Tips voor het werken met afbeeldingen

Plaatjes doen het prima op de pagina: ze trekken de aandacht van de lezer en communiceren of verduidelijken uw boodschap. Afbeeldingen helpen de lezer de pagina te scannen en vormen een toegangspunt tot de tekst. Ze geven de lezer een snelle samenvatting van de tekst en ze helpen de lezer inschatten of hij voldoende geïnteresseerd is om zich erin te verdiepen. Ze kunnen een lezer ook helpen snel ingewikkelde ideeën te vatten.

Afbeeldingen kunnen de saaiheid van grijstinten in een publicatie opfleuren. Maar ze kunnen de aandacht ook van uw boodschap afleiden als ze niet sterk verbonden zijn met de boodschap. Zorg ervoor dat u uw bericht versterkt met de afbeeldingen die u in de publicatie gebruikt.

Wat wilt u doen?

Uw boodschap verduidelijken met afbeeldingen

De juiste afbeeldingsgrootte voor het medium gebruiken

De grootte van uw publicatie reduceren door gekoppelde afbeeldingen te gebruiken

Afbeeldingen ophalen die u kunt gebruiken

De opgehaalde afbeeldingen verfijnen

Uw boodschap verduidelijken met afbeeldingen

Als u afbeeldingen voor een publicatie maakt of selecteert, zorg er dan voor dat ze aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Relevant    Gebruik afbeeldingen om belangrijke begrippen te verhelderen en vestig er de aandacht op. Aangezien lezers pagina's doornemen door de koppen en de bijschriften van afbeeldingen te lezen, kunt u ervoor zorgen dat lezers de belangrijkste boodschappen oppikken door deze te versterken met een afbeelding en een korte beschrijving.

  • Consistent    Geef uw publicatie samenhang door de keuze of hantering van afbeeldingen. U kunt uw afbeeldingen op verschillende manieren een consistent uiterlijk geven. U kunt bijvoorbeeld een beperkt kleurenpalet gebruiken of juist één accentkleur opnemen. U kunt een algemene grafische stijl toepassen of telkens dezelfde camerahoek gebruiken, of u kunt kiezen voor hetzelfde perspectief of een consistente belichting. U kunt ook identieke filtereffecten toepassen op elke afbeelding of dezelfde menselijke modellen gebruiken in een voortgaande verhaallijn.

  • Menselijk    De meeste mensen kijken graag naar andere mensen. Portretten van personen trekken de aandacht van de lezer, vooral als de afbeeldingen relevant zijn en een verhaal vertellen. Met afbeeldingen waarin iemand gebruikmaakt van uw product of service, helpt u lezers te zien hoe het werkt en zichzelf voor te stellen terwijl ze er gebruik van maken.

  • Bewegingsloos    Een animatie trekt de aandacht en laat deze niet los. Met willekeurige animaties loopt u de kans dat potentiële klanten afhaken: klanten kunnen zo afgeleid raken dat de essentie verloren gaat. Als u een geanimeerde afbeelding gebruikt in een onlinepublicatie, kunt u de afbeelding het beste een duidelijk doel geven (laat bijvoorbeeld een aantal producten in gebruik zien).

De juiste afbeeldingsgrootte voor het medium gebruiken

U kunt de grootte en de resolutie wijzigen van de afbeeldingen die u toevoegt, meestal met goede resultaten. Maar soms kan een afbeelding niet voldoende worden verkleind of vergroot om aan uw wensen te voldoen. Daarom kunt u het beste weten wat u nodig hebt voordat u begint en de meest geschikte afbeelding zoeken.

Afbeeldingen die worden gemaakt door een tekenprogramma, een scanprogramma of een digitale camera, bestaan uit een raster van verschillend gekleurde vierkantjes die pixels worden genoemd. Een afbeelding bevat dezelfde hoeveelheid informatie, of hetzelfde aantal pixels, ongeacht of u deze groter of kleiner maakt in de publicatie.

De resolutie van een afbeelding wordt uitgedrukt in het aantal pixels per inch (ppi). De resolutie van een afbeelding wordt soms ook uitgedrukt in dots per inch (dpi) in plaats van ppi. Deze termen zijn onderling verwisselbaar.

