Een basisstroomdiagram maken

Stroomdiagrammen zijn diagrammen waarin de stappen in een proces worden weergegeven. Basisstroomdiagrammen zijn eenvoudig te maken en vanwege de simpele en visuele shapes eenvoudig te begrijpen.

Opmerking    U kunt ook automatisch een basisstroomdiagram maken van gegevens met behulp van een diagram van het type Gegevens visualiseren in Visio Pro voor Office 365. Zie Een diagram maken met Gegevens visualiseren voor meer informatie.

De sjabloon Basisstroomdiagram in Visio bevat shapes die u kunt gebruiken om allerlei verschillende typen processen weer te geven. Deze sjabloon is uitermate geschikt voor de weergave van essentiële bedrijfsprocessen, zoals het proces voor het ontwikkelen van voorstellen in de onderstaande afbeelding.

voorbeeld van een stroomdiagram met een voorstelproces

Naast de sjabloon Basisstroomdiagram bevat Visio een groot aantal andere sjablonen voor meer specifieke diagrammen, zoals gegevensstroomdiagrammen, tijdlijnen en softwaremodellen. Zie Hoe weet ik waar een Visio-sjabloon voor bedoeld is? voor meer informatie over de verschillende sjablonen.

Een stroomdiagram maken
  1. Start Visio.

  2. Klik op de categorie Stroomdiagram.

  3. Dubbelklik op Basisstroomdiagram.

  4. Voor elke stap in het proces dat u documenteert, sleept u een stroomdiagramshape van een stencil naar de tekening.

  5. Verbind de shapes van het stroomdiagram door de muisaanwijzer op de eerste shape te plaatsen en vervolgens op de kleine pijl te klikken die wordt weergegeven en die wijst naar de shape waarmee u verbinding wilt maken. Als de tweede shape zich niet recht tegenover de eerste shape bevindt, houdt u de kleine pijl ingedrukt, sleept u deze naar de tweede shape en zet u de verbindingslijn neer in het midden van de tweede shape.

  6. Als u tekst aan een shape of verbindingslijn wilt toevoegen, selecteert u de shape of lijn en typt u de gewenste tekst. Als u klaar bent met typen, klikt u op een leeg gebied van de pagina.

  7. Als u de richting van de pijl van een verbindingslijn wilt wijzigen, selecteert u de verbindingslijn en klikt u op het tabblad Shape in de groep Vormstijlen op Lijn, wijst u Pijlen aan en selecteert u de gewenste richting en stijl voor de pijl.

Uitlijning en afstand instellen

  1. Druk op Ctrl+A om alle items op de tekenpagina te selecteren.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Schikken op Positie en klik vervolgens op Automatisch uitlijnen en spatiëren.

Als u niet de gewenste resultaten krijgt, drukt u op Ctrl+Z om de actie ongedaan te maken en probeert u de andere opties onder de knoppen Uitlijnen en Positie uit.

voorbeeld van een stroomdiagram met een voorstelproces

Wat de stroomdiagramshapes vertegenwoordigen

Wanneer u de sjabloon Basisstroomdiagram opent, wordt het stencil Shapes voor basisstroomdiagrammen ook geopend. Met elke shape op het stencil wordt een ander type stap in een proces aangeduid. Er is echter geen universele standaardbetekenis voor de shapes: de personen die de stroomdiagrammen maken en lezen, kunnen zelf samen bepalen welke shape welke betekenis heeft. In de meeste stroomdiagrammen worden slechts drie of vier van de shapes gebruikt, tenzij er een duidelijke zakelijke reden is om er meer te gebruiken.

Visio-shapes hebben echter wel namen die duidelijk naar hun functie verwijzen. Dit zijn enkele van de meestvoorkomende shapes:

  • Begin/einde    Gebruik deze shape voor de eerste en laatste stap van het proces.

    eindshape

  • Proces    Deze shape duidt een standaardstap in het proces aan. Dit is de meest gebruikte shape in bijna elk proces.

    Processhape

  • Beslissing    Met deze shape wordt een punt aangegeven waarop de volgende stap wordt bepaald door het resultaat van een beslissing. Er kunnen meerdere resultaten zijn, maar meestal zijn er slechts twee: ja en nee.

