Basistaken in Excel 2010

Aan de slag met Office 2010 Hier vindt u een aantal basistaken die u kunt uitvoeren in Microsoft Excel 2010.

In dit artikel

Wat is Excel?

Een sjabloon zoeken en toepassen

Een nieuwe werkmap maken

Een werkmap opslaan

Gegevens invoeren op een werkblad

Getallen opmaken

Celranden toepassen

Een Excel-tabel maken

Celarcering toepassen

Uw gegevens filteren

Uw gegevens sorteren

Formules maken

Gegevens in een grafiek weergeven

Een werkblad afdrukken

Een invoegtoepassing activeren en gebruiken

Knopvlak

Excel is een spreadsheetprogramma in het Microsoft Office system. Met Excel kunt u werkmappen (een verzameling werkbladen) maken en opmaken om gegevens te analyseren en beter geïnformeerde zakelijke beslissingen te nemen. U kunt met Excel gegevens bijhouden, modellen maken voor het analyseren van gegevens, formules schrijven om berekeningen op die gegevens uit te voeren, gegevens in draaitabellen opnemen en gegevens in professionele grafieken presenteren.

Veelgebruikte scenario's voor het gebruik van Excel zijn:

  • Boekhouding U kunt de krachtige berekeningsfuncties van Excel gebruiken in vele boekhoudoverzichten, bijvoorbeeld een geldstroomoverzicht, inkomensoverzicht, of winst- en verliesrekening.

  • Budgettering Of uw behoeften nu persoonlijk of zakelijk zijn, u kunt elk gewenst type budget maken in Excel, zoals een marketingbudgetplan, een evenementenbudget of een pensioenbudget.

  • Facturering en verkoop Excel is ook handig voor het beheren van facturerings- en verkoopgegevens en de formulieren die u nodig hebt, bijvoorbeeld verkoopfacturen, pakbonnen of inkooporders, zijn eenvoudig te maken.

  • Rapportage U kunt in Excel verschillende typen rapporten maken die uw gegevensanalyse aangeven of een overzicht van uw gegevens bieden, zoals rapporten waarin projectprestaties worden gemeten, het verschil tussen geschatte en werkelijke resultaten wordt weergegeven of rapporten die u kunt gebruiken om gegevens te voorspellen.

  • Planning Excel is heel handig voor het maken van professionele planningen of nuttige planners, zoals een wekelijks klassenschema, een plan voor marketingonderzoek of een jaaraangifte voor de belasting, of planners die u helpen bij het organiseren van wekelijkse maaltijden, feesten of vakanties.

  • Bijhouden In Excel kunt u gegevens bijhouden in een urenstaat of een lijst, zoals een urenstaat voor het bijhouden van werk of een inventarislijst voor het bijhouden van apparatuur.

  • Kalenders gebruiken Door de rasterindeling van de werkruimte is Excel bijzonder geschikt voor het maken van allerlei typen kalenders, bijvoorbeeld een academische kalender voor het bijhouden van activiteiten tijdens het schooljaar of een fiscale kalender voor het bijhouden van zakelijke gebeurtenissen en mijlpalen.

Naar boven

Een sjabloon zoeken en toepassen

In Excel 2010 kunt u ingebouwde sjablonen toepassen, uw eigen aangepaste sjablonen gebruiken en zoeken in een groot aantal sjablonen die beschikbaar zijn op Office.com. Office.com biedt allerlei populaire Excel-sjablonen, waaronder budgetten.

Als u wilt zoeken naar een sjabloon in Excel 2010, gaat u als volgt te werk:

  1. Klik op het tabblad Bestand op Nieuw.

  2. Voer onder Beschikbare sjablonen een van de volgende handelingen uit:

    • Als u een recent gebruikte sjabloon opnieuw wilt gebruiken, klikt u op Recente sjablonen. Klik op de gewenste sjabloon en klik op Maken.

    • Als u een sjabloon wilt gebruiken die u al hebt geïnstalleerd, klikt u op Mijn sjablonen. Selecteer de gewenste sjabloon en klik op OK.

    • Als u een sjabloon wilt zoeken op Office.com, klikt u onder Sjablonen van Office.com op een sjablooncategorie. Selecteer de gewenste sjabloon en klik op Downloaden om de sjabloon van Office.com naar uw computer te downloaden.

Opmerking    U kunt ook zoeken naar sjablonen op Office.com vanuit Excel. Typ in het vak In Office.com zoeken naar sjablonen één of meer zoektermen en klik op de pijlknop om te zoeken.

Zie Een nieuwe werkmap maken voor meer informatie over het zoeken en toepassen van sjablonen.

Naar boven

Een nieuwe werkmap maken

  1. Klik op het tabblad Bestand en klik op Nieuw.

  2. Klik onder Beschikbare sjablonen op Lege werkmap.

  3. Klik op Maken.

Zie Een nieuwe werkmap maken voor meer informatie over het maken van werkmappen.

