vensters en deelvensters beheren en macro's weergeven.

Alt+W

Naar boven

Werken met het lint via het toetsenbord

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het actieve tabblad van het lint selecteren en de toegangstoetsen activeren.

Alt of F10. Gebruik toegangstoetsen of pijltoetsen om naar een ander tabblad te gaan.

De focus verplaatsen naar opdrachten op het lint.

Tab of Shift+Tab

De focus omhoog, omlaag, naar links of naar rechts verplaatsen tussen de items op het lint.

Pijl-omlaag, pijl-omhoog, pijl-links of pijl-rechts

Een geselecteerde knop activeren.

Spatiebalk of Enter

De lijst voor een geselecteerde opdracht openen.

Pijl-omlaag

Het menu voor een geselecteerde knop openen.

Alt+pijl-omlaag

Naar de volgende opdracht gaan als een menu of submenu is geopend.

Pijl-omlaag

Het lint uit- of samenvouwen

Ctrl+F1

Een snelmenu openen.

Shift+F10

Of, op een Windows-toetsenbord

Contexttoets (tussen de rechter Alt- en Ctrl-toetsen)

Naar het submenu gaan wanneer een hoofdmenu is geopend of geselecteerd.

Pijl-links

Naar boven

Overzicht van Excel-toetscombinaties

Sneltoetsen voor het navigeren in cellen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar de vorige cel in een werkblad of de vorige optie in een dialoogvenster gaan.

Shift+Tab

Eén cel omhoog gaan in een werkblad.

Pijl-omhoog

Eén cel omlaag gaan in een werkblad.

Pijl-omlaag

Eén cel naar links gaan in een werkblad.

Pijl-links

Eén cel naar rechts gaan in een werkblad.

Pijl-rechts

Naar de rand van het huidige gegevensgebied in een werkblad gaan.

Ctrl+pijltoets

Eindmodus activeren, naar de volgende niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel gaan en Eindmodus uitschakelen. Als de cellen leeg zijn, gaat u naar de laatste cel in de rij of kolom.

End, pijltoets

Naar de laatste cel in een werkblad gaan (de laatste gebruikte rij van de meest rechtse gebruikte kolom).

Ctrl+End

De selectie cellen uitbreiden tot de laatste gebruikte cel in het werkblad (in de rechterbenedenhoek).

Ctrl+Shift+End

Naar de cel in de linkerbovenhoek van het venster gaan als Scroll Lock is ingeschakeld.

Home+Scroll Lock

Naar het begin van een werkblad gaan.

Ctrl+Home

Eén cel omlaag gaan in een werkblad.

PageDown

Naar het volgende blad in een werkmap gaan.

Ctrl+PageDown

Eén scherm naar rechts gaan in een werkblad.

Alt+PageDown

Eén scherm omhoog gaan in een werkblad.

PageUp

Eén scherm naar links gaan in een werkblad.

Alt+PageUp

Naar het vorige blad in een werkmap gaan.

Ctrl+Page Up

Eén cel naar rechts gaan in een werkblad. In een beveiligd werkblad schakelt u hiermee tussen ontgrendelde cellen.

Tab

Door de zwevende vormen bladeren, zoals tekstvakken of afbeeldingen.

Ctrl+Alt+5 en druk vervolgens meerdere keren op de Tab-toets

De navigatie voor zwevende vormen sluiten en terugkeren naar de normale navigatie.

Esc

Naar boven

Sneltoetsen voor het opmaken van cellen

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Het dialoogvenster Cellen opmaken openen.

Ctrl+1

Lettertypen opmaken in het dialoogvenster Cellen opmaken.

Ctrl+Shift+F of Ctrl+Shift+P

De actieve cel bewerken en de invoegpositie naar het einde van de inhoud verplaatsen. Als bewerken is uitgeschakeld voor de cel, verplaatst u de invoegpositie naar de formulebalk. Bij het bewerken van een formule schakelt u de Point-modus in of uit zodat u de pijltoetsen kunt gebruiken om een verwijzing te maken.

F2

Een celopmerking toevoegen of bewerken.

Shift+F2

Het dialoogvenster Invoegen voor het invoegen van lege cellen openen.

Ctrl+Shift+Plus (+)

Het dialoogvenster Verwijderen voor het verwijderen van geselecteerde cellen openen.

Ctrl+Min (-)

De huidige tijd invoeren.

Ctrl+Shift+dubbele punt (:)

De huidige datum invoeren.

Ctrl+puntkomma (;)

Schakelen tussen de weergave van celwaarden of formules in het werkblad.

Ctrl+accent grave (`)

Een formule uit de cel boven de actieve cel kopiëren naar de cel of formulebalk.

Ctrl+apostrof (')

De geselecteerde cellen verplaatsen.

Ctrl+X

De geselecteerde cellen kopiëren.

Ctrl+C

De inhoud op de invoegpositie plakken en een selectie vervangen.

Ctrl+V

Het dialoogvenster Plakken speciaal openen.

Ctrl+Alt+V

De opmaak Cursief toepassen of verwijderen.

Ctrl+I of Ctrl+3

De opmaak Vet toepassen of verwijderen.

Ctrl+B of Ctrl+2

Tekst onderstrepen of onderstreping verwijderen.

Ctrl+U of Ctrl+4

Doorhalen toepassen of verwijderen.

Ctrl+5

Schakelen tussen het verbergen van objecten, het weergeven van objecten en het weergeven van tijdelijke aanduidingen voor objecten.

Ctrl+6

Een rand op de geselecteerde cellen toepassen.

Ctrl+Shift+en-teken (&)

De rand van de geselecteerde cellen verwijderen.

Ctrl+Shift+onderstrepen (_)

De overzichtsknoppen weergeven of verbergen.

Ctrl+8

De inhoud en opmaak van de bovenste cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen eronder. Hiervoor wordt de opdracht Omlaag doorvoeren gebruikt.

Ctrl+D

De getalnotatie Algemeen toepassen.

Ctrl+Shift+tilde (~)

De notatie Valuta met twee decimalen toepassen (negatieve getallen tussen haakjes).

Ctrl+Shift+dollarteken ($)

De percentagenotatie zonder decimalen toepassen.

Ctrl+Shift+percentage (%)

De getalnotatie Wetenschappelijk met twee decimalen toepassen.

Ctrl+Shift+caret-teken (^)

De notatie Datum met de dag, de maand en het jaar toepassen.

Ctrl+Shift+hekje (#)

De notatie Tijd met uren en minuten en AM of PM toepassen.

Ctrl+Shift+apenstaartje (@)

De notatie Getal toepassen met twee decimalen, een scheidingsteken voor duizendtallen en het minteken (–) voor negatieve waarden.

Ctrl+Shift+uitroepteken (!)

Het dialoogvenster Hyperlink invoegen openen

Ctrl+K

De spelling controleren in het actieve werkblad of geselecteerde bereik.

F7

De opties voor snelle analyse voor geselecteerde cellen met gegevens weergeven.

Ctrl+Q

Het dialoogvenster Tabel maken weergeven.

Ctrl+L of Ctrl+T

Naar boven

Sneltoetsen voor het maken van selecties en het uitvoeren van acties

Als u dit wilt doen

Druk op

Het hele werkblad selecteren.

Ctrl+A of Ctrl+Shift+spatiebalk

Het huidige en het volgende blad in een werkmap selecteren.

Ctrl+Shift+PageDown

Het huidige en het vorige blad in een werkmap selecteren.

Ctrl+Shift+PageUp

De selectie cellen met één cel uitbreiden.

Shift+pijltoets

De celselectie uitbreiden tot de laatste niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel. Als de volgende cel leeg is, wordt de selectie uitgebreid tot de volgende niet-lege cel.

Ctrl+Shift+pijltoets

De uitbreidingsmodus inschakelen en de pijltoetsen gebruiken om een selectie uit te breiden. Druk opnieuw om deze modus uit te schakelen.

De uitbreidingsmodus inschakelen en de pijltoetsen gebruiken om een selectie uit te breiden. Druk opnieuw om deze modus uit te schakelen. F8

Een niet-aangrenzende cel of niet-aangrenzend bereik met behulp van de pijltoetsen toevoegen aan een celselectie.

Shift+F8

Een nieuwe regel beginnen in dezelfde cel.

Alt+Enter

Het geselecteerde celbereik vullen met de huidige invoer.

Ctrl+Enter

Celinvoer voltooien en de cel erboven selecteren.

Shift+Enter

Een hele kolom in een werkblad selecteren.

Ctrl+spatiebalk

Een hele rij in een werkblad selecteren.

Shift+spatiebalk

Alle objecten in een werkblad selecteren wanneer een object is geselecteerd.

Ctrl+Shift+spatiebalk

De celselectie uitbreiden tot het begin van het werkblad.

Ctrl+Shift+Home

Het huidige gebied selecteren, als het werkblad gegevens bevat. Druk een tweede keer om het huidige gebied en de bijbehorende samenvattingsrijen te selecteren. Druk een derde keer om het hele werkblad te selecteren.

Ctrl+A of Ctrl+Shift+spatiebalk

Het huidige gebied rond de actieve cel of een heel draaitabelrapport selecteren.

Ctrl+Shift+sterretje (*)

De eerste opdracht in het menu selecteren als er een menu of submenu zichtbaar is.

Home

De laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk.

Ctrl+Y

De laatste bewerking ongedaan maken.

Ctrl+Z

Naar boven

Sneltoetsen voor het werken met gegevens, functies en de formulebalk

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Een heel draaitabelrapport selecteren.

Ctrl+Shift+sterretje (*)

De actieve cel bewerken en de invoegpositie naar het einde van de inhoud verplaatsen. Als bewerken is uitgeschakeld voor de cel, verplaatst u de invoegpositie naar de formulebalk. Bij het bewerken van een formule schakelt u de Point-modus in of uit zodat u de pijltoetsen kunt gebruiken om een verwijzing te maken.

F2

De formulebalk uit- of samenvouwen.

Ctrl+Shift+U

Invoer in de cel of formulebalk annuleren.

Esc

Invoer in de formulebalk voltooien en de cel eronder selecteren.

Enter

De cursor naar het einde van de tekst verplaatsen in de formulebalk.

Ctrl+End

Alle tekst in de formulebalk vanaf de cursorpositie tot het einde selecteren.

Ctrl+Shift+End

Alle werkbladen in de geopende werkmappen berekenen.

F9

Het actieve werkblad berekenen.

Shift+F9

Alle werkbladen in de geopende werkmappen berekenen, ongeacht of de werkbladen sinds de laatste berekening zijn gewijzigd.

Ctrl+Alt+F9

Afhankelijke formules controleren en vervolgens alle cellen in de geopende werkmappen berekenen, inclusief cellen die niet zijn gemarkeerd voor berekening.