    Beslissingsshape

  • Subproces    Gebruik deze shape voor een verzameling stappen die samen een subproces vormen dat ergens anders is gedefinieerd, vaak op een andere pagina van hetzelfde document. Dit is handig als het diagram zeer lang en complex is.

    Shape voor vooraf gedefinieerd proces

  • Document    Deze shape vertegenwoordigt een stap die in een document resulteert.

    documentshape

  • Gegevens    Deze shape geeft aan dat informatie vanaf buiten binnenkomt in het proces of het proces verlaat. Deze shape kan ook worden gebruikt om materiaal te vertegenwoordigen en wordt soms een shape voor invoer/uitvoer genoemd.

    Gegevensshape

  • Paginaverwijzing    Deze kleine cirkel geeft aan dat de volgende (of vorige stap) ergens anders in de tekening staat. Dit vooral handig voor grote stroomdiagrammen waarbij u anders een lange verbindingslijn moet gebruiken die moeilijk te volgen is.

    shape naar paginaverwijzing

  • Verwijzing naar andere pagina    Als u deze shape op de tekenpagina plaatst, wordt een dialoogvenster geopend waarin u een verzameling hyperlinks kunt maken tussen twee pagina's van een stroomdiagram of tussen de shape voor een subproces en een afzonderlijke stroomdiagrampagina waarop de stappen in dat subproces worden weergegeven.

    Shape voor verwijzing naar andere pagina

Wat de stroomdiagramshapes vertegenwoordigen

Wanneer u de sjabloon Basisstroomdiagram opent, wordt ook het stencil Shapes voor basisstroomdiagrammen geopend. Elke shape op het stencil vertegenwoordigt een andere stap in een proces.

Visio 2010 bevat verschillende andere, speciale stencils en shapes die u in uw stroomdiagram kunt gebruiken. Zie Het venster Shapes gebruiken om shapes te ordenen en te zoeken voor meer informatie over het zoeken van andere shapes.

  • Begin/einde    Gebruik deze shape voor de eerste en laatste stap van het proces.

    eindshape

  • Proces    Deze shape vertegenwoordigt een stap in het proces.

    Processhape

  • Subproces    Gebruik deze shape voor een verzameling stappen die samen een subproces vormen dat ergens anders is gedefinieerd, vaak op een andere pagina van dezelfde tekening.

    Shape voor vooraf gedefinieerd proces

  • Document    Deze shape vertegenwoordigt een stap die in een document resulteert.

    documentshape

  • Gegevens    Deze shape geeft aan dat informatie vanaf buiten binnenkomt in het proces of het proces verlaat. Deze shape kan ook worden gebruikt om materiaal te vertegenwoordigen en wordt soms een shape voor invoer/uitvoer genoemd.

    Gegevensshape

  • Paginaverwijzing    Deze kleine cirkel geeft aan dat de volgende (of vorige stap) ergens anders in de tekening staat. Dit vooral handig voor grote stroomdiagrammen waarbij u anders een lange verbindingslijn moet gebruiken die moeilijk te volgen is.

    shape naar paginaverwijzing

  • Verwijzing naar andere pagina    Als u deze shape op de tekenpagina plaatst, wordt een dialoogvenster geopend waarin u een verzameling hyperlinks kunt maken tussen twee pagina's van een stroomdiagram of tussen de shape voor een subproces en een afzonderlijke stroomdiagrampagina waarop de stappen in dat subproces worden weergegeven.

    Shape voor verwijzing naar andere pagina

Opmerking : Kunt u de gewenste shape niet vinden?     Zie Het venster Shapes gebruiken om shapes te ordenen en te zoeken voor informatie over het zoeken van andere shapes.

Een stroomdiagram maken
  1. Klik op het tabblad Bestand.

    Ziet u het tabblad Bestand niet?

    Als u het tabblad Bestand niet ziet, gaat u verder met de volgende stap in de procedure.

  2. Klik op Nieuw, klik op Stroomdiagram en klik vervolgens onder Beschikbare sjablonen op Basisstroomdiagram.

  3. Klik op Maken.

  4. Voor elke stap in het proces dat u documenteert, sleept u een stroomdiagramshape van een stencil naar de tekening.

    Opmerking : Zie de sectie Wat de stroomdiagramshapes vertegenwoordigen voor informatie over welke shapes u voor elke stap kunt gebruiken.