Als u meer details wilt weergeven bij het vergroten van een afbeelding, moet u beginnen met een afbeelding die meer pixels of een hogere effectieve resolutie heeft. Het vergroten van een afbeelding verlaagt de resolutie (minder pixels per inch). Het verkleinen van de afmetingen van een afbeelding verhoogt de resolutie (meer pixels per inch).

Als de resolutie van uw afbeelding te laag is, krijgt de afbeelding een blokachtig uiterlijk. Als de resolutie van de afbeelding te hoog is, wordt het bestand van de publicatie onnodig groot, en duurt het langer om het bestand te openen, te bewerken en af te drukken. Afbeeldingen met een hogere resolutie dan duizend pixels per inch kunnen soms helemaal niet worden afgedrukt.

De effectieve resolutie achterhalen

Elke afbeelding in de publicatie heeft een effectieve resolutie waarbij rekening wordt gehouden met de oorspronkelijke resolutie van de afbeelding en met het schaaleffect in Microsoft Office Publisher. Een afbeelding met een oorspronkelijke resolutie van 300 ppi die is geschaald naar 200 procent, heeft een effectieve resolutie van 150 ppi.

Ga als volgt te werk als u de effectieve resolutie van een afbeelding in de publicatie wilt achterhalen:

  1. Klik in het menu Extra op Afbeeldingenbeheer. Het taakvenster aan de linkerkant van het scherm krijgt de titel Afbeeldingenbeheer.

  2. Klik in het taakvenster Afbeeldingenbeheer onder Afbeelding selecteren op de pijl naast de afbeelding waarvan u de gegevens wilt weergeven en klik op Details.

  3. In het veld Effectieve resolutie wordt de resolutie in dpi (dots per inch) weergegeven.

Als u kleurenafbeeldingen wilt laten afdrukken door een commerciële afdrukservice, moet de resolutie van deze afbeeldingen tussen de 200 en 300 ppi liggen. Een hogere resolutie is mogelijk (tot maximaal 800 ppi), maar u kunt beter geen lagere resolutie gebruiken. Als u de afbeeldingen alleen online wilt gebruiken (bijvoorbeeld op het web of in Microsoft Office PowerPoint), hoeven de afbeeldingen slechts een resolutie van 96 ppi te hebben, wat de schermresolutie is van computerbeeldschermen.  

Ook de bestandsindeling kan invloed hebben op de bestandsgrootte. Controleer eerst of de bestandsindeling die u gebruikt, geschikt is voor de inhoud van de afbeelding voordat u de resolutie van uw afbeelding wijzigt. In de volgende tabel vindt u veelvoorkomende bestandsindelingen voor afbeeldingen, het gebruik en de voordelen ervan.

Bestandsindeling

Online

Desktopprinter

Commerciële afdrukservice

Primair gebruik

Kenmerken

BMP

x

x

Zeer fijne tekeningen (pictogrammen, knoppen, logo's)

Kleine bestanden, weinig kleuren, geen transparantie, weinig compressie

EMF

x

x

Zeer fijne tekeningen

Verbetering op BMP met kleinere bestandsgrootte

EPS

x

x

Zeer fijne tekeningen, met uitsneden, tweekleurig, steunkleuren

CMYK-kleurgegevens

GIF

x

Lage resolutie, vlakke kleuren, zeer fijne tekeningen met scherpe randen (pictogrammen, knoppen, logo's), animaties

Kleine bestanden, weinig kleuren, transparantie, enige compressie zonder detailverlies

JPEG

x

x

Foto's

Kleine bestanden, een miljoen kleuren, geen transparantie, flexibele compressie met detailverlies

PNG

x

x

x

Zeer fijne tekeningen, animatie

Verbetering ten opzichte van GIF, kleinere bestanden, miljoenen kleuren, transparantie, en compressie zonder detailverlies

TIFF

x

x

Foto's, zeer fijne tekeningen

Grote bestanden, rijke RGB- en CMYK-kleurengegevens, transparantie, compressie zonder detailverlies

WMF

x

x

Zeer fijne tekeningen

Verbetering ten opzichte van BMP met kleinere bestandsgrootte

Afbeeldingen met een hoge resolutie reduceren

Als u slechts enkele afbeeldingen met een te hoge resolutie hebt, kunt u deze misschien nog zonder problemen afdrukken. Als u meerdere afbeeldingen met een hoge resolutie hebt, wordt uw publicatie efficiënter afgedrukt als u de resolutie verlaagt door de afbeeldingen te comprimeren.