Ctrl+Alt+Shift+F9

Het menu of bericht voor een knop Foutcontrole weergegeven.

Alt+Shift+F10

Het dialoogvenster Functieargumenten weergeven als de invoegpositie zich rechts van een functienaam in een formule bevindt.

Ctrl+A

Argumentnamen en haakjes invoegen als de invoegpositie zich rechts van de functienaam in een formule bevindt.

Ctrl+Shift+A

Snel aanvullen aanroepen om automatisch patronen te herkennen in aangrenzende kolommen en de huidige kolom te vullen

Ctrl+E

Door alle combinaties van absolute en relatieve verwijzingen bladeren wanneer een celverwijzing of -bereik is geselecteerd.

F4

Een functie invoegen.

Shift+F3

De waarde van de cel boven de actieve cel kopiëren naar de cel of formulebalk.

Ctrl+Shift+rechte aanhalingstekens (")

Een ingesloten grafiek op basis van de gegevens in het huidige bereik maken.

Alt+F1

In een apart grafiekblad een grafiek maken op basis van de gegevens in het huidige bereik.

F11

Een naam definiëren die in verwijzingen moet worden gebruikt.

Alt+M, M, D

Een naam plakken vanuit het dialoogvenster Naam plakken (als er namen zijn gedefinieerd in de werkmap).

F3

Naar het eerste veld in de volgende record van een gegevensformulier gaan.

Enter

Een macro maken, uitvoeren, bewerken of verwijderen.

Alt+F8

De editor Microsoft Visual Basic for Applications openen.

Alt+F11

Naar boven

Functietoetsen

Toets

Beschrijving

F1

  • Alleen F1: het taakvenster Help voor Excel weergeven.

  • Ctrl+F1: het lint weergeven of verbergen.

  • Alt+F1: een ingesloten grafiek maken op basis van de gegevens in het huidige bereik.

  • Alt+Shift+F1: een nieuw werkblad invoegen.

F2

  • Alleen F2: De actieve cel bewerken en de invoegpositie naar het einde van de inhoud verplaatsen. Als bewerken is uitgeschakeld voor de cel, verplaatst u de invoegpositie naar de formulebalk. Bij het bewerken van een formule schakelt u de Point-modus in of uit zodat u de pijltoetsen kunt gebruiken om een verwijzing te maken.

  • Shift+F2: een opmerking bij een cel plaatsen of bewerken.

  • Met Ctrl+F2 geeft u het gebied voor afdrukvoorbeelden weer op het tabblad Afdrukken in de Backstage-weergave.

F3

  • Alleen F3: Het dialoogvenster Naam plakken weergeven. Alleen beschikbaar als er namen zijn gedefinieerd in de werkmap.

  • Shift+F3: het dialoogvenster Functie invoegen weergeven.

F4

  • Alleen F4: de laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk.

    Wanneer u een celverwijzing of -bereik selecteert in een formule, bladert u met F4 door alle verschillende combinaties van absolute en relatieve verwijzingen.

  • Ctrl+F4: het geselecteerde werkmapvenster sluiten.

  • Alt+F4: Excel sluiten.

F5

  • Alleen F5: het dialoogvenster Ga naar weergeven.

  • Ctrl+F5: de venstergrootte van het geselecteerde werkmapvenster herstellen.

F6

  • Alleen F6: Schakelen tussen het werkblad, het lint, het taakvenster en de knoppen voor in- en uitzoomen. In een gesplitst werkblad schakelt u met F6 ook tussen de gesplitste deelvensters als u schakelt tussen deelvensters en het lint.

  • Shift+F6: schakelen tussen het werkblad, de knoppen voor in- en uitzoomen, het taakvenster en het lint.

  • Ctrl+F6: naar het volgende werkmapvenster gaan als er meerdere werkmapvensters zijn geopend.

F7

  • Alleen F7: het dialoogvenster Spelling openen om de spelling te controleren in het actieve werkblad of geselecteerde bereik.

  • Ctrl+F7: de opdracht Verplaatsen wordt uitgevoerd op het werkmapvenster als dit niet is gemaximaliseerd. Verplaats het venster met de pijltoetsen en druk op Enter als u klaar bent of op Esc als u wilt annuleren.

  • Alleen F8: De modus Uitbreiden in- of uitschakelen. In de modus Uitbreiden verschijnt de tekst Uitgebreide selectie op de statusregel. Met behulp van de pijltoetsen breidt u de selectie uit.

F8

  • Shift+F8: een niet-aangrenzende cel of niet-aangrenzend bereik met behulp van de pijltoetsen toevoegen aan een celselectie.

  • Ctrl+F8: de opdracht Formaat wijzigen uitvoeren als een werkmap niet is gemaximaliseerd.

  • Alt+F8: het dialoogvenster Macro weergeven om een macro te maken, uit te voeren, te bewerken of verwijderen.

F9

  • Alleen F9: alle werkbladen in de geopende werkmappen berekenen.

  • Shift+F9: het actieve werkblad berekenen.

  • Ctrl+Alt+F9: alle werkbladen in de geopende werkmappen berekenen, waarbij het niet uitmaakt of de werkbladen sinds de laatste berekening zijn gewijzigd.

  • Ctrl+Alt+Shift+F9: afhankelijke formules opnieuw controleren en vervolgens alle cellen in de geopende werkmappen berekenen, inclusief de cellen die niet zijn gemarkeerd voor berekening.

  • Ctrl+F9: het werkmapvenster tot een pictogram minimaliseren.

F10

  • Alleen F10: Toetstips in- of uitschakelen. (Hetzelfde bereikt u door op Alt te drukken.)

  • Shift+F10: het snelmenu voor het geselecteerde item openen.

  • Alt+Shift+F10: het menu of bericht voor een knop Foutcontrole weergeven.

  • Ctrl+F10: het geselecteerde werkmapvenster maximaliseren of herstellen.

F11

  • Alleen F11: een grafiek maken op basis van de gegevens in het huidige bereik in een apart grafiekblad.

  • Shift+F11: een nieuw werkblad invoegen.

  • Alt+F11: de editor Microsoft Visual Basic For Applications openen, waarin u een macro kunt maken met behulp van Visual Basic for Applications.

F12

  • Alleen F12: het dialoogvenster Opslaan als weergeven.

Naar boven

Andere handige sneltoetsen

Toets

Beschrijving

Alt

  • De toetstips (nieuwe sneltoetsen) op het lint weergeven.

Voorbeeld:

  • Met Alt, V, P schakelt u het werkblad naar de weergave Pagina-indeling.

  • Met Alt, V, O schakelt u het werkblad naar de weergave Normaal.

  • Met Alt, V, G schakelt u het werkblad naar de weergave Pagina-eindevoorbeeld.

Pijltoetsen

  • Eén cel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts gaan in een werkblad.

  • Met Ctrl+pijltoets verplaatst u de rand van het huidige gegevensgebied in een werkblad.

  • Met Shift+pijltoets wordt de celselectie met één cel uitgebreid.

  • Als u op Ctrl+Shift+pijltoets drukt, wordt de celselectie uitgebreid tot de laatste niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel. Als de volgende cel leeg is, wordt hiermee de selectie uitgebreid tot de volgende niet-lege cel.

  • Met Pijl-links of Pijl-rechts selecteert u het tabblad links of rechts wanneer het lint is geselecteerd. Als u een submenu hebt geopend of geselecteerd, schakelt u met deze pijltoetsen tussen het hoofdmenu en het submenu. Als u een linttabblad hebt geselecteerd, navigeert u met de pijltoetsen tussen de knoppen op het tabblad.

  • Met Pijl-omlaag of Pijl-omhoog selecteert u de volgende of vorige opdracht als u een menu of submenu hebt geopend. Als u een linttabblad hebt geselecteerd, navigeert u met deze toetsen door de tabbladgroep.

  • In een dialoogvenster gaat u met pijltoetsen van de ene naar de andere optie in een geopende vervolgkeuzelijst of in een optiegroep.

  • Met Pijl-omlaag of Alt+Pijl-omlaag opent u een geselecteerde vervolgkeuzelijst.

Backspace

  • Eén teken links van de invoegpositie verwijderen (in de formulebalk).

  • Hiermee wist u ook de inhoud van de actieve cel.

  • In de celbewerkingsmodus verwijdert u hiermee het teken links van de invoegpositie.

Delete

  • De celinhoud (gegevens en formules) verwijderen uit geselecteerde cellen zonder de opmaak of opmerkingen van de cellen te verwijderen.

  • In de celbewerkingsmodus verwijdert u hiermee het teken rechts van de invoegpositie.

End

  • Met End schakelt u de eindmodus in of uit. In de eindmodus kunt u op een pijltoets drukken om naar de eerstvolgende niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel te gaan. De eindmodus wordt automatisch uitgeschakeld nadat u op de pijltoets hebt gedrukt. Zorg dat u nogmaals op End drukt voordat u op de volgende pijltoets drukt. De eindmodus wordt op de statusbalk aangegeven wanneer deze is ingeschakeld.

  • Als de cellen leeg zijn, gaat u naar de laatste cel in de rij of kolom wanneer u op End en vervolgens op een pijltoets drukt.

  • Met End selecteert u ook de laatste opdracht in een menu als er een menu of submenu wordt weergegeven.

  • Met Ctrl+End gaat u naar de laatste cel in een werkblad (in de onderste gebruikte rij van de meest rechtse kolom die wordt gebruikt). Als de cursor zich op de formulebalk bevindt, verplaatst u de cursor met Ctrl+End naar het einde van de tekst.

  • Als u op Ctrl+Shift+End drukt, wordt de celselectie uitgebreid tot de laatste gebruikte cel op het werkblad (rechterbenedenhoek). Als de cursor zich op de formulebalk bevindt, selecteert u met Ctrl+Shift+End de hele tekst op de formulebalk vanaf de cursorpositie tot aan het einde. Dit heeft geen invloed op de hoogte van de formulebalk.

Enter

  • Celinvoer in een cel of op de formulebalk voltooien en de cel eronder selecteren (standaard).

  • In een gegevensformulier gaat u hiermee naar het eerste veld in de volgende record.

  • Een geselecteerd menu openen (druk op F10 om de menubalk te activeren) of de actie voor een geselecteerde opdracht uitvoeren.

  • De actie uitvoeren voor de standaardopdrachtknop in een dialoogvenster (de knop met de donkere rand, meestal de knop OK).

  • Met Alt+Enter begint u een nieuwe regel in dezelfde cel.

  • Met Ctrl+Enter voert u de huidige invoer door in het geselecteerde bereik.

  • Met Shift+Enter voltooit u de celinvoer en selecteert u de cel erboven.

Esc

  • De celinvoer annuleren (in een cel of op de formulebalk).

  • Een geopend menu of submenu, dialoogvenster of berichtvenster sluiten.