Naar boven

Een werkmap opslaan

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Opslaan als.

  3. Selecteer in het dialoogvenster Opslaan als in de lijst Opslaan als de optie Excel-werkmap

  4. Typ een naam voor de werkmap in het vak Bestandsnaam.

Het dialoogvenster Opslaan als in Excel

  1. Klik op Opslaan.

Naar boven

Gegevens invoeren op een werkblad

  1. Klik op de cel waarin u de gegevens wilt typen.

  2. Typ de gegevens in de cel.

  3. Druk op Enter of Tab om naar de volgende cel te gaan.

Zie Gegevens invoeren op een werkblad voor meer informatie over het invoeren van gegevens.

Naar boven

Getallen opmaken

  1. Selecteer de cellen die u wilt opmaken.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Getal op het startpictogram voor het dialoogvenster naast Getal (of druk op Ctrl+1).
    De knop Startpictogram voor dialoogvenster in groep Getal

  3. Klik in de lijst Categorie op de notatie die u wilt gebruiken en pas zo nodig de instellingen aan. Als u de notatie Valuta gebruikt, kunt u bijvoorbeeld een ander valutasymbool selecteren, meer of minder decimalen weergeven of de weergave van negatieve getallen wijzigen.
    Het dialoogvenster Cellen opmaken

Zie Getallen op een werkblad opmaken of Beschikbare getalnotaties voor meer informatie over het opmaken van getallen en beschikbare getalnotaties.

Naar boven

Celranden toepassen

  1. Selecteer de cel of het celbereik waaraan u een rand wilt toevoegen.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Lettertype op de pijl naast Randen en klik op de gewenste randstijl.

    Groep Lettertype op het tabblad Start

Zie Een werkblad opmaken voor meer informatie over het toepassen van opmaak op een werkblad.

Naar boven

Een Excel-tabel maken

  1. Selecteer op een werkblad het cellenbereik dat u in de tabel wilt opnemen. De cellen kunnen leeg zijn of gegevens bevatten.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Stijlen op Opmaken als tabel en klik vervolgens op de gewenste tabelstijl.

    Groep stijlen op het tabblad Start

  3. Als het geselecteerde bereik gegevens bevat die u als tabelkoppen wilt weergeven, schakelt u in het dialoogvenster Opmaken als tabel het selectievakje De tabel bevat kopteksten in.

Zie Een Excel-tabel maken voor meer informatie over het maken van een tabel.

Naar boven

Celarcering toepassen

  1. Selecteer de cel of het celbereik waarop u celarcering wilt toepassen.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Lettertype op de pijl naast Opvulkleur Knopvlak en vervolgens op de gewenste kleur onder Themakleuren of Standaardkleuren.

Zie Een werkblad opmaken voor meer informatie over het toepassen van opmaak op een werkblad.

Naar boven

Uw gegevens filteren

  1. Selecteer de gegevens die u wilt filteren.

  2. Klik op het tabblad Gegevens in de groep Sorteren en filteren op Filteren.

    De groep Sorteren en filteren op het tabblad Gegevens

  3. Klik op de pijl Filtervervolgkeuzepijl in de kolomkop om een lijst weer te geven waarin u een filter kunt kiezen.

  4. Als u waarden wilt selecteren, schakelt u in de lijst het selectievakje (Alles selecteren) uit. Hiermee verwijdert u de vinkjes uit alle selectievakjes. Selecteer vervolgens alleen de waarden die u wilt zien en klik op OK om de resultaten weer te geven.

Zie Gegevens filteren met een AutoFilter voor meer informatie over het filteren van gegevens.

Naar boven

Uw gegevens sorteren

Als u uw gegevens snel wilt sorteren, gaat u als volgt te werk:

  1. Selecteer een gegevensbereik, bijvoorbeeld A1:L5 (meerdere rijen en kolommen) of C1:C80 (één kolom). Het bereik kan titels bevatten die u hebt gemaakt om kolommen of rijen te identificeren.

  2. Selecteer één cel in de kolom waarop u de gegevens wilt sorteren.

  3. Klik op De opdracht A tot Z in Excel sorteert gegevens van A tot Z of van het kleinste naar het grootste getal om in oplopende volgorde te sorteren (van A naar Z of van het kleinste getal naar het grootste).

    Sorteerknoppen in de groep Sorteren en filteren op het tabblad Gegevens in Excel

  4. Klik op De opdracht Z tot A in Excel sorteert gegevens van Z tot A of van het grootste naar het kleinste getal om in aflopende volgorde te sorteren (van Z naar A of van het grootste getal naar het kleinste).