  5. Verbind de shapes van het stroomdiagram op een van de volgende twee manieren:

    Twee shapes verbinden

    1. Klik op het tabblad Start in de groep Extra op Verbindingslijn.

    2. Sleep een verbindingslijn vanaf een verbindingspunt Afbeelding van verbindingspunt: blauwe X op de eerste shape naar een verbindingspunt op de tweede shape. De eindpunten van de verbindingslijn worden rood als de shapes verbonden zijn.

      Een stroomdiagram met rode verbindingspunten

    Een shape met meerdere shapes verbinden vanaf één verbindingspunt

    Standaard hebben verbindingslijnen de instelling Rechte hoek, zodat u het volgende resultaat krijgt als u een punt op een shape verbindt met drie andere shapes.

    Shape verbonden met drie andere shapes via verbindingslijnen met rechte hoeken

    Als u wilt dat alle verbindingslijnen direct van het middenpunt van de eerste shape naar punten op de andere shapes gaan, moet u de verbindingslijnen instellen op Rechte verbindingslijn (zie onderstaande afbeelding).

    Een stroomdiagram met rechte verbindingslijnen vanaf een middenpunt

    1. Klik op het tabblad Start in de groep Extra op Verbindingslijn.

    2. Voor elke shape waarmee u een verbinding wilt maken, sleept u een verbindingslijn vanaf hetzelfde verbindingspunt Afbeelding van verbindingspunt: blauwe X op de eerste shape naar een verbindingspunt op elk van de andere shapes.

    3. Klik met de rechtermuisknop op elke verbindingslijn en kies Rechte verbindingslijn.

  6. Als u wilt terugkeren naar de normale bewerkingsmodus, klikt u op het tabblad Start in de groep Extra op Aanwijzer.

  7. Als u tekst aan een shape of verbindingslijn wilt toevoegen, selecteert u de shape of lijn en typt u de gewenste tekst. Als u klaar bent met typen, klikt u op een leeg gebied van de pagina.

  8. Als u de richting van de pijl van een verbindingslijn wilt wijzigen, selecteert u de verbinding en klikt u in de groep Shape op de pijl rechts van Lijn. Wijs Pijlen aan en selecteer de gewenste richting voor de pijl.

Naar boven

Een groot stroomdiagram afdrukken

Als u een stroomdiagram wilt afdrukken dat groter is dan het printerpapier, kunt u dat het gemakkelijkst doen door het stroomdiagram af te drukken op meerdere vellen papier en de vellen daarna aan elkaar te plakken.

Controleer voordat u gaat afdrukken of de tekenpagina, zoals deze in Visio wordt weergegeven, het volledige stroomdiagram bevat. Eventuele shapes buiten de rand van de Visio-tekenpagina worden niet afgedrukt.

Ga als volgt te werk om een groot stroomdiagram af te drukken:

  1. Klik op het tabblad Ontwerpen in de groep Pagina-instelling op Formaat en selecteer Aanpassen aan tekening.

  2. Klik op het tabblad Bestand.

    Ziet u het tabblad Bestand niet?

    Als u het tabblad Bestand niet ziet, gaat u verder met de volgende stap in de procedure.

  3. Klik op Afdrukken en vervolgens op Afdrukvoorbeeld.

    in het afdrukvoorbeeld zijn de pagina's gescheiden met stippellijnen.
    Stippellijnen geven aan hoe de tekening op afzonderlijke vellen papier wordt afgedrukt.
  4. Ga als volgt te werk om het stroomdiagram af te drukken op meerdere vellen papier:

    1. Klik in het afdrukvoorbeeld in de groep Afdrukken op Pagina-instelling.

    2. Selecteer op het tabblad Printerinstelling in de vervolgkeuzelijst Printerpapier het gewenste papierformaat als dit nog niet is geselecteerd.

    3. Klik op OK.

    4. Klik in de groep Voorbeeld op Enkel venster om te zien hoe de tekening op elk blad wordt afgedrukt. (U kunt schakelen tussen pagina's door op Volgende venster of Vorige venster te klikken.)