  • Ook sluit u hiermee de modus Volledig scherm (als deze is geactiveerd) en keert u terug naar de normale weergave, waarin opnieuw het lint en de statusbalk worden weergegeven.

Home

  • Naar het begin van een rij in een werkblad gaan.

  • De invoegpositie verplaatsen naar de cel in de linkerbovenhoek van het venster als Scroll-Lock is ingeschakeld.

  • Hiermee selecteert u de eerste opdracht in een menu als er een menu of submenu zichtbaar is.

  • Met Ctrl+Home gaat u naar het begin van een werkblad.

  • Met Ctrl+Shift+Home breidt u de celselectie uit tot het begin van het werkblad.

PageDown

  • De invoegpositie één scherm omlaag verplaatsen in een werkblad.

  • Met Alt+PageDown verplaatst u de invoegpositie één scherm naar rechts in een werkblad.

  • Met Ctrl+Page Down verplaatst u de invoegpositie naar het volgende blad in een werkmap.

  • Met Ctrl+Shift+Page Down selecteert u het huidige en het volgende blad in een werkmap.

Page Up

  • De invoegpositie één scherm omhoog verplaatsen in een werkblad.

  • Met Alt+Page Up verplaatst u de invoegpositie één scherm naar links in een werkblad.

  • Met Ctrl+Page Up verplaatst u de invoegpositie naar het vorige blad in een werkmap.

  • Als u op Ctrl+Shift+Page Up drukt, selecteert u het huidige en het vorige blad in een werkmap.

Spatiebalk

  • De actie uitvoeren voor de geselecteerde knop in een dialoogvenster, of een selectievakje in- of uitschakelen in een dialoogvenster.

  • Met Ctrl+spatiebalk selecteert u een hele kolom in een werkblad.

  • Met Shift+spatiebalk selecteert u een hele rij in een werkblad.

  • Als u op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het hele werkblad.

  • Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+Shift+spatiebalk het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het huidige gebied en de bijbehorende samenvattingsrijen. De derde maal dat u op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het hele werkblad.

  • Als u een object hebt geselecteerd, selecteert u met Ctrl+Shift+spatiebalk alle objecten op een werkblad.

  • Met Alt+spatiebalk geeft u het Systeemmenu voor het Excel-venster weer.

Tab

  • Eén cel naar rechts gaan in een werkblad.

  • De invoegpositie verplaatsen tussen de ontgrendelde cellen in een beveiligd werkblad.

  • De invoegpositie verplaatsen naar de volgende optie of optiegroep in een dialoogvenster.

  • Met Shift+Tab verplaatst u de invoegpositie naar de vorige cel in een werkblad of naar de vorige optie in een dialoogvenster.

  • Met Ctrl+Tab activeert u het volgende tabblad in een dialoogvenster.

  • Met Ctrl+Shift+Tab activeert u het vorige tabblad in een dialoogvenster.

Naar boven

In dit artikel worden toetscombinaties, functietoetsen en andere veelgebruikte sneltoetsen voor Excel 2013 beschreven. Hiertoe behoren ook de sneltoetsen die u kunt gebruiken om toegang tot het lint te krijgen.

Tip : U kunt dit onderwerp afdrukken, zodat u de informatie tijdens het werk bij de hand hebt. Druk op Ctrl+P om dit onderwerp af te drukken.

Opmerking : Als er geen sneltoets is voor een actie die u vaak gebruikt, kunt u een macro opnemen om er een te maken.

Toegang tot het lint via het toetsenbord

Als u geen ervaring hebt met het lint, biedt de informatie in deze sectie u inzicht in de sneltoetsen voor het lint. Het lint bevat nieuwe sneltoetsen, de zogenaamde toetstips. U kunt ze weergeven door op de Alt-toets te drukken.

Als u een tabblad op het lint wilt weergeven, drukt u op de toets voor het tabblad. Druk bijvoorbeeld op de letter N voor het tabblad Invoegen of M voor het tabblad Formules. Hiermee worden de labels van alle toetstips voor de knoppen op het tabblad weergegeven, zoals in de afbeelding hieronder. Druk vervolgens op de toets voor de gewenste knop.

labels van toetstips op het lint

Werken mijn oude toetscombinaties nog?

Toetscombinaties die beginnen met Ctrl werken nog steeds in Microsoft Excel 2013. Zo kunt u Ctrl+C nog steeds gebruiken om te kopiëren naar het Klembord en Ctrl+V om te plakken vanaf het Klembord.

De meeste sneltoetscombinaties met Alt voor menu's werken ook nog. U moet echter de volledige snelkoppeling onthouden. Op het scherm wordt u niet herinnerd op welke letters u moet drukken. Druk bijvoorbeeld op Alt en druk op een van de oude menutoetsen E (Bewerken), V (Beeld), I (Invoegen), enzovoorts. In een pop-upvenster wordt aangegeven dat u een toegangstoets uit een eerdere versie van Microsoft Office gebruikt. Als u de volledige toetsvolgorde weet, kunt u de opdracht starten. Als u de volgorde niet weet, drukt u op Esc en gebruikt u in plaats hiervan labels van de toetstip.

Sneltoetscombinaties met Ctrl

Toets

Beschrijving

Ctrl+PgDn

Schakelen tussen werkbladtabbladen, van links naar rechts.

Ctrl+PgUp

Schakelen tussen werkbladtabbladen, van rechts naar links.

Ctrl+Shift+&

De rand op de geselecteerde cellen toepassen.

Ctrl+Shift_

De rand van de geselecteerde cellen verwijderen.

Ctrl+Shift+~

De getalnotatie Standaard toepassen.

Ctrl+Shift+$

De notatie Valuta met twee decimalen toepassen (negatieve getallen tussen haakjes).

Ctrl+Shift+%

De notatie Percentage zonder decimalen toepassen.

Ctrl+Shift+^

De getalnotatie Wetenschappelijk met twee decimalen toepassen.

Ctrl+Shift+#

De notatie Datum met de dag, de maand en het jaar toepassen.

Ctrl+Shift+@

De notatie Tijd met uren en minuten en AM of PM toepassen.

Ctrl+Shift+!

De notatie Getal toepassen met twee decimalen, een scheidingsteken voor duizendtallen en het minteken (–) voor negatieve waarden.

Ctrl+Shift+*

Het huidige gebied rondom de actieve cel selecteren (het gegevensgebied dat wordt omsloten door lege rijen en lege kolommen).

In een draaitabel het hele draaitabelrapport selecteren.

Ctrl+Shift+:

De huidige tijd invoeren.

Ctrl+Shift+"

De waarde in de cel boven de actieve cel naar de cel of formulebalk kopiëren.

Ctrl+Shift+Plus (+)

Het dialoogvenster Invoegen weergeven om lege cellen in te voegen.

Ctrl+Min (-)

Het dialoogvenster Verwijderen weergeven om de geselecteerde cellen te verwijderen.

Ctrl+;

De huidige datum invoeren.

Ctrl+`

Schakelen tussen de weergave van celwaarden en formules in het werkblad.

Ctrl+'

De formule in de cel boven de actieve cel naar de cel of formulebalk kopiëren.

Ctrl+1

Het dialoogvenster Celeigenschappen weergeven.

Ctrl+2

De opmaak Vet toepassen of verwijderen.

Ctrl+3

De opmaak Cursief toepassen of verwijderen.

Ctrl+4

De opmaak Onderstrepen toepassen of verwijderen.

Ctrl+5

De opmaak Doorhalen toepassen of verwijderen.

Ctrl+6

Schakelen tussen het verbergen van objecten en weergeven van objecten.

Ctrl+8

De overzichtsknoppen weergeven of verbergen.

Ctrl+9

De geselecteerde rijen verbergen.

Ctrl+0

De geselecteerde kolommen verbergen.

Ctrl+A

Het hele werkblad selecteren.

Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+A het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+A drukt, wordt het hele werkblad geselecteerd.

Als de invoegpositie zich rechts van een functienaam in een formule bevindt, wordt het dialoogvenster Functieargumenten weergegeven.

Met Ctrl+Shift+A voegt u de argumentnamen en haakjes in (als de invoegpositie zich rechts van de functienaam in een formule bevindt).

Ctrl+B

De opmaak Vet toepassen of verwijderen.

Ctrl+C

De geselecteerde cellen kopiëren.

Ctrl+D

De inhoud en opmaak van de bovenste cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen eronder. Hiervoor wordt de opdracht Omlaag doorvoeren gebruikt.

Ctrl+E

Snel aanvullen aanroepen om automatisch patronen te herkennen in aangrenzende kolommen en de huidige kolom te vullen

Ctrl+F

Het dialoogvenster Zoeken en vervangen weergeven, waarbij het tabblad Zoeken is geselecteerd.

Dit tabblad kunt u ook weergeven met Shift+F5. Met Shift+F4 kunt u de laatst uitgevoerde Zoeken-opdracht herhalen.

Met Ctrl+Shift+F opent u het dialoogvenster Celeigenschappen, waarbij het tabblad Lettertype is geselecteerd.

Ctrl+G

Het dialoogvenster Ga naar weergeven.

Dit dialoogvenster wordt ook weergegeven als u op F5 drukt.

Ctrl+H

Het dialoogvenster Zoeken en vervangen weergeven, waarbij het tabblad Vervangen is geselecteerd.

Ctrl+I

De opmaak Cursief toepassen of verwijderen.

Ctrl+K

Het dialoogvenster Hyperlink invoegen weergeven voor nieuwe hyperlinks of het dialoogvenster Hyperlink bewerken weergeven voor geselecteerde, bestaande hyperlinks.

Ctrl+L

Het dialoogvenster Tabel maken weergeven.

Ctrl+N

Een nieuwe, lege werkmap maken.

Ctrl+O

Het dialoogvenster Openen weergeven om een bestand te openen of te zoeken.

Met Ctrl+Shift+O selecteert u alle cellen die opmerkingen bevatten.

Ctrl+P

Het tabblad Afdrukken weergeven in Microsoft Office Backstage-weergave.

Met Ctrl+Shift+P opent u het dialoogvenster Celeigenschappen, waarbij het tabblad Lettertype is geselecteerd.

Ctrl+Q

De opties voor Snelle analyse weergeven voor uw gegevens als er cellen zijn waarin die gegevens zijn geselecteerd.

Ctrl+R

De inhoud en opmaak van de meest linkse cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen rechts ervan. Hiervoor wordt de opdracht Rechts doorvoeren gebruikt.

Ctrl+S

Het actieve bestand opslaan met de huidige naam, locatie en bestandsindeling.

Ctrl+T

Het dialoogvenster Tabel maken weergeven.

Ctrl+U

Onderstreping toepassen of verwijderen.

Met Ctrl+Shift+U schakelt u tussen uitvouwen en samenvouwen van de formulebalk.

