De weergave Pagina-indeling gebruiken om de pagina's voor het afdrukken aan uw specifieke wensen aan te passen

Voordat u een werkblad met een groot aantal gegevens of meerdere grafieken gaat afdrukken, kunt u het werkblad in de weergave Pagina-indeling in een handomdraai aan uw specifieke wensen aanpassen en zo professioneel ogende resultaten creëren. Net als in de normale weergave kunt u de indeling en opmaak van de gegevens wijzigen, maar u kunt bovendien de linialen gebruiken om de breedte en de hoogte van de gegevens te meten, de afdrukstand wijzigen, kop- en voetteksten aan pagina's toevoegen of deze wijzigen, paginamarges voor afdrukken instellen, rasterlijnen, rij- en kolomkoppen verbergen of weergeven en schaalopties opgeven. Als u klaar bent met werken in de weergave Pagina-indeling, kunt u terugkeren naar de normale weergave.

Opmerking   Hoewel de weergave Pagina-indeling onmisbaar is voor veel indelingstaken wanneer u gegevens wilt voorbereiden voor afdrukken, gebruikt u de weergave Pagina-eindevoorbeeld om pagina-einden aan te passen en de weergave Afdrukvoorbeeld om te bekijken hoe uw gegevens eruit zien wanneer ze zijn afgedrukt. Zie de onderwerpen Pagina-einden in een werkblad toevoegen, verwijderen of verplaatsen en Werkbladpagina's bekijken voordat u ze afdrukt voor meer informatie.

Wat wilt u doen?

Linialen gebruiken in de weergave Pagina-indeling

De afdrukstand wijzigen in de weergave Pagina-indeling

Kop- en voetteksten toevoegen of wijzigen in de weergave Pagina-indeling

Paginamarges instellen in de weergave Pagina-indeling

Kopteksten, voetteksten en marges verbergen of weergeven in de weergave Pagina-indeling

Rasterlijnen, rijkoppen en kolomkoppen verbergen of weergeven in de weergave Pagina-indeling

Schaalopties selecteren in de weergave Pagina-indeling

Terugkeren naar de normale weergaven

Linialen gebruiken in de weergave Pagina-indeling

In de weergave Pagina-indeling beschikt u over een horizontale en een verticale liniaal zodat u cellen, bereiken, objecten en paginamarges precies kunt meten. Linialen kunnen u helpen bij het plaatsen van objecten en bij het weergeven en rechtstreeks in het werkblad bewerken van marges.

De liniaal wordt standaard weergegeven met de maateenheid die is ingesteld in het onderdeel Landinstellingen van het Configuratiescherm, maar u kunt de maateenheid wijzigen in inches, centimeters of millimeters. De linialen worden standaard weergegeven, maar u kunt ze heel eenvoudig verbergen.

De maateenheid wijzigen

  1. Klik op het werkblad waarin u wilt overschakelen naar de weergave Pagina-indeling.

  2. Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Weergave voor pagina-indeling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Weergave voor pagina-indeling Knopvlak op de statusbalk.

  3. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Opties voor Excel.

  4. Ga naar de categorie Geavanceerd onder Weergave en selecteer de eenheden die u wilt gebruiken in de lijst Liniaaleenheden.

De linialen verbergen of weergeven

  1. Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Weergave voor pagina-indeling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Weergave voor pagina-indeling Knopvlak op de statusbalk.

  2. Ga op het tabblad Beeld naar de groep Weergeven/verbergen en schakel het selectievakje Liniaal uit om de linialen te verbergen, of in om de linialen weer te geven.

    Excel-lintafbeelding

    Tip   Wanneer de linialen worden weergegeven, is de optie Liniaal weergeven in de groep Werkbladopties gemarkeerd.

Naar boven

De afdrukstand wijzigen in de weergave Pagina-indeling

  1. Klik op het werkblad waarin u wilt overschakelen naar de weergave Pagina-indeling.

  2. Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Weergave voor pagina-indeling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Weergave voor pagina-indeling Knopvlak op de statusbalk.

  3. Klik op het tabblad Pagina-indeling in de groep Pagina-instelling op Afdrukstand en klik vervolgens op Staand of Liggend.

    Afbeelding van Excel-lint

Naar boven

Kop- en voetteksten toevoegen of wijzigen in de weergave Pagina-indeling

  1. Klik op het werkblad waarin u wilt overschakelen naar de weergave Pagina-indeling.

  2. Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Weergave voor pagina-indeling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Weergave voor pagina-indeling Knopvlak op de statusbalk.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Wanneer u een koptekst of een voettekst wilt toevoegen, wijst u Klik hier om een koptekst toe te voegen boven aan de werkbladpagina of Klik hier om een voettekst toe te voegen onder aan de werkbladpagina aan en klikt u vervolgens op het linker, rechter of middelste tekstvak voor kop- of voetteksten.

    • Als u de tekst van een kop- of een voettekst wilt wijzigen, klikt u op het tekstvak voor kop- of voetteksten boven- of onderaan op de werkbladpagina en selecteert u de tekst die u wilt wijzigen.

      Tip   U kunt kop- of voetteksten ook in de normale weergave weergeven. Ga naar de groep Tekst op het tabblad Invoegen en klik op Koptekst en voettekst. De weergave Pagina-indeling verschijnt, met de aanwijzer in het kopteksttekstvak boven aan de werkbladpagina.

  4. Typ de nieuwe koptekst of voettekst.

    Notities   

    • Druk op ENTER als u binnen een sectievak een nieuwe regel wilt beginnen.

    • Als u een deel van een kop- of voettekst wilt verwijderen, selecteert u het deel dat u wilt verwijderen in het desbetreffende vak en drukt u op BACKSPACE of DELETE. U kunt ook in de tekst klikken en op BACKSPACE drukken om de voorafgaande tekens te verwijderen.