Als u wilt sorteren op bepaalde criteria, gaat u als volgt te werk:

  1. Selecteer in het bereik één cel waarop u wilt sorteren.

  2. Klik op het tabblad Gegevens in de groep Sorteren en filteren op Sorteren

    De opdracht Sorteren in de groep Sorteren en filteren op het tabblad Gegevens in Excel

    Het dialoogvenster Sorteren wordt weergegeven.

  3. Selecteer in de lijst Sorteren op de eerste kolom waarop u wilt sorteren.

  4. Selecteer in de lijst Sorteren op de optie Waarden, Celkleur, Tekstkleur of Celpictogram.

  5. Selecteer in de lijst Volgorde de volgorde die u wilt toepassen op de sorteerbewerking: alfabetisch of numeriek in op- of aflopende volgorde (van A naar Z of van Z naar A voor tekst of van laag naar hoog of van hoog naar laag voor getallen).

Zie Gegevens sorteren met een AutoFilter voor meer informatie over het sorteren van gegevens.

Naar boven

Formules maken

  1. Typ een gelijkteken (=) in een cel om de formule te starten.

  2. Typ een combinatie van cijfers en operatoren, bijvoorbeeld 3+7.

  3. Gebruik de muis om andere cellen te selecteren (waarbij u de operator ertussen invoegt). Selecteer bijvoorbeeld B1, typ daarna een plusteken (+), selecteer C1, typ + en selecteer vervolgens D1.

  4. Wanneer u klaar bent met typen, drukt u op Enter om de formule te voltooien.

Zie Een formule maken voor meer informatie over het maken van formules.

Naar boven

Uw gegevens weergeven in een grafiek

  1. Selecteer de gegevens waarvan u een grafiek wilt maken.

  2. Klik op het tabblad Invoegen in de groep Grafieken op het gewenste grafiektype en klik op een subtype voor de grafiek.
    Afbeelding van het lint in Excel

  3. Gebruik de Hulpmiddelen voor grafieken om grafiekelementen zoals titels en gegevenslabels toe te voegen en het ontwerp, de indeling of de opmaak van de grafiek te wijzigen.
    Hulpmiddelen voor grafieken

Zie Gegevens in een grafiek weergeven voor meer informatie over het maken van grafieken.

Naar boven

Een beknopte handleiding voor het maken van projecten in Project Online

  1. Klik op het werkblad of selecteer de werkbladen waarvan u een voorbeeld wilt weergeven.

  2. Klik op Bestand en klik op Afdrukken.

    Sneltoets  U kunt ook op Ctrl+P drukken.

    Opmerking    Het voorbeeldvenster wordt weergegeven in zwart-wit, ongeacht of het werkblad of de werkbladen kleur bevatten, tenzij een kleurenprinter is geconfigureerd voor afdrukken.

  3. Wanneer u een voorbeeld van de volgende en vorige pagina wilt weergeven, klikt u onder aan het venster Afdrukvoorbeeld op Volgende pagina en Vorige pagina.

  4. Ga als volgt te werk om de afdrukopties te wijzigen:

    • Als u de printer wilt wijzigen, klikt u op de vervolgkeuzelijst onder Printer en selecteert u de gewenste printer.

    • Als u de pagina-instellingen wilt wijzigen, waaronder de afdrukrichting, het paginaformaat en de paginamarges, selecteert u de gewenste opties onder Instellingen.

    • Als u meer pagina's van het document op één pagina wilt afdrukken, klikt u onder Instellingen op de gewenste optie in de vervolgkeuzelijst met schaalopties.

  5. Voer een van de volgende handelingen uit om de werkmap af te drukken:

    • Als u een deel van een werkblad wilt afdrukken, klikt u op het werkblad en selecteert u het gegevensbereik dat u wilt afdrukken.

    • Als u het hele werkblad wilt afdrukken, klikt u op het werkblad om het te activeren.

  6. Klik op Afdrukken.

Zie Een werkmap afdrukken voor meer informatie over afdrukken.

Naar boven

Een invoegtoepassing activeren en gebruiken

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Opties en klik op de categorie Invoegtoepassingen.

  3. Zorg ervoor dat onder in het dialoogvenster Opties voor Excel de optie Excel-invoegtoepassingen is geselecteerd in het vak Beheren en klik op Start.

  4. Schakel in het vak Invoegtoepassingen de selectievakjes in naast de invoegtoepassingen die u wilt gebruiken en klik op OK.

  5. Als een bericht wordt weergegeven dat deze invoegtoepassing niet kan worden uitgevoerd en u wordt gevraagd of u deze wilt installeren, klikt u op Ja om de invoegtoepassing te installeren.

Zie Snel aan de slag: een invoegtoepassing activeren en gebruiken voor meer informatie over het gebruik van invoegtoepassingen.

Naar boven

Is van toepassing op: Excel 2010



Was deze informatie nuttig?

Ja Nee

Wat kan er beter?

255 tekens resterend

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.

Ondersteuningsbronnen

Taal wijzigen