Ctrl+V

De inhoud van het Klembord invoegen bij de invoegpositie en daarmee eventueel geselecteerde cellen vervangen. U kunt deze sneltoets pas gebruiken nadat u een object, tekst of celinhoud hebt geknipt of gekopieerd.

Met Ctrl+Alt+V wordt het dialoogvenster Plakken speciaal weergegeven. Dit is alleen beschikbaar als u een object, tekst of celinhoud hebt geknipt of gekopieerd op een werkblad of in een ander programma.

Ctrl+W

Het geselecteerde werkmapvenster sluiten.

Ctrl+X

De geselecteerde cellen knippen.

Ctrl+Y

De laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk.

Ctrl+Z

De laatste opdracht terugdraaien of de laatst getypte invoer verwijderen. Hiervoor wordt de opdracht Ongedaan maken gebruikt.

Tip : De toetscombinaties Ctrl+J en Ctrl+M zijn op dit moment niet in gebruik.

Naar boven

Functietoetsen

Toets

Beschrijving

F1

Het taakvenster Excel Help weergeven.

Met Ctrl+F1 wordt het lint weergegeven of verborgen.

Met Alt+F1 maakt u een ingesloten grafiek op basis van de gegevens in het huidige bereik.

Als u op Alt+Shift+F1 drukt, wordt een nieuw werkblad ingevoegd.

F2

De actieve cel bewerken en de invoegpositie aan het eind van de celinhoud plaatsen. Als bewerken in een cel is uitgeschakeld, verplaatst u hiermee de invoegpositie naar de formulebalk.

Met Shift+F2 kunt u een opmerking bij een cel plaatsen of bewerken.

Met Ctrl+F2 geeft u het afdrukvoorbeeld weer op het tabblad Afdrukken in de Backstage-weergave.

F3

Het dialoogvenster Naam plakken weergeven. Alleen beschikbaar als er namen zijn gedefinieerd in de werkmap (tabblad Formules, groep Gedefinieerde namen, Naam definiëren).

Met Shift+F3 geeft u het dialoogvenster Functie invoegen weer.

F4

De laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk.

Wanneer u een celverwijzing of -bereik selecteert in een formule, bladert u met F4 door alle verschillende combinaties van absolute en relatieve verwijzingen.

Met Ctrl+F4 sluit u het geselecteerde werkmapvenster.

Met Alt+F4 sluit u Excel.

F5

Het dialoogvenster Ga naar weergeven.

Met Ctrl+F5 herstelt u de venstergrootte van het geselecteerde werkmapvenster.

F6

Schakelen tussen het werkblad, het lint, het taakvenster en de knoppen voor in- en uitzoomen. In een gesplitst werkblad (menu Beeld, Dit venster beheren, Titels blokkeren, opdracht Venster splitsen), schakelt u met F6 ook tussen de gesplitste deelvensters als u schakelt tussen deelvensters en het lint.

Met Shift+F6 schakelt u tussen het werkblad, de knoppen voor in- en uitzoomen, het taakvenster en het lint.

Met Ctrl+F6 schakelt u naar het volgende werkmapvenster (als er meerdere werkmapvensters zijn geopend).

F7

Het dialoogvenster Spelling weergeven om de spelling te controleren in het actieve werkblad of geselecteerde bereik.

Met Ctrl+F7 wordt de opdracht Verplaatsen uitgevoerd op het werkmapvenster als dit niet is gemaximaliseerd. Verplaats het venster met de pijltoetsen en druk op Enter als u klaar bent of op Esc als u wilt annuleren.

F8

De modus Uitbreiden in- of uitschakelen. In de modus Uitbreiden verschijnt de tekst Uitgebreide selectie op de statusregel. Met behulp van de pijltoetsen breidt u de selectie uit.

Met Shift+F8 kunt u een niet-aangrenzende cel of niet-aangrenzend bereik met behulp van de pijltoetsen toevoegen aan een celselectie.

Als een werkmapvenster niet is gemaximaliseerd en u op Ctrl+F8 drukt, wordt de opdracht Formaat wijzigen uitgevoerd (in het Systeemmenu voor het werkmapvenster).

Met Alt+F8 geeft u het dialoogvenster Macro weer waarmee u een macro kunt maken, uitvoeren, bewerken of verwijderen.

F9

Alle werkbladen in de geopende werkmappen berekenen.

Met Shift+F9 berekent u het actieve werkblad.

Met Ctrl+Alt+F9 berekent u alle werkbladen in de geopende werkmappen, waarbij het niet uitmaakt of de werkbladen sinds de laatste berekening zijn gewijzigd.

Als u op Ctrl+Alt+Shift+F9 drukt, worden afhankelijke formules opnieuw gecontroleerd en worden vervolgens alle cellen in de geopende werkmappen berekend, inclusief de cellen die niet zijn gemarkeerd voor berekening.

Met Ctrl+F9 minimaliseert u het werkmapvenster tot een pictogram.

F10

Toetstips in- of uitschakelen. (Hetzelfde bereikt u door op Alt te drukken.)

Met Shift+F10 opent u het snelmenu voor het geselecteerde item.

Als u op Alt+Shift+F10 drukt, wordt het menu of bericht voor een knop Foutcontrole weergegeven.

Met Ctrl+F10 wordt het geselecteerde werkmapvenster gemaximaliseerd of hersteld.

F11

Een grafiek maken op basis van de gegevens in het huidige bereik in een apart grafiekblad.

Met Shift+F11 voegt u een nieuw werkblad in.

Als u op Alt+F11 drukt, wordt de Microsoft Visual Basic For Applications Editor geopend, waarin u een macro kunt maken met behulp van VBA (Visual Basic for Applications).

F12

Het dialoogvenster Opslaan als weergeven.

Naar boven

Andere handige sneltoetsen

Toets

Beschrijving

Alt

De toetstips (nieuwe sneltoetsen) op het lint weergeven.

Voorbeeld:

Met Alt, V, P schakelt u het werkblad naar de weergave Pagina-indeling.

Met Alt, V, O schakelt u het werkblad naar de weergave Normaal.

Met Alt, V, G schakelt u het werkblad naar de weergave Pagina-eindevoorbeeld.

Pijltoetsen

Eén cel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts gaan in een werkblad.

Met Ctrl+pijltoets verplaatst u de rand van het huidige gegevensgebied in een werkblad.

Met Shift+pijltoets wordt de celselectie met één cel uitgebreid.

Als u op Ctrl+Shift+pijltoets drukt, wordt de celselectie uitgebreid tot de laatste niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel. Als de volgende cel leeg is, wordt hiermee de selectie uitgebreid tot de volgende niet-lege cel.

Met pijl-links of pijl-rechts selecteert u het tabblad links of rechts wanneer het lint is geselecteerd. Als u een submenu hebt geopend of geselecteerd, schakelt u met deze pijltoetsen tussen het hoofdmenu en het submenu. Als u een linttabblad hebt geselecteerd, navigeert u met de pijltoetsen tussen de knoppen op het tabblad.

Met pijl-omlaag of pijl-omhoog selecteert u de volgende of vorige opdracht als u een menu of submenu hebt geopend. Als u een linttabblad hebt geselecteerd, navigeert u met deze toetsen door de tabbladgroep.

In een dialoogvenster gaat u met pijltoetsen van de ene naar de andere optie in een geopende vervolgkeuzelijst of in een optiegroep.

Met Pijl-omlaag of Alt+Pijl-omlaag opent u een geselecteerde vervolgkeuzelijst.

Backspace

Eén teken links van de invoegpositie verwijderen (in de formulebalk).

Hiermee wist u ook de inhoud van de actieve cel.

In de celbewerkingsmodus verwijdert u hiermee het teken links van de invoegpositie.

Delete

De celinhoud (gegevens en formules) verwijderen uit geselecteerde cellen zonder de opmaak of opmerkingen van de cellen te verwijderen.

In de celbewerkingsmodus verwijdert u hiermee het teken rechts van de invoegpositie.

End

Met End schakelt u de eindmodus in of uit. In de eindmodus kunt u op een pijltoets drukken om naar de eerstvolgende niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel te gaan. De eindmodus wordt automatisch uitgeschakeld nadat u op de pijltoets hebt gedrukt. Zorg dat u nogmaals op End drukt voordat u op de volgende pijltoets drukt. De eindmodus wordt op de statusbalk aangegeven wanneer deze is ingeschakeld.

Als de cellen leeg zijn, gaat u naar de laatste cel in de rij of kolom wanneer u op End en vervolgens op een pijltoets drukt.

Met End selecteert u ook de laatste opdracht in een menu als er een menu of submenu wordt weergegeven.

Met Ctrl+End gaat u naar de laatste cel in een werkblad (in de onderste gebruikte rij van de meest rechtse kolom die wordt gebruikt). Als de cursor zich op de formulebalk bevindt, verplaatst u de cursor met Ctrl+End naar het einde van de tekst.

Als u op Ctrl+Shift+End drukt, wordt de celselectie uitgebreid tot de laatste gebruikte cel op het werkblad (rechterbenedenhoek). Als de cursor zich op de formulebalk bevindt, selecteert u met Ctrl+Shift+End de hele tekst op de formulebalk vanaf de cursorpositie tot aan het einde. Dit heeft geen invloed op de hoogte van de formulebalk.

Enter

Celinvoer in een cel of op de formulebalk voltooien en de cel eronder selecteren (standaard).

In een gegevensformulier gaat u hiermee naar het eerste veld in de volgende record.

Een geselecteerd menu openen (druk op F10 om de menubalk te activeren) of de actie voor een geselecteerde opdracht uitvoeren.

De actie uitvoeren voor de standaardopdrachtknop in een dialoogvenster (de knop met de donkere rand, meestal de knop OK).

Met Alt+Enter begint u een nieuwe regel in dezelfde cel.

Met Ctrl+Enter voert u de huidige invoer door in het geselecteerde bereik.

Met Shift+Enter voltooit u de celinvoer en selecteert u de cel erboven.

Esc

De celinvoer annuleren (in een cel of op de formulebalk).

Een geopend menu of submenu, dialoogvenster of berichtvenster sluiten.

Ook sluit u hiermee de modus Volledig scherm (als deze is geactiveerd) en keert u terug naar de normale weergave, waarin opnieuw het lint en de statusbalk worden weergegeven.

Home

Naar het begin van een rij in een werkblad gaan.

De invoegpositie verplaatsen naar de cel in de linkerbovenhoek van het venster als Scroll-Lock is ingeschakeld.

Hiermee selecteert u de eerste opdracht in een menu als er een menu of submenu zichtbaar is.

Met Ctrl+Home gaat u naar het begin van een werkblad.

Met Ctrl+Shift+Home breidt u de celselectie uit tot het begin van het werkblad.