    • Als u het teken & in de kop- of voettekst wilt gebruiken, moet u dit teken twee keer typen. De tekst 'Verkoop & services' typt u dus als Verkoop && services.

    • U sluit de kop- of voetteksten door op een willekeurige plaats in het werkblad te klikken of op ESC te drukken.

Naar boven

Paginamarges instellen in de weergave Pagina-indeling

  1. Klik op het werkblad waarin u wilt overschakelen naar de weergave Pagina-indeling.

  2. Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Weergave voor pagina-indeling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Weergave voor pagina-indeling Knopvlak op de statusbalk.

  3. Klik op het tabblad Pagina-indeling, in de groep Pagina-instelling, op Marges en klik vervolgens op Normaal, Smal of Breed.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   Als u meer opties wilt zien, klikt u op Aangepaste marges en selecteert u de gewenste marge-instellingen op het tabblad Marges.

  4. Voer een van de volgende handelingen uit als u de marges wilt wijzigen met gebruik van de muis:

    • Als u de boven- of ondermarge wilt wijzigen, klikt u op de boven- of onderrand van het margegebied in de liniaal. Wanneer een verticale pijl met twee punten verschijnt, sleept u de marge naar de gewenste positie.

    • Als u de rechter- of linkermarge wilt wijzigen, klikt u op de rechter- of linkerrand van het margegebied in de liniaal. Wanneer een horizontale pijl met twee punten verschijnt, sleept u de marge naar de gewenste positie.

      Tip   Terwijl u de marge naar de gewenste grootte sleept, wordt knopinfo met de margegrootte weergegeven.

Opmerking   De marges voor de koptekst en de voettekst worden automatisch aangepast wanneer u de paginamarges wijzigt. U kunt de marges voor de koptekst en de voettekst ook met de muis wijzigen. Klik in het koptekstgebied boven aan de pagina of het voettekstgebied onder aan de pagina en klik vervolgens op de liniaal totdat een pijl met twee punten verschijnt. Sleep de marges vervolgens naar de gewenste grootte.

Naar boven

Kopteksten, voetteksten en marges verbergen of weergeven in de weergave Pagina-indeling

Kopteksten, voetteksten en marges worden standaard in de weergave Pagina-indeling weergegeven. Als u deze wilt verbergen om de werkruimte te vergroten, gaat u als volgt te werk:

  1. Klik op het werkblad waarin u wilt overschakelen naar de weergave Pagina-indeling.

  2. Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Weergave voor pagina-indeling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Weergave voor pagina-indeling Knopvlak op de statusbalk.

  3. Klik op een van de randen van het werkblad om de witruimte rond de cellen weer te geven of te verbergen.

    Tip   U kunt ook tussen pagina's klikken om de witruimte rond de cellen te verbergen of weer te geven.

Naar boven

Rasterlijnen, rijkoppen en kolomkoppen verbergen of weergeven in de weergave Pagina-indeling

Rasterlijnen, rijkoppen en kolomkoppen worden standaard in de weergave Pagina-indeling weergegeven, maar ze worden niet automatisch afgedrukt.

  1. Klik op het werkblad waarin u wilt overschakelen naar de weergave Pagina-indeling.

  2. Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Weergave voor pagina-indeling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Weergave voor pagina-indeling Knopvlak op de statusbalk.

  3. Klik op het tabblad Pagina-indeling en voer een of meer van de volgende handelingen uit in de groep Bladopties:

    • Schakel het selectievakje Weergeven bij Rasterlijnen in of uit om de rasterlijnen weer te geven of te verbergen.

    • Als u rasterlijnen wilt afdrukken, schakelt u het selectievakje Afdrukken bij Rasterlijnen in.

    • Schakel het selectievakje Weergeven bij Koppen in of uit om de rij - en kolomkoppen weer te geven of te verbergen.

      Outlook-lintafbeelding

    • Als u rij- en kolomkoppen wilt afdrukken, schakelt u het selectievakje Afdrukken bij Koppen in.

Naar boven

Schaalopties selecteren in de weergave Pagina-indeling

  1. Klik op het werkblad waarin u wilt overschakelen naar de weergave Pagina-indeling.

  2. Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Weergave voor pagina-indeling.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Weergave voor pagina-indeling Knopvlak op de statusbalk.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit in de groep Aanpassen aan pagina op het tabblad Pagina-indeling:

    • Als u de breedte van het afgedrukte werkblad wilt aanpassen aan een maximum aantal pagina's, selecteert u het gewenste aantal pagina's in de lijst Breedte.

    • Als u de hoogte van het afgedrukte werkblad wilt aanpassen aan een maximum aantal pagina's, selecteert u het gewenste aantal pagina's in de lijst Hoogte.

    • Als u het afgedrukte werkblad wilt vergroten of verkleinen tot een percentage van de daadwerkelijke grootte, selecteert u het gewenste percentage in het vak Schaal.

      Excel-lintafbeelding

      Opmerking   Als u een afgedrukt werkblad wilt schalen naar een percentage van de feitelijke grootte, moeten de maximale hoogte en breedte zijn ingesteld op Automatisch.

Naar boven

Terugkeren naar de normale weergaven

  • Klik op het tabblad Beeld in de groep Werkmapweergaven op Normaal.

    Afbeelding van Excel-lint

    Tip   U kunt ook klikken op Normaal Knopvlak op de statusbalk.

Naar boven

Is van toepassing op: Excel 2007



Was deze informatie nuttig?

Ja Nee

Wat kan er beter?

255 tekens resterend

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.

Ondersteuningsbronnen

Taal wijzigen