Voordat u een afbeelding comprimeert moet u de grootte ervan op de pagina bepalen. Als u in Publisher een afbeelding comprimeert, raken details verloren. Een eventuele vergroting leidt waarschijnlijk tot een slechtere kwaliteit dan u had bedoeld. U kunt de afmetingen van een gecomprimeerde afbeelding verder reduceren zonder kwaliteitsverlies. Hiertoe comprimeert u de afbeelding opnieuw om extra overbodige afbeeldingsgegevens te verwijderen.

Belangrijk   Voordat u de resolutie reduceert van een afbeelding die u wilt opnemen in een publicatie die wordt afgedrukt door een commerciële afdrukservice, kunt u het beste met de afdrukservice overleggen. Deze kan u precies vertellen welke resolutie u nodig hebt.

Afbeeldingen met een hoge resolutie reduceren

In Publisher kunt u de resolutie van één, meerdere of alle afbeeldingen verlagen door compressie.

  1. Selecteer in Publisher een of meer afbeeldingen waarvan u de resolutie wilt reduceren.

  2. Klik met de rechtermuisknop op een van de geselecteerde afbeeldingen, klik in het snelmenu op Afbeelding opmaken en klik op het tabblad Afbeelding.

  3. Klik op Comprimeren.

  4. Voer in het dialoogvenster Afbeeldingen comprimeren onder Doeluitvoer een van de volgende handelingen uit:

    • Klik op Commerciële afdrukservice om de afbeeldingen te comprimeren tot 300 pixels per inch (ppi).

    • Klik op Afdrukken met desktopprinter om de afbeeldingen te comprimeren tot 220 ppi.

    • Klik op Web om de afbeeldingen te comprimeren tot 96 ppi.

  5. Kies onder Compressie-instellingen nu toepassen voor compressie van alle afbeeldingen in de publicatie of alleen de geselecteerde afbeeldingen en klik op OK.

  6. Wanneer u wordt gevraagd of u afbeeldingsoptimalisatie wilt toepassen, klikt u op Ja.

    Een gecomprimeerde versie van dezelfde afbeelding(en) vervangt de oorspronkelijke afbeelding(en) met hoge resolutie.

De grootte van uw publicatie reduceren door gekoppelde afbeeldingen te gebruiken

Telkens wanneer u een afbeelding in uw publicatie invoegt, wordt de publicatie groter. Door in plaats hiervan de afbeeldingen te koppelen vermijdt u dat het bestand te groot wordt door ingesloten afbeeldingen.

Als u koppelingen naar afbeeldingen maakt, worden latere wijzigingen in de afbeeldingsbestanden weergegeven in de afbeeldingen in uw publicatie.

Opmerking   Als u uw publicatie naar een andere computer verplaatst, moet u wel kopieën van de gekoppelde afbeeldingen mee verplaatsen. Als u de wizard Inpakken en wegwezen gebruikt, wordt deze stap voor u uitgevoerd.

Een afbeelding als een koppeling invoegen

  1. Wijs in het menu Invoegen de optie Afbeelding aan en klik op Uit bestand.

  2. Zoek in het dialoogvenster Afbeelding invoegen naar de gewenste afbeelding en selecteer deze.

  3. Klik op de pijl naast Invoegen en kies Koppelen aan bestand.

Afbeeldingen ophalen die u kunt gebruiken

Als u goede ideeën, een goed oog en een goede uitrusting hebt, kunt u zelf foto's maken of iemand huren om deze te maken.

Als u geen foto's of illustraties van professionele kwaliteit kunt maken, kunt u afbeeldingen zoeken in een groot aantal onlinebronnen, zoals:

  • Bing, dat u kunt gebruiken zonder de Office-toepassing te verlaten. Ga in Office 2013 naar Invoegen > Onlineafbeeldingen. Ga in oudere versies van Office naar Invoegen > Illustraties.

  • Fotoleveranciers, zoals Corbis en Getty (tegen betaling)

  • Andere zoekprogramma's, zoals MSN, Yahoo en Google (gebruiksrechten verschillen)

  • Bibliotheken en andere openbare instellingen, zoals de Library of Congress (gebruiksrechten verschillen)

Juridische kwesties

De uitgebreide onlinebeschikbaarheid van afbeeldingen maakt het verleidelijk om afbeeldingen van het web te kopiëren en opnieuw te gebruiken zonder expliciete toestemming of betaling. Vermijd sancties wegens inbreuk op het auteursrecht door te controleren of u het recht hebt een afbeelding te gebruiken voordat u deze publiceert.