PageDown

De invoegpositie één scherm omlaag verplaatsen in een werkblad.

Met Alt+PageDown verplaatst u de invoegpositie één scherm naar rechts in een werkblad.

Met Ctrl+Page Down verplaatst u de invoegpositie naar het volgende blad in een werkmap.

Met Ctrl+Shift+Page Down selecteert u het huidige en het volgende blad in een werkmap.

Page Up

De invoegpositie één scherm omhoog verplaatsen in een werkblad.

Met Alt+Page Up verplaatst u de invoegpositie één scherm naar links in een werkblad.

Met Ctrl+Page Up verplaatst u de invoegpositie naar het vorige blad in een werkmap.

Als u op Ctrl+Shift+Page Up drukt, selecteert u het huidige en het vorige blad in een werkmap.

Spatiebalk

De actie uitvoeren voor de geselecteerde knop in een dialoogvenster, of een selectievakje in- of uitschakelen in een dialoogvenster.

Met Ctrl+spatiebalk selecteert u een hele kolom in een werkblad.

Met Shift+spatiebalk selecteert u een hele rij in een werkblad.

Als u op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het hele werkblad.

  • Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+Shift+spatiebalk het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het huidige gebied en de bijbehorende samenvattingsrijen. De derde maal dat u op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het hele werkblad.

  • Als u een object hebt geselecteerd, selecteert u met Ctrl+Shift+spatiebalk alle objecten op een werkblad.

Met Alt+spatiebalk geeft u het Systeemmenu voor het Excel-venster weer.

Tab

Eén cel naar rechts gaan in een werkblad.

De invoegpositie verplaatsen tussen de ontgrendelde cellen in een beveiligd werkblad.

De invoegpositie verplaatsen naar de volgende optie of optiegroep in een dialoogvenster.

Met Shift+Tab verplaatst u de invoegpositie naar de vorige cel in een werkblad of naar de vorige optie in een dialoogvenster.

Met Ctrl+Tab activeert u het volgende tabblad in een dialoogvenster.

Met Ctrl+Shift+Tab activeert u het vorige tabblad in een dialoogvenster.

Naar boven

In dit artikel worden toetscombinaties, functietoetsen en andere veelgebruikte sneltoetsen voor Excel 2010 beschreven. Hiertoe behoren ook de sneltoetsen die u kunt gebruiken om toegang tot het lint te krijgen.

Opmerking : Als u werkt met Microsoft Excel Starter 2010, is het belangrijk om te weten dat niet alle functies die worden vermeld voor Excel worden ondersteund in Excel Starter 2010.

Tip : U kunt dit onderwerp afdrukken, zodat u de informatie tijdens het werk bij de hand hebt. Druk op Ctrl+P om dit onderwerp af te drukken.

Opmerking : Als er geen sneltoets is voor een actie die u vaak gebruikt, kunt u een macro opnemen om er een te maken.

Werken mijn oude sneltoetsen nog?

Sneltoetscombinaties met Ctrl

Functietoetsen

Andere handige sneltoetsen

Toegang tot het lint via het toetsenbord

Als u geen ervaring hebt met het lint, biedt de informatie in deze sectie u inzicht in de sneltoetsen voor het lint. Het lint bevat nieuwe sneltoetsen, de zogenaamde toetstips. U kunt ze weergeven door op de Alt-toets te drukken.

labels van toetstips op het lint

Als u een tabblad op het lint wilt weergeven, drukt u op de toets voor het tabblad. Druk bijvoorbeeld op de letter N voor het tabblad Invoegen of M voor het tabblad Formules. Hiermee worden de labels van alle toetstips voor de knoppen op het tabblad weergegeven. Druk vervolgens op de toets voor de gewenste knop.

Werken mijn oude toetscombinaties nog?

Toetscombinaties die beginnen met Ctrl werken nog steeds in Excel 2010. Zo kunt u Ctrl+C nog steeds gebruiken om te kopiëren naar het Klembord en Ctrl+V om te plakken vanaf het Klembord.

De meeste sneltoetscombinaties met Alt voor menu's werken ook nog. U moet echter de volledige snelkoppeling onthouden. Op het scherm wordt u niet herinnerd op welke letters u moet drukken. Druk bijvoorbeeld op Alt en druk op een van de oude menutoetsen E (Bewerken), V (Beeld), I (Invoegen), enzovoorts. In een pop-upvenster wordt aangegeven dat u een toegangstoets uit een eerdere versie van Microsoft Office gebruikt. Als u de volledige toetsvolgorde weet, kunt u de opdracht starten. Als u de volgorde niet weet, drukt u op Esc en gebruikt u in plaats hiervan labels van de toetstip.

Sneltoetscombinaties met Ctrl

Tip :  Een snelzoekkaart downloaden of afdrukken: Sneltoetsen met Ctrl. (PDF)

Toets

Beschrijving

Ctrl+PageUp

Schakelen tussen werkbladtabbladen, van links naar rechts.

Ctrl+PageDown

Schakelen tussen werkbladtabbladen, van rechts naar links.

Ctrl+Shift+(

Verborgen rijen in de selectie zichtbaar maken.

Ctrl+Shift+&

De rand op de geselecteerde cellen toepassen.

Ctrl+Shift_

De rand van de geselecteerde cellen verwijderen.

Ctrl+Shift+~

De getalnotatie Standaard toepassen.

Ctrl+Shift+$

De notatie Valuta met twee decimalen toepassen (negatieve getallen tussen haakjes).

Ctrl+Shift+%

De notatie Percentage zonder decimalen toepassen.

Ctrl+Shift+^

De getalnotatie Wetenschappelijk met twee decimalen toepassen.

Ctrl+Shift+#

De notatie Datum met de dag, de maand en het jaar toepassen.

Ctrl+Shift+@

De notatie Tijd met uren en minuten en AM of PM toepassen.

Ctrl+Shift+!

De notatie Getal toepassen met twee decimalen, een scheidingsteken voor duizendtallen en het minteken (–) voor negatieve waarden.

Ctrl+Shift+*

Het huidige gebied rondom de actieve cel selecteren (het gegevensgebied dat wordt omsloten door lege rijen en lege kolommen).

In een draaitabel het hele draaitabelrapport selecteren.

Ctrl+Shift+:

De huidige tijd invoeren.

Ctrl+Shift+"

De waarde in de cel boven de actieve cel naar de cel of formulebalk kopiëren.

Ctrl+Shift+plus (+)

Het dialoogvenster Invoegen weergeven om lege cellen in te voegen.

Ctrl+minteken (-)

Het dialoogvenster Verwijderen weergeven om de geselecteerde cellen te verwijderen.

Ctrl+;

De huidige datum invoeren.

Ctrl+`

Schakelen tussen de weergave van celwaarden en formules in het werkblad.

Ctrl+'

De formule in de cel boven de actieve cel naar de cel of formulebalk kopiëren.

Ctrl+1

Het dialoogvenster Celeigenschappen weergeven.

Ctrl+2

De opmaak Vet toepassen of verwijderen.

Ctrl+3

De opmaak Cursief toepassen of verwijderen.

Ctrl+4

De opmaak Onderstrepen toepassen of verwijderen.

Ctrl+5

De opmaak Doorhalen toepassen of verwijderen.

Ctrl+6

Schakelen tussen het verbergen van objecten en weergeven van objecten.

Ctrl+8

De overzichtsknoppen weergeven of verbergen.

Ctrl+9

De geselecteerde rijen verbergen.

Ctrl+0

De geselecteerde kolommen verbergen.

Ctrl+A

Het hele werkblad selecteren.

Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+A het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+A drukt, wordt het hele werkblad geselecteerd.

Als de invoegpositie zich rechts van een functienaam in een formule bevindt, wordt het dialoogvenster Functieargumenten weergegeven.

Met Ctrl+Shift+A voegt u de argumentnamen en haakjes in (als de invoegpositie zich rechts van de functienaam in een formule bevindt).

Ctrl+B

De opmaak Vet toepassen of verwijderen.

Ctrl+C

De geselecteerde cellen kopiëren.

Ctrl+D

De inhoud en opmaak van de bovenste cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen eronder. Hiervoor wordt de opdracht Omlaag doorvoeren gebruikt.

Ctrl+F

Het dialoogvenster Zoeken en vervangen weergeven, waarbij het tabblad Zoeken is geselecteerd.

Dit tabblad kunt u ook weergeven met Shift+F5. Met Shift+F4 kunt u de laatst uitgevoerde opdracht Zoeken herhalen.

Met Ctrl+Shift+F opent u het dialoogvenster Celeigenschappen, waarbij het tabblad Lettertype is geselecteerd.

Ctrl+G

Het dialoogvenster Ga naar weergeven.

Dit dialoogvenster wordt ook weergegeven als u op F5 drukt.

CTRL+H

Het dialoogvenster Zoeken en vervangen weergeven, waarbij het tabblad Vervangen is geselecteerd.

Ctrl+I

De opmaak Cursief toepassen of verwijderen.

Ctrl+K

Het dialoogvenster Hyperlink invoegen weergeven voor nieuwe hyperlinks of het dialoogvenster Hyperlink bewerken weergeven voor geselecteerde, bestaande hyperlinks.

Ctrl+L

Het dialoogvenster Tabel maken weergeven.

CTRL+N

Een nieuwe, lege werkmap maken.

CTRL+O

Het dialoogvenster Openen weergeven om een bestand te openen of te zoeken.

Met Ctrl+Shift+O selecteert u alle cellen die opmerkingen bevatten.

Ctrl+P

Het tabblad Afdrukken weergeven in Microsoft Office Backstage-weergave.

Met Ctrl+Shift+P opent u het dialoogvenster Celeigenschappen, waarbij het tabblad Lettertype is geselecteerd.

Ctrl+R

De inhoud en opmaak van de meest linkse cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen rechts ervan. Hiervoor wordt de opdracht Rechts doorvoeren gebruikt.

Ctrl+S

Het actieve bestand opslaan met de huidige naam, locatie en bestandsindeling.

Ctrl+T

Het dialoogvenster Tabel maken weergeven.

Ctrl+U

Onderstreping toepassen of verwijderen.

Met Ctrl+Shift+U schakelt u tussen uitvouwen en samenvouwen van de formulebalk.

Ctrl+V

De inhoud van het Klembord invoegen bij de invoegpositie en daarmee eventueel geselecteerde cellen vervangen. U kunt deze sneltoets pas gebruiken nadat u een object, tekst of celinhoud hebt geknipt of gekopieerd.

Met Ctrl+Alt+V wordt het dialoogvenster Plakken speciaal weergegeven. Dit is alleen beschikbaar als u een object, tekst of celinhoud hebt geknipt of gekopieerd op een werkblad of in een ander programma.

Ctrl+W

Het geselecteerde werkmapvenster sluiten.