    5. Als u tevreden bent met het uiterlijk van de tekening, klikt u in de groep Afdrukken op Afdrukken.

    6. Nadat de tekening is afgedrukt, kunt u de marges afknippen, de pagina's over elkaar leggen en ze aan elkaar plakken.

  5. Ga als volgt te werk om het stroomdiagram af te drukken op één vel papier:

    1. Klik in het afdrukvoorbeeld in de groep Afdrukken op Pagina-instelling.

    2. Selecteer op het tabblad Printerinstelling in de vervolgkeuzelijst Printerpapier het gewenste papierformaat als dit nog niet is geselecteerd.

    3. Selecteer Aanpassen aan onder Verkleinen/vergroten.

    4. Typ rechts van Aanpassen aan de waarde 1 in het vak naast bij en de waarde 1 in het vak naast pagina's.

    5. Klik op OK.

    6. Klik in de groep Afdrukken op Afdrukken.

Wat de stroomdiagramshapes vertegenwoordigen

Wanneer u de sjabloon Basisstroomdiagram opent, wordt ook het stencil Shapes voor basisstroomdiagrammen geopend. Elke shape op het stencil vertegenwoordigt een andere stap in een proces.

Van alle shapes op het stencil Shapes voor basisstroomdiagrammen worden er maar een paar regelmatig gebruikt. Deze shapes worden hier beschreven. Vouw de sectie Minder vaak gebruikte shapes voor stroomdiagrammen aan het einde van dit artikel uit voor informatie over shapes die minder vaak worden gebruikt.

  • Afsluiter    Gebruik deze shape voor de eerste en laatste stap van het proces.

    eindshape

  • Proces    Deze shape vertegenwoordigt een stap in het proces.

    Processhape

  • Vooraf gedefinieerd proces    Gebruik deze shape voor een verzameling stappen die samen een subproces vormen dat ergens anders is gedefinieerd, vaak op een andere pagina van dezelfde tekening.

    Shape voor vooraf gedefinieerd proces

  • Beslissing    Met deze shape wordt een punt aangegeven waarop de volgende stap wordt bepaald door het resultaat van een beslissing. Er kunnen meerdere resultaten zijn, maar meestal zijn er slechts twee: ja en nee.

    Beslissingsshape

  • Document    Deze shape vertegenwoordigt een stap die in een document resulteert.

    documentshape

  • Gegevens    Deze shape geeft aan dat informatie vanaf buiten binnenkomt in het proces of het proces verlaat. Deze shape kan ook worden gebruikt om materiaal te vertegenwoordigen en wordt soms een shape voor invoer/uitvoer genoemd.

    Gegevensshape

  • Shapes voor stroomdiagram    Klik met de rechtermuisknop op deze multi-shape om een van de volgende shapes in te stellen: Proces, Beslissing, Document of Gegevens. Tekst die u op de shape typt, of informatie die u toevoegt aan de shapegegevens, worden aan de shape gekoppeld.

    De shape ziet er zo uit op het stencil:

    Shapes voor stroomdiagrammen

    Dit is wat u ziet wanneer u de shape naar de tekenpagina sleept en er met de rechtermuisknop op klikt:

    Shapes voor stroomdiagram met snelmenu

  • Opgeslagen gegevens    Gebruik deze shape voor een stap die resulteert in het opslaan van gegevens.

    Shape Opgeslagen gegevens

  • Paginaverwijzing    Deze kleine cirkel geeft aan dat de volgende (of vorige stap) ergens anders in de tekening staat. Dit vooral handig voor grote stroomdiagrammen waarbij u anders een lange verbindingslijn moet gebruiken die moeilijk te volgen is.

    shape naar paginaverwijzing

  • Verwijzing naar andere pagina    Als u deze shape op de tekenpagina plaatst, wordt een dialoogvenster geopend waarin u een verzameling hyperlinks kunt maken tussen twee pagina's van een stroomdiagram of tussen de shape voor een subproces en een afzonderlijke stroomdiagrampagina waarop de stappen in dat subproces worden weergegeven.

    Shape voor verwijzing naar andere pagina

Minder vaak gebruikte shapes voor stroomdiagrammen

  • Dynamische verbindingslijn    Met deze verbindingslijn wordt een pad getekend rond alle shapes die u tegenkomt.

    Shape Dynamische verbindingslijn

  • Gekromde verbindingslijn    Deze verbindingslijn heeft een instelbare kromming.