Als u afbeeldingen of illustraties van Bing gebruikt, bent u verantwoordelijk voor het respecteren van het copyright. Met het licentiefilter in Bing kunt u kiezen welke afbeeldingen u wilt gebruiken.

Als u foto's van een leverancier koopt, koopt u het recht om deze te gebruiken voor diverse doeleinden. De meeste afbeeldingen en foto's mogen niet worden gebruikt voor wederverkoop. Dat wil zeggen dat u ze wel mag gebruiken om reclame voor uw bedrijf te maken, maar dat u ze niet als product zelf mag gebruiken.

Als u twijfels hebt over het gebruik van een afbeelding, neemt u contact op met de eigenaar van de bron en vraagt u toestemming voordat u de afbeelding publiceert.

De opgehaalde afbeeldingen verfijnen

U kunt uw afbeeldingen veranderen en verbeteren om uw publicaties het unieke uiterlijk en karakter te geven dat past bij uw klanten en uw bedrijf. U kunt een fotobewerkingsprogramma gebruiken, zoals Microsoft Digital Image 2006 of Adobe Photoshop, om een vrijwel onbeperkt aantal wijzigingen aan te brengen, maar u kunt ook de tekenhulpmiddelen in Publisher gebruiken om een groot aantal verfijningen in een afbeelding aan te brengen, zoals:

Denk aan het volgende: als u een effect gebruikt, kunt u de publicatie een consistent uiterlijk geven door het effect toe te passen op alle afbeeldingen in uw publicatie.

Tip   Als u een clip hebt aangepast, wilt u deze mogelijk opslaan, zodat u de clip later opnieuw kunt gebruiken. Als u een aangepaste clip wilt opslaan, klikt u er met de rechtermuisknop op en klikt u op Opslaan als afbeelding in het snelmenu. Klik in het dialoogvenster Opslaan als in de lijst Opslaan als op een bestandsindeling. Als u de aangepaste clip in afdrukpublicaties wilt gebruiken, kunt u deze opslaan in WMF-indeling (Microsoft Windows Metafile). Als u de clip in webpublicaties wilt gebruiken, klikt u achtereenvolgens op Wijzigen en op Web (96 dpi). Sla de clip op in GIF-indeling (Graphics Interchange Format). Klik op een locatie in Opslaan in en klik op Opslaan.

Bijsnijden

Als u een afbeelding bijsnijdt, verwijdert u gebieden die u niet wilt weergeven. In dit voorbeeld is van de grote afbeelding alles bijgesneden behalve het gedeelte rechtsonder om de nadruk te leggen op de maskers. U ziet het resultaat in de kleinste afbeelding.

Oorspronkelijke illustratie en twee bijgesneden versies

  1. Selecteer de clip in het document.

  2. Klik op de werkbalk Afbeelding op Bijsnijden Knopvlak.

  3. Plaats de muisaanwijzer boven een van de zwarte bijsnijdgrepen langs de rand van de clip. Klik en sleep totdat u de clip hebt bijgesneden tot het gewenste gebied.

Formaat wijzigen

Als u de perfecte clip voor uw document hebt gevonden, heeft deze misschien niet het juiste formaat. Aangezien bijsnijden niet altijd de juiste bewerking is, kunt u de clip zodanig vergroten of verkleinen dat deze binnen een bepaald gebied past. De eerste clip hieronder is bijvoorbeeld verkleind tot de tweede clip.

De oorspronkelijke en de proportioneel verkleinde afbeelding

  1. Selecteer de clip.

  2. Plaats de muisaanwijzer boven een van de open cirkels in een hoek van de afbeelding.

  3. Sleep totdat de afbeelding de gewenste grootte heeft.

    Opmerking   Door het slepen van een open cirkel in de hoek verandert de grootte van de afbeelding proportioneel. Als u een van de cirkels aan de zijkant sleept, wordt de afbeelding disproportioneel vergroot of verkleind, zoals hier aangegeven.