CTRL+X

De geselecteerde cellen knippen.

Ctrl+Y

De laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk.

Ctrl+Z

De laatste opdracht terugdraaien of de laatst getypte invoer verwijderen. Hiervoor wordt de opdracht Ongedaan maken gebruikt.

Tip : De toetscombinaties Ctrl+E, Ctrl+J, Ctrl+M en Ctrl+Q zijn op dit moment niet in gebruik.

Naar boven

Functietoetsen

Tip : Een snelzoekkaart downloaden of afdrukken: Sneltoetsen met functietoetsen. (PDF)

Toets

Beschrijving

F1

Het taakvenster Excel Help weergeven.

Met Ctrl+F1 wordt het lint weergegeven of verborgen.

Met Alt+F1 maakt u een ingesloten grafiek op basis van de gegevens in het huidige bereik.

Als u op Alt+Shift+F1 drukt, wordt een nieuw werkblad ingevoegd.

F2

De actieve cel bewerken en de invoegpositie aan het eind van de celinhoud plaatsen. Als bewerken in een cel is uitgeschakeld, verplaatst u hiermee de invoegpositie naar de formulebalk.

Met Shift+F2 kunt u een opmerking bij een cel plaatsen of bewerken.

Met Ctrl+F2 geeft u het afdrukvoorbeeld weer op het tabblad Afdrukken in de Backstage-weergave.

F3

Het dialoogvenster Naam plakken weergeven. Alleen beschikbaar als er bestaande namen in de werkmap staan.

Met Shift+F3 geeft u het dialoogvenster Functie invoegen weer.

F4

De laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk.

Wanneer u een celverwijzing of -bereik selecteert in een formule, bladert u met F4 door alle verschillende combinaties van absolute en relatieve verwijzingen.

Met Ctrl+F4 sluit u het geselecteerde werkmapvenster.

Met Alt+F4 sluit u Excel.

F5

Het dialoogvenster Ga naar weergeven.

Met Ctrl+F5 herstelt u de venstergrootte van het geselecteerde werkmapvenster.

F6

Schakelen tussen het werkblad, het lint, het taakvenster en de knoppen voor in- en uitzoomen. In een gesplitst werkblad (menu Beeld, Dit venster beheren, Titels blokkeren, opdracht Venster splitsen), schakelt u met F6 ook tussen de gesplitste deelvensters als u schakelt tussen deelvensters en het lint.

Met Shift+F6 schakelt u tussen het werkblad, de knoppen voor in- en uitzoomen, het taakvenster en het lint.

Met Ctrl+F6 schakelt u naar het volgende werkmapvenster (als er meerdere werkmapvensters zijn geopend).

F7

Het dialoogvenster Spelling weergeven om de spelling te controleren in het actieve werkblad of geselecteerde bereik.

Met Ctrl+F7 wordt de opdracht Verplaatsen uitgevoerd op het werkmapvenster als dit niet is gemaximaliseerd. Verplaats het venster met de pijltoetsen en druk op Enter als u klaar bent of op Esc als u wilt annuleren.

F8

De modus Uitbreiden in- of uitschakelen. In de modus Uitbreiden verschijnt de tekst Uitgebreide selectie op de statusregel. Met behulp van de pijltoetsen breidt u de selectie uit.

Met Shift+F8 kunt u een niet-aangrenzende cel of niet-aangrenzend bereik met behulp van de pijltoetsen toevoegen aan een celselectie.

Als een werkmapvenster niet is gemaximaliseerd en u op Ctrl+F8 drukt, wordt de opdracht Formaat wijzigen uitgevoerd (in het Systeemmenu voor het werkmapvenster).

Met Alt+F8 geeft u het dialoogvenster Macro weer waarmee u een macro kunt maken, uitvoeren, bewerken of verwijderen.

F9

Alle werkbladen in de geopende werkmappen berekenen.

Met Shift+F9 berekent u het actieve werkblad.

Met Ctrl+Alt+F9 berekent u alle werkbladen in de geopende werkmappen, waarbij het niet uitmaakt of de werkbladen sinds de laatste berekening zijn gewijzigd.

Als u op Ctrl+Alt+Shift+F9 drukt, worden afhankelijke formules opnieuw gecontroleerd en worden vervolgens alle cellen in de geopende werkmappen berekend, inclusief de cellen die niet zijn gemarkeerd voor berekening.

Met Ctrl+F9 minimaliseert u het werkmapvenster tot een pictogram.

F10

Toetstips in- of uitschakelen. (Hetzelfde bereikt u door op Alt te drukken.)

Met Shift+F10 opent u het snelmenu voor het geselecteerde item.

Als u op Alt+Shift+F10 drukt, wordt het menu of bericht voor een knop Foutcontrole weergegeven.

Met Ctrl+F10 wordt het geselecteerde werkmapvenster gemaximaliseerd of hersteld.

F11

Een grafiek maken op basis van de gegevens in het huidige bereik in een apart grafiekblad.

Met Shift+F11 voegt u een nieuw werkblad in.

Als u op Alt+F11 drukt, wordt Microsoft Visual Basic For Applications Editor geopend, waarin u een macro kunt maken met behulp van VBA (Visual Basic for Applications).

F12

Het dialoogvenster Opslaan als weergeven.

Naar boven

Andere handige sneltoetsen

Opmerking :  Een snelzoekkaart downloaden of afdrukken: Diverse toetsenbordsneltoetsen. (PDF)

Toets

Beschrijving

Alt

De toetstips (nieuwe sneltoetsen) op het lint weergeven.

Voorbeeld:

Met Alt, V, P schakelt u het werkblad naar de weergave Pagina-indeling.

Met Alt, V, O schakelt u het werkblad naar de weergave Normaal.

Met Alt, V, G schakelt u het werkblad naar de weergave Pagina-eindevoorbeeld.

PIJLTOETSEN

Eén cel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts gaan in een werkblad.

Met Ctrl+pijltoets verplaatst u de rand van het huidige gegevensgebied in een werkblad.

Met Shift+pijltoets wordt de celselectie met één cel uitgebreid.

Als u op Ctrl+Shift+pijltoets drukt, wordt de celselectie uitgebreid tot de laatste niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel. Als de volgende cel leeg is, wordt hiermee de selectie uitgebreid tot de volgende niet-lege cel.

Met pijl-links of pijl-rechts selecteert u het tabblad links of rechts wanneer het lint is geselecteerd. Als u een submenu hebt geopend of geselecteerd, schakelt u met deze pijltoetsen tussen het hoofdmenu en het submenu. Als u een linttabblad hebt geselecteerd, navigeert u met de pijltoetsen tussen de knoppen op het tabblad.

Met pijl-omlaag of pijl-omhoog selecteert u de volgende of vorige opdracht als u een menu of submenu hebt geopend. Als u een linttabblad hebt geselecteerd, navigeert u met deze toetsen door de tabbladgroep.

In een dialoogvenster gaat u met pijltoetsen van de ene naar de andere optie in een geopende vervolgkeuzelijst of in een optiegroep.

Met pijl-omlaag of Alt+pijl-omlaag opent u een geselecteerde vervolgkeuzelijst.

Backspace

Eén teken links van de invoegpositie verwijderen (in de formulebalk).

Hiermee wist u ook de inhoud van de actieve cel.

In de celbewerkingsmodus verwijdert u hiermee het teken links van de invoegpositie.

Del

De celinhoud (gegevens en formules) verwijderen uit geselecteerde cellen zonder de opmaak of opmerkingen van de cellen te verwijderen.

In de celbewerkingsmodus verwijdert u hiermee het teken rechts van de invoegpositie.

End

Hiermee schakelt u de eindmodus in. In de eindmodus drukt u op een pijltoets om naar de volgende niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel te gaan. Als de cellen leeg zijn, gaat u naar de laatste cel in de rij of kolom wanneer u op End en vervolgens op een pijltoets drukt.

Met End selecteert u ook de laatste opdracht in een menu als er een menu of submenu wordt weergegeven.

Met Ctrl+End gaat u naar de laatste cel in een werkblad (in de onderste gebruikte rij van de meest rechtse kolom die wordt gebruikt). Als de cursor zich op de formulebalk bevindt, verplaatst u de cursor met Ctrl+End naar het einde van de tekst.

Als u op Ctrl+Shift+End drukt, wordt de celselectie uitgebreid tot de laatste gebruikte cel op het werkblad (rechterbenedenhoek). Als de cursor zich op de formulebalk bevindt, selecteert u met Ctrl+Shift+End de hele tekst op de formulebalk vanaf de cursorpositie tot aan het einde. Dit heeft geen invloed op de hoogte van de formulebalk.

Enter

Celinvoer in een cel of op de formulebalk voltooien en de cel eronder selecteren (standaard).

In een gegevensformulier gaat u hiermee naar het eerste veld in de volgende record.

Een geselecteerd menu openen (druk op F10 om de menubalk te activeren) of de actie voor een geselecteerde opdracht uitvoeren.

De actie uitvoeren voor de standaardopdrachtknop in een dialoogvenster (de knop met de donkere rand, meestal de knop OK).

Met Alt+Enter begint u een nieuwe regel in dezelfde cel.

Met Ctrl+Enter voert u de huidige invoer door in het geselecteerde bereik.

Met Shift+Enter voltooit u de celinvoer en selecteert u de cel erboven.

Esc

De celinvoer annuleren (in een cel of op de formulebalk).

Een geopend menu of submenu, dialoogvenster of berichtvenster sluiten.

Ook sluit u hiermee de modus Volledig scherm (als deze is geactiveerd) en keert u terug naar de normale weergave, waarin opnieuw het lint en de statusbalk worden weergegeven.

Home

Naar het begin van een rij in een werkblad gaan.

De invoegpositie verplaatsen naar de cel in de linkerbovenhoek van het venster als Scroll Lock is ingeschakeld.

Hiermee selecteert u de eerste opdracht in een menu als er een menu of submenu zichtbaar is.

Met Ctrl+Home gaat u naar het begin van een werkblad.

Met Ctrl+Shift+Home breidt u de celselectie uit tot het begin van het werkblad.

PageDown

De invoegpositie één scherm omlaag verplaatsen in een werkblad.

Met Alt+PageDown verplaatst u de invoegpositie één scherm naar rechts in een werkblad.

Met Ctrl+Page Down verplaatst u de invoegpositie naar het volgende blad in een werkmap.

Met Ctrl+Shift+Page Down selecteert u het huidige en het volgende blad in een werkmap.

Page Up

De invoegpositie één scherm omhoog verplaatsen in een werkblad.

Met Alt+Page Up verplaatst u de invoegpositie één scherm naar links in een werkblad.

Met Ctrl+Page Up verplaatst u de invoegpositie naar het vorige blad in een werkmap.