    Gekromde verbindingslijn

  • Vak, automatische hoogte     Dit is een tekstvak met rand dat automatisch wordt aangepast om plaats te bieden aan de hoeveelheid tekst die u typt. U kunt de breedte instellen door de zijden van de shape te slepen. Hoewel deze shape niet een stap in een proces vertegenwoordigt, is dit een handige manier om een tekstvak toe te voegen aan een stroomdiagram.

    Vak, automatische hoogte

  • Aantekening     Dit tekstvak tussen rechte haken wordt aangepast aan de hoeveelheid tekst die u typt. U kunt de breedte instellen door de zijden van de shape te slepen. Net als de shape Vak, automatische hoogte, vertegenwoordigt deze shape niet een stap in een proces. Gebruik deze shape om opmerkingen over de shapes van het stroomdiagrammen toe te voegen.

    Shape Aantekening

  • Handmatige invoer    Dit is een stap waarin iemand informatie invoert voor het proces.

    Shape Handmatige invoer

  • Handmatige bewerking    Dit is een stap die door een persoon moet worden uitgevoerd.

    Shape Handmatige bewerking

  • Interne opslag    Deze shape vertegenwoordigt gegevens die op een computer zijn opgeslagen.

    Shape Interne opslag

  • Directe gegevens    Deze shape vertegenwoordigt gegevens die zo worden opgeslagen dat één enkele record rechtstreeks kan worden benaderd. De shape geeft aan hoe gegevens op de harde schijf van een computer worden opgeslagen.

    Shape Directe gegevens

  • Opeenvolgende gegevens    Deze shape vertegenwoordigt gegevens die sequentieel worden opgeslagen, zoals gegevens op een magnetische band. Wanneer gegevens opeenvolgend worden opgeslagen, moeten ze ook in deze volgorde worden opgehaald. Om bijvoorbeeld toegang te krijgen tot record 7, moeten eerst records 1 tot en met 6 worden doorlopen.

    Shape Opeenvolgende gegevens

  • Kaart en ponsband    Deze shape vertegenwoordigt een fysieke kaart of ponsband. In oude computersystemen werd een systeem van ponsbanden en ponskaarten gebruikt voor het opslaan en ophalen van gegevens en voor het opslaan en uitvoeren van programma's.

    Shape Kaart

  • Weergave    Deze shape vertegenwoordigt informatie die wordt weergegeven aan een persoon, meestal op een computerscherm.

    Shape Weergave

  • Voorbereiding    Deze shape geeft aan waar variabelen worden geïnitialiseerd ter voorbereiding op een procedure.

    Shape Voorbereiding

  • Parallelle modus    Deze shape geeft aan waar twee verschillende processen tegelijk actief kunnen zijn.

    Shape Parallelle modus

  • Beperking van lus    Deze shape geeft aan hoe vaak een lus maximaal kan worden herhaald voordat de volgende stap moet worden uitgevoerd.

    Shape Beperking van lus

  • Besturingsoverdracht    Deze shape geeft een stap aan die, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, vertakt naar een andere stap dan de gebruikelijke volgende stap.

    Shape Besturingsoverdracht

Een stroomdiagram maken

  1. Wijs in het menu Bestand de optie Nieuw aan, wijs Stroomdiagram aan en klik vervolgens op Basisstroomdiagram.

  2. Voor elke stap in het proces dat u documenteert, sleept u een stroomdiagramshape van een stencil naar de tekening.

  3. Verbind de shapes van het stroomdiagram op een van de volgende twee manieren:

    Opmerking : Zie Verbindingslijnen toevoegen tussen shapes in Visio voor informatie over andere manieren om shapes met elkaar verbinden.

    Twee shapes verbinden

    1. Klik op het hulpmiddel Verbindingslijn knopafbeelding op de werkbalk Standaard.

    2. Sleep een verbindingslijn vanaf een verbindingspunt Afbeelding van verbindingspunt: blauwe X op de eerste shape naar een verbindingspunt op de tweede shape. De eindpunten van de verbindingslijn worden rood als de shapes verbonden zijn.

      Uiteinden van de verbindingslijn zijn rood wanneer shapes worden gelijmd

    Een shape met meerdere shapes verbinden vanaf één verbindingspunt

    Standaard hebben verbindingslijnen de instelling Rechte hoek, zodat u het volgende resultaat krijgt als u een punt op een shape verbindt met drie andere shapes.