Disproportioneel gewijzigde afbeelding

Draaien en spiegelen

Het draaien van een clip kan een paginaontwerp verbeteren door de toevoeging van een dynamische asymmetrie. Dit masker is in verticale richting bijvoorbeeld statisch en voorspelbaar. Door een kleine draaiing geeft het masker de indruk te bewegen, zonder dat animatie de aandacht afleidt.

Oorspronkelijke afbeelding van het masker Gedraaide afbeelding van het masker

Het spiegelen van een clip kan een symmetrische balans aan de pagina geven. Dit artiestenkoppel is gemaakt door de clip links te kopiëren en het geplakte duplicaat rechts te spiegelen. Ze kunnen dienen als 'boekensteunen' voor een belangrijke kop.

Oorspronkelijke afbeelding en gespiegelde kopie

Een clip draaien

  1. Selecteer de clip.

  2. Klik in het menu Schikken op Draaien of spiegelen en voer een van de volgende handelingen uit:

    • Klik op 90° linksom draaien of 90° rechtsom draaien om de clip te draaien in stappen van 90 graden. Klik één keer om de clip 90 graden te draaien. Blijf klikken totdat de clip de gewenste positie heeft.

    • Klik op Vrij draaien en houd de muisaanwijzer boven de ronde groene greep boven aan het object. Als u een cirkel om de groene greep ziet, sleept u totdat het object de gewenste hoek heeft.

Een clip spiegelen

  1. Selecteer de clip.

  2. Klik in het menu Schikken op Draaien of spiegelen en klik op Horizontaal spiegelen of Verticaal spiegelen.

Een slagschaduw toevoegen

Als u een slagschaduw toevoegt aan een clip krijgt uw publicatie meer dimensie en diepte. De publicatie oogt professioneel.

Slagschaduw toegepast

  1. Selecteer de clip.

  2. Klik op de werkbalk Opmaak op de knop Schaduwstijl Knopafbeelding en selecteer de gewenste stijl.

Opmerking   Als u een slagschaduw wilt wijzigen, klikt u op Schaduwstijl en selecteert u Geen schaduw.

Contrast en helderheid wijzigen

U kunt het uiterlijk van een clip wijzigen door het contrast en de helderheid van de afbeelding aan te passen.

  1. Selecteer de clip.

  2. Voer op de werkbalk Afbeelding een van de volgende handelingen uit:

    • Klik op Meer helderheid Knopafbeelding om de helderheid te vergroten.

    • Klik op Minder helderheid Knopafbeelding om de helderheid te verkleinen.

    • Klik op Meer contrast Knopafbeelding om het contrast te verhogen.

    • Klik op Minder contrast Knopafbeelding om het contrast te verlagen.

Pas de niveaus aan en vergelijk de verschillen. U maakt een clip bijvoorbeeld donkerder door de helderheid te verkleinen, of u kunt de clip verzachten door het contrast te verlagen.

Als u de clip achter tekst wilt plaatsen, kunt u de clip 'wassen' door op de werkbalk Afbeelding op Kleur Knopvlak te klikken en de optie Wassen te selecteren.

De tekst om een clip laten teruglopen

Voor een professioneel uiterlijk kunt u tekst toevoegen die terugloopt om een afbeelding. Met de functie Tekstterugloop kunt u een clip tussen blokken tekst plaatsen.

Tekstterugloop rondom

  1. Voeg de clip in een tekstblok in.

  2. Klik op de werkbalk Afbeelding op Tekstterugloop Knopvlak terwijl de clip is geselecteerd en klik op de stijl van tekstterugloop die u wilt toevoegen.

    U kunt tekst rondom, boven en onder, of door een afbeelding heen laten teruglopen. U kunt er ook voor kiezen de teruglooppunten te bewerken, wat handig kan zijn bij onregelmatige vormen.

Tip   U kunt de afbeelding voor of na het toevoegen van de tekst in het document plaatsen, maar het is eenvoudiger om de afbeelding met een tekstterugloop te plaatsen nadat alle tekst in het document staat.

Is van toepassing op: Publisher 2013, Publisher 2007, Publisher 2010



Was deze informatie nuttig?

Ja Nee

Wat kan er beter?

255 tekens resterend

Voeg ter bescherming van uw privacy geen contactgegevens aan uw feedback toe. Beoordeel onze privacybeleid.

Bedankt voor uw feedback.

Ondersteuningsbronnen

Taal wijzigen