Als u op Ctrl+Shift+Page Up drukt, selecteert u het huidige en het vorige blad in een werkmap.

Spatiebalk

De actie uitvoeren voor de geselecteerde knop in een dialoogvenster, of een selectievakje in- of uitschakelen in een dialoogvenster.

Met Ctrl+spatiebalk selecteert u een hele kolom in een werkblad.

Met Shift+spatiebalk selecteert u een hele rij in een werkblad.

Als u op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het hele werkblad.

  • Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+Shift+spatiebalk het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het huidige gebied en de bijbehorende samenvattingsrijen. De derde maal dat u op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het hele werkblad.

  • Als u een object hebt geselecteerd, selecteert u met Ctrl+Shift+spatiebalk alle objecten op een werkblad.

Met Alt+spatiebalk geeft u het Systeemmenu voor het Excel-venster weer.

Tab

Eén cel naar rechts gaan in een werkblad.

De invoegpositie verplaatsen tussen de ontgrendelde cellen in een beveiligd werkblad.

De invoegpositie verplaatsen naar de volgende optie of optiegroep in een dialoogvenster.

Met Shift+Tab verplaatst u de invoegpositie naar de vorige cel in een werkblad of naar de vorige optie in een dialoogvenster.

Met Ctrl+Tab activeert u het volgende tabblad in een dialoogvenster.

Met Ctrl+Shift+Tab activeert u het vorige tabblad in een dialoogvenster.

Naar boven

In dit artikel worden toetscombinaties, functietoetsen en andere veelgebruikte sneltoetsen voor Excel 2007 beschreven. Hiertoe behoren ook de sneltoetsen die u kunt gebruiken om toegang tot het lint te krijgen.

Tip : U kunt dit onderwerp afdrukken, zodat u de informatie tijdens het werk bij de hand hebt. Druk op Ctrl+P om dit onderwerp af te drukken.

Opmerking : Als er geen sneltoets is voor een actie die u vaak gebruikt, kunt u een macro opnemen om er een te maken.

Sneltoetscombinaties met Ctrl

Toets

Beschrijving

Ctrl+PageUp

Schakelen tussen werkbladtabbladen, van links naar rechts.

Ctrl+PageDown

Schakelen tussen werkbladtabbladen, van rechts naar links.

Ctrl+Shift+(

Verborgen rijen in de selectie zichtbaar maken.

Ctrl+Shift+)

Verborgen kolommen in de selectie zichtbaar maken.

Ctrl+Shift+&

De rand op de geselecteerde cellen toepassen.

Ctrl+Shift_

De rand van de geselecteerde cellen verwijderen.

Ctrl+Shift+~

De getalnotatie Standaard toepassen.

Ctrl+Shift+$

De notatie Valuta met twee decimalen toepassen (negatieve getallen tussen haakjes).

Ctrl+Shift+%

De notatie Percentage zonder decimalen toepassen.

Ctrl+Shift+^

De exponentiële getalnotatie met twee decimalen toepassen.

Ctrl+Shift+#

De notatie Datum met de dag, de maand en het jaar toepassen.

Ctrl+Shift+@

De notatie Tijd met uren en minuten en AM of PM toepassen.

Ctrl+Shift+!

De notatie Getal toepassen met twee decimalen, een scheidingsteken voor duizendtallen en het minteken (–) voor negatieve waarden.

Ctrl+Shift+*

Het huidige gebied rondom de actieve cel selecteren (het gegevensgebied dat wordt omsloten door lege rijen en lege kolommen).

In een draaitabel het hele draaitabelrapport selecteren.

Ctrl+Shift+:

De huidige tijd invoeren.

Ctrl+Shift+"

De waarde in de cel boven de actieve cel naar de cel of formulebalk kopiëren.

Ctrl+Shift+plus (+)

Het dialoogvenster Invoegen weergeven om lege cellen in te voegen.

Ctrl+minteken (-)

Het dialoogvenster Verwijderen weergeven om de geselecteerde cellen te verwijderen.

Ctrl+;

De huidige datum invoeren.

Ctrl+`

Schakelen tussen de weergave van celwaarden en formules in het werkblad.

Ctrl+'

De formule in de cel boven de actieve cel naar de cel of formulebalk kopiëren.

Ctrl+1

Het dialoogvenster Celeigenschappen weergeven.

Ctrl+2

De opmaak Vet toepassen of verwijderen.

Ctrl+3

De opmaak Cursief toepassen of verwijderen.

Ctrl+4

De opmaak Onderstrepen toepassen of verwijderen.

Ctrl+5

De opmaak Doorhalen toepassen of verwijderen.

Ctrl+6

Schakelen tussen het verbergen van objecten, het weergeven van objecten en het weergeven van tijdelijke aanduidingen voor objecten.

Ctrl+8

De overzichtsknoppen weergeven of verbergen.

Ctrl+9

De geselecteerde rijen verbergen.

Ctrl+0

De geselecteerde kolommen verbergen.

Ctrl+A

Het hele werkblad selecteren.

Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+A het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+A drukt, selecteert u het huidige gebied en de bijbehorende samenvattingsrijen. De derde maal dat u op Ctrl+A drukt, selecteert u het hele werkblad.

Als de invoegpositie zich rechts van een functienaam in een formule bevindt, wordt het dialoogvenster Functieargumenten weergegeven.

Met Ctrl+Shift+A voegt u de argumentnamen en haakjes in (als de invoegpositie zich rechts van de functienaam in een formule bevindt).

Ctrl+B

De opmaak Vet toepassen of verwijderen.

Ctrl+C

De geselecteerde cellen kopiëren.

Als u op Ctrl+C en nogmaals op Ctrl+C drukt, wordt het Klembord weergegeven.

Ctrl+D

De inhoud en opmaak van de bovenste cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen eronder. Hiervoor wordt de opdracht Omlaag doorvoeren gebruikt.

Ctrl+F

Het dialoogvenster Zoeken en vervangen weergeven, waarbij het tabblad Zoeken is geselecteerd.

Dit tabblad kunt u ook weergeven met Shift+F5. Met Shift+F4 kunt u de laatst uitgevoerde opdracht Zoeken herhalen.

Met Ctrl+Shift+F opent u het dialoogvenster Celeigenschappen, waarbij het tabblad Lettertype is geselecteerd.

Ctrl+G

Het dialoogvenster Ga naar weergeven.

Dit dialoogvenster wordt ook weergegeven als u op F5 drukt.

CTRL+H

Het dialoogvenster Zoeken en vervangen weergeven, waarbij het tabblad Vervangen is geselecteerd.

Ctrl+I

De opmaak Cursief toepassen of verwijderen.

Ctrl+K

Het dialoogvenster Hyperlink invoegen weergeven voor nieuwe hyperlinks of het dialoogvenster Hyperlink bewerken weergeven voor geselecteerde, bestaande hyperlinks.

CTRL+N

Een nieuwe, lege werkmap maken.

CTRL+O

Het dialoogvenster Openen weergeven om een bestand te openen of te zoeken.

Met Ctrl+Shift+O selecteert u alle cellen die opmerkingen bevatten.

Ctrl+P

Het dialoogvenster Afdrukken wordt weergeven.

Met Ctrl+Shift+P opent u het dialoogvenster Celeigenschappen, waarbij het tabblad Lettertype is geselecteerd.

Ctrl+R

De inhoud en opmaak van de meest linkse cel in een geselecteerd bereik kopiëren naar de cellen rechts ervan. Hiervoor wordt de opdracht Rechts doorvoeren gebruikt.

Ctrl+S

Het actieve bestand opslaan met de huidige naam, locatie en bestandsindeling.

Ctrl+T

Het dialoogvenster Tabel maken weergeven.

Ctrl+U

Onderstreping toepassen of verwijderen.

Met Ctrl+Shift+U schakelt u tussen uitvouwen en samenvouwen van de formulebalk.

Ctrl+V

De inhoud van het Klembord invoegen bij de invoegpositie en daarmee eventueel geselecteerde cellen vervangen. U kunt deze sneltoets pas gebruiken nadat u een object, tekst of celinhoud hebt geknipt of gekopieerd.

Met Ctrl+Alt+V wordt het dialoogvenster Plakken speciaal weergegeven. Dit is alleen beschikbaar als u een object, tekst of celinhoud hebt geknipt of gekopieerd op een werkblad of in een ander programma.

Ctrl+W

Het geselecteerde werkmapvenster sluiten.

CTRL+X

De geselecteerde cellen knippen.

Ctrl+Y

De laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk.

Ctrl+Z

De laatste opdracht terugdraaien of de laatst getypte invoer verwijderen. Hiervoor wordt de opdracht Ongedaan maken gebruikt.

Met Ctrl+Shift+Z wordt de opdracht Ongedaan maken of Opnieuw gebruikt om de laatste automatische correctie terug te draaien of te herstellen wanneer AutoCorrectie-infolabels worden weergegeven.

Naar boven

Functietoetsen

Toets

Beschrijving

F1

Het taakvenster Microsoft Office Excel Help wordt weergegeven.

Met Ctrl+F1 wordt het lint weergegeven of verborgen. Het lint is een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

Met Alt+F1 maakt u een grafiek op basis van de gegevens in het huidige bereik.

Als u op Alt+Shift+F1 drukt, wordt een nieuw werkblad ingevoegd.

F2

De actieve cel bewerken en de invoegpositie aan het eind van de celinhoud plaatsen. Als bewerken in een cel is uitgeschakeld, verplaatst u hiermee de invoegpositie naar de formulebalk.

Met Shift+F2 kunt u een opmerking bij een cel plaatsen of bewerken.

Met Ctrl+F2 opent u het venster Afdrukvoorbeeld.

F3

Het dialoogvenster Naam plakken weergeven.

Met Shift+F3 geeft u het dialoogvenster Functie invoegen weer.

F4

De laatste opdracht of actie herhalen, indien mogelijk.

Wanneer u een celverwijzing of -bereik selecteert in een formule, bladert u met F4 door de verschillende combinaties van absolute en relatieve verwijzingen.

Met Ctrl+F4 sluit u het geselecteerde werkmapvenster.

F5

Het dialoogvenster Ga naar weergeven.

Met Ctrl+F5 herstelt u de venstergrootte van het geselecteerde werkmapvenster.

F6

Schakelen tussen het werkblad, het lint, het taakvenster en de knoppen voor in- en uitzoomen. In een gesplitst werkblad (menu Beeld, Dit venster beheren, Titels blokkeren, opdracht Venster splitsen), schakelt u met F6 ook tussen de gesplitste deelvensters als u schakelt tussen deelvensters en het lint.

Met Shift+F6 schakelt u tussen het werkblad, de knoppen voor in- en uitzoomen, het taakvenster en het lint.

Met Ctrl+F6 schakelt u naar het volgende werkmapvenster (als er meerdere werkmapvensters zijn geopend).