    Shape verbonden met drie andere shapes via verbindingslijnen met rechte hoeken

    Als u wilt dat alle verbindingslijnen direct van het middenpunt van de eerste shape naar punten op de andere shapes gaan, moet u de verbindingslijnen instellen op Rechte verbindingslijn (zie onderstaande afbeelding).

    Shape verbonden met drie andere shapes via rechte verbindingslijnen

    1. Klik op het hulpmiddel Verbindingslijn knopafbeelding op de werkbalk Standaard.

    2. Voor elke shape waarmee u een verbinding wilt maken, sleept u een verbindingslijn vanaf hetzelfde verbindingspunt Afbeelding van verbindingspunt: blauwe X op de eerste shape naar een verbindingspunt op elk van de andere shapes.

    3. Klik met de rechtermuisknop op elke verbindingslijn en kies Rechte verbindingslijn.

  4. Klik op het hulpmiddel Potlood Knop Aanwijzer op de werkbalk Standaard om de normale bewerkingsmodus te herstellen.

  5. Als u tekst aan een shape of verbindingslijn wilt toevoegen, selecteert u de shape of lijn en typt u de gewenste tekst. Als u klaar bent met typen, klikt u op een leeg gebied van de pagina.

  6. Als u de richting van de pijl op een verbindingslijn wilt wijzigen, selecteert u de verbinding, wijst u in het menu Shape de optie Bewerkingen aan en klikt u vervolgens op Einden omkeren.

Grote stroomdiagrammen afdrukken

Als u een stroomdiagram wilt afdrukken dat groter is dan het printerpapier, kunt u dat het gemakkelijkst doen door het stroomdiagram af te drukken op meerdere vellen papier en de vellen daarna aan elkaar te plakken.

Het is wel belangrijk dat u eerst controleert of de tekenpagina, zoals deze in Visio wordt weergegeven, het volledige stroomdiagram bevat. Eventuele shapes buiten de rand van de Visio-tekenpagina worden niet afgedrukt. U kunt zien of de tekenpagina groot genoeg is voor het stroomdiagram door te kijken naar het voorbeeld in het dialoogvenster Pagina-instelling (menu Bestand > Pagina-instelling > tabblad Printerinstelling).

Een stroomdiagram dat te groot is voor de Visio-tekenpagina naast een stroomdiagram dat past op de Visio-tekenpagina

1. Een stroomdiagram dat te groot is voor de Visio-tekenpagina.

2. Een stroomdiagram dat past op de Visio-tekenpagina.

De Visio-tekenpagina aanpassen aan het stroomdiagram

  1. Klik in het geopende stroomdiagram op Bestand en Pagina-instelling.

  2. Klik op het tabblad Paginaformaat.

  3. Klik onder Paginaformaat op Aanpassen aan formaat van tekening.

Als u wilt zien hoe het stroomdiagram wordt afgedrukt, bekijkt u hetafdrukvoorbeeld (via het menu Bestand). Hieronder ziet u een stroomdiagram dat wordt afgedrukt op vier vellen papier van het formaat Letter.

Afdrukvoorbeeld van een groot stroomdiagram dat wordt afgedrukt op 4 vellen papier

Een groot stroomdiagram op meerdere vellen papier afdrukken

  1. Klik in het menu Bestand op Pagina-instelling.

  2. Selecteer op het tabblad Printerinstelling in de vervolgkeuzelijst Printerpapier het gewenste papierformaat als dit nog niet is geselecteerd. Klik nog niet op OK.

  3. Klik op het tabblad Paginaformaat op Aanpassen aan formaat van tekening. In het voorbeeld ziet u nu het verschil tussen de nieuwe pagina en het printerpapier.

  4. Klik op OK.

  5. Klik in het menu Bestand op Afdrukvoorbeeld om te zien hoe het stroomdiagram wordt afgedrukt.

    Opmerking : Gearceerde marges tussen de pagina's geven gebieden aan die op beide vellen papier worden afgedrukt, zodat u de verschillende vellen papier van het stroomdiagram zonder tussenruimten aan elkaar kunt plakken.

  6. Nadat de tekening is afgedrukt, kunt u de marges afknippen, de pagina's over elkaar leggen en ze aan elkaar plakken.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×