Afzonderlijke Office-toepassingen en onderdelen installeren of verwijderen

Wanneer u een Microsoft Office-suite installeert, wilt u mogelijk de installatie aanpassen als u slechts een bepaald aantal Office-programma's en -onderdelen wilt gebruiken

Wat wilt u doen?

Afzonderlijke Office-toepassingen installeren of verwijderen

Office verwijderen

Afzonderlijke Office-programma-onderdelen installeren of verwijderen

Afzonderlijke Office-toepassingen installeren of verwijderen

Als u slechts bepaalde programma's van uw Office-suite wilt installeren (bijvoorbeeld als u Office voor Thuisgebruik en Zelfstandigen bezit en u Word, Excel, PowerPoint en Outlook wilt installeren, maar niet OneNote) kunt u tijdens de installatie kiezen voor een aangepaste installatie.

  1. Start de installatie van uw Office-suite.

  2. Klik in het dialoogvenster Kies het gewenste installatietype op Aanpassen.

  3. Klik op het tabblad Installatieopties met de rechtermuisknop op de programma's die u niet wilt installeren en klik vervolgens op Niet beschikbaar  Niet beschikbaar   .

  4. Klik op Nu installeren om de aangepaste installatie te voltooien.

Belangrijk   Nadat de suite is geïnstalleerd, kunt u geen Office-programma's afzonderlijk verwijderen. U moet Office volledig verwijderen en vervolgens opnieuw installeren met een aangepaste installatie. Volg hiertoe de bovenstaande stappen.

Office verwijderen

  1. Klik op de knop Start en klik vervolgens op Configuratiescherm.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Windows 7 en Windows Vista     Klik op Programma's en klik vervolgens op Programma's en onderdelen. Klik op de naam van de Office-suite die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen.

      Opmerking   Als u de klassieke weergave hebt ingeschakeld, dubbelklikt u op Programma's en functies. Klik op de naam van de Office-suite die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen.

    • Microsoft Windows XP    Klik op Software en klik op Programma's wijzigen of verwijderen. Klik op de naam van de Office-suite die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen.

      Opmerking   Als u de klassieke weergave hebt ingeschakeld, dubbelklikt u op Programma's wijzigen of verwijderen. Klik op de naam van de Office-suite die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen.

  3. Volg de aanwijzingen om het verwijderen te voltooien.

    Zie Office herstellen of verwijderen voor meer informatie.

Naar boven

Afzonderlijke Office-programma-onderdelen installeren of verwijderen

Wanneer u de eerste keer een functie wilt gebruiken die nog niet is geïnstalleerd, wordt de functie meestal automatisch geïnstalleerd.

Als de functie die u wilt gebruiken niet automatisch wordt geïnstalleerd, doet u het volgende:

  1. Sluit alle programma's af.

  2. Klik in Microsoft Windows op de knop Start en klik op Configuratiescherm.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Windows 7 en Windows Vista     Klik op Programma's en klik vervolgens op Programma's en onderdelen. Klik op de naam van de Microsoft Office-suite of het Microsoft Office-programma dat u wilt wijzigen en klik op Wijzigen.

      Opmerking   Als u de klassieke weergave hebt ingeschakeld, dubbelklikt u op Programma's en functies. Klik op de naam van de Microsoft Office-suite of het Microsoft Office-programma dat u wilt wijzigen en klik op Wijzigen.

    • Microsoft Windows XP    Klik op Software en klik op Programma's wijzigen of verwijderen. Klik op de naam van de Microsoft Office-suite of het Microsoft Office-programma dat u wilt wijzigen en klik op Wijzigen.

      Opmerking   Als u de klassieke weergave hebt ingeschakeld, dubbelklikt u op Software, klikt u op de naam van de Microsoft Office-suite of het Microsoft Office-programma dat u wilt wijzigen en klikt u op Verwijderen.

  4. Klik in het dialoogvenster Office Setup op Onderdelen toevoegen of verwijderen en klik op Volgende.

  5. Klik op de gewenste opties voor aangepaste installatie:

    • Klik op een plusteken (+) als u een map wilt uitvouwen en meer functies wilt zien.

    • Het symbool naast elke functie geeft aan hoe de functie standaard wordt geïnstalleerd. U kunt wijzigen hoe de functie wordt geïnstalleerd door op het bijbehorende symbool te klikken en vervolgens een ander symbool te selecteren in de lijst die wordt weergegeven. Dit zijn de symbolen met de betekenis ervan:

      Uitvoeren vanaf mijn computer  Uitvoeren vanaf mijn computer     Het onderdeel wordt geïnstalleerd en bij het voltooien van Setup op de harde schijf opgeslagen. Subonderdelen worden niet geïnstalleerd en op de harde schijf opgeslagen.

      Uitvoeren vanaf mijn computer  Alle onderdelen uitvoeren vanaf mijn computer     Het onderdeel en alle subonderdelen wordt geïnstalleerd en bij het voltooien van Setup op de harde schijf opgeslagen.

      Wordt geïnstalleerd bij eerste gebruik  Wordt geïnstalleerd bij eerste gebruik     Het onderdeel wordt geïnstalleerd op de harde schijf wanneer u deze voor het eerst gebruikt. Op dat moment hebt u toegang nodig tot de cd of netwerkserver die u bij de oorspronkelijke installatie hebt gebruikt. Deze optie is niet beschikbaar voor alle functies.

      Niet beschikbaar  Niet beschikbaar     De functie wordt niet geïnstalleerd omdat deze niet beschikbaar is.

    • Als een functie subfuncties bevat, geeft een symbool met een witte achtergrond aan dat voor de functie en alle subfuncties dezelfde installatiemethode geldt. Een symbool met een grijze achtergrond geeft aan dat voor de functie en de subfuncties een combinatie van installatiemethoden wordt gebruikt.

    • U kunt ook met behulp van het toetsenbord door de functies bladeren en de opties wijzigen. Met de toetsen PIJL OMHOOG en PIJL OMLAAG kunt u functies selecteren. Met de toets PIJL RECHTS kunt u een functie uitvouwen die een of meer subfuncties bevat. Met de toets PIJL LINKS kunt u een uitgevouwen functie samenvouwen. Als u de functie hebt geselecteerd die u wilt wijzigen, drukt u op de spatiebalk om het menu met installatieopties weer te geven. Met de toetsen PIJL OMHOOG en PIJL OMLAAG kunt u de gewenste installatieoptie selecteren. Druk vervolgens op Enter.

  6. Als u de gewenste installatieopties hebt geselecteerd, voert u een van de volgende acties uit:

    • Klik op Upgrade. Deze knop verschijnt als er een eerdere versie van hetzelfde Office-programma op uw computer is ontdekt.

    • Klik op Nu installeren. Deze knop verschijnt als er geen eerdere versie van hetzelfde Office-programma op uw computer is ontdekt.

Naar boven

Is van toepassing op: InfoPath Edit Mode 2010, PowerPoint 2010, OneNote 2010, Project 2010, Office 2010, InfoPath 2010, Visio Premium 2010, Excel 2010, Word 2010, Groove 2010, SharePoint Designer 2010, Access 2010, Visio 2010, Outlook 2010, Publisher 2010, Visio Standard 2010, Project Standard 2010



Was deze informatie nuttig?

Ja Nee

Wat kan er beter?

255 tekens resterend

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.

Ondersteuningsbronnen

Taal wijzigen