F7

Het dialoogvenster Spelling weergeven om de spelling te controleren in het actieve werkblad of geselecteerde bereik.

Met Ctrl+F7 wordt de opdracht Verplaatsen uitgevoerd op het werkmapvenster als dit niet is gemaximaliseerd. Verplaats het venster met de pijltoetsen en druk op Enter als u klaar bent of op Esc als u wilt annuleren.

F8

De modus Uitbreiden in- of uitschakelen. In de modus Uitbreiden verschijnt de tekst Uitgebreide selectie op de statusregel. Met behulp van de pijltoetsen breidt u de selectie uit.

Met Shift+F8 kunt u een niet-aangrenzende cel of niet-aangrenzend bereik met behulp van de pijltoetsen toevoegen aan een celselectie.

Als een werkmapvenster niet is gemaximaliseerd en u op Ctrl+F8 drukt, wordt de opdracht Formaat wijzigen uitgevoerd (in het Systeemmenu voor het werkmapvenster).

Met Alt+F8 geeft u het dialoogvenster Macro weer waarmee u een macro kunt maken, uitvoeren, bewerken of verwijderen.

F9

Alle werkbladen in de geopende werkmappen berekenen.

Met Shift+F9 berekent u het actieve werkblad.

Met Ctrl+Alt+F9 berekent u alle werkbladen in de geopende werkmappen, waarbij het niet uitmaakt of de werkbladen sinds de laatste berekening zijn gewijzigd.

Als u op Ctrl+Alt+Shift+F9 drukt, worden afhankelijke formules opnieuw gecontroleerd en worden vervolgens alle cellen in de geopende werkmappen berekend, inclusief de cellen die niet zijn gemarkeerd voor berekening.

Met Ctrl+F9 minimaliseert u het werkmapvenster tot een pictogram.

F10

Toetstips in- of uitschakelen.

Met Shift+F10 opent u het snelmenu voor het geselecteerde item.

Als u op Alt+Shift+F10 drukt, wordt het menu of bericht voor een infolabel weergegeven. Als meer dan één infolabel aanwezig is, activeert u het volgende infolabel en wordt het menu of bericht ervan weergegeven.

Met Ctrl+F10 wordt het geselecteerde werkmapvenster gemaximaliseerd of hersteld.

F11

Hiermee maakt u een grafiek op basis van de gegevens in het huidige bereik.

Met Shift+F11 voegt u een nieuw werkblad in.

Als u op Alt+F11 drukt, wordt Microsoft Visual Basic Editor geopend, waarin u een macro kunt maken met behulp van VBA (Visual Basic for Applications).

F12

Het dialoogvenster Opslaan als weergeven.

Naar boven

Andere handige sneltoetsen

Toets

Beschrijving

Pijltoetsen

Eén cel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts gaan in een werkblad.

Met Ctrl+pijltoets verplaatst u de rand van het huidige gegevensgebied in een werkblad.

Met Shift+pijltoets wordt de celselectie met één cel uitgebreid.

Als u op Ctrl+Shift+pijltoets drukt, wordt de celselectie uitgebreid tot de laatste niet-lege cel in dezelfde kolom of rij als de actieve cel. Als de volgende cel leeg is, wordt hiermee de selectie uitgebreid tot de volgende niet-lege cel.

Met pijl-links of pijl-rechts selecteert u het tabblad links of rechts wanneer het lint is geselecteerd. Als u een submenu hebt geopend of geselecteerd, schakelt u met deze pijltoetsen tussen het hoofdmenu en het submenu. Als u een linttabblad hebt geselecteerd, navigeert u met de pijltoetsen tussen de knoppen op het tabblad.

Met pijl-omlaag of pijl-omhoog selecteert u de volgende of vorige opdracht als u een menu of submenu hebt geopend. Als u een linttabblad hebt geselecteerd, navigeert u met deze toetsen door de tabbladgroep.

In een dialoogvenster gaat u met pijltoetsen van de ene naar de andere optie in een geopende vervolgkeuzelijst of in een optiegroep.

Met pijl-omlaag of Alt+pijl-omlaag opent u een geselecteerde vervolgkeuzelijst.

Backspace

Eén teken links van de invoegpositie verwijderen (in de formulebalk).

Hiermee wist u ook de inhoud van de actieve cel.

In de celbewerkingsmodus verwijdert u hiermee het teken links van de invoegpositie.

Del

De celinhoud (gegevens en formules) verwijderen uit geselecteerde cellen zonder de opmaak of opmerkingen van de cellen te verwijderen.

In de celbewerkingsmodus verwijdert u hiermee het teken rechts van de invoegpositie.

End

De invoegpositie verplaatsen naar de cel in de rechterbenedenhoek van het venster als Scroll Lock is ingeschakeld.

Hiermee selecteert u ook de laatste opdracht in een menu als er een menu of submenu wordt weergegeven.

Met Ctrl+End gaat u naar de laatste cel in een werkblad (in de onderste gebruikte rij van de meest rechtse kolom die wordt gebruikt). Als de cursor zich op de formulebalk bevindt, verplaatst u de cursor met Ctrl+End naar het einde van de tekst.

Als u op Ctrl+Shift+End drukt, wordt de celselectie uitgebreid tot de laatste gebruikte cel op het werkblad (rechterbenedenhoek). Als de cursor zich op de formulebalk bevindt, selecteert u met Ctrl+Shift+End de hele tekst op de formulebalk vanaf de cursorpositie tot aan het einde. Dit heeft geen invloed op de hoogte van de formulebalk.

Enter

Celinvoer in een cel of op de formulebalk voltooien en de cel eronder selecteren (standaard).

In een gegevensformulier gaat u hiermee naar het eerste veld in de volgende record.

Een geselecteerd menu openen (druk op F10 om de menubalk te activeren) of de actie voor een geselecteerde opdracht uitvoeren.

De actie uitvoeren voor de standaardopdrachtknop in een dialoogvenster (de knop met de donkere rand, meestal de knop OK).

Met Alt+Enter begint u een nieuwe regel in dezelfde cel.

Met Ctrl+Enter voert u de huidige invoer door in het geselecteerde bereik.

Met Shift+Enter voltooit u de celinvoer en selecteert u de cel erboven.

Esc

De celinvoer annuleren (in een cel of op de formulebalk).

Een geopend menu of submenu, dialoogvenster of berichtvenster sluiten.

Ook sluit u hiermee de modus Volledig scherm (als deze is geactiveerd) en keert u terug naar de normale weergave, waarin opnieuw het lint en de statusbalk worden weergegeven.

Home

Naar het begin van een rij in een werkblad gaan.

De invoegpositie verplaatsen naar de cel in de linkerbovenhoek van het venster als Scroll Lock is ingeschakeld.

Hiermee selecteert u de eerste opdracht in een menu als er een menu of submenu zichtbaar is.

Met Ctrl+Home gaat u naar het begin van een werkblad.

Met Ctrl+Shift+Home breidt u de celselectie uit tot het begin van het werkblad.

PageDown

De invoegpositie één scherm omlaag verplaatsen in een werkblad.

Met Alt+PageDown verplaatst u de invoegpositie één scherm naar rechts in een werkblad.

Met Ctrl+Page Down verplaatst u de invoegpositie naar het volgende blad in een werkmap.

Met Ctrl+Shift+Page Down selecteert u het huidige en het volgende blad in een werkmap.

Page Up

De invoegpositie één scherm omhoog verplaatsen in een werkblad.

Met Alt+Page Up verplaatst u de invoegpositie één scherm naar links in een werkblad.

Met Ctrl+Page Up verplaatst u de invoegpositie naar het vorige blad in een werkmap.

Als u op Ctrl+Shift+Page Up drukt, selecteert u het huidige en het vorige blad in een werkmap.

Spatiebalk

De actie uitvoeren voor de geselecteerde knop in een dialoogvenster, of een selectievakje in- of uitschakelen in een dialoogvenster.

Met Ctrl+spatiebalk selecteert u een hele kolom in een werkblad.

Met Shift+spatiebalk selecteert u een hele rij in een werkblad.

Als u op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het hele werkblad.

  • Als het werkblad gegevens bevat, selecteert u met Ctrl+Shift+spatiebalk het huidige gebied. Als u nogmaals op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het huidige gebied en de bijbehorende samenvattingsrijen. De derde maal dat u op Ctrl+Shift+spatiebalk drukt, selecteert u het hele werkblad.

  • Als u een object hebt geselecteerd, selecteert u met Ctrl+Shift+spatiebalk alle objecten op een werkblad.

Met Alt+spatiebalk geeft u het Systeemmenu voor het Microsoft Office Excel-venster weer.

Tab

Eén cel naar rechts gaan in een werkblad.

De invoegpositie verplaatsen tussen de ontgrendelde cellen in een beveiligd werkblad.

De invoegpositie verplaatsen naar de volgende optie of optiegroep in een dialoogvenster.

Met Shift+Tab verplaatst u de invoegpositie naar de vorige cel in een werkblad of naar de vorige optie in een dialoogvenster.

Met Ctrl+Tab activeert u het volgende tabblad in een dialoogvenster.

Met Ctrl+Shift+Tab activeert u het vorige tabblad in een dialoogvenster.

Naar boven

Opmerking : Deze functie is alleen beschikbaar als u een Office 365-abonnement hebt. Controleer in dat geval of u de nieuwste versie van Office hebt.

Office 365 of de laatste versie van Excel proberen

Meer hulp nodig?

U kunt altijd uw vraag stellen aan een expert in de Excel Tech Community, ondersteuning vragen in de Answer-community of een nieuwe functie of verbetering voorstellen in Excel User Voice.

Zie ook

Sneltoetsen in Excel 2016 voor Mac

Overzicht van formules in Excel

Niet-werkende formules voorkomen

Fouten opsporen in formules

Excel-functies (alfabetisch)

Excel-functies (per categorie)

Basistaken met een schermlezer in Excel

Ontdek hoe u in Excel kunt navigeren met toegankelijkheidsfuncties

Technische ondersteuning voor klanten met een handicap

Microsoft wil een optimale ervaring bieden voor al onze klanten. Als u een beperking hebt of als u vragen hebt met betrekking tot toegankelijkheid, kunt u voor technische hulp contact opnemen met Microsoft Disability Answer Desk. Het Disability Answer Desk-ondersteuningsteam is opgeleid in het gebruik van verschillende veelgebruikte hulptechnieken en kan assistentie verlenen in de Engelse, Spaanse, Franse en Amerikaanse gebarentaal. Ga naar de site van Microsoft Disability Answer Desk voor de contactgegevens voor uw regio.

Als u een commerciële of bedrijfsmatige gebruiker bent of werkt voor een overheidsinstantie, neemt u contact op met de Disability Answer Desk voor ondernemers.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×